Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-13
ECLI:NL:RBNHO:2025:3804
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,655 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 11157429 BZ VERZ 24-3374 MO
Uitspraakdatum: 13 maart 2025
Beschikking van de kantonrechter
in het bewind van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene,
van wie thans bewindvoerder is:
[bewindvoerder],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: bewindvoerder.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
de rekening en verantwoording over 2023, ter griffie ingekomen op 13 juni 2024;
de brieven van de griffier, verstuurd op 1 juli 2024, 16 juli 2024, 13 augustus 2024, 15 augustus 2024, 17 september 2024, 23 oktober 2024, 14 november 2024 en 17 december 2024;
de toelichting van de bewindvoerder, ontvangen op 14 juli 2024, 14 augustus 2024, 9 september 2024, 24 oktober 2024 en 18 december 2024;
de bereidverklaring van M.M. Pieterse en E. Blüm, vennoten van BBT Bewindvoering.
Een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 februari 2025.
Beoordeling
Bij beschikking van 25 juli 1990 is een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand. Bij beschikking van 1 november 2021 is de huidige bewindvoerder benoemd.
Op 13 juni 2024 heeft de kantonrechter de rekening en verantwoording over 2023 ontvangen. In deze rekening en verantwoording heeft de bewindvoerder de uitgavenpost ‘kosten administratie’ opgenomen voor een bedrag van € 8.899,00. Uit de specificatie blijkt dat er tweemaal een bedrag van € 3.630,00 is afgeschreven wegens ‘overname administratiekantoor’ en een bedrag van € 1.200,00 voor ‘belastingaangifte administratiekantoor’. Bewindvoerder heeft daarnaast ook nog de beloning voor bewindvoerder gerekend van € 675,00 voor 2023. Schriftelijk heeft bewindvoerder toegelicht dat het inschakelen van een administratiekantoor noodzakelijk was voor de administratieve werkzaamheden en het laten verzorgen van de aangifte inkomstenbelasting. Vervolgens zijn door de griffier de gespecificeerde facturen opgevraagd en ontvangen, maar deze specificaties verklaren niet de hoogte van de facturen. De kantonrechter heeft daarop geoordeeld dat bewindvoerder een bedrag van € 8.470,00 dient terug te betalen aan betrokkene vóór 13 december 2024. Bewindvoerder heeft vervolgens schriftelijk te kennen gegeven dat hij betreurt dat de specificaties niet voldoende inzicht geven en dat hij altijd getracht heeft om transparant en zorgvuldig te handelen. Bewindvoerder is echter niet in staat om het bedrag in één keer te voldoen en hij wenst het graag in 120 termijnen terug te betalen.
Bewindvoerder is vervolgens opgeroepen voor een onderhoud met de kantonrechter. Ter zitting is navraag gedaan naar de gang van zaken, en heeft bewindvoerder erkend dat het administratiebedrijf dat hij heeft ingeschakeld zijn eigen bedrijf betreft.
Uitgangspunt is dat voor niet gebruikelijke uitgaven (in de regel: meer dan € 2.000,00) vooraf machtiging aan de kantonrechter dient te worden gevraagd. Bewindvoerder heeft dit nagelaten. Ter zitting is bovendien gebleken dat bewindvoerder geen open kaart heeft gespeeld door in zijn schriftelijke toelichting op de uitgaven te suggereren dat hij administratieve werkzaamheden heeft uitbesteed aan een derde, terwijl hij in feite voor zijn werkzaamheden als bewindvoerder - waarvoor hij op grond van de wet alleen aanspraak kan maken op een forfaitaire vergoeding van € 675,00 - aan zichzelf heeft gefactureerd. Bewindvoerder heeft nog geen begin van een onderbouwing kunnen geven van de aard van de werkzaamheden die een vergoeding van het buitensporige bedrag van € 8.470,00 zouden kunnen rechtvaardigen. Bewindvoerder dient dit bedrag onmiddellijk terug te betalen aan betrokkene.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat er sprake is van gewichtige redenen op grond waarvan de bewindvoerder moet worden ontslagen.
Op 24 februari 2025 hebben M.M. Pieterse en E. Blüm, vennoten van BBT Bewindvoering, zich bereid verklaard om tot opvolgend bewindvoerders te worden benoemd.
Nu van bezwaren tegen benoeming van de voorgestelde bewindvoerders, zal de kantonrechter de voorgestelde bewindvoerders benoemen.
De kantonrechter geeft aan opvolgend bewindvoerders de opdracht om voormeld bedrag van € 8.470,00 te verhalen op [bewindvoerder] indien hij niet vrijwillig tot terugbetaling overgaat binnen een week na dagtekening van deze beschikking.
De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen bewindvoerders voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 660,00 (exclusief btw).
Dictum
De kantonrechter:
ontslaat, met ingang van heden, als bewindvoerder: [bewindvoerder];
benoemt met ingang van heden tot bewindvoerders, zowel tezamen als ieder afzonderlijk bevoegd: M.M. Pieterse en E. Blüm, vennoten van BBT Bewindvoering, Kvk-nummer 84961430, correspondentieadres: Schuijteskade 16, 1621 DE Hoorn;
veroordeelt [bewindvoerder] tot terugbetaling van € 8.470,00 aan betrokkene;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
stelt de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vast op een bedrag van € 660,00 (exclusief btw).
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak (dit dient te geschieden door een advocaat). OBB30