Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-05
ECLI:NL:RBNHO:2025:4128
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,811 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10891174 \ CV EXPL 24-623
Uitspraakdatum: 5 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
American Airlines
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft met TIX.nl een vervoersovereenkomst gesloten ten behoeve van het vervoer van Amsterdam via Dallas naar Los Angeles, met vluchten BA1630 en BA4412 op 28 januari 2022.
2.2.
De hiervoor genoemde vluchtcombinatie is geannuleerd.
2.3.
De passagier is omgeboekt op de vluchten AA6505, AA107 en AA185 van 28 januari 2022 (van Amsterdam via Londen en New York naar Los Angeles).
2.4.
De vervoerder heeft vlucht AA185 (van New York naar Los Angeles) geannuleerd. De passagier is omgeboekt naar vlucht B61523, waarmee hij op 23 januari 2022 om 02:37 uur (lokale tijd) in Los Angeles is gearriveerd.
2.5.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.6.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.
3.2.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de door de passagier overgelegde factuur als een bevestigde boeking in de zin van de Verordening kan worden aangemerkt. De factuur is uitgegeven door TIX.nl en vermeldt de luchthaven van vertrek en aankomst, de datum van de vluchten en de vluchtnummers. De omstandigheid dat deze boekingsbevestiging onder voorbehoud van wijzigingen was, maakt dit niet anders. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de passagier over een bevestigde boeking voor de vluchten BA1630 en BA4412 beschikte.
4.3.
De kantonrechter overweegt dat uit het arrest van 4 juli 2018 in de zaak C-532/17 van het Hof volgt dat voor de vaststelling van het begrip ‘luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert’ in het kader van een mogelijke wet-lease constructie van belang is wie de operationele verantwoordelijkheid van de vlucht draagt. Het is in dit geval voldoende gebleken dat de vluchten BA1630 en BA4412 een codeshare met AA221 en AA163 hadden. De vervoerder heeft niet betwist dat hij gepland stond om in ieder geval één van deze vluchten uit te voeren. Het voorgaande leidt ertoe dat de vervoerder als uitvoerende luchtvaartmaatschappij kan worden aangemerkt en (dus) door de passagier kan worden aangesproken.
4.4.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de annulering van de vlucht AA221 meer dan twee weken voor de geplande vertrekdatum aan de (reisagent van de) passagier is medegedeeld, zodat er op grond van artikel 5 lid 1 sub c onder i geen recht op compensatie bestaat. Volgens de passagier ontslaat de mededeling aan de reisagent de vervoerder niet van zijn verplichting om rechtstreeks mededeling te doen aan de passagier.
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. Het is juist dat passagier(s) worden geacht niet te zijn geïnformeerd over de annulering van een vlucht wanneer de tussenpersoon/reisagent de passagier(s) niet tijdig in kennis heeft gesteld van deze annulering en de passagier(s) de tussenpersoon niet uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven om dergelijke informatie te ontvangen. In dit geval heeft de passagier echter niet betwist dat hij het annuleringsbericht (tijdig) van zijn reisagent heeft ontvangen. De conclusie is dan ook dat de passagier ten aanzien van de annulering van vlucht AA221 geen recht heeft op compensatie.
4.6.
Vast staat dat de passagier uiteindelijk een bevestigde boeking had voor de vluchten AA6505, AA107 en AA185 van 28 januari 2022. De passagier zou op basis van dit reisschema op 29 januari 2022 om 00:59 uur (lokale tijd) in Los Angeles aankomen. Door de annulering van vlucht AA185 is de passagier uiteindelijk met vlucht B61523 naar Los Angeles gevlogen, en daar op 29 januari 2022 om 02:37 uur (lokale tijd) aangekomen. De passagier heeft zijn eindbestemming dus bereikt met een vertraging van 1 uur en 38 minuten ten opzichte van vlucht AA185. Dat betekent dat de passagier op grond van artikel 5 lid 1 sub c onder iii van de Verordening geen recht heeft op compensatie. De vordering wordt afgewezen.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter