Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-19
ECLI:NL:RBNHO:2025:3715
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
5,220 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7746566 \ CV EXPL 19-5949
Uitspraakdatum: 19 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff en mr. M.J.R. Hannink (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc.
gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de-icing van het toestel en de gevolgen daarvan. Door deze vertraging heeft de passagier zijn aansluitende vluchten gemist. Het betoog van de vervoerder slaagt. Daarom zal de vordering van de passagier worden afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 11 februari 2017 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar SFO International Airport, San Francisco (Verenigde Staten), met vluchtcombinatie BA431 en BA287.
2.2.
Vlucht BA431 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagier zijn aansluitende vlucht heeft gemist. Hierdoor is de passagier met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden en de gevolgen daarvan. In dit verband heeft hij het volgende aangevoerd. Op de oorspronkelijke tijdstip dat de vlucht moest vertrekken hadden de luchthavens Schiphol en Heathrow Airport te kampen met zeer slechte weersomstandigheden, namelijk sneeuw en vriezen. Daarom moest het toestel eerst een ijsbehandeling ondergaan (ook: ‘de-icing’). ‘De-icing’ is slechts beperkt houdbaar en moet daarom kort voor vertrek worden uitgevoerd. De vlucht is door verschillende omstandigheden vertraagd uitgevoerd. De vertragingen bestaan uit de vertraagde aankomst van de vorige vlucht, 118 minuten vertraging ‘slot delays’ door een vertraging bij het ‘de-icen’, 56 minuten vertraging door een lange taxitijd en meer dan een uur vertraging op Heathrow Airport door het niet beschikbaar zijn van een stand. De vertraging bij het ‘de-icen’ was het gevolg van drukte en technische problemen bij de installatie. Met betrekking tot de lange taxitijd voert de vervoerder aan dat hij bij aankomst op de luchthaven volledig afhankelijk is van de luchtverkeersleiding en kon ook niet eerder vertrekken. Deze omstandigheden zijn niet inherent aan de normale uitoefening van een luchtvaartonderneming. Zelfs als de lange taxitijd niet aan te merken is als een buitengewone omstandigheid, had de passagier alsnog de vlucht gemist door de vertraging van 2 uur door de ‘de-icing’ en ‘slot delays’. De MCT (‘Minimum Connecting Time’) op Heathrow Airport is 90 minuten. De passagier had 2 uur en 50 minuten om de overstap te halen en elke vertraging van meer dan 80 minuten zou leiden tot het missen van de aansluitende vlucht. De ‘de-icing’ en ‘slot delays’ zorgden al voor een vertraging van 122 minuten. Ter onderbouwing heeft de vervoerder een onderzoeksrapport, METAR-gegevens, Logboeken, ‘OPNL Legs Report’ en ‘CFMU Slot Delay Messages’ overgelegd.
4.4.
De passagier betwist dit. Volgens hem blijkt de oorzaak van de vertraging niet uit de door de vervoerder overgelegde documenten. Deze documenten zijn niet voldoende om aan te tonen dat er sprake was van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft interne documenten en een METAR-rapport overgelegd, maar hieruit blijkt niet dat het weer zodanig slecht was dat er niet gevlogen kon worden. Daarnaast had de vervoerder moeten anticiperen op de winterse weersomstandigheden, nu winterweer in februari in Nederland geen verassing kan zijn. De vlucht is daarom vertraagd door het ‘de-icen’ en niet als gevolg van de weersomstandigheden. Het ‘de-icen’ van een toestel is inherent aan het voeren van een luchtvaartonderneming. Daarnaast is het moeten wachten in de rij voor de ‘de-icing’ vanwege de drukte en technische problemen niet een buitengewone omstandigheid. Een vertraging veroorzaakt door de grondafhandelaar is de verantwoordelijkheid van de vervoerder. Met betrekking tot het verweer van de vervoerder over de lange taxitijd heeft hij op geen enkele wijze onderbouwd waarom dit aangemerkt dient te worden als een buitengewone omstandigheid. Het moeten wachten op een stand tot een ander toestel vertrekt is geen buitengewone omstandigheid, omdat de vervoerder een grootgebruiker is van luchthaven Heathrow Airport. Daarom had de vervoerder invloed op de situatie dat een ander toestel de stand bezet hield, aldus de passagier.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat zowel het wachten op de-icing als de uitvoering van de de-icing procedure kunnen worden aangemerkt als buitengewone omstandigheden, mits voldoende onderbouwd. De vervoerder heeft voldoende onderbouwd dat hij afhankelijk is van de luchtverkeersleiding en de faciliteiten van Schiphol. De vervoerder heeft daarbij ook voldoende aangetoond dat de wachttijd wordt bepaald door de luchtverkeersleiding en dat de vervoerder hierop geen invloed kan uitoefenen. Hetzelfde geldt voor de lange taxitijd bij het aankomen op de luchthaven in Londen. Gelet op deze en alle overige omstandigheden van het onderhavige geval is de kantonrechter dan ook van oordeel dat de vertraging is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden. De omstandigheid dat winterweer in februari niet als een verrassing voor de vervoerder kan komen maakt dit niet anders. Van de vervoerder kan niet worden verwacht dat hij bij de planning van zijn vluchten rekening houdt met de mogelijke omstandigheid dat een toestel moet worden ‘ge-de-iced’. Het feit dat de vlucht óók is vertraagd door niet-buitengewone omstandigheden is in dit kader van ondergeschikt belang. Immers, deze niet-buitengewone omstandigheden hebben bij elkaar tot een vertraging van minder dan drie uur geleid.
4.6.
De vraag die de kantonrechter vervolgens dient te beantwoorden is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen binnen zijn invloedsfeer om de vertraging van de passagier op de eindbestemming te beperken. De vervoerder voert aan dat hij alles in het werk heeft gesteld om de vertraging te voorkomen en de passagier zo snel mogelijk naar de eindbestemming te vervoeren. Het inzetten van een ander toestel had geen zin, want het toestel zou dan ook ‘ge-de-iced’ moeten worden. De passagier heeft dit niet betwist. De vordering van de passagier wordt afgewezen.
4.7.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7746566 \ CV EXPL 19-5949
Uitspraakdatum: 19 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff en mr. M.J.R. Hannink (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc.
gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de-icing van het toestel en de gevolgen daarvan. Door deze vertraging heeft de passagier zijn aansluitende vluchten gemist. Het betoog van de vervoerder slaagt. Daarom zal de vordering van de passagier worden afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 11 februari 2017 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar SFO International Airport, San Francisco (Verenigde Staten), met vluchtcombinatie BA431 en BA287.
2.2.
Vlucht BA431 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagier zijn aansluitende vlucht heeft gemist. Hierdoor is de passagier met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden en de gevolgen daarvan. In dit verband heeft hij het volgende aangevoerd. Op de oorspronkelijke tijdstip dat de vlucht moest vertrekken hadden de luchthavens Schiphol en Heathrow Airport te kampen met zeer slechte weersomstandigheden, namelijk sneeuw en vriezen. Daarom moest het toestel eerst een ijsbehandeling ondergaan (ook: ‘de-icing’). ‘De-icing’ is slechts beperkt houdbaar en moet daarom kort voor vertrek worden uitgevoerd. De vlucht is door verschillende omstandigheden vertraagd uitgevoerd. De vertragingen bestaan uit de vertraagde aankomst van de vorige vlucht, 118 minuten vertraging ‘slot delays’ door een vertraging bij het ‘de-icen’, 56 minuten vertraging door een lange taxitijd en meer dan een uur vertraging op Heathrow Airport door het niet beschikbaar zijn van een stand. De vertraging bij het ‘de-icen’ was het gevolg van drukte en technische problemen bij de installatie. Met betrekking tot de lange taxitijd voert de vervoerder aan dat hij bij aankomst op de luchthaven volledig afhankelijk is van de luchtverkeersleiding en kon ook niet eerder vertrekken. Deze omstandigheden zijn niet inherent aan de normale uitoefening van een luchtvaartonderneming. Zelfs als de lange taxitijd niet aan te merken is als een buitengewone omstandigheid, had de passagier alsnog de vlucht gemist door de vertraging van 2 uur door de ‘de-icing’ en ‘slot delays’. De MCT (‘Minimum Connecting Time’) op Heathrow Airport is 90 minuten. De passagier had 2 uur en 50 minuten om de overstap te halen en elke vertraging van meer dan 80 minuten zou leiden tot het missen van de aansluitende vlucht. De ‘de-icing’ en ‘slot delays’ zorgden al voor een vertraging van 122 minuten. Ter onderbouwing heeft de vervoerder een onderzoeksrapport, METAR-gegevens, Logboeken, ‘OPNL Legs Report’ en ‘CFMU Slot Delay Messages’ overgelegd.
4.4.
De passagier betwist dit. Volgens hem blijkt de oorzaak van de vertraging niet uit de door de vervoerder overgelegde documenten. Deze documenten zijn niet voldoende om aan te tonen dat er sprake was van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft interne documenten en een METAR-rapport overgelegd, maar hieruit blijkt niet dat het weer zodanig slecht was dat er niet gevlogen kon worden. Daarnaast had de vervoerder moeten anticiperen op de winterse weersomstandigheden, nu winterweer in februari in Nederland geen verassing kan zijn. De vlucht is daarom vertraagd door het ‘de-icen’ en niet als gevolg van de weersomstandigheden. Het ‘de-icen’ van een toestel is inherent aan het voeren van een luchtvaartonderneming. Daarnaast is het moeten wachten in de rij voor de ‘de-icing’ vanwege de drukte en technische problemen niet een buitengewone omstandigheid. Een vertraging veroorzaakt door de grondafhandelaar is de verantwoordelijkheid van de vervoerder. Met betrekking tot het verweer van de vervoerder over de lange taxitijd heeft hij op geen enkele wijze onderbouwd waarom dit aangemerkt dient te worden als een buitengewone omstandigheid. Het moeten wachten op een stand tot een ander toestel vertrekt is geen buitengewone omstandigheid, omdat de vervoerder een grootgebruiker is van luchthaven Heathrow Airport. Daarom had de vervoerder invloed op de situatie dat een ander toestel de stand bezet hield, aldus de passagier.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat zowel het wachten op de-icing als de uitvoering van de de-icing procedure kunnen worden aangemerkt als buitengewone omstandigheden, mits voldoende onderbouwd. De vervoerder heeft voldoende onderbouwd dat hij afhankelijk is van de luchtverkeersleiding en de faciliteiten van Schiphol. De vervoerder heeft daarbij ook voldoende aangetoond dat de wachttijd wordt bepaald door de luchtverkeersleiding en dat de vervoerder hierop geen invloed kan uitoefenen. Hetzelfde geldt voor de lange taxitijd bij het aankomen op de luchthaven in Londen. Gelet op deze en alle overige omstandigheden van het onderhavige geval is de kantonrechter dan ook van oordeel dat de vertraging is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden. De omstandigheid dat winterweer in februari niet als een verrassing voor de vervoerder kan komen maakt dit niet anders. Van de vervoerder kan niet worden verwacht dat hij bij de planning van zijn vluchten rekening houdt met de mogelijke omstandigheid dat een toestel moet worden ‘ge-de-iced’. Het feit dat de vlucht óók is vertraagd door niet-buitengewone omstandigheden is in dit kader van ondergeschikt belang. Immers, deze niet-buitengewone omstandigheden hebben bij elkaar tot een vertraging van minder dan drie uur geleid.
4.6.
De vraag die de kantonrechter vervolgens dient te beantwoorden is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen binnen zijn invloedsfeer om de vertraging van de passagier op de eindbestemming te beperken. De vervoerder voert aan dat hij alles in het werk heeft gesteld om de vertraging te voorkomen en de passagier zo snel mogelijk naar de eindbestemming te vervoeren. Het inzetten van een ander toestel had geen zin, want het toestel zou dan ook ‘ge-de-iced’ moeten worden. De passagier heeft dit niet betwist. De vordering van de passagier wordt afgewezen.
4.7.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter