Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-02-21
ECLI:NL:RBNHO:2025:4300
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,340 tokens
Dictum
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser,
en
de inspecteur van de belastingdienst/Particulieren, verweerder.
Inleiding
Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2021 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en een boetebeschikking opgelegd.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft op 5 november 2024 een verweerschrift ingediend. In bijlage 7 bij het verweerschrift zijn namen van medewerkers van de Belastingdienst onleesbaar gemaakt.
Verweerder heeft op 21 januari 2025 op de voet van artikel 8:29 van de Awb verzocht de namen van de medewerkers van de belastingdienst geheim te houden en anoniem te mogen procederen (het 8:29-verzoek). Bij deze brief heeft verweerder een gesloten envelop overgelegd met daarin mandaatbesluiten van degenen die namens hem ter zitting zullen verschijnen.
De rechtbank heeft een afschrift van het verweerschrift en van de brief van 21 januari 2025 aan belanghebbende verstrekt en verzocht om zijn reactie.
Belanghebbende heeft bij brief van 11 februari 2025 de rechtbank toestemming gegeven om kennis te nemen van de onderliggende stukken.
Overwegingen
1. Verweerder heeft het 8:29-verzoek als volgt gemotiveerd:
“De Belastingdienst heeft de afgelopen periode veel dossiers te behandelen gekregen van burgers die het soevereine gedachtegoed volgen. Het volgen van dit gedachtegoed is een persoonlijke keuze. Het resultaat is echter ook dat er onjuiste aangiften inkomstenheffing of verzoeken om vermindering en bezwaren tegen eerdere aanslagen worden ingediend.
De meeste zaken betreffen het opvoeren van huur, premies ziektekosten en andere overheidsheffingen als gift. Dat is fiscaal onjuist. Deze giften worden door de inspecteur gecorrigeerd. Als gevolg van deze correcties is bij de behandeling van dergelijke zaken gebleken dat namen van medewerkers op internet (onder andere via Facebook) worden verspreid. Ook worden de namen van medewerkers opgezocht op het internet teneinde op privé-accounts bedreigingen te uiten. Deze voorvallen acht de Belastingdienst volstrekt onacceptabel.
De Belastingdienst heeft om die reden gekozen om in zaken van soevereine mensen anoniem te werken (onder nummer of via postbussen). Op deze wijze kan de Belastingdienst de medewerker beschermen. Bij de afhandeling van zaken van soevereine mensen is overigens een beperkt aantal medewerkers betrokken waarbinnen één lijn wordt getrokken om te voorkomen dat via een achterdeur namen alsnog bekend worden bij andere zich soevereinnoemende mensen.
Onlangs heeft de AIVD in hun fenomeenanalyse [verwijzing naar voetnoot] geconcludeerd dat de soevereinenbeweging de democratische rechtsorde ondermijnt. Van een klein deel van de soevereinenbeweging gaat ook een geweldsdreiging uit op korte termijn.
Recent zijn ter zitting, bij een rechtszaak van een andere burger, de namen van de vertegenwoordigers van de Belastingdienst genoteerd door de als bijstand meegegane burger met de opmerking: 'nu wordt het interessant'. U begrijpt dat deze quote in de context van het soevereine gedachtegoed, de fenomeenanalyse van de AIVD en de eerdergenoemde voorvallen bedreigend is voor de medewerkers van de Belastingdienst.
[voetnoot: Fenomeenanalyse soevereinbeweging in Nederland 'Met de rug naar de samenleving, 9 april 2024. Publicatie te vinden op aivd.nl]”
2. De rechtbank weegt de belangen van de personen die namens verweerder optreden af tegen het belang van eiser. De geheimhoudingskamer ziet geen direct belang voor eiser om kennis te nemen van de namen van de personen die namens verweerder optreden, althans het belang van deze personen bij anonimiteit in deze specifieke procedure weegt aanzienlijk zwaarder dan enig gesteld belang van eiser. De geheimhoudingskamer wijst het verzoek om geheimhouding van de namen toe.
3. Aangezien eiser toestemming heeft gegeven dat de rechtbank kennis neemt van de stukken die verweerder in het kader van het 8:29-verzoek heeft overgelegd, zal de behandelend rechter aan de hand daarvan kunnen controleren of degenen die namens verweerder op zitting verschijnen degenen zijn op wie de mandaatbesluiten zien. De rechtbank merkt in dat kader ten overvloede op dat die personen een legitimatiebewijs dienen te kunnen overleggen.
Conclusie
4. Het voorgaande betekent dat het verzoek van verweerder om geheimhouding wordt toegewezen en dat verweerder anoniem mag procederen in deze zaak.
Dictum
De geheimhoudingskamer wijst het verzoek om geheimhouding toe.
Deze beslissing is genomen op 21 februari 2025 door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze tussenbeslissing kan ingevolge artikel 8:104, derde lid, van de Awb slechts tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.