Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-02-12
ECLI:NL:RBNHO:2025:3712
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,508 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10820529 \ CV EXPL 23-7748
Uitspraakdatum: 12 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Egyptair Airlines Company
gevestigd te Caïro (Egypte)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk capaciteitsreductie als gevolg van de coronapandemie. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van AirHelp wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 25 november 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Caïro International Airport naar Jomo Kenyatta International Airport (Nairobi), met vluchtcombinatie MS758 en MS849.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder was de vlucht onderdeel van een rotatievlucht Caïro-Amsterdam-Caïro (MS757 en MS758). Vlucht MS757 is met een vertraging van 1 uur en 41 minuten in Amsterdam aangekomen, omdat het toestel in Caïro moest wachten op toestemming om te vertrekken naar Amsterdam. Door de capaciteitsreductie kon er minder luchtverkeer uitgevoerd worden dan gepland. Door de coronapandemie is er een personeelstekort ontstaan op Schiphol. Dit personeelstekort heeft direct of indirect geleid tot lange wachtrijen bij de security (congestie) en capaciteitsreductie. Uit de vluchtgegevens van de vlucht in kwestie blijkt dat de vertraging van de vlucht in kwestie twee oorzaken had: 1 uur en 41 minuten vertraging door de late aankomst van de voorgaande vlucht en 24 minuten vertraging door ATFM slotrestricties. De 24 minuten vertraging bestaat uit het wachten op passagiers en bagageafhandelaars en het wachten op toestemming om te vertrekken, omdat het toestel in de wachtrij stond. Ter onderbouwing van zijn verweer verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtgegevens van de vlucht in kwestie, nieuwsberichten en een bericht van Schiphol. De vervoerder doet ten aanzien van beide vertragingsoorzaken een beroep op buitengewone omstandigheden. De luchtverkeersleiding is de bevoegde instantie om de capaciteit van een luchthaven naar beneden bij te stellen. Indien deze buitengewone omstandigheden zich niet hadden voor gedaan, had de passagier de aansluitende vlucht kunnen halen.
4.4.
AirHelp betwist dit. Zij voeren daartoe aan dat uit de door de vervoerder overgelegde nieuwsberichten niet blijkt dat deze beperkingen ook invloed hadden op de vlucht in kwestie. De nieuwsberichten die de vervoerder heeft overgelegd zijn van een datum eerder dan de vlucht in kwestie. Deze tonen niet aan dat op de datum van de vlucht in kwestie sprake was van capaciteitsreductie. Daarnaast stelt zij dat drukte op een luchthaven inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. Dit vormt geen reden voor de vervoerder om de vlucht vertraagd uit te laten voeren. De vervoerder had tijdig kunnen vertrekken ook als niet alle passagiers aan boord van het toestel waren. Weliswaar was er sprake van drukte op de luchthaven, maar de vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd hoe deze drukte van invloed is geweest op de uitvoering van de vlucht in kwestie. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om vluchtrapporten en slotberichten over te leggen, waaruit blijkt dat het toestel niet mocht vertrekken van de luchtverkeersleiding, aldus AirHelp.
4.5.
De vervoerder brengt hier tegenin dat hij in de ‘explanation letter’ heeft aangegeven dat het vliegverkeer gereduceerd is van 17 juni 2022 tot en met januari 2023.
4.6.
De kantonrechter oordeelt dat het betoog van AirHelp slaagt. De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd met stukken dat er sprake was van een capaciteitsreductie op Schiphol op de dag van de vlucht in kwestie. De vervoerder heeft ook geen stukken overgelegd van de voorgaande vlucht waaruit vastgesteld kan worden dat het toestel moest wachten op toestemming om te mogen vertrekken. Weliswaar stelt de vervoerder in de ‘explanation letter’ dat er tot januari 2023 minder vluchtverkeer is toegestaan, maar hij heeft dit niet onderbouwd met stukken. Daarom is niet vast komen te staan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vordering tot de hoofdsom zal worden toegewezen aan AirHelp.
4.7.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 november 2022, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 129,14;griffierecht € 322,00;salaris gemachtigde € 270,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10820529 \ CV EXPL 23-7748
Uitspraakdatum: 12 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Egyptair Airlines Company
gevestigd te Caïro (Egypte)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk capaciteitsreductie als gevolg van de coronapandemie. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van AirHelp wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 25 november 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Caïro International Airport naar Jomo Kenyatta International Airport (Nairobi), met vluchtcombinatie MS758 en MS849.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder was de vlucht onderdeel van een rotatievlucht Caïro-Amsterdam-Caïro (MS757 en MS758). Vlucht MS757 is met een vertraging van 1 uur en 41 minuten in Amsterdam aangekomen, omdat het toestel in Caïro moest wachten op toestemming om te vertrekken naar Amsterdam. Door de capaciteitsreductie kon er minder luchtverkeer uitgevoerd worden dan gepland. Door de coronapandemie is er een personeelstekort ontstaan op Schiphol. Dit personeelstekort heeft direct of indirect geleid tot lange wachtrijen bij de security (congestie) en capaciteitsreductie. Uit de vluchtgegevens van de vlucht in kwestie blijkt dat de vertraging van de vlucht in kwestie twee oorzaken had: 1 uur en 41 minuten vertraging door de late aankomst van de voorgaande vlucht en 24 minuten vertraging door ATFM slotrestricties. De 24 minuten vertraging bestaat uit het wachten op passagiers en bagageafhandelaars en het wachten op toestemming om te vertrekken, omdat het toestel in de wachtrij stond. Ter onderbouwing van zijn verweer verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtgegevens van de vlucht in kwestie, nieuwsberichten en een bericht van Schiphol. De vervoerder doet ten aanzien van beide vertragingsoorzaken een beroep op buitengewone omstandigheden. De luchtverkeersleiding is de bevoegde instantie om de capaciteit van een luchthaven naar beneden bij te stellen. Indien deze buitengewone omstandigheden zich niet hadden voor gedaan, had de passagier de aansluitende vlucht kunnen halen.
4.4.
AirHelp betwist dit. Zij voeren daartoe aan dat uit de door de vervoerder overgelegde nieuwsberichten niet blijkt dat deze beperkingen ook invloed hadden op de vlucht in kwestie. De nieuwsberichten die de vervoerder heeft overgelegd zijn van een datum eerder dan de vlucht in kwestie. Deze tonen niet aan dat op de datum van de vlucht in kwestie sprake was van capaciteitsreductie. Daarnaast stelt zij dat drukte op een luchthaven inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. Dit vormt geen reden voor de vervoerder om de vlucht vertraagd uit te laten voeren. De vervoerder had tijdig kunnen vertrekken ook als niet alle passagiers aan boord van het toestel waren. Weliswaar was er sprake van drukte op de luchthaven, maar de vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd hoe deze drukte van invloed is geweest op de uitvoering van de vlucht in kwestie. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om vluchtrapporten en slotberichten over te leggen, waaruit blijkt dat het toestel niet mocht vertrekken van de luchtverkeersleiding, aldus AirHelp.
4.5.
De vervoerder brengt hier tegenin dat hij in de ‘explanation letter’ heeft aangegeven dat het vliegverkeer gereduceerd is van 17 juni 2022 tot en met januari 2023.
4.6.
De kantonrechter oordeelt dat het betoog van AirHelp slaagt. De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd met stukken dat er sprake was van een capaciteitsreductie op Schiphol op de dag van de vlucht in kwestie. De vervoerder heeft ook geen stukken overgelegd van de voorgaande vlucht waaruit vastgesteld kan worden dat het toestel moest wachten op toestemming om te mogen vertrekken. Weliswaar stelt de vervoerder in de ‘explanation letter’ dat er tot januari 2023 minder vluchtverkeer is toegestaan, maar hij heeft dit niet onderbouwd met stukken. Daarom is niet vast komen te staan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vordering tot de hoofdsom zal worden toegewezen aan AirHelp.
4.7.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 november 2022, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 129,14;griffierecht € 322,00;salaris gemachtigde € 270,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter