Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-07-14
ECLI:NL:RBNHO:2025:15997
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
4,048 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15997 text/xml public 2026-04-15T14:09:19 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-07-14 HAA 25/2233 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Haarlem Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15997 text/html public 2026-04-15T14:07:24 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15997 Rechtbank Noord-Holland , 14-07-2025 / HAA 25/2233 Woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. Voorzieningenrechter wijst verzoek tot treffen voorlopige voorziening af. Feitelijke verblijfsituatie minderjarige kinderen niet doorslaggevend RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/2233 uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. R.J.A. Verhoeven), en de burgemeester van de gemeente Dijk en Waard (gemachtigden: mr. A.E.C. Oudhuis en mr. M. Tolman). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de woning van verzoekster met ingang van 6 mei 2025 voor de duur van zes maanden. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoekster die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van de burgemeester die pleiten tegen het treffen daarvan, aan de hand van de gronden van verzoekster als volgt af. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. De burgemeester heeft met het besluit van 29 april 2025 de woning van verzoekster aan [adres] te [plaats] voor de duur van zes maanden gesloten. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.1. Met het bestreden besluit van 26 juni 2025 op het het bezwaar van verzoekster is de burgemeester bij dit besluit gebleven. Verzoekster heeft hiertegen ter zitting van de voorzieningenrechter mondeling beroep ingesteld, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. 2.2. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigden van de burgemeester. Beoordeling door de voorzieningenrechter Totstandkoming van het besluit 3. Op 25 maart 2025 werd door de politie naar aanleiding van een ‘meld misdaad anoniem’-melding een nader onderzoek ingesteld naar het adres [adres] in [plaats] . Bij dit onderzoek werden verdovende middelen aangetroffen, in totaal 838,9 gram / 649 ml GHB en 60,53 gram amfetamine. 4. De politie heeft de bevindingen van het onderzoek neergelegd in de bestuurlijke rapportage van 3 april 2025. Deze rapportage is aan de burgemeester gezonden. 5. De burgemeester heeft vervolgens bij brief van 11 april 2025 verzoekster meegedeeld voornemens te zijn de woning te sluiten voor de duur van zes maanden. Verzoekster heeft op 15 april 2025 haar zienswijze gegeven. Dat heeft bij de burgemeester niet geleid tot een ander standpunt; met het besluit van 29 april 2025 heeft de burgemeester de woning per 6 mei 2025 voor de duur van zes maanden gesloten. 6. In het kader van de behandeling van het bezwaar van verzoekster heeft op 12 juni 2025 een hoorzitting plaatsgehad. Tijdens deze hoorzitting is gebleken dat de situatie veranderd was ten opzichte van de situatie ten tijde van het nemen van het primaire besluit. De commissie voor bezwaarschriften heeft de burgemeester daarom geadviseerd om opnieuw onderzoek te doen naar waar de beide kinderen van verzoekster zijn ondergebracht. Afhankelijk van de uitslag van het nadere onderzoek moet de burgemeester volgens de commissie een belangenafweging maken of sluiting van de woning nog steeds evenredig is. 7. De burgemeester heeft naar aanleiding van dit advies nader onderzoek verricht naar de huidige verblijfslocatie van de minderjarige kinderen. Daartoe heeft hij contact opgenomen met de William Schrikker Stichting (WSS), die bevestigd hebben dat de zoon verblijft bij verzoekster. WSS heeft ook aangegeven dat er een traject is opgestart bij Parlan. Er wordt gezocht naar een perspectief biedende plek voor de zoon. Met verzoekster is afgesproken dat haar zoon tijdelijk bij haar kan verblijven met inzet van intensieve hulp totdat er een passende plek is gevonden. De dochter verblijft in het netwerk. Deze plaatsing kan niet langer duren. De WSS is bezig een plan voor de toekomst te maken. De WSS heeft volgens de burgemeester opnieuw aangegeven dat, hoewel het de wens is van moeder en kinderen om samen te wonen, dit niet de route is die gevolgd wordt. 8. De burgemeester heeft in het bestreden besluit geconcludeerd dat de sluiting nog steeds evenredig is. Daarbij heeft hij betrokken dat zowel de WSS als Parlan betrokken zijn bij de minderjarige kinderen. Er is door Parlan een huisbezoek verricht en besloten is dat de zoon bij verzoekster kan verblijven en dat het niet wenselijk hem naar een crisisplek te brengen. Ten aanzien van de minderjarige dochter heeft de WSS bevestigd dat er aansluitend aan het verblijf in het netwerk een perspectief biedende plek gezocht wordt. 9. Verzoekster voert aan dat in het kader van de afweging van de belangen de burgemeester de belangen van haar en haar minderjarige kinderen moet laten prevaleren boven het belang de woning te sluiten. Verzoekster wijst er daarbij op dat haar zoon de diagnose PDD NOS heeft en dat hij grote behoefte aan voorspelbaarheid en zekerheid heeft. Spoedeisend belang 10. Nu het gaat om een woningsluiting is het spoedeisend belang in het algemeen een gegeven vanwege het ingrijpende karakter van een dergelijk besluit. De omstandigheid dat verzoekster haar woning heeft leeggehaald betekent niet dat daarmee het spoedeisend belang is komen te vervallen. Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat zij dit heeft gedaan om haar inboedel te beschermen. Verder is toegelicht dat zij thans verblijft op een boot zonder sanitaire voorzieningen. Onder deze omstandigheden is sprake van voldoende spoedeisend belang. Toetsingskader 11. Het toetsingskader voor woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet is weergegeven in de overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912, nader aangevuld in de uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285. Bevoegdheid 12. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De voorzieningenrechter stelt vast dat de bevoegdheid van de burgemeester de woning te sluiten niet wordt betwist. Gezien de aangetroffen hoeveelheid harddrugs is sluiting voor de duur van zes maanden in overeenstemming met het beleid van de burgemeester. Noodzaak 13. Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om de woning te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding moet worden beoordeeld of sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij die woning en het herstel van de openbare orde. 14.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15997 text/xml public 2026-04-15T14:09:19 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-07-14 HAA 25/2233 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Haarlem Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15997 text/html public 2026-04-15T14:07:24 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15997 Rechtbank Noord-Holland , 14-07-2025 / HAA 25/2233 Woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. Voorzieningenrechter wijst verzoek tot treffen voorlopige voorziening af. Feitelijke verblijfsituatie minderjarige kinderen niet doorslaggevend RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/2233 uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. R.J.A. Verhoeven), en de burgemeester van de gemeente Dijk en Waard (gemachtigden: mr. A.E.C. Oudhuis en mr. M. Tolman). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de woning van verzoekster met ingang van 6 mei 2025 voor de duur van zes maanden. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoekster die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van de burgemeester die pleiten tegen het treffen daarvan, aan de hand van de gronden van verzoekster als volgt af. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. De burgemeester heeft met het besluit van 29 april 2025 de woning van verzoekster aan [adres] te [plaats] voor de duur van zes maanden gesloten. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.1. Met het bestreden besluit van 26 juni 2025 op het het bezwaar van verzoekster is de burgemeester bij dit besluit gebleven. Verzoekster heeft hiertegen ter zitting van de voorzieningenrechter mondeling beroep ingesteld, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. 2.2. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigden van de burgemeester. Beoordeling door de voorzieningenrechter Totstandkoming van het besluit 3. Op 25 maart 2025 werd door de politie naar aanleiding van een ‘meld misdaad anoniem’-melding een nader onderzoek ingesteld naar het adres [adres] in [plaats] . Bij dit onderzoek werden verdovende middelen aangetroffen, in totaal 838,9 gram / 649 ml GHB en 60,53 gram amfetamine. 4. De politie heeft de bevindingen van het onderzoek neergelegd in de bestuurlijke rapportage van 3 april 2025. Deze rapportage is aan de burgemeester gezonden. 5. De burgemeester heeft vervolgens bij brief van 11 april 2025 verzoekster meegedeeld voornemens te zijn de woning te sluiten voor de duur van zes maanden. Verzoekster heeft op 15 april 2025 haar zienswijze gegeven. Dat heeft bij de burgemeester niet geleid tot een ander standpunt; met het besluit van 29 april 2025 heeft de burgemeester de woning per 6 mei 2025 voor de duur van zes maanden gesloten. 6. In het kader van de behandeling van het bezwaar van verzoekster heeft op 12 juni 2025 een hoorzitting plaatsgehad. Tijdens deze hoorzitting is gebleken dat de situatie veranderd was ten opzichte van de situatie ten tijde van het nemen van het primaire besluit. De commissie voor bezwaarschriften heeft de burgemeester daarom geadviseerd om opnieuw onderzoek te doen naar waar de beide kinderen van verzoekster zijn ondergebracht. Afhankelijk van de uitslag van het nadere onderzoek moet de burgemeester volgens de commissie een belangenafweging maken of sluiting van de woning nog steeds evenredig is. 7. De burgemeester heeft naar aanleiding van dit advies nader onderzoek verricht naar de huidige verblijfslocatie van de minderjarige kinderen. Daartoe heeft hij contact opgenomen met de William Schrikker Stichting (WSS), die bevestigd hebben dat de zoon verblijft bij verzoekster. WSS heeft ook aangegeven dat er een traject is opgestart bij Parlan. Er wordt gezocht naar een perspectief biedende plek voor de zoon. Met verzoekster is afgesproken dat haar zoon tijdelijk bij haar kan verblijven met inzet van intensieve hulp totdat er een passende plek is gevonden. De dochter verblijft in het netwerk. Deze plaatsing kan niet langer duren. De WSS is bezig een plan voor de toekomst te maken. De WSS heeft volgens de burgemeester opnieuw aangegeven dat, hoewel het de wens is van moeder en kinderen om samen te wonen, dit niet de route is die gevolgd wordt. 8. De burgemeester heeft in het bestreden besluit geconcludeerd dat de sluiting nog steeds evenredig is. Daarbij heeft hij betrokken dat zowel de WSS als Parlan betrokken zijn bij de minderjarige kinderen. Er is door Parlan een huisbezoek verricht en besloten is dat de zoon bij verzoekster kan verblijven en dat het niet wenselijk hem naar een crisisplek te brengen. Ten aanzien van de minderjarige dochter heeft de WSS bevestigd dat er aansluitend aan het verblijf in het netwerk een perspectief biedende plek gezocht wordt. 9. Verzoekster voert aan dat in het kader van de afweging van de belangen de burgemeester de belangen van haar en haar minderjarige kinderen moet laten prevaleren boven het belang de woning te sluiten. Verzoekster wijst er daarbij op dat haar zoon de diagnose PDD NOS heeft en dat hij grote behoefte aan voorspelbaarheid en zekerheid heeft. Spoedeisend belang 10. Nu het gaat om een woningsluiting is het spoedeisend belang in het algemeen een gegeven vanwege het ingrijpende karakter van een dergelijk besluit. De omstandigheid dat verzoekster haar woning heeft leeggehaald betekent niet dat daarmee het spoedeisend belang is komen te vervallen. Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat zij dit heeft gedaan om haar inboedel te beschermen. Verder is toegelicht dat zij thans verblijft op een boot zonder sanitaire voorzieningen. Onder deze omstandigheden is sprake van voldoende spoedeisend belang. Toetsingskader 11. Het toetsingskader voor woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet is weergegeven in de overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912, nader aangevuld in de uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285. Bevoegdheid 12. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De voorzieningenrechter stelt vast dat de bevoegdheid van de burgemeester de woning te sluiten niet wordt betwist. Gezien de aangetroffen hoeveelheid harddrugs is sluiting voor de duur van zes maanden in overeenstemming met het beleid van de burgemeester. Noodzaak 13. Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om de woning te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding moet worden beoordeeld of sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij die woning en het herstel van de openbare orde. 14.