Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-05-27
ECLI:NL:RBNHO:2025:15993
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: HAA 24/1285 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, verweerder (gemachtigden: mr. M.J. Wijnen-Verhoek en mr. N. van den Brink) de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van het verzoek van eiser op grond van de Wet open overheid (Woo). 1.1. Verweerder heeft het verzoek tot openbaarmaking met het besluit van 16 februari 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 juni 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder daarbij gebleven. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. Eiser heeft verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft daarom de Staat als partij aangemerkt. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2025 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van verweerder. Totstandkoming van het besluit 2. Verzoeker heeft op 23 januari 2023 verweerder verzocht om openbaarmaking van alle documenten, waaruit blijkt dat verweerder de uitspraak van de rechtbank Amsterdam in de zaak met nummer AMS 22/1586 en/of informatie over die uitspraak, met derden heeft gedeeld. 3. Verweerder heeft het verzoek afgewezen, omdat het al dan niet delen van (informatie of kennis over) in het openbaar uitgesproken uitspraken van rechtbanken in Woo-zaken naar zijn aard geen verband houdt met de publieke taak van verweerder, noch met het beleid van verweerder, de voorbereiding of de uitvoering daarvan. Beoordeling door de rechtbank Bevoegdheid rechtbank Noord-Holland 4. Nu verweerder zijn zetel in Amsterdam heeft, is de rechtbank Amsterdam op grond van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd. Omdat (het al dan niet delen van) een uitspraak van de rechtbank Amsterdam de aanleiding vormde voor het Woo-verzoek van eiser, is deze zaak verwezen naar de rechtbank Noord-Holland. Artikel 46b Wet op de Rechterlijke Organisatie maakt dit mogelijk. Standpunt eiser 5. Samengevat voert eiser aan dat wel sprake is van een stuk dat naar zijn aard verband houdt met de publieke taak van verweerder. Eiser wijst er in dat kader op dat het delen van de uitspraak met de Nationale Ombudsman door een medewerker van verweerder is verricht in het kader van het dienstverband met verweerder. Het gaat om het delen van een schriftelijk stuk dat door verweerder in het kader van de door hem gekozen invulling van zijn publieke taak is ontvangen en dus om een document dat met de Woo in de hand kan worden opgevraagd. Standpunt verweerder 6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat als er al sprake zou zijn van stukken die aan het Woo-verzoek zouden voldoen (hetgeen niet is onderzocht) dit geen document(en) is/zijn dat/die naar zijn aard verband houden met de publieke taak van verweerder. De publieke taak van verweerder is, gelet op artikel 1:3, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw), het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. De zinsnede dat documenten “naar hun aard verband houden met de publieke taak van het overheidsorgaan” moet breed worden uitgelegd. Het kan daarbij ook gaan om documenten die gerelateerd zijn aan aangelegenheden die voor de uitoefening van die publieke taak randvoorwaardelijk zijn, zoals bedrijfsvoering of organisatie. Bij verweerder vallen hier bijvoorbeeld het personeelsbeleid, facility services en huisvesting onder. Het al dan niet delen van in het openbaar uitgesproken uitspraken van rechtbanken in Woo-zaken houdt naar zijn aard geen verband met de publieke taak van verweerder, noch met het beleid van verweerder, de voorbereiding of de uitvoering daarvan. Het houdt ook geen verband met