Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-27
ECLI:NL:RBNHO:2025:3670
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,373 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11401609 \ CV EXPL 24-3069
Uitspraakdatum: 27 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Q-Park Operations Netherlands B.V.
gevestigd te Maastricht
eisende partij
verder te noemen: Q-Park
gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel
tegen
[gedaagde]
, in de hoedanigheid van voormalige vennoot van de ontbonden vennootschap onder firma [naam]
wonende te [plaats]
gedaagde partij
verder te noemen: [gedaagde]
in persoon procederend
1Het procesverloop
1.1.
Q-Park heeft bij dagvaarding van 4 november 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.
1.2.
Q-Park heeft hierop schriftelijk gereageerd. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] niet meer gereageerd.
2De vordering
2.1.
Q-Park vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 521,88, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van pleging. Daarnaast vordert Q-Park betaling van de proceskosten.
2.2.
Q-Park legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] in strijd met de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst en algemene voorwaarden heeft gehandeld. [gedaagde] heeft direct achter een voorganger, althans zonder gebruikmaking van een geldig parkeerbewijs of -middel, de parkeeraccommodatie verlaten.
3Het verweer
3.1.
[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Hij voert aan – samengevat – dat het klopt dat hij de garage middels ‘treintje rijden’ heeft verlaten. [gedaagde] was zijn parkeerkaart verloren. [gedaagde] heeft dit geprobeerd te melden maar de intercom deed het niet. Ook het invoeren van zijn kenteken in de parkeerautomaat lukte niet. [gedaagde] wil alleen het tarief van de verloren parkeerkaart betalen.
Beoordeling
4.1.
Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] heeft Q-Park de vordering verder onderbouwd. Daarbij is ook ingegaan op het verweer van [gedaagde] .
4.2.
Nu uit die onderbouwing blijkt hoe de vordering van Q-Park is opgebouwd en [gedaagde] daarop niet meer heeft gereageerd en daar dus ook geen bezwaren tegen heeft aangevoerd, zal de kantonrechter de vordering van Q-Park toewijzen.
4.3.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat Q-Park in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken en gesteld noch gebleken is dat dit ook al vanaf een eerdere datum kon.
4.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:
- dagvaarding
€
116,39;
- griffierecht
€
328,00;
- salaris gemachtigde
€
270,00;
(2x € 135,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
781,89
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Q-Park van € 453,81 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum van pleging tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Q-Park van € 68,07 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 4 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 781,89, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter