Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-05
ECLI:NL:RBNHO:2025:4125
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,600 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10749752 \ CV EXPL 23-6702
Uitspraakdatum: 5 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],beiden pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor hun minderharige kind [minderjarige],allen wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Delta Air Lines
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 1 augustus 2022 vervoeren van Amsterdam via Minneapolis (Verenigde Staten) naar Denver (Verenigde Staten), met vluchten KL6059 en DL2777.
2.2.
De vlucht van Amsterdam naar Minneapolis (KL6059, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun overstap gemist, en zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht. Zij zijn met 14 uur en 47 minuten vertraging op hun bestemming aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 326,70 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.
3.3.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft.
4.3.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat tijdens de preflight check is geconstateerd dat sprake was van schade aan onderdelen van de motor. Deze schade is veroorzaakt doordat het toestel is getroffen door een onbekend van buiten komend object, de zogenaamde “foreign object damage”, hierna ook: FOD. Gezien de locatie van de schade (aan de schoepenbladen en de motorkap) is het volgens de vervoerder aannemelijk dat de schade is veroorzaakt door een vogelaanvaring tijdens de start of landing van de direct voorafgaande vlucht. Tijdens het omdraaiproces kan geen enkel voertuig in de buurt komen van de schoepenbladen en/of de voorkant van de motor. Het is daarom niet mogelijk dat de schade is veroorzaakt tijdens het laden, aldus de vervoerder.
4.4.
Gelet op de toelichting van de vervoerder acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat andere oorzaken van de betreffende schade zijn uitgesloten. De FOD betreft een (als gevolg van een van buitenkomende oorzaak ontstaan) vliegveiligheidsprobleem als bedoeld in de Verordening. Het vliegtuig kon immers vanwege de vliegveiligheidscontrole en daarop volgende noodzakelijke reparatie(s) haar weg niet vervolgen. De vervoerder heeft bovendien voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de vertraging op de eindbestemming zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen niet had kunnen vermijden. De vlucht naar Minneapolis is zo snel mogelijk (met een vervangend toestel) uitgevoerd, waarna de passagiers zijn omgeboekt op een alternatieve vlucht naar Denver. Dit vormt naar het oordeel van de kantonrechter een redelijke maatregel. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter