Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-05
ECLI:NL:RBNHO:2025:4169
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,182 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11042314 \ CV EXPL 24-2313
Uitspraakdatum: 5 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats] (Duitsland)eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Delta Air Lines Inc.
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 1 april 2022 vervoeren van Amsterdam via New York (Verenigde Staten) naar Miami (Verenigde Staten), met vlucht KL6149 (codeshare DL49) en vlucht KL558 (codeshare DL2238).
2.2.
Vlucht KL558/DL2238 van New York naar Miami (hierna: de vlucht) is geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht (DL1272) met een andere eindbestemming, namelijk Fort Lauderdale.
2.3.
De passagiers zijn met een vertraging van 15 uur en 52 minuten op de overeengekomen eindbestemming aangekomen.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.256,30, vermeerderd met de wettelijke rente;- € 188,45 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening) en dat de vervoerder de kosten voor het (taxi)vervoer van € 56,30 van Fort Lauderdale naar Miami moet vergoeden (artikel 9 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Compensatie
4.2.
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. Nu gesteld noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5 lid 1 onder c van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op 1 april 2022 door slechte weersomstandigheden en een tijdelijke ‘ground stop’ in de staat Florida beperkt luchtverkeer op de route mogelijk was. De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat er als gevolg van deze omstandigheden onvoldoende tijd en ruimte overbleef om alle vluchten van die dag uit te voeren en dat hij daarom genoodzaakt was om de vlucht te annuleren. De kantonrechter is echter van oordeel dat de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd waarom de vlucht niet alsnog, zij het met vertraging, kon worden uitgevoerd en waarom hij ervoor gekozen heeft om specifiek de vlucht in kwestie te annuleren. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om een gedupeerde passagier te compenseren. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden slaagt dan ook niet. De vordering tot betaling van compensatie zal daarom worden toegewezen.
4.4.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is toewijsbaar vanaf de vluchtdatum. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 1 april 2022.
Taxikosten
4.5.
De passagiers hebben voorts vergoeding van additionele kosten verzocht tot een bedrag van € 56,30. Het gaat om een Uber-rit vanaf de luchthaven Fort Lauderdale naar een hotel gelegen aan 336 Ocean Drive in Miami. De passagiers hebben gesteld dat zij genoodzaakt waren om deze kosten te maken, omdat de passagiers naar een andere luchthaven zijn vervoerd (Fort Lauderdale) dan was overeengekomen (Miami). De kantonrechter is van oordeel dat het op de weg van de vervoerder had gelegen om vervoer van de luchthaven in Fort Lauderdale naar de luchthaven in Miami te verzorgen. Doordat de vervoerder dat niet heeft gedaan, hebben de passagiers schade geleden in de vorm van hogere taxikosten. Omdat de passagiers niet hebben toegelicht wat een taxirit van Miami Airport naar het hotel zou hebben gekost, begroot de kantonrechter de schadevergoeding schattenderwijs op de helft van de taxikosten, zijnde € 28,15. Deze schade valt (anders dan door de vervoerder wordt betoogd) onder het toepassingsbereik van artikel 9 van de Verordening. De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar vanaf de dag van dagvaarding.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.6.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.7.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.228,15, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 1 april 2022, en over € 28,15 vanaf 15 maart 2024 tot de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 270,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter