Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-25
ECLI:NL:RBNHO:2025:3161
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - meervoudig
17,532 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
vervangende toestemming verhuizing en zorgregeling
zaak-/rekestnr.: C/15/359993 / FA RK 24-6303
Beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 25 maart 2025
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.M. Klink, kantoorhoudende te Waddinxveen,
tegen
[de vader]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vader,
aanvankelijk advocaat mr. J.E. Smal kantoorhoudende te Castricum, thans advocaat mr. J.I. Vervest, kantoorhoudende te Heemskerk.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 12 december 2024;
- het verweerschrift van de vader, met bijlagen, ingekomen op 28 januari 2025;
- het bericht van de moeder, met bijlagen, ingekomen op 5 februari 2025.
1.2.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 februari 2025 in aanwezigheid van partijen, bijgestaan door hun advocaten.
Tevens was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).
1.3.
Mr. J.I. Vervest heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota.
1.4.
De minderjarige [de minderjarige] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft op 10 februari 2025 met de voorzitter van de meervoudige kamer (kinderrechter) gesproken. Ter zitting is de inhoud van dit gesprek kort en zakelijk weergegeven en zijn partijen in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren.
Feiten
2.1.
Partijen hebben van 2009 tot juni 2012 een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2.
Het minderjarige kind van partijen is:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
De vader heeft [de minderjarige] erkend. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] . De hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] is bij de moeder.
2.3.
Na de beëindiging van hun relatie hebben de ouders een ouderschapsplan opgesteld, ondertekend op 8 april 2024, waarin zij afspraken hebben gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. In artikel 4 van dit ouderschapsplan is opgenomen dat [de minderjarige] afgestemd op de ploegendiensten van de vader per vier weken, drie weken lang twee dagen per week bij de vader zal zijn, en de andere week drie dagen. De overige tijd zal [de minderjarige] bij de moeder doorbrengen. Ten aanzien van het verblijf van [de minderjarige] bij de vader in de vakanties is afgesproken dat [de minderjarige] conform de zorgregeling bij de vader is tenzij partijen in onderling overleg anders overeenkomen, en is ten aanzien van de zomervakantie afgesproken dat de verdeling in onderling overleg zal gaan. Ten aanzien van de krokusvakantie hebben de ouders een meer specifieke afspraak gemaakt voor het geval zij allebei op wintersport willen gaan.
2.4.
De ouders hebben voormelde regeling nadien gewijzigd in een zorgregeling waarbij [de minderjarige] wekelijks op woensdag uit school bij de vader verblijft en eens per veertien dagen een weekend van vrijdagavond of zaterdagochtend tot zondagavond. De verdeling van de vakanties, feestdagen en speciale dagen vindt plaats conform een specifieke verdeling die neerkomt op een verdeling bij helfte. Deze wijziging van het ouderschapsplan van 8 april 2014 is opgenomen in de door de ouders op 14 januari 2016 ondertekende ‘wijziging ten aanzien van het ouderschapsplan’.
2.5.
De zorgregeling is nadien nogmaals gewijzigd. Sinds 2019 kwam [de minderjarige] één weekend per twee weken bij zijn vader en ging hij in de vakanties steeds minder vaak mee. Vervolgens is het verblijf van [de minderjarige] bij de vader nog verder afgenomen.
2.6.
De moeder heeft sinds september 2014 een affectieve relatie met [naam partner] . Zij is op [datum] met hem gehuwd. Zij hebben samen drie kinderen, te weten: [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] .
2.7.
De vader heeft sinds 2012 een affectieve relatie met [naam partner] . Zij hebben samen een dochter te weten: [kind 4] .
3Het verzoek
3.1.
De moeder heeft verzocht om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
- aan de moeder vervangende toestemming wordt verleend om met de minderjarige
[de minderjarige] in juli 2025 te emigreren naar [land] ;
- de zorg-/contactregeling tussen [de minderjarige] en de vader als bepaald in het ouderschapsplan
en nadien in overleg gewijzigd, na emigratie wordt gewijzigd in een zorgregeling
waarbij [de minderjarige] rekening houdend met zijn schoolvakanties in [land] , gedurende een
nader tussen ouders en [de minderjarige] te bepalen deel hiervan jaarlijks doorbrengt bij vader in
[plaats] ;
- de ouders in overleg met elkaar en [de minderjarige] nadere afspraken gaan maken over de punten die staan vermeld in de e-mail van de moeder van 22 september 2024, overgelegd als productie 12.
3.2.
De moeder voert ter onderbouwing van haar verzoeken het volgende aan. De moeder en haar gezin willen in juli 2025 verhuizen naar [plaats] , [land] , waar de echtgenoot van de moeder een goed lopend bouwbedrijf heeft dat wordt uitgebreid. Het Nederlandse bouwbedrijf van de echtgenoot van de moeder heeft door corona, gecombineerd met strengere milieuwetgeving en tegenvallende resultaten, geen toekomstperspectief en wordt beëindigd. De voorgenomen verhuizing naar [land] is noodzakelijk om het inkomen van het gezin van de moeder te waarborgen. De moeder en haar echtgenoot werken beiden in het bouwbedrijf. Zij hebben ook een vakantiehuis in [land] . De vader heeft begrip getoond voor de situatie, maar weigert in te stemmen met de emigratie van [de minderjarige] .
3.3.
De contacten tussen [de minderjarige] en de vader verlopen eigenlijk altijd al moeizaam en spanningsvol. De in 2014 overeengekomen zorgregeling is ingeperkt en bestaat sinds 2019 uit één weekend per veertien dagen. Sinds 2020 is de communicatie verder verslechterd. De overdrachten zijn in de loop der jaren een steeds grotere emotionele belasting voor [de minderjarige] gaan vormen. [de minderjarige] voelt zich niet door de vader gehoord en is steeds minder vaak en korter met zijn vader meegegaan op vakantie. De conflicten tussen de vader en [de minderjarige] namen toe en overleg tussen de ouders over een andere aanpak en houding van de vader was nodig. Ook wilde de vader een gesprek met de moeder over de plannen voor een mogelijke emigratie van de moeder met haar gezin naar [land] . Dit gesprek vond plaats op 22 oktober 2023. Nadat de moeder had toegelicht dat de plannen voor emigratie zich in een beginstadium bevonden en nog lang niet vastomlijnd waren, is het verbeteren van het contact tussen de vader en [de minderjarige] centraal gesteld. De vader is [de minderjarige] tegemoetgekomen en hij stemde ermee in om [de minderjarige] zelf te laten bepalen wanneer hij naar zijn vader toe zou komen en voor hoe lang. De vader wilde investeren in een betere onderlinge relatie en deze aanpak heeft bijgedragen aan enige verbetering.
3.4.
Tussen de ouders is afgesproken dat de moeder de vader van de plannen voor emigratie op de hoogte zou houden en dat de ouders in samenspraak met [de minderjarige] de inhoud van de te wijzigen zorg-/contactregeling zouden vastleggen. Op 14 maart 2024 stond vast dat de moeder met haar gezin en [de minderjarige] wilde emigreren naar [land] . Conform afspraak heeft de moeder de vader gelijk op de hoogte gesteld. [de minderjarige] was enthousiast over de beslissing. De vader reageerde begripvol en wilde hierover met [de minderjarige] spreken. Bij de moeder bestond na het gesprek op 22 oktober 2023 en hun overige onderlinge contacten nadien de overtuiging dat de vader haar toestemming zou verlenen om met [de minderjarige] te emigreren. Over de invulling van de zorgregeling en bijkomende afspraken zou nader overleg gaan plaatsvinden, waarbij [de minderjarige] zou worden betrokken. De moeder geeft in haar whatsapp-bericht aan de vader van 30 april 2024 een update over de plannen voor [land] . Op 3 mei 2024 heeft de moeder een conceptconvenant aan de vader gestuurd met het verzoek om inbreng en commentaar van de vader. Op 10 mei 2024 heeft een gesprek tussen de ouders plaatsgevonden waaruit de moeder niet heeft opgemaakt dat de vader geen toestemming wilde verlenen. De vader ging niet in op het concept, maar stelde cross border mediation voor. Hij vond het concept te vrijblijvend en te flexibel. De moeder heeft de vader op 22 september 2024 per mail gevraagd te reageren op het conceptconvenant en heeft een groot aantal essentiële punten onder zijn aandacht gebracht waarover hij zijn inzichten en inbreng kon geven. De moeder is niet bereid om een nieuw mediation-traject te starten. De uitgesproken mening van [de minderjarige] die graag mee wil naar [land] en de verstoorde relatie tussen [de minderjarige] en de vader wegen daarbij zwaar. De moeder weet niet waarom de vader niet reageert op het toegestuurde concept met voorstellen. De vader blijft bij zijn uitgangspunt dat hij alleen via mediation mogelijk toestemming wil verlenen. De vader negeert het feit dat [de minderjarige] door zijn houding ernstig wordt gedupeerd, teleurgesteld raakt en onzeker is en dat dit hun onderlinge relatie verder in de weg staat.
Beoordeling
Vervangende toestemming verhuizing
6.1.
Ten aanzien van het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen voor de voorgenomen verhuizing met [de minderjarige] naar [land] , overweegt de rechtbank als volgt.
6.2.
Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. De gezamenlijke gezagsuitoefening brengt mee dat een ouder voor verhuizing van de minderjarige, toestemming van de andere ouder nodig heeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden, zal de rechter hierover een beslissing nemen die in het belang van het kind wenselijk wordt geacht.
6.3.
De rechtbank dient een verzoek tot vervangende toestemming te beoordelen aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. Het komt hierbij aan, volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad, op een belangenafweging. Hoewel de rechter daarbij allereerst de belangen van het kind voor ogen moet houden, spelen ook andere belangen daarin een rol. Zo dient de rechter onder andere mee te wegen of er een noodzaak is om te verhuizen, of de verhuizing goed is voorbereid, of daarover overleg is gevoerd met de andere ouder en wat de gevolgen van de verhuizing zijn voor de lopende zorgregeling.
6.4.
Het uitgangspunt is dat de ouder bij wie een minderjarige zijn of haar hoofdverblijfplaats heeft, in beginsel vervangende toestemming kan krijgen om te verhuizen indien de omstandigheden van het geval na een belangenafweging een dergelijke beslissing rechtvaardigen. Die ouder dient echter bij het maken van die nieuwe start niet alleen rekening te houden met de belangen van het minderjarige kind, maar ook met die van de andere ouder, met name met het oog op de aard en de omvang van zijn zorgtaken jegens het kind. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat zowel een verhuizing als een wijziging van de frequentie van de contacten met de andere ouder voor een kind heel ingrijpend kan zijn.
6.5.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder om met [de minderjarige] te verhuizen naar [land] , toewijzen. In het navolgende wordt uiteengezet waarom.
6.6.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder, gelet op de betwisting door de vader, niet, althans onvoldoende, aangetoond dat het bouwbedrijf van haar echtgenoot in Nederland geen toekomstperspectief heeft en dat de verhuizing naar [land] daarom noodzakelijk is om het inkomen van het gezin van de moeder te waarborgen. Het is echter wel een feit dat haar echtgenoot inmiddels in [land] een draaiende onderneming heeft en dat er in [land] een gezinswoning is aangekocht, op grond waarvan naar het oordeel van de rechtbank desondanks kan worden gesproken van een noodzaak om te verhuizen.
6.7.
De moeder heeft naar het oordeel van de rechtbank ook nog om andere redenen belang bij het verkrijgen van vervangende toestemming om met [de minderjarige] te mogen verhuizen naar [land] . Het huis in Nederland is verkocht en het gezin van de moeder staat op het punt te verhuizen naar de al aangekochte woning in [land] . De echtgenoot van de moeder vertrekt al eind februari. Alle kinderen zijn ervan op de hoogte en bereiden zich voor op emigratie, maar alleen voor [de minderjarige] is het nog onzeker of hij mee mag. Het is duidelijk dat het grote gevolgen zal hebben voor het gezinsleven (en mogelijk ook het huwelijk) van de moeder, en voor het gezinsleven van [de minderjarige] , als de moeder geen vervangende toestemming krijgt. Zij zal dan -noodgedwongen- met [de minderjarige] in Nederland blijven, terwijl haar echtgenoot met de rest van het gezin naar [land] verhuist. Zij zal ook een woning moeten huren omdat zij in Nederland geen eigen woning meer heeft.
De rechtbank stelt vast dat de moeder een groot risico heeft genomen door voldongen feiten te creëren alvorens de toestemming van de vader of de rechtbank te verkrijgen voor de verhuizing van [de minderjarige] .
6.8.
Tegenover dit belang van de moeder staat het belang van de vader en [de minderjarige] bij onverminderd contact met elkaar en het belang van de vader om als gezaghebbende ouder bij de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] betrokken te blijven en [de minderjarige] van dichtbij te zien opgroeien. De stelling van de vader dat hij bij toewijzing van het verzoek van de moeder wordt beperkt in de mogelijkheden en de frequentie van zijn contacten met [de minderjarige] , waardoor zijn band met [de minderjarige] meer onder druk komt te staan, is aannemelijk. Daarbij komt dat de vader meent dat de moeder [de minderjarige] niet stimuleert tot contact met de vader, waardoor er angst voor contactverlies is bij de vader. Ook is aannemelijk dat [de minderjarige] na een emigratie nog maar weinig contact zal hebben met zijn halfzusje [kind 4] , dat hem graag ziet, en dat het contact met de rest van de familie zal verwateren. De rechtbank concludeert dan ook dat de vader belang heeft bij afwijzing van het verzoek van de moeder.
6.9.
Bij afweging van de betrokken belangen van de moeder en de vader, houdt de rechtbank rekening met het feit dat het de afgelopen jaren niet is gelukt om structureel uitvoering te geven aan de zorg- en vakantieregeling zoals de ouders in eerste instantie voor ogen hadden. Het contact tussen de vader en [de minderjarige] is de afgelopen jaren sterk verminderd en de band tussen de vader en [de minderjarige] staat al langere tijd onder druk. De rechtbank stelt vast dat [de minderjarige] welkom is bij zijn vader, maar dat het op dit moment niet reëel is om [de minderjarige] bij hem te laten wonen. De vader heeft ook geen verzoek gedaan om het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij hem te bepalen.
6.10.
De rechtbank is op grond van de stukken en de bespreking ter zitting van oordeel dat de moeder de verhuizing, afgezien van de daarvoor noodzakelijke toestemming, zorgvuldig heeft doordacht en voorbereid. Het gezin van de moeder, en zo ook [de minderjarige] , komt al jaren in [land] . De moeder en haar echtgenoot, met wie zij al tien jaar een relatie heeft en met wie zij drie kinderen heeft, hebben daar sinds 2017 een vakantiewoning. Haar echtgenoot heeft daar een bedrijf dat in juni 2023 is opgericht en waar de moeder kan komen werken. Inmiddels hebben de moeder en haar echtgenoot een woning in [land] gekocht om met het gezin in te wonen. Uit de stukken komt naar voren dat de moeder heeft nagedacht over de situatie dat [de minderjarige] in [land] woonachtig is. Zij heeft haar ideeën over allerhande zaken die [de minderjarige] aangaan, onder andere een zorgregeling, een videobelregeling, haar bijdrage in de kosten van vliegtickets voor [de minderjarige] en hoe te reizen, aan de vader voorgelegd en hem verzocht daarop te reageren. De vader is niet inhoudelijk op deze voorstellen ingegaan, maar heeft aangegeven een cross border mediation-traject te willen starten. De rechtbank stelt vast dat het de ouders niet is gelukt om nader tot elkaar te komen dan wel in gesprek te geraken over waar het in deze zaak juist om gaat, namelijk het belang van [de minderjarige] .
6.11.
De rechtbank overweegt dat de ouders uit elkaar zijn gegaan toen [de minderjarige] heel jong was. De moeder is altijd de hoofdverzorger van [de minderjarige] geweest. Duidelijk is geworden dat [de minderjarige] al lange tijd een betere band met zijn moeder dan met zijn vader ervaart en dat de contacten tussen [de minderjarige] en de vader de afgelopen jaren geregeld moeizaam zijn geweest. Zonder het belang van de vader en zijn rol bij de opvoeding van [de minderjarige] kleiner te maken dan die is, is de rechtbank van oordeel dat het belang van [de minderjarige] meebrengt dat hij deel kan blijven uitmaken van het gezinsverband waarin hij is opgegroeid.
Dictum
De rechtbank:
7.1.
verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
in juli 2025 te emigreren naar [land] ;
7.2.
stelt, met wijziging in zoverre van de door partijen op 14 januari 2016 ondertekende ‘wijziging ten aanzien van het ouderschapsplan’, de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast:
de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
verblijft bij de vader;
in de zomervakantie drie weken aaneengesloten, in een periode naar keuze van de vader;
een week in de kerstvakantie, welke week jaarlijks wordt gewisseld;
eenmaal een lang weekend in de periode tussen de zomervakantie en de kerstvakantie, en twee maal een lang weekend in de periode tussen de kerstvakantie en de zomervakantie, waarbij onder ‘lang weekend’ wordt verstaan: van ten minste vrijdag tot en met zondag en bij voorkeur een langer weekend als bijvoorbeeld feest- of studiedagen dat mogelijk maken;
de kosten van de vliegreizen van [de minderjarige] ( [land] - Nederland en vice versa) gemaakt voor uitvoering van de zorgregeling komen voor rekening van de moeder;
7.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
7.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Warmerdam, voorzitter, mr. W.P. van der Haak en mr. A.H. Loos-Horstman, rechters, allen tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Spanjaard als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
vervangende toestemming verhuizing en zorgregeling
zaak-/rekestnr.: C/15/359993 / FA RK 24-6303
Beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 25 maart 2025
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.M. Klink, kantoorhoudende te Waddinxveen,
tegen
[de vader]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vader,
aanvankelijk advocaat mr. J.E. Smal kantoorhoudende te Castricum, thans advocaat mr. J.I. Vervest, kantoorhoudende te Heemskerk.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 12 december 2024;
- het verweerschrift van de vader, met bijlagen, ingekomen op 28 januari 2025;
- het bericht van de moeder, met bijlagen, ingekomen op 5 februari 2025.
1.2.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 februari 2025 in aanwezigheid van partijen, bijgestaan door hun advocaten.
Tevens was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).
1.3.
Mr. J.I. Vervest heeft het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota.
1.4.
De minderjarige [de minderjarige] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft op 10 februari 2025 met de voorzitter van de meervoudige kamer (kinderrechter) gesproken. Ter zitting is de inhoud van dit gesprek kort en zakelijk weergegeven en zijn partijen in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren.
Feiten
2.1.
Partijen hebben van 2009 tot juni 2012 een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2.
Het minderjarige kind van partijen is:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
De vader heeft [de minderjarige] erkend. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] . De hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] is bij de moeder.
2.3.
Na de beëindiging van hun relatie hebben de ouders een ouderschapsplan opgesteld, ondertekend op 8 april 2024, waarin zij afspraken hebben gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. In artikel 4 van dit ouderschapsplan is opgenomen dat [de minderjarige] afgestemd op de ploegendiensten van de vader per vier weken, drie weken lang twee dagen per week bij de vader zal zijn, en de andere week drie dagen. De overige tijd zal [de minderjarige] bij de moeder doorbrengen. Ten aanzien van het verblijf van [de minderjarige] bij de vader in de vakanties is afgesproken dat [de minderjarige] conform de zorgregeling bij de vader is tenzij partijen in onderling overleg anders overeenkomen, en is ten aanzien van de zomervakantie afgesproken dat de verdeling in onderling overleg zal gaan. Ten aanzien van de krokusvakantie hebben de ouders een meer specifieke afspraak gemaakt voor het geval zij allebei op wintersport willen gaan.
2.4.
De ouders hebben voormelde regeling nadien gewijzigd in een zorgregeling waarbij [de minderjarige] wekelijks op woensdag uit school bij de vader verblijft en eens per veertien dagen een weekend van vrijdagavond of zaterdagochtend tot zondagavond. De verdeling van de vakanties, feestdagen en speciale dagen vindt plaats conform een specifieke verdeling die neerkomt op een verdeling bij helfte. Deze wijziging van het ouderschapsplan van 8 april 2014 is opgenomen in de door de ouders op 14 januari 2016 ondertekende ‘wijziging ten aanzien van het ouderschapsplan’.
2.5.
De zorgregeling is nadien nogmaals gewijzigd. Sinds 2019 kwam [de minderjarige] één weekend per twee weken bij zijn vader en ging hij in de vakanties steeds minder vaak mee. Vervolgens is het verblijf van [de minderjarige] bij de vader nog verder afgenomen.
2.6.
De moeder heeft sinds september 2014 een affectieve relatie met [naam partner] . Zij is op [datum] met hem gehuwd. Zij hebben samen drie kinderen, te weten: [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] .
2.7.
De vader heeft sinds 2012 een affectieve relatie met [naam partner] . Zij hebben samen een dochter te weten: [kind 4] .
3Het verzoek
3.1.
De moeder heeft verzocht om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
- aan de moeder vervangende toestemming wordt verleend om met de minderjarige
[de minderjarige] in juli 2025 te emigreren naar [land] ;
- de zorg-/contactregeling tussen [de minderjarige] en de vader als bepaald in het ouderschapsplan
en nadien in overleg gewijzigd, na emigratie wordt gewijzigd in een zorgregeling
waarbij [de minderjarige] rekening houdend met zijn schoolvakanties in [land] , gedurende een
nader tussen ouders en [de minderjarige] te bepalen deel hiervan jaarlijks doorbrengt bij vader in
[plaats] ;
- de ouders in overleg met elkaar en [de minderjarige] nadere afspraken gaan maken over de punten die staan vermeld in de e-mail van de moeder van 22 september 2024, overgelegd als productie 12.
3.2.
De moeder voert ter onderbouwing van haar verzoeken het volgende aan. De moeder en haar gezin willen in juli 2025 verhuizen naar [plaats] , [land] , waar de echtgenoot van de moeder een goed lopend bouwbedrijf heeft dat wordt uitgebreid. Het Nederlandse bouwbedrijf van de echtgenoot van de moeder heeft door corona, gecombineerd met strengere milieuwetgeving en tegenvallende resultaten, geen toekomstperspectief en wordt beëindigd. De voorgenomen verhuizing naar [land] is noodzakelijk om het inkomen van het gezin van de moeder te waarborgen. De moeder en haar echtgenoot werken beiden in het bouwbedrijf. Zij hebben ook een vakantiehuis in [land] . De vader heeft begrip getoond voor de situatie, maar weigert in te stemmen met de emigratie van [de minderjarige] .
3.3.
De contacten tussen [de minderjarige] en de vader verlopen eigenlijk altijd al moeizaam en spanningsvol. De in 2014 overeengekomen zorgregeling is ingeperkt en bestaat sinds 2019 uit één weekend per veertien dagen. Sinds 2020 is de communicatie verder verslechterd. De overdrachten zijn in de loop der jaren een steeds grotere emotionele belasting voor [de minderjarige] gaan vormen. [de minderjarige] voelt zich niet door de vader gehoord en is steeds minder vaak en korter met zijn vader meegegaan op vakantie. De conflicten tussen de vader en [de minderjarige] namen toe en overleg tussen de ouders over een andere aanpak en houding van de vader was nodig. Ook wilde de vader een gesprek met de moeder over de plannen voor een mogelijke emigratie van de moeder met haar gezin naar [land] . Dit gesprek vond plaats op 22 oktober 2023. Nadat de moeder had toegelicht dat de plannen voor emigratie zich in een beginstadium bevonden en nog lang niet vastomlijnd waren, is het verbeteren van het contact tussen de vader en [de minderjarige] centraal gesteld. De vader is [de minderjarige] tegemoetgekomen en hij stemde ermee in om [de minderjarige] zelf te laten bepalen wanneer hij naar zijn vader toe zou komen en voor hoe lang. De vader wilde investeren in een betere onderlinge relatie en deze aanpak heeft bijgedragen aan enige verbetering.
3.4.
Tussen de ouders is afgesproken dat de moeder de vader van de plannen voor emigratie op de hoogte zou houden en dat de ouders in samenspraak met [de minderjarige] de inhoud van de te wijzigen zorg-/contactregeling zouden vastleggen. Op 14 maart 2024 stond vast dat de moeder met haar gezin en [de minderjarige] wilde emigreren naar [land] . Conform afspraak heeft de moeder de vader gelijk op de hoogte gesteld. [de minderjarige] was enthousiast over de beslissing. De vader reageerde begripvol en wilde hierover met [de minderjarige] spreken. Bij de moeder bestond na het gesprek op 22 oktober 2023 en hun overige onderlinge contacten nadien de overtuiging dat de vader haar toestemming zou verlenen om met [de minderjarige] te emigreren. Over de invulling van de zorgregeling en bijkomende afspraken zou nader overleg gaan plaatsvinden, waarbij [de minderjarige] zou worden betrokken. De moeder geeft in haar whatsapp-bericht aan de vader van 30 april 2024 een update over de plannen voor [land] . Op 3 mei 2024 heeft de moeder een conceptconvenant aan de vader gestuurd met het verzoek om inbreng en commentaar van de vader. Op 10 mei 2024 heeft een gesprek tussen de ouders plaatsgevonden waaruit de moeder niet heeft opgemaakt dat de vader geen toestemming wilde verlenen. De vader ging niet in op het concept, maar stelde cross border mediation voor. Hij vond het concept te vrijblijvend en te flexibel. De moeder heeft de vader op 22 september 2024 per mail gevraagd te reageren op het conceptconvenant en heeft een groot aantal essentiële punten onder zijn aandacht gebracht waarover hij zijn inzichten en inbreng kon geven. De moeder is niet bereid om een nieuw mediation-traject te starten. De uitgesproken mening van [de minderjarige] die graag mee wil naar [land] en de verstoorde relatie tussen [de minderjarige] en de vader wegen daarbij zwaar. De moeder weet niet waarom de vader niet reageert op het toegestuurde concept met voorstellen. De vader blijft bij zijn uitgangspunt dat hij alleen via mediation mogelijk toestemming wil verlenen. De vader negeert het feit dat [de minderjarige] door zijn houding ernstig wordt gedupeerd, teleurgesteld raakt en onzeker is en dat dit hun onderlinge relatie verder in de weg staat.
Beoordeling
Vervangende toestemming verhuizing
6.1.
Ten aanzien van het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen voor de voorgenomen verhuizing met [de minderjarige] naar [land] , overweegt de rechtbank als volgt.
6.2.
Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. De gezamenlijke gezagsuitoefening brengt mee dat een ouder voor verhuizing van de minderjarige, toestemming van de andere ouder nodig heeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden, zal de rechter hierover een beslissing nemen die in het belang van het kind wenselijk wordt geacht.
6.3.
De rechtbank dient een verzoek tot vervangende toestemming te beoordelen aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. Het komt hierbij aan, volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad, op een belangenafweging. Hoewel de rechter daarbij allereerst de belangen van het kind voor ogen moet houden, spelen ook andere belangen daarin een rol. Zo dient de rechter onder andere mee te wegen of er een noodzaak is om te verhuizen, of de verhuizing goed is voorbereid, of daarover overleg is gevoerd met de andere ouder en wat de gevolgen van de verhuizing zijn voor de lopende zorgregeling.
6.4.
Het uitgangspunt is dat de ouder bij wie een minderjarige zijn of haar hoofdverblijfplaats heeft, in beginsel vervangende toestemming kan krijgen om te verhuizen indien de omstandigheden van het geval na een belangenafweging een dergelijke beslissing rechtvaardigen. Die ouder dient echter bij het maken van die nieuwe start niet alleen rekening te houden met de belangen van het minderjarige kind, maar ook met die van de andere ouder, met name met het oog op de aard en de omvang van zijn zorgtaken jegens het kind. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat zowel een verhuizing als een wijziging van de frequentie van de contacten met de andere ouder voor een kind heel ingrijpend kan zijn.
6.5.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder om met [de minderjarige] te verhuizen naar [land] , toewijzen. In het navolgende wordt uiteengezet waarom.
6.6.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder, gelet op de betwisting door de vader, niet, althans onvoldoende, aangetoond dat het bouwbedrijf van haar echtgenoot in Nederland geen toekomstperspectief heeft en dat de verhuizing naar [land] daarom noodzakelijk is om het inkomen van het gezin van de moeder te waarborgen. Het is echter wel een feit dat haar echtgenoot inmiddels in [land] een draaiende onderneming heeft en dat er in [land] een gezinswoning is aangekocht, op grond waarvan naar het oordeel van de rechtbank desondanks kan worden gesproken van een noodzaak om te verhuizen.
6.7.
De moeder heeft naar het oordeel van de rechtbank ook nog om andere redenen belang bij het verkrijgen van vervangende toestemming om met [de minderjarige] te mogen verhuizen naar [land] . Het huis in Nederland is verkocht en het gezin van de moeder staat op het punt te verhuizen naar de al aangekochte woning in [land] . De echtgenoot van de moeder vertrekt al eind februari. Alle kinderen zijn ervan op de hoogte en bereiden zich voor op emigratie, maar alleen voor [de minderjarige] is het nog onzeker of hij mee mag. Het is duidelijk dat het grote gevolgen zal hebben voor het gezinsleven (en mogelijk ook het huwelijk) van de moeder, en voor het gezinsleven van [de minderjarige] , als de moeder geen vervangende toestemming krijgt. Zij zal dan -noodgedwongen- met [de minderjarige] in Nederland blijven, terwijl haar echtgenoot met de rest van het gezin naar [land] verhuist. Zij zal ook een woning moeten huren omdat zij in Nederland geen eigen woning meer heeft.
De rechtbank stelt vast dat de moeder een groot risico heeft genomen door voldongen feiten te creëren alvorens de toestemming van de vader of de rechtbank te verkrijgen voor de verhuizing van [de minderjarige] .
6.8.
Tegenover dit belang van de moeder staat het belang van de vader en [de minderjarige] bij onverminderd contact met elkaar en het belang van de vader om als gezaghebbende ouder bij de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] betrokken te blijven en [de minderjarige] van dichtbij te zien opgroeien. De stelling van de vader dat hij bij toewijzing van het verzoek van de moeder wordt beperkt in de mogelijkheden en de frequentie van zijn contacten met [de minderjarige] , waardoor zijn band met [de minderjarige] meer onder druk komt te staan, is aannemelijk. Daarbij komt dat de vader meent dat de moeder [de minderjarige] niet stimuleert tot contact met de vader, waardoor er angst voor contactverlies is bij de vader. Ook is aannemelijk dat [de minderjarige] na een emigratie nog maar weinig contact zal hebben met zijn halfzusje [kind 4] , dat hem graag ziet, en dat het contact met de rest van de familie zal verwateren. De rechtbank concludeert dan ook dat de vader belang heeft bij afwijzing van het verzoek van de moeder.
6.9.
Bij afweging van de betrokken belangen van de moeder en de vader, houdt de rechtbank rekening met het feit dat het de afgelopen jaren niet is gelukt om structureel uitvoering te geven aan de zorg- en vakantieregeling zoals de ouders in eerste instantie voor ogen hadden. Het contact tussen de vader en [de minderjarige] is de afgelopen jaren sterk verminderd en de band tussen de vader en [de minderjarige] staat al langere tijd onder druk. De rechtbank stelt vast dat [de minderjarige] welkom is bij zijn vader, maar dat het op dit moment niet reëel is om [de minderjarige] bij hem te laten wonen. De vader heeft ook geen verzoek gedaan om het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij hem te bepalen.
6.10.
De rechtbank is op grond van de stukken en de bespreking ter zitting van oordeel dat de moeder de verhuizing, afgezien van de daarvoor noodzakelijke toestemming, zorgvuldig heeft doordacht en voorbereid. Het gezin van de moeder, en zo ook [de minderjarige] , komt al jaren in [land] . De moeder en haar echtgenoot, met wie zij al tien jaar een relatie heeft en met wie zij drie kinderen heeft, hebben daar sinds 2017 een vakantiewoning. Haar echtgenoot heeft daar een bedrijf dat in juni 2023 is opgericht en waar de moeder kan komen werken. Inmiddels hebben de moeder en haar echtgenoot een woning in [land] gekocht om met het gezin in te wonen. Uit de stukken komt naar voren dat de moeder heeft nagedacht over de situatie dat [de minderjarige] in [land] woonachtig is. Zij heeft haar ideeën over allerhande zaken die [de minderjarige] aangaan, onder andere een zorgregeling, een videobelregeling, haar bijdrage in de kosten van vliegtickets voor [de minderjarige] en hoe te reizen, aan de vader voorgelegd en hem verzocht daarop te reageren. De vader is niet inhoudelijk op deze voorstellen ingegaan, maar heeft aangegeven een cross border mediation-traject te willen starten. De rechtbank stelt vast dat het de ouders niet is gelukt om nader tot elkaar te komen dan wel in gesprek te geraken over waar het in deze zaak juist om gaat, namelijk het belang van [de minderjarige] .
6.11.
De rechtbank overweegt dat de ouders uit elkaar zijn gegaan toen [de minderjarige] heel jong was. De moeder is altijd de hoofdverzorger van [de minderjarige] geweest. Duidelijk is geworden dat [de minderjarige] al lange tijd een betere band met zijn moeder dan met zijn vader ervaart en dat de contacten tussen [de minderjarige] en de vader de afgelopen jaren geregeld moeizaam zijn geweest. Zonder het belang van de vader en zijn rol bij de opvoeding van [de minderjarige] kleiner te maken dan die is, is de rechtbank van oordeel dat het belang van [de minderjarige] meebrengt dat hij deel kan blijven uitmaken van het gezinsverband waarin hij is opgegroeid.
Dictum
De rechtbank:
7.1.
verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
in juli 2025 te emigreren naar [land] ;
7.2.
stelt, met wijziging in zoverre van de door partijen op 14 januari 2016 ondertekende ‘wijziging ten aanzien van het ouderschapsplan’, de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast:
de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
verblijft bij de vader;
in de zomervakantie drie weken aaneengesloten, in een periode naar keuze van de vader;
een week in de kerstvakantie, welke week jaarlijks wordt gewisseld;
eenmaal een lang weekend in de periode tussen de zomervakantie en de kerstvakantie, en twee maal een lang weekend in de periode tussen de kerstvakantie en de zomervakantie, waarbij onder ‘lang weekend’ wordt verstaan: van ten minste vrijdag tot en met zondag en bij voorkeur een langer weekend als bijvoorbeeld feest- of studiedagen dat mogelijk maken;
de kosten van de vliegreizen van [de minderjarige] ( [land] - Nederland en vice versa) gemaakt voor uitvoering van de zorgregeling komen voor rekening van de moeder;
7.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
7.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Warmerdam, voorzitter, mr. W.P. van der Haak en mr. A.H. Loos-Horstman, rechters, allen tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Spanjaard als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.
Feiten
Tijdens telefoongesprekken op 10 en 11 november 2024 tussen [de minderjarige] en de vader vindt opnieuw een escalatie plaats. [de minderjarige] wilde toestemming krijgen voor de emigratie, maar de vader is daar niet op ingegaan. [de minderjarige] is vervolgens volledig uit zijn evenwicht geraakt, wil niet meer naar zijn vader toe en is erg bang dat hij niet mee mag naar [land] . [de minderjarige] heeft uitgesproken dat hij graag wil verhuizen naar [land] en is gestart met [nationaliteit] les. [de minderjarige] heeft met alle gezinsleden van de moeder een hechte band. Hij heeft het naar zijn zin in [land] , waar hij regelmatig verblijft. [de minderjarige] wil niet bij zijn vader gaan wonen en de vader wil dat ook niet.
4Verweer
4.1.
De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de verzoeken van de moeder en verzocht om afwijzing hiervan.
4.2.
De vader onderbouwt zijn standpunt als volgt. Volgens de vader lijkt de bedoeling van de moeder te zijn om de rol van de vader te marginaliseren en hem als het ware emotioneel te chanteren door te stellen dat [de minderjarige] wil verhuizen naar [land] , ook gezien hetgeen de vader [de minderjarige] in het verleden heeft aangedaan. Het verzoek van de moeder past in het langer lopende proces van het diskwalificeren van de vader als ouder en het voorkomen dat hij zijn vaderrol kan nemen. [de minderjarige] is hier vatbaar voor. De vader betwijfelt of een verhuizing in het belang van [de minderjarige] is. [de minderjarige] zit in het eerste leerjaar van het VMBO. Hij heeft dyslexie, gaat niet graag naar school en spreekt geen [taal] . De hele familie van [de minderjarige] woont in Nederland. [de minderjarige] heeft een halfzusje [kind 4] dat nu zeven jaar oud is. Hij heeft in de woonomgeving van de vader zijn ooms en tante dichtbij en zijn neefje [neefje] en nichtje [nichtje] met wie hij goed en veel omgaat. Daarnaast heeft hij zijn opa en oma in de omgeving en nog steeds een netwerk van vrienden in [plaats] . Zijn grote passie is basketbal en hij speelt in de jeugd van een vereniging met ambities. Volgens de vader is aan [de minderjarige] door de moeder en stiefvader van alles beloofd als ze eenmaal in [land] zijn. De moeder vermeldt een naam van een [taal] dorp ( [plaats] ) waar een huis zou zijn gekocht, maar verder ontvangt de vader geen informatie. Ook niet over het dorp, de scholen en de geschiktheid daarvan voor [de minderjarige] en over de vraag of er voldoende aandacht is voor een niet [taal] sprekende leerling met dyslexie op het niveau van [de minderjarige] . De vader vraagt zich voorts af of er een basketbalvereniging is waarbij [de minderjarige] kan aansluiten en hoe het zit met de sociale contacten van [de minderjarige] . De vader had dit graag willen bespreken en heeft cross border mediation voorgesteld. De vader benadrukt ten aanzien van de specifieke onderwijsbehoefte van [de minderjarige] dat de zorgen hierover breed worden gedeeld.
4.3.
De vader betwist dat er een noodzaak is tot verhuizing. Er zijn geen banden met [land] of het dorp waar de moeder met haar gezin wil gaan wonen. Zij hebben geen [nationaliteit] nationaliteit en spreken geen [taal] . De vader betwist dat het Nederlandse bedrijf van de echtgenoot in zwaar weer verkeert en wordt beëindigd. De vader meent dat de verhuizing niet goed is doordacht en voorbereid en ten aanzien van de geboden alternatieven geeft de vader aan dat deze onvoldoende zijn. De vader concludeert dat de moeder geen rol voor zichzelf ziet in het onderhouden van contact. De vader vreest ervoor dat hij volledig buiten beeld zal raken en [de minderjarige] niet meer zal zien. De communicatie is ook moeizaam. De moeder heeft de gewenste emigratie niet en zeker niet tijdig bespreekbaar gemaakt. De vader heeft niet meteen alles willen blokkeren, maar wilde het overleg aangaan met behulp van een mediator. Dat vond de moeder zonde van het geld.
4.4.
De vader denkt dat, ongeacht de uitkomst van de procedure, het nodig is dat er hulpverlening wordt ingeschakeld om de communicatie tussen de ouders vlot te trekken.
De vader wordt al langere tijd gediskwalificeerd als vader. De stiefvader van [de minderjarige] is ‘papa’ geworden en de vader ‘ [naam] ’. Als [de minderjarige] bij zijn vader is, wordt hij continu door de stiefvader geappt en gebeld, zodat er geen rustig moment is. Er wordt op een ongelooflijke manier aan [de minderjarige] getrokken. Nu wordt [de minderjarige] in een nog groter loyaliteitsconflict gebracht (en zal daarmee omgaan door het conflict te mijden en mee te willen naar [land] ). [de minderjarige] weigert sinds de indiening van het verzoek bij de vader te komen als een soort emotionele chantage en dat doet de vader veel pijn. Hij wil een onbelast contact met [de minderjarige] . De vader wil de eerder afgesproken regeling, inhoudende dat [de minderjarige] een weekend per twee weken van vrijdag tot en met zondag alsmede de woensdagen en de helft van de vakanties bij de vader verblijft, behouden dan wel versterken. De vader zou hiervoor ook een hulpverleningstraject met [de minderjarige] willen inzetten. [de minderjarige] is geworteld in Noord-Holland, hij heeft daar familie, is niet gewend aan frequent verhuizen en al helemaal niet naar het buitenland. Hij is nu pas in de brugklas begonnen en zou dan in korte tijd weer een stap moeten maken naar een omgeving waar hij de taal en gebruiken niet kent. Voorts lijkt de moeder niet bereid te zijn om de vader financieel te compenseren.
4.5.
Onder verwijzing naar al het bovenstaande en de nodige jurisprudentie voert de vader aan dat de moeder niet aan de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria heeft voldaan en dat het verzoek van de moeder haar vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing naar [land] dient te worden afgewezen.
5De Raad
5.1.
De Raad heeft op de zitting naar voren gebracht dat het lastig is om in deze zaak een advies te geven. [de minderjarige] is al jarenlang woonachtig in het gezin van de moeder en de relatie met de vader staat onder druk. De band met de vader is belangrijk, maar het is de vraag hoe zwaar deze dient te worden gewogen. De Raad merkt op het bijzonder te vinden dat de voorgenomen verhuizing al een jaar bekend is, maar dat er voor [de minderjarige] nog steeds geen duidelijkheid is. Uit de stukken maakt de Raad op dat [de minderjarige] zich al lange tijd onvoldoende vrij voelt om met beide ouders contact te hebben. Dat wordt nu nog meer uitvergroot. De vraag is of er sprake is van kindeigen problematiek of dat [de minderjarige] minder naar zijn vader gaat vanwege loyaliteitsproblematiek.
5.2.
De Raad geeft aan dat een verhuizing in de basis iets tussen de ouders is. Zij moeten hierover overleggen. De Raad is van mening dat de moeder summier is met informatieverschaffing over school en voorzieningen, met name in het licht van de situatie waarin [de minderjarige] steeds minder naar zijn vader wil gaan. Een zorgregeling waarbij [de minderjarige] eens per drie maanden omgang heeft met zijn vader, is wat de Raad betreft ook summier. Aan de andere kant is het de vraag op welke wijze het contact dient te worden vormgegeven als er onvoldoende basis voor is. De Raad denkt dat het voor [de minderjarige] een grote stap zal zijn om naar Nederland te komen, gezien het feit dat hij zich al veel langer in de strijd tussen zijn ouders bevindt. Zijn halfzusje [kind 4] kan een stimulans zijn om naar zijn vader te gaan, maar beide ouders dienen het contact dan wel te stimuleren. De vraag is ook wat het voor [de minderjarige] betekent als het verzoek van de moeder wordt afgewezen en zijn halfbroertje en halfzusjes wel naar [land] gaan. Er ontstaat een complexe dynamiek waarbij moet worden gekozen tussen twee kwaden. De Raad merkt daarbij op dat de moeder al van jongs af aan de hoofdverzorger van [de minderjarige] is en dat [de minderjarige] een sterke band met zijn moeder lijkt te ervaren.
Beoordeling
[de minderjarige] , die op [datum] 13 jaar wordt, heeft zelf ook aangegeven met zijn moeder en haar samengestelde gezin mee te willen naar [land] . Hij ziet het als een avontuur en staat er positief tegenover.
6.12.
Alle betrokken belangen tegen elkaar afwegend is de rechtbank van oordeel dat het belang van [de minderjarige] en de moeder om samen met het gezin van de moeder naar [land] te mogen verhuizen zwaarder weegt dan het belang van de vader om [de minderjarige] regelmatig bij zich te hebben.
Zorgregeling
6.13.
Bij gezamenlijke gezagsuitoefening geldt dat op grond van artikel 1:253a, eerste lid, BW, geschillen hieromtrent aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. Daartoe wordt, gelet op artikel 1:253a, tweede lid, aanhef en onder a, mede de beslissing gerekend over de zorgregeling. De rechter neemt in dat geval een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
6.14.
De rechtbank begrijpt het verzoek van de moeder over de zorgregeling tussen [de minderjarige] en de vader aldus, dat de moeder verzoekt een zorgregeling vast te stellen die de rechtbank in het belang van [de minderjarige] wenselijk acht. De vader heeft de rechtbank niet bij wijze van zelfstandig verzoek verzocht een zorgregeling vast te stellen. Partijen hebben elk hun zienswijze op de zorgregeling naar voren gebracht.
6.15.
De rechtbank overweegt het volgende. De door de vader gewenste regeling, zoals ter zitting naar voren gebracht, waarbij [de minderjarige] om het weekend bij hem verblijft, of eens per maand een weekend, is naar het oordeel van de rechtbank te belastend voor [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft in [land] een zomervakantie van drie maanden en dat is bij uitstek een goede periode om intensiever contact met de vader te hebben. De rechtbank zal vaststellen dat [de minderjarige] in de zomervakantie drie weken aaneengesloten bij de vader verblijft, in een periode naar keuze van de vader, zodat ervoor gezorgd kan worden dat [de minderjarige] en [kind 4] samen vakantie hebben. [de minderjarige] zal in de kerstvakantie een week bij de vader en een week bij de moeder verblijven, welke weken jaarlijks zullen wisselen. Tevens zal [de minderjarige] eenmaal een lang weekend in het najaar bij de vader verblijven en twee maal een lang weekend in de periode tussen de kerstvakantie en de zomervakantie, waarbij de rechtbank onder ‘lang weekend’ verstaat: ten minste vrijdag tot en met zondag en bij voorkeur een verlengd weekend als bijvoorbeeld feest- of studiedagen dat mogelijk maken. In het geval de vader en [de minderjarige] samen besluiten dat ze vaker contact willen hebben, dan staat het hun vrij om daarover afspraken te maken in overleg met de moeder.
De kosten van de vliegreizen van [de minderjarige] ( [land] - Nederland en vice versa) dient de moeder naar het oordeel van de rechtbank voor haar rekening te nemen.
Het verzoek van de moeder te bepalen dat de ouders nadere afspraken gaan maken
6.16.
De moeder verzoekt voorts te bepalen dat de ouders in overleg met elkaar en [de minderjarige] nadere afspraken gaan maken over de punten die staan vermeld in de e-mail van de moeder van 22 september 2024, overgelegd als productie 12.
6.17.
De rechtbank ziet geen juridische grondslag voor dit verzoek van de moeder en zal het daarom afwijzen. De rechtbank acht het niettemin wel van groot belang dat de ouders met elkaar in gesprek gaan over de aanstaande verhuizing van [de minderjarige] naar [land] en de gevolgen die dat meebrengt. Er dienen immers meer gezagsbeslissingen te worden genomen waarvoor de moeder toestemming van de vader nodig heeft. Het ligt op de weg van beide ouders om zich in het belang van [de minderjarige] ten volle in te zetten om hun onderlinge communicatie te verbeteren en in gezamenlijkheid hun gezag uit te oefenen. Het zou fijn zijn voor [de minderjarige] als de ouders elkaar meer kunnen vinden in het overleg, zodat het voor [de minderjarige] makkelijker wordt om zich tussen de ouders te bewegen en zijn wensen bespreekbaar te maken. De rechtbank verwacht daarbij van de moeder de bereidheid en haar actieve inzet om de contacten tussen [de minderjarige] en de vader te ondersteunen en te stimuleren.
Uitvoerbaar bij voorraad verklaring
6.18.
De vader heeft op de zitting verzocht de beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren in het geval de moeder de door haar verzochte toestemming verkrijgt. De vader wenst in de gelegenheid te worden gesteld om desgewenst tegen deze beslissing in hoger beroep te gaan zonder geconfronteerd te worden met de verhuizing als voldongen feit.
6.19.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Vanwege de voorgenomen verhuizing van het gezin van de moeder in juli 2025, het belang van [de minderjarige] om mee te mogen verhuizen, het naderende einde van het schooljaar en het begin van het nieuwe schooljaar acht de rechtbank het voor [de minderjarige] van groot belang dat hij aan het begin van de zomervakantie gerechtigd is te verhuizen, ook als de vader de beslissing van de rechtbank in hoger beroep zou willen laten toetsen door het gerechtshof Amsterdam. Ook de beslissingen over de zorgregeling, die onlosmakelijk verbonden zijn met de vervangende toestemming voor de verhuizing, zal de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
Feiten
Tijdens telefoongesprekken op 10 en 11 november 2024 tussen [de minderjarige] en de vader vindt opnieuw een escalatie plaats. [de minderjarige] wilde toestemming krijgen voor de emigratie, maar de vader is daar niet op ingegaan. [de minderjarige] is vervolgens volledig uit zijn evenwicht geraakt, wil niet meer naar zijn vader toe en is erg bang dat hij niet mee mag naar [land] . [de minderjarige] heeft uitgesproken dat hij graag wil verhuizen naar [land] en is gestart met [nationaliteit] les. [de minderjarige] heeft met alle gezinsleden van de moeder een hechte band. Hij heeft het naar zijn zin in [land] , waar hij regelmatig verblijft. [de minderjarige] wil niet bij zijn vader gaan wonen en de vader wil dat ook niet.
4Verweer
4.1.
De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de verzoeken van de moeder en verzocht om afwijzing hiervan.
4.2.
De vader onderbouwt zijn standpunt als volgt. Volgens de vader lijkt de bedoeling van de moeder te zijn om de rol van de vader te marginaliseren en hem als het ware emotioneel te chanteren door te stellen dat [de minderjarige] wil verhuizen naar [land] , ook gezien hetgeen de vader [de minderjarige] in het verleden heeft aangedaan. Het verzoek van de moeder past in het langer lopende proces van het diskwalificeren van de vader als ouder en het voorkomen dat hij zijn vaderrol kan nemen. [de minderjarige] is hier vatbaar voor. De vader betwijfelt of een verhuizing in het belang van [de minderjarige] is. [de minderjarige] zit in het eerste leerjaar van het VMBO. Hij heeft dyslexie, gaat niet graag naar school en spreekt geen [taal] . De hele familie van [de minderjarige] woont in Nederland. [de minderjarige] heeft een halfzusje [kind 4] dat nu zeven jaar oud is. Hij heeft in de woonomgeving van de vader zijn ooms en tante dichtbij en zijn neefje [neefje] en nichtje [nichtje] met wie hij goed en veel omgaat. Daarnaast heeft hij zijn opa en oma in de omgeving en nog steeds een netwerk van vrienden in [plaats] . Zijn grote passie is basketbal en hij speelt in de jeugd van een vereniging met ambities. Volgens de vader is aan [de minderjarige] door de moeder en stiefvader van alles beloofd als ze eenmaal in [land] zijn. De moeder vermeldt een naam van een [taal] dorp ( [plaats] ) waar een huis zou zijn gekocht, maar verder ontvangt de vader geen informatie. Ook niet over het dorp, de scholen en de geschiktheid daarvan voor [de minderjarige] en over de vraag of er voldoende aandacht is voor een niet [taal] sprekende leerling met dyslexie op het niveau van [de minderjarige] . De vader vraagt zich voorts af of er een basketbalvereniging is waarbij [de minderjarige] kan aansluiten en hoe het zit met de sociale contacten van [de minderjarige] . De vader had dit graag willen bespreken en heeft cross border mediation voorgesteld. De vader benadrukt ten aanzien van de specifieke onderwijsbehoefte van [de minderjarige] dat de zorgen hierover breed worden gedeeld.
4.3.
De vader betwist dat er een noodzaak is tot verhuizing. Er zijn geen banden met [land] of het dorp waar de moeder met haar gezin wil gaan wonen. Zij hebben geen [nationaliteit] nationaliteit en spreken geen [taal] . De vader betwist dat het Nederlandse bedrijf van de echtgenoot in zwaar weer verkeert en wordt beëindigd. De vader meent dat de verhuizing niet goed is doordacht en voorbereid en ten aanzien van de geboden alternatieven geeft de vader aan dat deze onvoldoende zijn. De vader concludeert dat de moeder geen rol voor zichzelf ziet in het onderhouden van contact. De vader vreest ervoor dat hij volledig buiten beeld zal raken en [de minderjarige] niet meer zal zien. De communicatie is ook moeizaam. De moeder heeft de gewenste emigratie niet en zeker niet tijdig bespreekbaar gemaakt. De vader heeft niet meteen alles willen blokkeren, maar wilde het overleg aangaan met behulp van een mediator. Dat vond de moeder zonde van het geld.
4.4.
De vader denkt dat, ongeacht de uitkomst van de procedure, het nodig is dat er hulpverlening wordt ingeschakeld om de communicatie tussen de ouders vlot te trekken.
De vader wordt al langere tijd gediskwalificeerd als vader. De stiefvader van [de minderjarige] is ‘papa’ geworden en de vader ‘ [naam] ’. Als [de minderjarige] bij zijn vader is, wordt hij continu door de stiefvader geappt en gebeld, zodat er geen rustig moment is. Er wordt op een ongelooflijke manier aan [de minderjarige] getrokken. Nu wordt [de minderjarige] in een nog groter loyaliteitsconflict gebracht (en zal daarmee omgaan door het conflict te mijden en mee te willen naar [land] ). [de minderjarige] weigert sinds de indiening van het verzoek bij de vader te komen als een soort emotionele chantage en dat doet de vader veel pijn. Hij wil een onbelast contact met [de minderjarige] . De vader wil de eerder afgesproken regeling, inhoudende dat [de minderjarige] een weekend per twee weken van vrijdag tot en met zondag alsmede de woensdagen en de helft van de vakanties bij de vader verblijft, behouden dan wel versterken. De vader zou hiervoor ook een hulpverleningstraject met [de minderjarige] willen inzetten. [de minderjarige] is geworteld in Noord-Holland, hij heeft daar familie, is niet gewend aan frequent verhuizen en al helemaal niet naar het buitenland. Hij is nu pas in de brugklas begonnen en zou dan in korte tijd weer een stap moeten maken naar een omgeving waar hij de taal en gebruiken niet kent. Voorts lijkt de moeder niet bereid te zijn om de vader financieel te compenseren.
4.5.
Onder verwijzing naar al het bovenstaande en de nodige jurisprudentie voert de vader aan dat de moeder niet aan de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria heeft voldaan en dat het verzoek van de moeder haar vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing naar [land] dient te worden afgewezen.
5De Raad
5.1.
De Raad heeft op de zitting naar voren gebracht dat het lastig is om in deze zaak een advies te geven. [de minderjarige] is al jarenlang woonachtig in het gezin van de moeder en de relatie met de vader staat onder druk. De band met de vader is belangrijk, maar het is de vraag hoe zwaar deze dient te worden gewogen. De Raad merkt op het bijzonder te vinden dat de voorgenomen verhuizing al een jaar bekend is, maar dat er voor [de minderjarige] nog steeds geen duidelijkheid is. Uit de stukken maakt de Raad op dat [de minderjarige] zich al lange tijd onvoldoende vrij voelt om met beide ouders contact te hebben. Dat wordt nu nog meer uitvergroot. De vraag is of er sprake is van kindeigen problematiek of dat [de minderjarige] minder naar zijn vader gaat vanwege loyaliteitsproblematiek.
5.2.
De Raad geeft aan dat een verhuizing in de basis iets tussen de ouders is. Zij moeten hierover overleggen. De Raad is van mening dat de moeder summier is met informatieverschaffing over school en voorzieningen, met name in het licht van de situatie waarin [de minderjarige] steeds minder naar zijn vader wil gaan. Een zorgregeling waarbij [de minderjarige] eens per drie maanden omgang heeft met zijn vader, is wat de Raad betreft ook summier. Aan de andere kant is het de vraag op welke wijze het contact dient te worden vormgegeven als er onvoldoende basis voor is. De Raad denkt dat het voor [de minderjarige] een grote stap zal zijn om naar Nederland te komen, gezien het feit dat hij zich al veel langer in de strijd tussen zijn ouders bevindt. Zijn halfzusje [kind 4] kan een stimulans zijn om naar zijn vader te gaan, maar beide ouders dienen het contact dan wel te stimuleren. De vraag is ook wat het voor [de minderjarige] betekent als het verzoek van de moeder wordt afgewezen en zijn halfbroertje en halfzusjes wel naar [land] gaan. Er ontstaat een complexe dynamiek waarbij moet worden gekozen tussen twee kwaden. De Raad merkt daarbij op dat de moeder al van jongs af aan de hoofdverzorger van [de minderjarige] is en dat [de minderjarige] een sterke band met zijn moeder lijkt te ervaren.
Beoordeling
[de minderjarige] , die op [datum] 13 jaar wordt, heeft zelf ook aangegeven met zijn moeder en haar samengestelde gezin mee te willen naar [land] . Hij ziet het als een avontuur en staat er positief tegenover.
6.12.
Alle betrokken belangen tegen elkaar afwegend is de rechtbank van oordeel dat het belang van [de minderjarige] en de moeder om samen met het gezin van de moeder naar [land] te mogen verhuizen zwaarder weegt dan het belang van de vader om [de minderjarige] regelmatig bij zich te hebben.
Zorgregeling
6.13.
Bij gezamenlijke gezagsuitoefening geldt dat op grond van artikel 1:253a, eerste lid, BW, geschillen hieromtrent aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. Daartoe wordt, gelet op artikel 1:253a, tweede lid, aanhef en onder a, mede de beslissing gerekend over de zorgregeling. De rechter neemt in dat geval een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
6.14.
De rechtbank begrijpt het verzoek van de moeder over de zorgregeling tussen [de minderjarige] en de vader aldus, dat de moeder verzoekt een zorgregeling vast te stellen die de rechtbank in het belang van [de minderjarige] wenselijk acht. De vader heeft de rechtbank niet bij wijze van zelfstandig verzoek verzocht een zorgregeling vast te stellen. Partijen hebben elk hun zienswijze op de zorgregeling naar voren gebracht.
6.15.
De rechtbank overweegt het volgende. De door de vader gewenste regeling, zoals ter zitting naar voren gebracht, waarbij [de minderjarige] om het weekend bij hem verblijft, of eens per maand een weekend, is naar het oordeel van de rechtbank te belastend voor [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft in [land] een zomervakantie van drie maanden en dat is bij uitstek een goede periode om intensiever contact met de vader te hebben. De rechtbank zal vaststellen dat [de minderjarige] in de zomervakantie drie weken aaneengesloten bij de vader verblijft, in een periode naar keuze van de vader, zodat ervoor gezorgd kan worden dat [de minderjarige] en [kind 4] samen vakantie hebben. [de minderjarige] zal in de kerstvakantie een week bij de vader en een week bij de moeder verblijven, welke weken jaarlijks zullen wisselen. Tevens zal [de minderjarige] eenmaal een lang weekend in het najaar bij de vader verblijven en twee maal een lang weekend in de periode tussen de kerstvakantie en de zomervakantie, waarbij de rechtbank onder ‘lang weekend’ verstaat: ten minste vrijdag tot en met zondag en bij voorkeur een verlengd weekend als bijvoorbeeld feest- of studiedagen dat mogelijk maken. In het geval de vader en [de minderjarige] samen besluiten dat ze vaker contact willen hebben, dan staat het hun vrij om daarover afspraken te maken in overleg met de moeder.
De kosten van de vliegreizen van [de minderjarige] ( [land] - Nederland en vice versa) dient de moeder naar het oordeel van de rechtbank voor haar rekening te nemen.
Het verzoek van de moeder te bepalen dat de ouders nadere afspraken gaan maken
6.16.
De moeder verzoekt voorts te bepalen dat de ouders in overleg met elkaar en [de minderjarige] nadere afspraken gaan maken over de punten die staan vermeld in de e-mail van de moeder van 22 september 2024, overgelegd als productie 12.
6.17.
De rechtbank ziet geen juridische grondslag voor dit verzoek van de moeder en zal het daarom afwijzen. De rechtbank acht het niettemin wel van groot belang dat de ouders met elkaar in gesprek gaan over de aanstaande verhuizing van [de minderjarige] naar [land] en de gevolgen die dat meebrengt. Er dienen immers meer gezagsbeslissingen te worden genomen waarvoor de moeder toestemming van de vader nodig heeft. Het ligt op de weg van beide ouders om zich in het belang van [de minderjarige] ten volle in te zetten om hun onderlinge communicatie te verbeteren en in gezamenlijkheid hun gezag uit te oefenen. Het zou fijn zijn voor [de minderjarige] als de ouders elkaar meer kunnen vinden in het overleg, zodat het voor [de minderjarige] makkelijker wordt om zich tussen de ouders te bewegen en zijn wensen bespreekbaar te maken. De rechtbank verwacht daarbij van de moeder de bereidheid en haar actieve inzet om de contacten tussen [de minderjarige] en de vader te ondersteunen en te stimuleren.
Uitvoerbaar bij voorraad verklaring
6.18.
De vader heeft op de zitting verzocht de beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren in het geval de moeder de door haar verzochte toestemming verkrijgt. De vader wenst in de gelegenheid te worden gesteld om desgewenst tegen deze beslissing in hoger beroep te gaan zonder geconfronteerd te worden met de verhuizing als voldongen feit.
6.19.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Vanwege de voorgenomen verhuizing van het gezin van de moeder in juli 2025, het belang van [de minderjarige] om mee te mogen verhuizen, het naderende einde van het schooljaar en het begin van het nieuwe schooljaar acht de rechtbank het voor [de minderjarige] van groot belang dat hij aan het begin van de zomervakantie gerechtigd is te verhuizen, ook als de vader de beslissing van de rechtbank in hoger beroep zou willen laten toetsen door het gerechtshof Amsterdam. Ook de beslissingen over de zorgregeling, die onlosmakelijk verbonden zijn met de vervangende toestemming voor de verhuizing, zal de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad verklaren.