Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-04-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:4265
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: HAA 23/352, HAA 23/3735 en HAA 23/4222 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2025 in de zaken tussen Lawn Tennis Club Door Eendracht Macht (LTC DEM), uit Beverwijk, eiseres (gemachtigde: mr. K. van Driel), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beverwijk , het college (gemachtigde: T. Rutte). en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat. Inleiding 1.1. Deze uitspraak gaat over drie beroepszaken die eiseres heeft ingesteld. De drie zaken gaan over verzoeken van eiseres op grond van de Wet open overheid (Woo). 1.2. Het college heeft in de zaak HAA 23/3735 een verweerschrift ingediend. 1.3. In de zaak HAA 23/352 heeft eiseres een nader stuk van 23 januari 2025 ingediend. 1.4. De rechtbank heeft de beroepen op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college, vergezeld door [naam 1] van de Omgevingsdienst IJmond (OD IJmond). 1.5. Eiseres heeft op de zitting verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke uitspraaktermijn. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de rechtbank de Staat aangemerkt als partij in dit geding. Gelet op de desbetreffende beleidsregel , hoeft de Staat niet gevraagd te worden om een reactie op het verzoek. Procesverloop 2.1. Op 29 september 2022 heeft eiseres een Woo-verzoek gedaan bij de OD IJmond (Woo-verzoek I). 2.2. Op 11 november 2022 heeft eiseres nog een Woo-verzoek gedaan bij de OD IJmond (Woo-verzoek II). Op 11 november 2022 heeft eiseres ook een Woo-verzoek ingediend bij het college (Woo-verzoek III). 2.3. Op 16 november 2022 heeft de OD IJmond namens het college een primair besluit genomen op Woo-verzoek I en documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. 2.4. Op 29 december 2022 heeft het college een primair besluit genomen op Woo-verzoek III en documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. 2.5. Omdat een besluit op Woo-verzoek II uitbleef, heeft eiseres de OD IJmond op 30 december 2022 in gebreke gesteld en op 19 januari 2023 beroep niet tijdig beslissen ingesteld bij de rechtbank (HAA 23/352). In de ingebrekestelling heeft eiseres een nieuw Woo-verzoek gedaan (Woo-verzoek IV) 2.6. Op 23 februari 2023 heeft de OD IJmond namens het college een primair besluit genomen op Woo-verzoeken II en IV. De OD IJmond verwijst daarin naar de twee eerdere Woo-besluiten en maakt daarnaast extra documenten gedeeltelijk openbaar. 2.7. Eiseres heeft tegen de drie primaire besluiten bezwaar gemaakt. 2.8. Bij besluit van 10 mei 2023 heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 29 december 2022 gedeeltelijk gegrond verklaard en gegevens alsnog openbaar gemaakt. Hiertegen heeft eiseres beroep bij de rechtbank ingesteld (HAA 23/3735). 2.9. Bij besluit van 30 mei 2023 heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 16 november 2022 gedeeltelijk gegrond verklaard en verwezen naar gegevens die inmiddels bij het besluit van 29 december 2022 openbaar waren gemaakt. Ook hiertegen heeft eiseres beroep bij de rechtbank ingesteld (HAA 23/4222). 2.10. Bij besluit van 29 augustus 2023 en dus tijdens het beroep niet tijdig beslissen (HAA 23/352) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 23 februari 2023 ongegrond verklaard. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt het beroep niet tijdig beslissen en de beroepen tegen de bestreden besluiten van 23 februari 2023, 10 mei 2023 en 30 mei 2023. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 4. Het beroep niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. De beroepen tegen besluiten in de zaken HAA 23/352, HAA 23/3735 en HAA 23/4222 zijn ongegrond. De rechtbank veroordeelt daarbij de Staat tot eenmalige uitkering van een schadevergoeding van € 500,- aan eiseres vanwege het overschrijden van de redelijke uitspraaktermijn. In het vervolg van deze uitspraak legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke ge Ook [hier] wil DEM graag alle informatie over de afhandeling van deze vraag. De heer [naam 2] heeft omwonenden laten weten dat er geen geluidsnormen worden overschreden. De heer [naam 2] verklaarde dit ook al eerder aan de voorzitter van DEM. DEM wil graag alle informatie hierover.” 6.3. In Woo-verzoek III (van 11 november 2022 aan het college) verzocht eiseres om: “ alle informatie die het college heeft over de (vermeende) geluidsoverlast van de padelbanen van DEM t/m heden. Het gaat dan in ieder geval (niet uitsluitend) om het volgende. DEM wil alle notulen/verslagen, wethoudersoverleggen, e-mails, meldingen, verzoeken om handhaving, klachten, registraties, contacten tussen OD-IJmond en het college (ook Fw-mails), die gaan over de padelbanen. Ergo alle informatie. Gemachtigde (ondergetekende) heeft behoorlijk wat e-mails verstuurd aan het college en aan de omgevingsdienst over DEM. DEM verzoekt om alle informatie over de afhandeling van deze mails, inclusief ook hier e-mails, registraties, contacten tussen OD-IJmond en het college (ook Fw-mails), besprekingen, toetsen van overgelegde stukken, inclusief concepten, interne mails, etc.” 6.4. Woo-verzoek IV valt buiten de beroepszaken. De beroepszaken HAA 23/4222 en HAA 23/3735 zijn immers gericht tegen besluiten over respectievelijk Woo-verzoeken I en III en in de beroepszaak HAA 23/352 is alleen ten aanzien van het besluit op Woo-verzoek II van rechtswege beroep ontstaan. Bevoegdheid van het college 7.1. Eiseres voert aan dat de bestreden besluiten van 23 februari en 30 mei 2023 onbevoegd door of namens het college zijn genomen. Zij heeft Woo-verzoeken I en II namelijk ingediend bij de OD IJmond. Dan is niet het college bevoegd om beslissingen over die verzoeken te nemen, maar de OD IJmond. 7.2. De rechtbank volgt het standpunt van het college dat het wel bevoegd is om de besluiten te nemen. In artikel 4.1 van de Woo is bepaald: “Eenieder kan een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. In het laatste geval beslist het verantwoordelijke bestuursorgaan op het verzoek.” Hieruit volgt dat een besluit op een Woo-verzoek behoort te worden genomen door het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de aangelegenheid waarop het Woo-verzoek betrekking heeft. De OD IJmond is weliswaar een afzonderlijke publiekrechtelijke rechtspersoon met eigen bestuursorganen, maar dit sluit niet uit dat een ander bestuursorgaan verantwoordelijk kan zijn voor het besluit op een Woo-verzoek ingediend bij de OD IJmond. In dit geval is het college verantwoordelijk. De Woo-verzoeken hebben namelijk betrekking op een handhavingstraject tegen eiseres. Zoals het college heeft toegelicht, is de OD IJmond daarbij op grond van een mandaat slechts bevoegd om namens het college handhavingsbesluiten te nemen. De besluiten over de Woo-verzoeken zijn dus terecht door of namens het college genomen. De beroepsgrond slaagt niet. Weglakken van persoonsgegevens 8.1. Eiseres voert aan dat het college mogelijk andere gegevens dan enkel persoonsgegevens onleesbaar heeft gemaakt in de openbaar gemaakte stukken. Op de zitting heeft eiseres desgevraagd aangegeven dat zij geen openbaarmaking van persoonsgegevens wenst. 8.2. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:29 van de Awb kennisgenomen van de ongelakte versies van de openbaar gemaakte stukken. De rechtbank stelt vast dat alleen persoonsgegevens onleesbaar zijn gemaakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Overigens zijn namen van personen die vanwege hun functie in de openbaarheid treden, zoals wethouders van de gemeente Beverwijk en de directeur van de OD IJmond, in de stukken wel openbaar gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet. Zijn er meer documenten die onder de Woo-verzoeken vallen? 9.1. Eiseres stelt dat het college en de OD IJmond meer documenten onder zich moeten hebben die onder de Woo-verzoeken vallen, dan nu openba Eiseres voert aan dat in de besluiten van 10 en 30 mei 2023 ten onrechte is besloten dat de desbetreffende bezwaarzaken samenhangende zaken zijn, en dus ten onrechte voor beide zaken samen in totaal slechts 1 punt voor een bezwaarschrift en 1 punt voor een hoorzitting zijn toegekend als proceskostenvergoeding voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. 10.2. In artikel 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is bepaald dat samenhangende zaken voor de vaststelling van het te vergoeden bedrag worden beschouwd als één zaak. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat samenhangende zaken zijn: door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren of ingestelde beroepen, die door het bestuursorgaan of de bestuursrechter gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. 10.3. De rechtbank overweegt dat de Woo-verzoeken I en III iets minder dan twee maanden na elkaar zijn ingediend bij achtereenvolgens de OD IJmond en het college. De primaire beslissingen op de Woo-verzoeken zijn van respectievelijk 16 november en 29 december 2022, waarbij documenten gedeeltelijk openbaar zijn gemaakt. Tegen deze besluiten heeft eiseres op respectievelijk 26 december 2022 en 21 januari 2023 bezwaar gemaakt. Op 5 april 2023 vond de hoorzitting voor beide zaken gelijktijdig plaats. De beslissingen op bezwaar van het college zijn van respectievelijk 30 en 10 mei 2023. Naar het oordeel van de rechtbank vonden beide procedures daarmee nagenoeg gelijktijdig plaats. De temporele verschillen zijn relatief klein en daarom niet doorslaggevend. Verder overweegt de rechtbank dat eiseres eerst bij de OD IJmond verzoekt om “alle informatie die u heeft over de vermeende geluidsoverlast van de padelbanen te DEM. En om alle communicatie die u heeft met de klagers” en daarna bij het college om “ alle informatie die het college heeft over de (vermeende) geluidsoverlast van de padelbanen van DEM t/m heden.” De verschillen tussen beide verzoeken zijn de adressaat en de voorbeelden die eiseres benoemt in het verzoek aan het college. Naar het oordeel van de rechtbank omvat het eerste verzoek ook de voorbeelden die eiseres noemt in het tweede verzoek. In essentie gaan de twee Woo-verzoeken dan ook om dezelfde informatie, namelijk alle informatie over de gestelde overlast van de padelbanen van DEM en de daarop gevolgde handhaving. Daarbij is van belang dat de OD IJmond, zoals hiervoor onder 7.2 overwogen, bij deze aangelegenheid onder de verantwoordelijkheid van het college valt. In beide bezwaarprocedures heeft eiseres aangevoerd dat er meer interne communicatie en verslaglegging moet zijn dan zijn geopenbaard en dat in de openbaar gemaakte stukken ten onrechte delen zijn weggelakt. Het enige wezenlijke verschil is dat eiseres in haar bezwaar tegen het besluit van 16 november 2022 de bevoegdheid van het college ten aanzien van Woo-verzoek I heeft betwist. Daarmee heeft het tweede bezwaar in wezen geen extra werk gevergd. Dit leidt tot de conclusie dat de werkzaamheden van de gemachtigde van eiseres in beide zaken nagenoeg identiek konden zijn. Daarom heeft het college terecht het standpunt ingenomen dat de bezwaarprocedures zodanige gelijkenissen hebben dat voldaan is aan de voorwaarden uit artikel 3, tweede lid, van het Bpb en dus sprake is van samenhangende zaken. Dat eiseres voor beide zaken in totaal twee punten aan proceskostenvergoeding heeft ontvangen, is dus niet oneigenlijk. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. Het ten aanzien van Woo-verzoek II onbevoegd genomen besluit van 29 augustus 2023 moet in zoverre worden vernietigd. Omdat het belang bij het beroep niet tijdig beslissen door toedoen van h