Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:3985
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,102 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11325116 \ CV EXPL 24-6772
Uitspraakdatum: 9 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de vennootschap naar het recht harer vestiging
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Badhoevedorp
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: [gemachtigde]
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een verborgen fabricagefout. Het betoog van de vervoerder faalt. De vordering van AirHelp wordt daarom toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 5 juni 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Antalya Airport (Turkije), met vlucht CD367 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder stelt in dit verband dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd als gevolg van een gebrek aan de “quick-disconnect koppeling” van het toestel, waardoor het toestel in verband met de vliegveiligheid niet kon vertrekken. De vervoerder heeft aangevoerd dat het gaat om een splinternieuw toestel type Boeing 737 MAX (9) uit de vierde generatie van Boeing 737 vliegtuigen met registratienummer PH-CDR. Tijdens de uitvoering van een vlucht van Palma de Mallorca naar Amsterdam op 4 juni 2024 ontvingen de piloten van het toestel een “Master Caution” waarschuwing. De hydraulische druk in “Systeem A” was veel te laag. Volgens de vervoerder moet het gebrek aan de koppeling worden aangemerkt als een verborgen fabricagefout, waardoor dit technisch mankement een buitengewone omstandigheid oplevert.
4.4.
Ter onderbouwing van zijn verweer heeft de vervoerder onder meer de Flight Logs van het toestel overgelegd. Hieruit blijkt dat het mankement is ontdekt door een team van door de vervoerder ingeschakelde engineers. Het toestel is op 25 april 2024 door Boeing geleverd en was dus nog nieuw. Daarom was er nog geen onderhoud aan het betreffende hydraulische systeem uitgevoerd. Dit maakt dat sprake is van een verborgen fabricagefout, aldus de vervoerder.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat een technisch mankement of een indicatie daarvan, in beginsel moet worden beschouwd als inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van een vervoerder en daarom geen buitengewone omstandigheid oplevert. Dit geldt alleen onder meer niet in gevallen waarin de fabrikant van de toestellen waaruit de vloot van de betrokken luchtvaartmaatschappij is samengesteld, of een bevoegde autoriteit, zou bekendmaken dat deze toestellen – die reeds in dienst zijn – een verborgen fabricagefout vertonen die gevolgen heeft voor de vliegveiligheid. Weliswaar heeft Boeing bevestigd dat er drukverlies kan ontstaan als gevolg van een verkeerd geïnstalleerde “quick-disconnect koppeling”, maar dit is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een verborgen fabricagefout. Een dergelijk mankement kan worden aangemerkt als een onverwachte gebeurtenis, maar blijft wezenlijk verbonden met het zeer complexe systeem voor de werking van het toestel, dat door de vervoerder onder, met name meteorologisch, vaak moeilijke en zelfs extreme omstandigheden wordt gebruikt. Derhalve moet worden aangenomen dat die onverwachte gebeurtenis inherent is aan de normale uitoefening van het bedrijf van de vervoerder, omdat die vervoerder gewoonlijk met dit soort onverwachte technische problemen wordt geconfronteerd. Bovendien is gesteld noch gebleken dat meerdere toestellen last hebben gehad van hetzelfde technisch mankement. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vertraging van de vlucht niet te wijten is aan een buitengewone omstandigheid. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te beperken. De door AirHelp gevorderde hoofdsom zal daarom worden toegewezen. De over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
4.6.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2024 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 130,00;salaris gemachtigde € 164,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
HvJEU 17 september 2015, C-257/14, ECLI:EU:C:2015:618.