Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:4109
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,144 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 11462667 BM VERZ 24-3188 sc
Uitspraakdatum: 9 april 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
Aangenaam Els B.V. t.h.o.d.n Aangenaam Bewind,
gevestigd te Warmenhuizen,
hierna ook te noemen: bewindvoerder.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek, ter griffie ingekomen op 17 december 2024;
de mail van verzoeker van 20 januari 2025;
het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 20 januari 2025;
de brief van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 18 maart 2025.
Op 24 maart 2025 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 14 juli 2021 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren op grond van zijn geestelijke of lichamelijke toestand.
Verzoeker stelt dat hij zelden om extra geld heeft gevraagd en nooit lastig heeft gedaan. Verder zou normale communicatie met de bewindvoerder niet meer mogelijk zijn en de bewindvoerder reageert niet op verzoeken om inzage in de financiën. Nu het al een hele tijd weer goed met hem gaat, wil verzoeker zijn geldzaken weer zelf regelen en zijn schulden zelf oppakken.
De bewindvoerder voert aan dat doordat verzoeker zich niet houdt aan gemaakte afspraken het MSNP-traject voortijdig is beëindigd. Ook is zijn recht op bijzondere bijstand (voor het salaris van de bewindvoerder) ingetrokken omdat hij geen gegevens aan wilde leveren over bepaalde transacties. Verzoeker heeft verder zijn leefgeldrekening stop laten zetten bij het UWV. De bewindvoerder heeft met verzoeker besproken dat deze actie verregaande consequenties heeft, maar verzoeker overziet de consequenties niet. Daarom verzocht de bewindvoerder aanvankelijk om het verzoek tot opheffing van het bewind af te wijzen, maar heeft in haar laatste brief van 18 maart 2025 geschreven dat zij terugkomt op haar eerder verzonden reactie en alsnog akkoord gaat met opheffing van het bewind. Desgevraagd heeft de bewindvoerder ter zitting aangegeven dat zij heeft ingestemd met opheffing van het bewind omdat zij door dreigementen van verzoeker niet langer wil optreden als bewindvoerder van verzoeker.
Verzoeker heeft ter zitting ontkend te hebben gedreigd maar wel aangegeven dat hij misschien niet altijd heel vriendelijk is geweest. Verder zou de Wajong-uitkering weer zijn opgestart en heeft hij ondersteuning gevraagd van een budgetcoach van Socius Maatschappelijk Dienstverleners in Beverwijk.
Ingevolge artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen.
De kantonrechter overweegt dat hij geen aanleiding ziet te twijfelen aan de juistheid van de stelling van bewindvoerder dat zij is bedreigd door verzoeker. Bovendien is de bijzondere bijstand ingetrokken waardoor vooralsnog geen financiële middelen zijn om het salaris van een (eventuele nieuwe) bewindvoerder te voldoen. Onder deze omstandigheden is voortzetting van het bewind niet langer zinvol. Hoewel niet aannemelijk is gemaakt dat de grondslag voor het bewind niet meer bestaat, zal de kantonrechter het bewind opheffen.
Dictum
De kantonrechter:
heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 14 juli 2021 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [verzoeker] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 248,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter