Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-09
ECLI:NL:RBNHO:2025:3918
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,882 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 6590354 \ CV EXPL 18-334
Uitspraakdatum: 9 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1
[eiser 1], wonende te [plaats 1]
2. [eiser 2]wonende te [plaats 2]
3. [eiser 3]wonende te [plaats 3]
4. [eiser 4],
5. [eiser 5],
6. [eiser 6]
7. [eiser 7]
allen wonende te [plaats 4]8. [eiser 8], wonende te [plaats 5]9. [eiser 9]10. [eiser 10]beiden wonende te [plaats 6]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Easyjet Airline Company Limited
gevestigd te Cardiff, Verenigd Koninkrijk
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk doorwerking van vertraging bij het ijsvrij maken (de-icing) van het toestel. Het betoog van de vervoerder slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd wat de oorzaak was van de overige vertraging van de vlucht. Door de duur van de overige vertraging kan niet worden geoordeeld dat de uiteindelijke langdurige vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarom worden de vorderingen van de passagiers toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 10 februari 2017 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Londen, Verenigd Koninkrijk, met vlucht U2 2160 dan wel EZY2160 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 544,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de langdurige vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Londen – Keflavik (IJsland) – Londen – Amsterdam – Londen (vluchtnummers EZY2295, EZY2296, EZY2159 en EZY2160). Vlucht EZY2295 van Londen naar Keflavik vertrok 53 minuten later vanwege vertraging bij het ijsvrij maken van het toestel. Deze vlucht is uiteindelijk met 1 uur en 2 minuten vertraging aangekomen. Deze vertraging werkte door naar vlucht EZY2296 van Keflavik naar Londen. Vlucht EZY2296 heeft vervolgens nog eens 1 uur en 6 minuten vertraging opgelopen vanwege de omstandigheden (vertragingen bij het ijsvrij maken) op de luchthaven van Londen. Uiteindelijk is vlucht EZY2296 met 1 uur en 56 minuten vertraging uitgevoerd. Deze vertraging werkte door op vlucht EZY2159 en daarna op de vlucht in kwestie. Ook moest er een nieuwe bemanning worden ingezet omdat deze uit de uren liep vanwege de vertraging. Uiteindelijk is de vlucht in kwestie met ruim vier uur vertraging uitgevoerd. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer verschillende vluchtrapporten overgelegd.
4.4.
De passagiers betwisten dit. Zij erkennen dat vlucht EZY2295 deels vertraagd is door het ijsvrij moeten maken van het toestel, maar betwisten dat dit een buitengewone omstandigheid is. Ook voeren zij aan dat er in de door de vervoerder overgelegde vluchtrapporten meerdere vertragingsoorzaken staan vermeld. Daarom is het niet duidelijk wat de overige vertraging heeft veroorzaakt, aldus de passagiers.
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. De vervoerder heeft voldoende onderbouwd dat 53 minuten van de vertrekvertraging van vlucht EZY2295 het gevolg waren van de vertraging bij het ijsvrij maken van het toestel. Hij heeft eveneens voldoende onderbouwd dat deze vertraging doorwerkte op vlucht EZY2296. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder echter niet voldoende toegelicht wat de oorzaak was van de aanvullende vertraging van 1 uur en 6 minuten van vlucht EZY2296. Weliswaar stelt hij dat dit te wijten was aan vertragingen bij het ijsvrij maken op de luchthaven van Londen, maar hij heeft niet toegelicht hoe en waarom deze omstandigheden van invloed waren op de uitvoering van vlucht EZY2296, die immers vertrok vanaf Keflavik en aankwam in Londen. Daarom kan niet worden geoordeeld dat deze vertraging van vlucht EZY2296 het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
4.6.
De vervoerder heeft wel voldoende onderbouwd dat deze vertraging vervolgens doorwerkte op de vluchten EZY2159 en de vlucht in kwestie en dat de vlucht uiteindelijk met ruim vier uur vertraging is uitgevoerd. Hij heeft echter niet toegelicht wat de oorzaak was van de aanvullende vertraging en of en in hoeverre deze het gevolg was van de inzet van een nieuwe bemanning. Daarom kan ook niet worden geoordeeld dat de aanvullende vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
4.7.
Gelet op het voorgaande hoeft de vraag of het ijsvrij maken van het toestel geldt als een buitengewone omstandigheid, geen bespreking meer. Het Hof heeft immers geoordeeld dat in het geval dat een vlucht meer dan drie uur vertraging heeft opgelopen en deze vertraging niet alleen is veroorzaakt door buitengewone, maar ook door andere omstandigheden, de vertraging die valt toe te rekenen aan de buitengewone omstandigheid moet worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging van de vlucht, om zo te bepalen of er compensatie moet worden betaald. In dit geval staat als onbetwist vast dat de vlucht in kwestie met een aankomstvertraging van 4 uur en 1 minuut is uitgevoerd. Volgens de vervoerder is hiervan 53 minuten (direct) veroorzaakt door het ijsvrij maken van het toestel op vlucht EZY2295. Van de overige vertragingsoorzaken is niet vast komen te staan dat deze kwalificeren als buitengewone omstandigheden. Dit betekent dat ook als vast zou komen te staan dat de vertraging vanwege het ijsvrij maken van het toestel geldt als een buitengewone omstandigheid, er een vertraging van meer dan drie uur overblijft vanwege niet-buitengewone omstandigheden. Dat betekent dat de langdurige vertraging van de passagiers niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarom moet de vervoerder compenseren. De vorderingen van de passagiers zullen worden toegewezen. De over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente is als anderszins onbetwist eveneens toewijsbaar.
4.8.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft deze vordering betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.9.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 februari 2017 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 97,31;griffierecht € 226,00;salaris gemachtigde € 595,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 119,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
HvJEU 4 mei 2017, C-315/15, ECLI:EU:C:2017:342.