Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-02
ECLI:NL:RBNHO:2025:4175
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,841 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9129861 \ CV EXPL 21-2213
Uitspraakdatum: 2 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 2 december 2019 vervoeren van Singapore via Londen naar Amsterdam, met vluchten BA12 en BA428.
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht van Londen naar Amsterdam (BA428, hierna: de vlucht) geannuleerd.
2.3.
De passagier is met een vertraging van 6 uur en 3 minuten in Amsterdam aangekomen.
2.4.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 181,50 dan wel € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de vluchtdatum een capaciteitsreductie van kracht was. Op grond van deze capaciteitsreductie was de vervoerder verplicht om 5% van zijn vluchten te annuleren.Het is uitdrukkelijk niet aan de kantonrechter om te beoordelen of de luchtverkeersleiding de juiste beslissing heeft genomen door de capaciteit van de luchthaven naar beneden bij te stellen. De vraag of de weersomstandigheden al dan niet dusdanig waren dat er niet langer gevlogen kon worden, is dan ook niet relevant.
4.4.
Een capaciteitsreductie kan een buitengewone omstandigheid vormen indien de vervoerder aantoont dat hij, gelet op de duur en mate van de restricties, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daarin is geslaagd. De vervoerder heeft (anders dan in eerdere procedures bij deze rechtbank over dezelfde vlucht) voldoende toegelicht dat hij bij het annuleren van vluchten met verschillende factoren rekening houdt. Zo worden volgens de vervoerder korte afstand-vluchten sneller geannuleerd dan lange afstand-vluchten, en worden vroege(re) vluchten sneller geannuleerd dan late(re) vluchten. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij op basis van deze criteria naar zijn schema heeft gekeken en de keuze heeft gemaakt om (onder meer) vlucht BA428 te annuleren. Dit komt de kantonrechter niet onredelijk voor.
4.5.
De kantonrechter is alles bij elkaar genomen van oordeel dat de vervoerder in onderhavige zaak een geslaagd beroep kan doen op buitengewone omstandigheden. De omstandigheid dat bij de beslissing tot het annuleren van specifieke vluchten wellicht (ook) een operationeel aspect heeft meegespeeld, betekent niet automatisch dat het annuleren van vluchten als gevolg van een capaciteitsreductie inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van een vervoerder.
4.6.
De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. Het kan in beginsel niet van de vervoerder gevergd worden dat hij voor het aanbieden van een alternatieve vlucht de passagier de mogelijkheid geeft om te kiezen uit alle vluchten van die dag bij alle luchtvaartmaatschappijen. In het onderhavige geval is de passagier met minder dan 24 uur vertraging op zijn eindbestemming aangekomen. Het aanbieden van vlucht BA438 vormt naar het oordeel van de kantonrechter dan ook een redelijke maatregel. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagier worden afgewezen.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Productie 2 bij antwoord: “(…) Participating airline operators are required to reduce their schedules by 5 percent.”