Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-08
ECLI:NL:RBNHO:2025:3345
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,244 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11185129 / CV EXPL 24-2160
Uitspraakdatum: 8 januari 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in vrijwaring in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats]
gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. J. de Haan
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in vrijwaring
verder te noemen: [gedaagde]
niet verschenen
1Het procesverloop
1.1.
Woningstichting Den Helder heeft bij dagvaarding van 22 februari 2024 een vordering tegen [eiser] en [gedaagde] ingesteld. [eiser] heeft [gedaagde] in vrijwaring gedagvaard. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen [gedaagde] is verstek verleend.
2In de hoofdzaak
2.1.
Bij vonnis van 18 december 2024 (zaaknummer: 10981751 CV EXPL 24-693) zijn [gedaagde] en [eiser] hoofdelijk veroordeeld om achterstallige huur te betalen aan Woningstichting Den Helder.
3De vordering in vrijwaring
3.1.
[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] te voldoen datgene waartoe [eiser] als gedaagde in de hoofdzaak jegens Woningstichting Den Helder mocht worden veroordeeld, zulks met inbegrip van de kostenveroordeling en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten van de vrijwaring inclusief de nakosten en de wettelijke rente. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat hij een affectieve relatie met [gedaagde] heeft gehad maar dat aan deze relatie een einde is gekomen. Na het vonnis van 17 april 2023 is [eiser] uit de woning vertrokken. [eiser] ging er van uit dat Woningstichting Den Helder door de gemachtigde van [gedaagde] geïnformeerd zou worden over zijn vertrek. De huurachterstand is ontstaan na het vertrek van [eiser] daarom kan alleen [gedaagde] verantwoordelijk en aansprakelijk worden gehouden voor de verschuldigde huur.
Beoordeling
4.1.
De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
4.2.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
273,44
- griffierecht
€
248,00
- salaris gemachtigde
€
271,00
(1 punt × € 271,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.198,44
Dictum
De kantonrechter:
In de vrijwaringszaak
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen hetgeen dat [eiser] als gedaagde in de hoofdzaak jegens Woningstichting heeft betaald, met inbegrip van de proceskosten.
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.198,44, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2025.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11185129 / CV EXPL 24-2160
Uitspraakdatum: 8 januari 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in vrijwaring in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats]
gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. J. de Haan
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in vrijwaring
verder te noemen: [gedaagde]
niet verschenen
1Het procesverloop
1.1.
Woningstichting Den Helder heeft bij dagvaarding van 22 februari 2024 een vordering tegen [eiser] en [gedaagde] ingesteld. [eiser] heeft [gedaagde] in vrijwaring gedagvaard. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen [gedaagde] is verstek verleend.
2In de hoofdzaak
2.1.
Bij vonnis van 18 december 2024 (zaaknummer: 10981751 CV EXPL 24-693) zijn [gedaagde] en [eiser] hoofdelijk veroordeeld om achterstallige huur te betalen aan Woningstichting Den Helder.
3De vordering in vrijwaring
3.1.
[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] te voldoen datgene waartoe [eiser] als gedaagde in de hoofdzaak jegens Woningstichting Den Helder mocht worden veroordeeld, zulks met inbegrip van de kostenveroordeling en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten van de vrijwaring inclusief de nakosten en de wettelijke rente. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat hij een affectieve relatie met [gedaagde] heeft gehad maar dat aan deze relatie een einde is gekomen. Na het vonnis van 17 april 2023 is [eiser] uit de woning vertrokken. [eiser] ging er van uit dat Woningstichting Den Helder door de gemachtigde van [gedaagde] geïnformeerd zou worden over zijn vertrek. De huurachterstand is ontstaan na het vertrek van [eiser] daarom kan alleen [gedaagde] verantwoordelijk en aansprakelijk worden gehouden voor de verschuldigde huur.
Beoordeling
4.1.
De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
4.2.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
273,44
- griffierecht
€
248,00
- salaris gemachtigde
€
271,00
(1 punt × € 271,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.198,44
Dictum
De kantonrechter:
In de vrijwaringszaak
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen hetgeen dat [eiser] als gedaagde in de hoofdzaak jegens Woningstichting heeft betaald, met inbegrip van de proceskosten.
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.198,44, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2025.