Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-02
ECLI:NL:RBNHO:2025:3736
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,488 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11403478 \ CV EXPL 24-8035
Uitspraakdatum: 2 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de vennootschap naar het recht harer vestiging
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Badhoevedorp
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: [gemachtigde]
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Antalya. De kantonrechter oordeelt echter dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat hij de geplande aankomsttijd van de vlucht niet heeft gewijzigd. Derhalve zijn de passagiers met minder dan drie uur vertraging aangekomen op de eindbestemming. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 10 mei 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Antalya Airport (Turkije), met vlucht CD561 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers hebben hun vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp.
2.3.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Antalya.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
In geschil is of de vertraging van de passagiers op de eindbestemming meer dan drie uur bedraagt.
4.3.
AirHelp stelt dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming. Ter onderbouwing heeft zij een e-mail van 9 mei 2024 overgelegd. Hieruit volgt dat de geplande aankomsttijd van de vlucht 21:00 uur (lokale tijd) betrof. Nu de deuren zijn geopend om 00:14 uur (lokale tijd) zijn de passagiers met een vertraging van 3 uur en 14 minuten op de eindbestemming gearriveerd, aldus AirHelp. De kantonrechter merkt echter op dat deze e-mail is gericht aan een andere passagier. Het had op de weg van AirHelp gelegen om haar stelling voldoende te onderbouwen. De bewijslast van de gestelde vertraging rust namelijk op AirHelp. Zij beroept zich immers op het rechtsgevolg van die stelling, te weten het recht op compensatie.
4.4.
Daartegenover heeft de vervoerder namelijk aangevoerd dat de geplande aankomsttijd van de vlucht altijd 21:20 uur (lokale tijd) is geweest. Ter onderbouwing van zijn verweer heeft hij een e-mail van 25 april 2024 met de vliegtickets overgelegd. Hiermee heeft de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter voldoende onderbouwd dat hij de geplande aankomsttijd van de vlucht niet heeft gewijzigd.
4.5.
Als onbetwist is komen vast te staan dat de passagiers om 00:14 uur (lokale tijd) zijn aangekomen te Antalya. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de passagiers met minder dan drie uur vertraging zijn aangekomen op de eindbestemming. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
4.6.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 150 Rv.