Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-26
ECLI:NL:RBNHO:2025:4176
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,823 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10636745 \ CV EXPL 23-4986
Uitspraakdatum: 26 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. B.F.I. Bruisten (Yource B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
United Airlines Inc.
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. R.L.S.M. Pessers
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 17 juni 2022 vervoeren van Amsterdam via Washington naar New York, met vluchten UA947 en UA6090.
2.2.
De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.
3.3.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging van de vlucht voor de duur van 1 uur en 12 minuten is veroorzaakt door een groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol, en voor de duur van 16 minuten wegens instructies van de luchtverkeersleiding. De vertraging van de vlucht is vervolgens tijdens de uitvoering van de vlucht nog met 10 minuten verder opgelopen.
4.3.
De kantonrechter overweegt als volgt. Hoewel de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de datum van de vlucht sprake was van bovengemiddelde drukte op Schiphol, heeft hij niet, of althans onvoldoende, onderbouwd hoe deze drukte van invloed is geweest op de uitvoering van de vlucht. De (operationele) keuze van de vervoerder om op verlate passagiers te wachten, ontslaat hem niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Weliswaar heeft de vervoerder aangevoerd dat de lange wachtrijen ertoe hebben geleid dat de bagage van niet-verschenen passagiers van boord moest worden gehaald, maar hij heeft niet toegelicht welke vertragingsduur dit heeft veroorzaakt. De vervoerder heeft zijn beroep op buitengewone omstandigheden op dit punt dan ook onvoldoende onderbouwd.
4.4.
De passagier heeft niet betwist dat de vertraging van de vlucht vervolgens met 16 minuten is opgelopen als gevolg van instructies van de luchtverkeersleiding en dat dit kwalificeert als een buitengewone omstandigheid. Ten aanzien van de vertraging van 10 minuten die tijdens de uitvoering van de vlucht is ontstaan heeft de vervoerder geen beroep gedaan op buitengewone omstandigheden.
4.5.
De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat de vertraging van de vlucht voor de duur van 16 minuten is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden.
4.6.
De passagier heeft zijn aansluitende vlucht naar New York gemist. Gesteld noch gebleken is dat zij de aansluitende vlucht wél zouden hebben gehaald als er geen buitengewone omstandigheden waren opgetreden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vervoerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vertraging op de eindbestemming is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen. De vordering van de passagier tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.
4.7.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt.
4.9.
Het gevorderde certificaat wordt bij gebrek aan belang afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2022 tot aan de dag van de betaling;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 129,14;griffierecht € 214,00;salaris gemachtigde € 270,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter