Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-29
ECLI:NL:RBNHO:2025:1842
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,000 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11084232 \ CV EXPL 24-2723
Uitspraakdatum: 29 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air Europa Lineas Aereas S.A.
gevestigd te Baleares (Spanje)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Estirado Fontalba
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 20 december 2023 vervoeren van Amsterdam via Madrid (Spanje) naar Cordoba (Spanje), met vluchten UX1094 en UX121.
2.2.
De vlucht van Madrid naar Cordoba (UX121, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier is met 8 uur en 4 minuten vertraging op de overeengekomen eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.
3.3.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft.
4.3.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat het toestel dat de vlucht in kwestie zou uitvoeren (EC-MNS) op 19 december 2023 is getroffen door een aanvaring met een vogel (‘birdstrike’). Tijdens de inspectie zijn er meerdere beschadigingen aan de akoestische panelen geconstateerd, waarvoor direct herstel noodzakelijk was. Het vliegtuig is pas op 21 december 2023 weer inzetbaar verklaard.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. De vogelaanvaring betreft een (als gevolg van een van buitenkomende oorzaak ontstaan) vliegveiligheidsprobleem als bedoeld in de Verordening. Het vliegtuig kon immers vanwege de vliegveiligheidscontrole en daarop volgende noodzakelijke reparatie(s) haar weg niet vervolgen. Deze omstandigheid vormt een buitengewone omstandigheid die zich niet per definitie hoeft voor te doen op de vlucht in kwestie, maar ook door kan werken op een direct opvolgende vlucht. In dit geval heeft de vogelaanvaring zich echter voorgedaan op een vlucht die in een zódanig ver verband staat van de onderhavige vlucht dat doorwerking niet meer redelijk is. Tussen het moment waarop de vervoerder kennis nam van de vogelaanvaring en het geplande vertrek van de onderhavige vlucht zat een periode van ruim 24 uur. Deze periode is voldoende voor één of meerdere beslissingen van de vervoerder om wel of geen bemanning vrij te maken, wel of geen andere vluchten te annuleren zodat de vlucht in kwestie alsnog uitgevoerd kan worden, wel of niet alle passagiers om te boeken etc. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat hij voornoemde opties heeft uitgeput. De beslissing om de vlucht door een ander toestel (EC-NGS) op 21 december 2023 te laten uitvoeren is in dit verband onvoldoende. Dit geldt te meer nu de passagier voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de EC-NGS ruim 15 uur vóór de geplande vertrektijd van vlucht UX121 op de luchthaven van Madrid aanwezig was én het een korte afstandsvlucht betreft.
4.5.
De vordering tot betaling van de hoofdsom zal, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht, worden toegewezen.
4.6.
Ten aanzien van de gevorderde wettelijke rente wordt het volgende overwogen. De passagier heeft wettelijke rente gevorderd met ingang vanaf ‘de dag der incident’. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf 20 december 2023, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.
4.7.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk kosten door de passagier worden gemaakt.
4.9.
Het gevorderde certificaat wordt wegens een gebrek aan belang afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 december 2023 tot de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 270,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11084232 \ CV EXPL 24-2723
Uitspraakdatum: 29 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air Europa Lineas Aereas S.A.
gevestigd te Baleares (Spanje)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Estirado Fontalba
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 20 december 2023 vervoeren van Amsterdam via Madrid (Spanje) naar Cordoba (Spanje), met vluchten UX1094 en UX121.
2.2.
De vlucht van Madrid naar Cordoba (UX121, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier is met 8 uur en 4 minuten vertraging op de overeengekomen eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.
3.3.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft.
4.3.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat het toestel dat de vlucht in kwestie zou uitvoeren (EC-MNS) op 19 december 2023 is getroffen door een aanvaring met een vogel (‘birdstrike’). Tijdens de inspectie zijn er meerdere beschadigingen aan de akoestische panelen geconstateerd, waarvoor direct herstel noodzakelijk was. Het vliegtuig is pas op 21 december 2023 weer inzetbaar verklaard.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. De vogelaanvaring betreft een (als gevolg van een van buitenkomende oorzaak ontstaan) vliegveiligheidsprobleem als bedoeld in de Verordening. Het vliegtuig kon immers vanwege de vliegveiligheidscontrole en daarop volgende noodzakelijke reparatie(s) haar weg niet vervolgen. Deze omstandigheid vormt een buitengewone omstandigheid die zich niet per definitie hoeft voor te doen op de vlucht in kwestie, maar ook door kan werken op een direct opvolgende vlucht. In dit geval heeft de vogelaanvaring zich echter voorgedaan op een vlucht die in een zódanig ver verband staat van de onderhavige vlucht dat doorwerking niet meer redelijk is. Tussen het moment waarop de vervoerder kennis nam van de vogelaanvaring en het geplande vertrek van de onderhavige vlucht zat een periode van ruim 24 uur. Deze periode is voldoende voor één of meerdere beslissingen van de vervoerder om wel of geen bemanning vrij te maken, wel of geen andere vluchten te annuleren zodat de vlucht in kwestie alsnog uitgevoerd kan worden, wel of niet alle passagiers om te boeken etc. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat hij voornoemde opties heeft uitgeput. De beslissing om de vlucht door een ander toestel (EC-NGS) op 21 december 2023 te laten uitvoeren is in dit verband onvoldoende. Dit geldt te meer nu de passagier voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de EC-NGS ruim 15 uur vóór de geplande vertrektijd van vlucht UX121 op de luchthaven van Madrid aanwezig was én het een korte afstandsvlucht betreft.
4.5.
De vordering tot betaling van de hoofdsom zal, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht, worden toegewezen.
4.6.
Ten aanzien van de gevorderde wettelijke rente wordt het volgende overwogen. De passagier heeft wettelijke rente gevorderd met ingang vanaf ‘de dag der incident’. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf 20 december 2023, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.
4.7.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk kosten door de passagier worden gemaakt.
4.9.
Het gevorderde certificaat wordt wegens een gebrek aan belang afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 december 2023 tot de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 270,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11084232 \ CV EXPL 24-2723
Uitspraakdatum: 29 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air Europa Lineas Aereas S.A.
gevestigd te Baleares (Spanje)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Estirado Fontalba
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 20 december 2023 vervoeren van Amsterdam via Madrid (Spanje) naar Cordoba (Spanje), met vluchten UX1094 en UX121.
2.2.
De vlucht van Madrid naar Cordoba (UX121, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier is met 8 uur en 4 minuten vertraging op de overeengekomen eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.
3.3.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening).
3.4.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft.
4.3.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat het toestel dat de vlucht in kwestie zou uitvoeren (EC-MNS) op 19 december 2023 is getroffen door een aanvaring met een vogel (‘birdstrike’). Tijdens de inspectie zijn er meerdere beschadigingen aan de akoestische panelen geconstateerd, waarvoor direct herstel noodzakelijk was. Het vliegtuig is pas op 21 december 2023 weer inzetbaar verklaard.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. De vogelaanvaring betreft een (als gevolg van een van buitenkomende oorzaak ontstaan) vliegveiligheidsprobleem als bedoeld in de Verordening. Het vliegtuig kon immers vanwege de vliegveiligheidscontrole en daarop volgende noodzakelijke reparatie(s) haar weg niet vervolgen. Deze omstandigheid vormt een buitengewone omstandigheid die zich niet per definitie hoeft voor te doen op de vlucht in kwestie, maar ook door kan werken op een direct opvolgende vlucht. In dit geval heeft de vogelaanvaring zich echter voorgedaan op een vlucht die in een zódanig ver verband staat van de onderhavige vlucht dat doorwerking niet meer redelijk is. Tussen het moment waarop de vervoerder kennis nam van de vogelaanvaring en het geplande vertrek van de onderhavige vlucht zat een periode van ruim 24 uur. Deze periode is voldoende voor één of meerdere beslissingen van de vervoerder om wel of geen bemanning vrij te maken, wel of geen andere vluchten te annuleren zodat de vlucht in kwestie alsnog uitgevoerd kan worden, wel of niet alle passagiers om te boeken etc. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat hij voornoemde opties heeft uitgeput. De beslissing om de vlucht door een ander toestel (EC-NGS) op 21 december 2023 te laten uitvoeren is in dit verband onvoldoende. Dit geldt te meer nu de passagier voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de EC-NGS ruim 15 uur vóór de geplande vertrektijd van vlucht UX121 op de luchthaven van Madrid aanwezig was én het een korte afstandsvlucht betreft.
4.5.
De vordering tot betaling van de hoofdsom zal, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht, worden toegewezen.
4.6.
Ten aanzien van de gevorderde wettelijke rente wordt het volgende overwogen. De passagier heeft wettelijke rente gevorderd met ingang vanaf ‘de dag der incident’. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf 20 december 2023, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.
4.7.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk kosten door de passagier worden gemaakt.
4.9.
Het gevorderde certificaat wordt wegens een gebrek aan belang afgewezen.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 december 2023 tot de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 270,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter