Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-28
ECLI:NL:RBNHO:2025:4562
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
9,228 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/2694
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2025 in de zaak tussen
[eisers] , uit [plaats] , eisers
(gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen
(gemachtigden: mr. V. Djordjevic en mr. F. Zandvliet).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van de aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet (PW).
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 24 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 april 2024 op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven onder wijziging van de motivering.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eisers en de gemachtigden van verweerder.
Totstandkoming van het besluit
2. Eisers hebben op 8 maart 2023 een bijstandsuitkering aangevraagd, met ingang van 1 januari 2023. Op 13 maart 2023 heeft verweerder gevraagd om een toelichting op het aanvraagformulier, welke toelichting eisers hebben gegeven. Op 15 maart 2023 hebben eisers een overzicht van hun schulden aan verweerder gestuurd.
2.1.
Eisers zijn uitgenodigd voor een intakegesprek op 21 maart 2023. In dat gesprek is de inlichtingenplicht besproken. Verweerder heeft vragen gesteld over de ingangsdatum van de uitkering, over de woonsituatie van eisers en over de bankrekeningen van eisers en hun oudste dochter. Verder zijn contante stortingen, overschrijvingen naar Dutch Digital Internet Services en Tikkies besproken. Ook is gevraagd naar een verklaring voor het ontbreken van pintransacties bij supermarkten.
2.2.
Op 19 april 2023 hebben eisers nogmaals bankafschriften aan verweerder gestuurd, nu over de periode van 1 maart tot 18 april 2023.
2.3.
Op 25 april 2023 is een huisbezoek afgelegd.
2.4.
Eisers zijn uitgenodigd voor een tweede gesprek met verweerder op 2 mei 2023. Uit het gespreksverslag volgt dat opnieuw aandacht is geweest voor de inlichtingenplicht. Verweerder heeft gevraagd naar de dalmatiërs die tijdens het huisbezoek in de woning waren en naar drie transacties op Marktplaats. Eisers vertelden dat de pup die in de woning was, is verkocht aan een vriendin voor € 500,00. Ook vertelden zij dat in januari twaalf pups zijn geboren, waarvan er negen zijn verkocht voor € 500,00 per stuk. De pups zijn in maart en april verkocht en verspreid opgehaald. Verweerder heeft eisers daarnaast gevraagd naar twee afschrijvingen van [B.V.] op de bankafschriften en advertenties op [website 1] en [website 2] . Eiseres vertelde dat zij in het verleden als sekswerker heeft gewerkt, maar nu geen advertentie meer online heeft staan.
2.5.
Verweerder heeft op 24 mei 2023 om aanvullende bankafschriften gevraagd. De bankafschriften van eisers zijn op 13 juni 2023 aan verweerder gestuurd. De bankafschriften van de dochter zijn op 10 augustus 2023 nagezonden. Nadien zijn nogmaals bankafschriften aangeleverd over de periode 14 juni tot 6 november 2023.
2.6.
Verweerder heeft bij Marktplaats gegevens opgevraagd en zelf onderzoek gedaan op de website [website 1] . Daaruit is gebleken dat eisers in de periode 9 januari 2023 tot 15 november 2023 acht advertenties op Marktplaats hebben geplaatst, waarvan zes betrekking hebben op dalmatiërpups. In de Marktplaats-advertentie van januari en maart 2023 is geen vraagprijs opgenomen, in de advertentie van 22 maart 2023 is de vraagprijs € 499,00, in de twee advertenties van september 2023 is de vraagprijs € 1.250,00 en in de advertentie van november is de vraagprijs € 200,00 voor één pup. Daarnaast zijn in de periode van 16 februari 2023 tot 8 november 2023 advertenties van eiseres op [website 1] aangetroffen. Bij deze advertenties zijn verschillende mogelijkheden en bijbehorende prijzen genoemd voor diensten van seksuele aard en is aangegeven dat eiseres op werkdagen de hele dag en op weekenddagen van 19.00 uur tot 0.00 uur beschikbaar is. Op 13 en 18 oktober 2023 is een advertentie van eiser aangetroffen op [website 1] , met daarbij eveneens verschillende mogelijkheden en prijzen voor diensten van seksuele aard, waarbij is aangegeven dat eiser zeven dagen per week de hele dag beschikbaar is.
2.7.
Verweerder heeft van de bevindingen op 10 november 2023 een rapport opgemaakt en het primaire besluit genomen op 24 november 2023.
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt of verweerder de uitkering terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
4. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Standpunt eisers
5. Eisers brengen naar voren dat het niet verdedigbaar is dat het besluit in stand blijft. In de beslissing op bezwaar is aangegeven het eerdere verwijt met betrekking tot de vakantie en de crowdfundingsactie niet in de weg staat aan het vaststellen van het recht op bijstand, zodat daar geen schending van de informatieplicht bestaat. Verweerder heeft aangegeven dat de aanvraag is afgewezen omdat sprake is van een optelsom van verwijten. Verweerder maakt eisers nu nog maar één verwijt, te weten de advertenties. Dat is onverenigbaar met het standpunt dat het besluit wordt gedragen door een optelsom van verwijten.
5.1.
Eisers voeren daarnaast aan dat zij de inlichtingenplicht niet hebben geschonden. Eisers hebben dalmatiërs. Een nestje pups wordt te koop aangeboden omdat niet alle pups kunnen worden behouden. De hoogste bestuursrechter heeft het incidenteel aanbieden van goederen niet onder het inkomensbegrip geschaard. Uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat het aantal advertenties beslissend is om te bepalen of sprake is van incidentele verkoop van privégoederen. In de periode in geding hebben eisers vier advertenties op Marktplaats gezet. Dat is qua aard en omvang niet vergelijkbaar met de jurisprudentie waar verweerder zich op beroept. In die zaken ging het om dertig pups respectievelijk de aanzienlijke handel in jassen, schoenen en make-upartikelen. In het geval van eisers is geen sprake van meer dan incidentele verkoop en dus niet van schending van de inlichtingenplicht.
5.2.
Ten aanzien van de advertenties op [website 1] voeren eisers aan dat zij met die advertenties geen inkomsten hebben gegenereerd. Dat negatieve feit kunnen zij niet bewijzen. Eiseres heeft een plausibele verklaring voor deze advertenties, want zij gebruikt het forum om te daten. Het is voor haar niet mogelijk om in het reguliere uitgaansleven mensen te ontmoeten, gezien de zorg voor het gezin en het gebrek aan middelen. Eiser stelt dat hij een advertentie heeft geplaatst om zijn toenmalige partner jaloers te maken.
Standpunt verweerder
7. Verweerder stelt dat de grondslag van het besluit om de bijstandsuitkering te weigeren steeds dezelfde is geweest. Eisers hebben hun inlichtingenplicht geschonden. Of dat eenmaal of meermaals was, is niet relevant. De optelsom waarover de medewerker van verweerder heeft gesproken, is een metaforische optelsom.
7.1.
Verweerder wijst op het verrichte onderzoek, waaruit volgt dat sprake is van meer dan incidentele verkoop. Uit de advertenties op Marktplaats blijkt dat eisers in een klein jaar tijd drie nestjes pups hebben gehad. Wat eisers daarmee hebben verdiend blijft onduidelijk, omdat de vraagprijs in de advertenties wisselt en eisers ook andere prijzen hebben benoemd. Eisers hebben geen administratie gevoerd en dat moet voor hun rekening en risico blijven, aldus verweerder. Het moest voor eisers redelijkerwijs duidelijk zijn dat de verkoop van pups op deze schaal van invloed is op het recht van bijstand.
7.2.
Voor de advertenties op [website 1] geldt dat de verklaring van eiseres ongeloofwaardig is. Eiseres heeft zowel voor als na de periode in geding naar eigen zeggen tegen betaling diensten aangeboden en verricht via [website 1] . De verklaring strookt ook niet met het gegeven dat eisers op enig moment weer een relatie hebben gekregen, zodat eiseres geen noodzaak meer had via [website 1] contacten op te doen. De advertenties op [website 1] zijn geen incidentele verkoop, temeer nu eisers hebben aangegeven alle dagen van de week beschikbaar te zijn. Ook wordt vermeldt welke diensten exact worden aangeboden met bijbehorende tarieven. Eisers hadden deze advertenties moeten melden en administratie moeten bijhouden.
7.3.
Verweerder concludeert dat het niet melden van de advertenties leidt tot schending van de inlichtingenplicht. Het recht op bijstand is daardoor niet vast te stellen en verweerder heeft de aanvraag daarom afgewezen.
Juridisch kader
8. De relevante wetgeving is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
8.1.
Uitgangspunt bij de beoordeling is dat de aanvrager van een bijstandsuitkering op verzoek of uit eigen beweging onmiddellijk melding moet doen van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat die van belang zijn voor het recht op bijstand, zo volgt uit artikel 17 van de PW. Vaste jurisprudentie is dat de opbrengst van incidentele verkoop van privégoederen in het algemeen niet als inkomen wordt aangemerkt, zodat daarvan in beginsel geen melding behoeft te worden gedaan.Wanneer meer dan incidenteel goederen worden verkocht, is sprake vanop geld waardeerbare activiteiten. Dat is een omstandigheid die voor het recht op bijstand van belang kan zijn, ongeacht de bedoeling waarmee die werkzaamheden worden verricht en ongeacht of daaruit daadwerkelijk inkomsten worden genoten. Hierbij is gelet op artikel 31, eerste lid, in verbinding met artikel 32, eerste lid, van de PW, niet alleen van belang het inkomen waarover de betrokkene daadwerkelijk beschikt, maar ook het inkomen waarover hij/zij redelijkerwijs kan beschikken. Het gaat dus om activiteiten waar normaliter een beloning tegenover staat of die de betrokkene daarvoor redelijkerwijs kan bedingen of om activiteiten waarmee op een andere manier inkomsten kunnen worden verworven.
Beoordeling
9. De eerste beroepsgrond van eisers, die inhoudt dat geen sprake is van een optelsom van schendingen, slaagt niet. Anders dan eisers veronderstellen, vereist de wet geen optelsom van schendingen, maar beoordeling van de vraag of het recht op bijstand kan worden vastgesteld. Daartoe moeten eisers alle benodigde informatie verstrekken. Als eisers dat niet doen, kan verweerder concluderen dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
9.1.
Ook de tweede beroepsgrond, dat de inlichtingenplicht niet is geschonden, slaagt niet. Zoals hiervoor is overwogen, geldt als uitgangspunt dat eisers alle benodigde informatie verstrekken. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de advertenties op Marktplaats en [website 1] op geld waardeerbare activiteiten betreffen, waarover eisers verweerder hadden moeten inlichten. Eisers hebben advertenties voor pups op Marktplaats geplaatst in januari, maart, september en november en daarbij verschillende vraagprijzen genoemd. Daarnaast zijn advertenties op [website 1] geplaatst, waarin een doorlopend aanbod van verschillende diensten tegen verschillende vraagprijzen is gedaan. Dit overschrijdt het karakter van incidentele verkoop3. Eisers hadden hiervan melding moeten maken bij verweerder.. Anders dan eisers stellen, is daarbij naar het oordeel van de rechtbank niet van belang dat slechts een beperkt aantal advertenties is geplaatst. Niet het aantal advertenties is doorslaggevend, maar de daarin aangeboden goederen en diensten. Dat eisers geen inkomen hebben gegenereerd met de advertenties, zoals zij stellen, is in beginsel niet relevant. Eisers hadden verweerder over deze activiteiten moeten informeren. Nu eisers niet hebben voldaan aan hun inlichtingenplicht, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is vast te stellen of eisers in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeren en de aanvraag terecht afgewezen.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder op goede gronden de aanvraag om bijstand heeft afgewezen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Mons, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Poggemeier, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage
Artikel 11 Pw
1. Iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, heeft recht op bijstand van overheidswege.
(…)
Artikel 17 Pw
1. De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
2. De belanghebbende verleent het college desgevraagd de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
3. Het college stelt bij de uitvoering van deze wet de identiteit van de belanghebbende vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht.
4. Een ieder is verplicht aan het college desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
Artikel 19 Pw
1. Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op algemene bijstand indien:
a. het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de bijstandsnorm; en
b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is.
2. De hoogte van de algemene bijstand is het verschil tussen het inkomen en de bijstandsnorm.
3. In de algemene bijstand is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 4,8 procent [Red: per 1 januari 2009: 5 procent] van die bijstand.
4. De algemene bijstand wordt verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verleent, krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is.
Artikel 31 Pw
1. Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen worden mede gerekend de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen. In elk geval behoort tot de middelen de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.(…)
Artikel 32 Pw
1. Onder inkomen wordt verstaan de op grond van artikel 31 in aanmerking genomen middelen voorzover deze:
a. betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van een of meer kostgangers, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen; en
b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
(…)
ECLI:NL:CRVB:2012:BW5987.
3 Zie ECLI:NL:CRVB:2014:1968.
Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2024:2089.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/2694
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2025 in de zaak tussen
[eisers] , uit [plaats] , eisers
(gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen
(gemachtigden: mr. V. Djordjevic en mr. F. Zandvliet).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van de aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet (PW).
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 24 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 april 2024 op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven onder wijziging van de motivering.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eisers en de gemachtigden van verweerder.
Totstandkoming van het besluit
2. Eisers hebben op 8 maart 2023 een bijstandsuitkering aangevraagd, met ingang van 1 januari 2023. Op 13 maart 2023 heeft verweerder gevraagd om een toelichting op het aanvraagformulier, welke toelichting eisers hebben gegeven. Op 15 maart 2023 hebben eisers een overzicht van hun schulden aan verweerder gestuurd.
2.1.
Eisers zijn uitgenodigd voor een intakegesprek op 21 maart 2023. In dat gesprek is de inlichtingenplicht besproken. Verweerder heeft vragen gesteld over de ingangsdatum van de uitkering, over de woonsituatie van eisers en over de bankrekeningen van eisers en hun oudste dochter. Verder zijn contante stortingen, overschrijvingen naar Dutch Digital Internet Services en Tikkies besproken. Ook is gevraagd naar een verklaring voor het ontbreken van pintransacties bij supermarkten.
2.2.
Op 19 april 2023 hebben eisers nogmaals bankafschriften aan verweerder gestuurd, nu over de periode van 1 maart tot 18 april 2023.
2.3.
Op 25 april 2023 is een huisbezoek afgelegd.
2.4.
Eisers zijn uitgenodigd voor een tweede gesprek met verweerder op 2 mei 2023. Uit het gespreksverslag volgt dat opnieuw aandacht is geweest voor de inlichtingenplicht. Verweerder heeft gevraagd naar de dalmatiërs die tijdens het huisbezoek in de woning waren en naar drie transacties op Marktplaats. Eisers vertelden dat de pup die in de woning was, is verkocht aan een vriendin voor € 500,00. Ook vertelden zij dat in januari twaalf pups zijn geboren, waarvan er negen zijn verkocht voor € 500,00 per stuk. De pups zijn in maart en april verkocht en verspreid opgehaald. Verweerder heeft eisers daarnaast gevraagd naar twee afschrijvingen van [B.V.] op de bankafschriften en advertenties op [website 1] en [website 2] . Eiseres vertelde dat zij in het verleden als sekswerker heeft gewerkt, maar nu geen advertentie meer online heeft staan.
2.5.
Verweerder heeft op 24 mei 2023 om aanvullende bankafschriften gevraagd. De bankafschriften van eisers zijn op 13 juni 2023 aan verweerder gestuurd. De bankafschriften van de dochter zijn op 10 augustus 2023 nagezonden. Nadien zijn nogmaals bankafschriften aangeleverd over de periode 14 juni tot 6 november 2023.
2.6.
Verweerder heeft bij Marktplaats gegevens opgevraagd en zelf onderzoek gedaan op de website [website 1] . Daaruit is gebleken dat eisers in de periode 9 januari 2023 tot 15 november 2023 acht advertenties op Marktplaats hebben geplaatst, waarvan zes betrekking hebben op dalmatiërpups. In de Marktplaats-advertentie van januari en maart 2023 is geen vraagprijs opgenomen, in de advertentie van 22 maart 2023 is de vraagprijs € 499,00, in de twee advertenties van september 2023 is de vraagprijs € 1.250,00 en in de advertentie van november is de vraagprijs € 200,00 voor één pup. Daarnaast zijn in de periode van 16 februari 2023 tot 8 november 2023 advertenties van eiseres op [website 1] aangetroffen. Bij deze advertenties zijn verschillende mogelijkheden en bijbehorende prijzen genoemd voor diensten van seksuele aard en is aangegeven dat eiseres op werkdagen de hele dag en op weekenddagen van 19.00 uur tot 0.00 uur beschikbaar is. Op 13 en 18 oktober 2023 is een advertentie van eiser aangetroffen op [website 1] , met daarbij eveneens verschillende mogelijkheden en prijzen voor diensten van seksuele aard, waarbij is aangegeven dat eiser zeven dagen per week de hele dag beschikbaar is.
2.7.
Verweerder heeft van de bevindingen op 10 november 2023 een rapport opgemaakt en het primaire besluit genomen op 24 november 2023.
Beoordeling
3. De rechtbank beoordeelt of verweerder de uitkering terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
4. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Standpunt eisers
5. Eisers brengen naar voren dat het niet verdedigbaar is dat het besluit in stand blijft. In de beslissing op bezwaar is aangegeven het eerdere verwijt met betrekking tot de vakantie en de crowdfundingsactie niet in de weg staat aan het vaststellen van het recht op bijstand, zodat daar geen schending van de informatieplicht bestaat. Verweerder heeft aangegeven dat de aanvraag is afgewezen omdat sprake is van een optelsom van verwijten. Verweerder maakt eisers nu nog maar één verwijt, te weten de advertenties. Dat is onverenigbaar met het standpunt dat het besluit wordt gedragen door een optelsom van verwijten.
5.1.
Eisers voeren daarnaast aan dat zij de inlichtingenplicht niet hebben geschonden. Eisers hebben dalmatiërs. Een nestje pups wordt te koop aangeboden omdat niet alle pups kunnen worden behouden. De hoogste bestuursrechter heeft het incidenteel aanbieden van goederen niet onder het inkomensbegrip geschaard. Uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat het aantal advertenties beslissend is om te bepalen of sprake is van incidentele verkoop van privégoederen. In de periode in geding hebben eisers vier advertenties op Marktplaats gezet. Dat is qua aard en omvang niet vergelijkbaar met de jurisprudentie waar verweerder zich op beroept. In die zaken ging het om dertig pups respectievelijk de aanzienlijke handel in jassen, schoenen en make-upartikelen. In het geval van eisers is geen sprake van meer dan incidentele verkoop en dus niet van schending van de inlichtingenplicht.
5.2.
Ten aanzien van de advertenties op [website 1] voeren eisers aan dat zij met die advertenties geen inkomsten hebben gegenereerd. Dat negatieve feit kunnen zij niet bewijzen. Eiseres heeft een plausibele verklaring voor deze advertenties, want zij gebruikt het forum om te daten. Het is voor haar niet mogelijk om in het reguliere uitgaansleven mensen te ontmoeten, gezien de zorg voor het gezin en het gebrek aan middelen. Eiser stelt dat hij een advertentie heeft geplaatst om zijn toenmalige partner jaloers te maken.
Standpunt verweerder
7. Verweerder stelt dat de grondslag van het besluit om de bijstandsuitkering te weigeren steeds dezelfde is geweest. Eisers hebben hun inlichtingenplicht geschonden. Of dat eenmaal of meermaals was, is niet relevant. De optelsom waarover de medewerker van verweerder heeft gesproken, is een metaforische optelsom.
7.1.
Verweerder wijst op het verrichte onderzoek, waaruit volgt dat sprake is van meer dan incidentele verkoop. Uit de advertenties op Marktplaats blijkt dat eisers in een klein jaar tijd drie nestjes pups hebben gehad. Wat eisers daarmee hebben verdiend blijft onduidelijk, omdat de vraagprijs in de advertenties wisselt en eisers ook andere prijzen hebben benoemd. Eisers hebben geen administratie gevoerd en dat moet voor hun rekening en risico blijven, aldus verweerder. Het moest voor eisers redelijkerwijs duidelijk zijn dat de verkoop van pups op deze schaal van invloed is op het recht van bijstand.
7.2.
Voor de advertenties op [website 1] geldt dat de verklaring van eiseres ongeloofwaardig is. Eiseres heeft zowel voor als na de periode in geding naar eigen zeggen tegen betaling diensten aangeboden en verricht via [website 1] . De verklaring strookt ook niet met het gegeven dat eisers op enig moment weer een relatie hebben gekregen, zodat eiseres geen noodzaak meer had via [website 1] contacten op te doen. De advertenties op [website 1] zijn geen incidentele verkoop, temeer nu eisers hebben aangegeven alle dagen van de week beschikbaar te zijn. Ook wordt vermeldt welke diensten exact worden aangeboden met bijbehorende tarieven. Eisers hadden deze advertenties moeten melden en administratie moeten bijhouden.
7.3.
Verweerder concludeert dat het niet melden van de advertenties leidt tot schending van de inlichtingenplicht. Het recht op bijstand is daardoor niet vast te stellen en verweerder heeft de aanvraag daarom afgewezen.
Juridisch kader
8. De relevante wetgeving is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
8.1.
Uitgangspunt bij de beoordeling is dat de aanvrager van een bijstandsuitkering op verzoek of uit eigen beweging onmiddellijk melding moet doen van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat die van belang zijn voor het recht op bijstand, zo volgt uit artikel 17 van de PW. Vaste jurisprudentie is dat de opbrengst van incidentele verkoop van privégoederen in het algemeen niet als inkomen wordt aangemerkt, zodat daarvan in beginsel geen melding behoeft te worden gedaan.Wanneer meer dan incidenteel goederen worden verkocht, is sprake vanop geld waardeerbare activiteiten. Dat is een omstandigheid die voor het recht op bijstand van belang kan zijn, ongeacht de bedoeling waarmee die werkzaamheden worden verricht en ongeacht of daaruit daadwerkelijk inkomsten worden genoten. Hierbij is gelet op artikel 31, eerste lid, in verbinding met artikel 32, eerste lid, van de PW, niet alleen van belang het inkomen waarover de betrokkene daadwerkelijk beschikt, maar ook het inkomen waarover hij/zij redelijkerwijs kan beschikken. Het gaat dus om activiteiten waar normaliter een beloning tegenover staat of die de betrokkene daarvoor redelijkerwijs kan bedingen of om activiteiten waarmee op een andere manier inkomsten kunnen worden verworven.
Beoordeling
9. De eerste beroepsgrond van eisers, die inhoudt dat geen sprake is van een optelsom van schendingen, slaagt niet. Anders dan eisers veronderstellen, vereist de wet geen optelsom van schendingen, maar beoordeling van de vraag of het recht op bijstand kan worden vastgesteld. Daartoe moeten eisers alle benodigde informatie verstrekken. Als eisers dat niet doen, kan verweerder concluderen dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
9.1.
Ook de tweede beroepsgrond, dat de inlichtingenplicht niet is geschonden, slaagt niet. Zoals hiervoor is overwogen, geldt als uitgangspunt dat eisers alle benodigde informatie verstrekken. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de advertenties op Marktplaats en [website 1] op geld waardeerbare activiteiten betreffen, waarover eisers verweerder hadden moeten inlichten. Eisers hebben advertenties voor pups op Marktplaats geplaatst in januari, maart, september en november en daarbij verschillende vraagprijzen genoemd. Daarnaast zijn advertenties op [website 1] geplaatst, waarin een doorlopend aanbod van verschillende diensten tegen verschillende vraagprijzen is gedaan. Dit overschrijdt het karakter van incidentele verkoop3. Eisers hadden hiervan melding moeten maken bij verweerder.. Anders dan eisers stellen, is daarbij naar het oordeel van de rechtbank niet van belang dat slechts een beperkt aantal advertenties is geplaatst. Niet het aantal advertenties is doorslaggevend, maar de daarin aangeboden goederen en diensten. Dat eisers geen inkomen hebben gegenereerd met de advertenties, zoals zij stellen, is in beginsel niet relevant. Eisers hadden verweerder over deze activiteiten moeten informeren. Nu eisers niet hebben voldaan aan hun inlichtingenplicht, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is vast te stellen of eisers in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeren en de aanvraag terecht afgewezen.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder op goede gronden de aanvraag om bijstand heeft afgewezen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Mons, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Poggemeier, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage
Artikel 11 Pw
1. Iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, heeft recht op bijstand van overheidswege.
(…)
Artikel 17 Pw
1. De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
2. De belanghebbende verleent het college desgevraagd de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
3. Het college stelt bij de uitvoering van deze wet de identiteit van de belanghebbende vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht.
4. Een ieder is verplicht aan het college desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
Artikel 19 Pw
1. Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op algemene bijstand indien:
a. het in aanmerking te nemen inkomen lager is dan de bijstandsnorm; en
b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is.
2. De hoogte van de algemene bijstand is het verschil tussen het inkomen en de bijstandsnorm.
3. In de algemene bijstand is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 4,8 procent [Red: per 1 januari 2009: 5 procent] van die bijstand.
4. De algemene bijstand wordt verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verleent, krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is.
Artikel 31 Pw
1. Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen worden mede gerekend de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen. In elk geval behoort tot de middelen de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.(…)
Artikel 32 Pw
1. Onder inkomen wordt verstaan de op grond van artikel 31 in aanmerking genomen middelen voorzover deze:
a. betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van een of meer kostgangers, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen; en
b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
(…)
ECLI:NL:CRVB:2012:BW5987.
3 Zie ECLI:NL:CRVB:2014:1968.
Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2024:2089.