Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-15
ECLI:NL:RBNHO:2025:3708
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,035 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10647222 \ CV EXPL 23-5097
Uitspraakdatum: 15 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Egyptair Airlines Company
gevestigd te Caïro (Egypte)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten en Notarissen)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de tussenpersoon de passagiers tijdig geïnformeerd heeft over de annulering. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van AirHelp wordt toegewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 26 juli 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Caïro International Airport (Egypte), naar Luxor Airport (Egypte), met vluchtcombinatie MS758 en MS60.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht MS60 van Caïro naar Luxor (hierna: de vlucht) geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op het verweer van de vervoerder wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft erkend dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat hij de passagiers meer dan twee weken voor de uitvoering van de vlucht op de hoogte heeft gesteld van de annulering (artikel 5 lid 3 sub i van de Verordening).
De vervoerder stelt dat de passagiers hun vlucht hadden geboekt via tussenpersoon Supersaver (hierna: de tussenpersoon). Hij stelt dat hij de annulering van de vlucht op 1 juni 2022 aan de tussenpersoon heeft medegedeeld. Hij verwijst daarbij naar een overgelegde schermafbeelding van de vluchtgegevens. Vervolgens heeft de tussenpersoon de annulering nog dezelfde dag medegedeeld aan de passagiers, aldus de vervoerder.
4.3.
AirHelp betwist dit. Hij voert aan dat de passagiers pas op 25 juli 2022 zijn geïnformeerd over de annulering van de vlucht. Uit de schermafbeelding die de vervoerder heeft overgelegd blijkt ook niet wat er in de e-mail staat, aldus de passagiers.
4.4.
De vervoerder brengt hier tegenin dat de overgelegde schermafbeelding de inhoud bevat van het door de reisagent verzonden bericht van 1 juni 2022. In het bericht staat dat het een belangrijk bericht van de tussenpersoon is, dat de luchtvaartmaatschappij de vluchttijd veranderd heeft en dat, indien de nieuwe vluchttijd niet uitkomt voor de passagiers, zij contact kunnen opnemen via het contactformulier. Dit bericht is verstuurd aan passagier [betrokkene 1], aldus de vervoerder.
4.3.
Vast staat dat de vervoerder de passagiers niet rechtstreeks over de wijzigingen in het reisschema van de vlucht heeft geïnformeerd. In het arrest in de zaak C-263/20 van 21 december 2021 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat passagiers die een vlucht hebben geboekt via een tussenpersoon, wordt geacht niet te zijn geïnformeerd over de annulering van deze vlucht wanneer de vervoerder de informatie over deze annulering weliswaar tenminste twee weken vóór de geplande vertrektijd heeft medegedeeld aan deze tussenpersoon, door wiens tussenkomst de luchtvervoersovereenkomst met de passagiers zijn gesloten, maar de betrokken tussenpersoon de passagiers niet tijdig in kennis heeft gesteld van deze annulering en deze passagiers de tussenpersoon niet uitdrukkelijk toestemming hebben gegeven om de informatie te ontvangen die wordt medegedeeld door de vervoerder.
4.4.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder het met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, onvoldoende gemotiveerd aangetoond heeft dat de e-mail van 1 juni 2022 de passagiers bereikt heeft. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om aan te tonen dat de passagiers de e-mail over de annulering van de vlucht hebben ontvangen. De schermafbeelding van de verzonden bericht is niet voldoende. Daarom heeft de vervoerder de annulering niet tijdig medegedeeld aan de passagiers in de zin van artikel 5 lid 1 sub c en onder i van de Verordening. De vordering van AirHelp zal daarom worden toegewezen.
4.5.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt niet toegewezen vanaf 26 juli 2022 omdat vervoerder daarmee nog niet in verzuim is (artikel 6:119 BW). De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 3 augustus 2023, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 129,14;griffierecht € 365,00;salaris gemachtigde € 476,00
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 119,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter