Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-04-02
ECLI:NL:RBNHO:2025:3735
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,738 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11167482 \ CV EXPL 24-4085
Uitspraakdatum: 2 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Xiamen Airlines
gevestigd te Xiamen (China)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. D. Korzec (Liance Law)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert echter aan dat hij niet gehouden is AirHelp te compenseren, nu er sprake was van een schemawijziging en hij de passagier hier tijdig over heeft geïnformeerd. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van AirHelp wordt daarom toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Xiamen Gaoqi International Airport (China) naar Bangkok Suvarnabhumi Airport (Thailand) op 4 en 5 januari 2024, met de vluchtcombinatie MF812 en MF833.
2.2.
De vervoerder heeft het schema van vlucht MF812 van Amsterdam naar Xiamen (hierna: de vlucht) gewijzigd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de schemawijziging en de vertraging op de eindbestemming moet compenseren met een bedrag van € 600,00.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat het reisschema van de passagier is gewijzigd en dat zij daardoor met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder de schemawijziging tijdig aan de passagier heeft medegedeeld.
4.3.
De vervoerder voert aan dat hij de schemawijziging meer dan twee weken van tevoren aan de passagier heeft medegedeeld. Hij verwijst daarbij naar een schermafbeelding van een intern systeem. Hieruit blijkt dat er op 16 december 2023 een e-mail is verstuurd naar het e-mailadres van de passagier, aldus de vervoerder.
4.4.
AirHelp betwist niet dat de passagier tijdig op de hoogte is gesteld van de gewijzigde vertrektijd van de vlucht. Zij betwist echter dat dit eveneens het geval is geweest voor de omboeking. De passagier kreeg namelijk op de dag van vertrek te horen dat haar overstap niet meer haalbaar was en dat er een vervangende vlucht zou worden ingezet op een later tijdstip, aldus AirHelp. De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat hij de passagier in voornoemde e-mail heeft geïnformeerd over de mogelijkheid van het missen van aansluitende vluchten en dat het daarom voor de passagier direct duidelijk was dat zij haar overstap zou missen.
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. De verantwoordelijkheid om de passagier te informeren over een wijziging in het reisschema ligt bij de vervoerder. De enkele mededeling dat een vluchtwijziging gevolgen kan hebben voor een overstap is daartoe echter onvoldoende. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat de passagier tijdig op de hoogte was van de omboeking. Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de gevorderde hoofdsom worden toegewezen. De over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
4.6.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2024 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 328,00;salaris gemachtigde € 270,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 1 sub c onder i (analoog).
HvJEU 11 mei 2017, C-302/16, ECLI:EU:C:2017:359.