Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-30
ECLI:NL:RBNHO:2025:4746
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,582 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11545629 \ CV FORM 25-1005
Uitspraakdatum: 30 april 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1
[verzoeker 1], wonende te [plaats 1]2. [verzoeker 2]3. [verzoeker 3]
4. [verzoeker 4]
5. [verzoeker 5]
allen wonende te [plaats 2]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de rechtpersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Zijn verweer heeft echter betrekking op een andere vlucht dan de vlucht in kwestie. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder niet en wordt het verzoek van de passagiers toegewezen.
1Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het verweerschrift.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 12 augustus 2024 vervoeren van Praag, Tsjechië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7930 dan wel EZY7930 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 187,50aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft in zijn verweerschrift uiteengezet dat vlucht EZY7929 van Amsterdam naar Praag is geannuleerd. De passagiers hebben echter compensatie verzocht voor vlucht EC7930 van Praag naar Amsterdam. Omdat de vervoerder niets heeft gesteld over de vlucht in kwestie, kan de kantonrechter niet vaststellen of de annulering van de vlucht in kwestie (ook) het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. Daarom zal de door de passagiers verzochte hoofdsom worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.
4.4.
Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport BGK-integraal - worden afgewezen. De passagiers hebben immers niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan de passagiers vergoeding vorderen, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze grotendeels ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.
4.6.
Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
Dictum
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 204,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt,
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.