Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-31
ECLI:NL:RBNHO:2025:3619
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,253 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 11324862 BM VERZ 24-2529 jb
Uitspraakdatum: 31 maart 2025
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de bewindvoerder is:
EVI Bewind & financieel support B.V.,
gevestigd te Haarlem.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek, ter griffie ingekomen op 23 september 2024;
het verweer met bijlagen van de bewindvoerder, ingekomen op 10 oktober 2024;
de reactie van verzoeker, ingekomen op 18 november 2024.
Op 11 maart 2025 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Daarbij waren verzoeker en haar moeder aanwezig en namens de bewindvoerder [bewindvoerders].
Beoordeling
Het verzoek strekt tot opheffing van het bij beschikking van 1 juni 2018 ingestelde bewind over de goederen die aan verzoeker (zullen) toebehoren. Verzoeker heeft daartoe het volgende aangevoerd. Haar situatie sinds aanvang van het bewind is enorm verbeterd. Door de vorige bewindvoerder van het bewindvoerderskantoor is zij goed gecoacht waardoor zij haar zaken nu goed kan regelen. Ook is zij door de hulp en de adviezen van deze bewindvoerder schuldvrij geworden. Verzoeker is zowel op financieel gebied als op persoonlijk gebied gegroeid en zij acht zichzelf nu in staat om zelfstandig haar financiën te beheren. Verzoeker had ook al een afbouwtraject van het bewind met haar vorige bewindvoerder besproken. Omdat de bewindvoerder echter wegging bij het bewindvoerderskantoor, kreeg verzoeker [bewindvoerders] als opvolgende bewindvoerder. Verzoeker voelt zich echter beperkt door deze bewindvoerder, zij krijgt geen enkele coaching van haar. Verzoeker voelt zich niet serieus genomen door de bewindvoerder en zij heeft het vertrouwen in de bewindvoerder volledig verloren. Verzoeker zal zich na opheffing van het bewind tot een budgetcoach wenden om nog ondersteuning te houden bij het regelen van haar financiën. Daarnaast kan zij ook terugvallen voor hulp op haar moeder.
De bewindvoerder vindt opheffing van het bewind onverstandig. Er is nog geen zelfredzaamheidstraject gestart omdat verzoeker nog geen stabiel inkomen had. Omdat verzoeker wel had aangegeven te willen stoppen met het bewind is gesproken over een afbouwtraject. Na enige mailwisseling in mei 2024 is de communicatie verstoord geraakt.
Omdat verzoeker nu geen zelfredzaamheidstraject heeft gevolgd, weet de bewindvoerder niet of zij al in staat is zelfstandig haar financiën te beheren. De bewindvoerder weet ook niet of verzoeker alle financiële en administratieve zaken begrijpt. Bij wijzigingen of handelingen kan zij stress ervaren en daardoor emotioneel reageren.
De kantonrechter oordeelt nu als volgt.
Uit de stukken en de afgelegde verklaringen is genoegzaam komen vast te staan dat de relatie tussen bewindvoerder en betrokkene ernstig verstoord is. Verder is gebleken dat verzoeker een BBL-opleiding volgt en 28 uur per week werkt. Zij heeft een contract voor een jaar gekregen en daarmee een stabiele bron van inkomsten. Verzoeker komt gemotiveerd over om haar financiële belangen, met hulp van een budgetcoach en haar moeder, weer zelf te regelen. Moeder heeft ook ter zitting bevestigd dat haar dochter er klaar voor is om zonder bewind verder te gaan en dat zij haar dochter waar nodig zal helpen en steunen. Tot slot staat vast dat verzoeker op een kleine DUO-schuld na geen schulden meer heeft. Ook heeft verzoeker geen nieuwe schulden meer gemaakt.
Omdat het zelfredzaamheidstraject wegens communicatieproblemen niet (geheel) doorlopen is, blijft enigszins ongewis of verzoeker financieel zelfredzaam is. Niettemin wil de kantonrechter verzoeker, mede gelet ook op bovenstaande omstandigheden, haar
het voordeel van de twijfel geven. Dit alles maakt dat de kantonrechter tot de volgende beslissing komt.
Dictum
De kantonrechter:
heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 1 juni 2018 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [verzoeker];
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt vast dat de beloning die de bewindvoerder eenmalig voor de werkzaamheden betreffende het opmaken van de eindrekening en verantwoording in rekening mag brengen (thans) € 248,00 (exclusief btw) bedraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter