Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-01
ECLI:NL:RBNHO:2025:15966
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Tussenuitspraak
4,018 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15966 text/xml public 2026-04-07T10:11:20 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-05-01 11030622 \ CV EXPL 24-712 Uitspraak Tussenuitspraak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15966 text/html public 2026-04-07T09:52:00 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15966 Rechtbank Noord-Holland , 01-05-2025 / 11030622 \ CV EXPL 24-712 Tussenvonnis. Ambtshalve toetsing informatieplichten en Algemene Leverings- en betalingsvoorwaarden van PC Uitvaartbegeleiding B.V. Vooralsnog sprake van een oneerlijk rente- en incassokostenbeding. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11030622 \ CV EXPL 24-712 Uitspraakdatum: 1 mei 2025 Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van: PC Uitvaart Begeleiding B.V. te Amsterdam de eisende partij gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen De procedure 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2 De beoordeling 2.1. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 10.418,30, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. 2.2. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten 2.3. De eisende partij stelt dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de eisende partij de opdrachtbevestiging, de factuur en de toepasselijke algemene voorwaarden overgelegd zonder concreet toe te lichten wat de kantonrechter daaruit zou moeten afleiden. Dit volstaat niet. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet inzichtelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. In een situatie als de onderhavige betekent dit dat de eisende partij expliciet en op een duidelijke manier, moet aangeven waar op welke pagina van de producties welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren). 2.4. De eisende partij heeft niet voldoende onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en artikel 6:230t lid 1 BW. Ook heeft zij niet toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de contractuele verplichtingen van artikel 6:230t lid 2 BW. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen of aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt. 2.5. Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de hiervoor bedoelde informatie alsnog bij akte te verstrekken. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier stellen en onderbouwen hoe zij ten aanzien van de gedaagde partij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. Als de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.6. De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). 2.7. Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: Algemene leverings-en betalingsvoorwaarden van PC Uitvaartbegeleiding B.V. gedeponeerd ter Kamer van Koophandel te Amsterdam, d.d. 1 maart 2019 (hierna: de algemene voorwaarden). 2.8. Artikel 9.3 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding. Dat luidt als volgt: ‘ De betalingstermijn geldt als fatale (of: als een voor voldoening bepaalde) termijn als bedoeld in artikel 83 sub a Burgerlijk Wetboek 6. De opdrachtgever is derhalve van rechtswege in verzuim wanneer niet tijdig is betaald, zonder dat daartoe enige sommatie of ingebrekestelling is vereist. Dit verzuim vangt derhalve aan op de eerste dag na het verstrijken van de betalingstermijn. PC Uitvaart is gerechtigd over een betaling die niet tijdig is verricht rente in rekening te brengen over de periode dat de Opdrachtgever met de voldoening daarvan in verzuim is. Deze rente is gelijk aan 1% per maand of gedeelte van de maand waarbij een gedeelte van de maand als gehele maand wordt berekend.’ 2.9. De bedongen rente bedraagt in dit geval 1% per maand. Dat is meer dan de wettelijke handelsrente op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Het rentebeding is daarom oneerlijk. 2.10. De kantonrechter is daarom voornemens om artikel 9.3 van de algemene voorwaarden te vernietigen, voor zover dit betrekking heeft op de verschuldigde rente. De eisende partij zal de gelegenheid krijgen zich hierover uit te laten. 2.11. Artikel 9.4 van de algemene voorwaarden betreft een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt: ‘ Bij niet-betaling binnen de termijn als genoemd in lid 3 van dit artikel is PC Uitvaart gerechtigd alle kosten, zowel buitengerechtelijk als gerechtelijk, in rekening te brengen. Buitengerechtelijke kosten bedragen 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 40,00 conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. ’ 2.12. In het beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Tot slot volgt uit de tekst van het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra niet (tijdig) wordt betaald, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd. 2.13. Het beding ziet ook op de proceskosten. Voor zover de eisende partij op grond van dit beding aanspraak kan maken op gerechtelijke kosten die boven het liquidatietarief uitkomen, is dit beding oneerlijk.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15966 text/xml public 2026-04-07T10:11:20 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-05-01 11030622 \ CV EXPL 24-712 Uitspraak Tussenuitspraak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15966 text/html public 2026-04-07T09:52:00 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15966 Rechtbank Noord-Holland , 01-05-2025 / 11030622 \ CV EXPL 24-712 Tussenvonnis. Ambtshalve toetsing informatieplichten en Algemene Leverings- en betalingsvoorwaarden van PC Uitvaartbegeleiding B.V. Vooralsnog sprake van een oneerlijk rente- en incassokostenbeding. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11030622 \ CV EXPL 24-712 Uitspraakdatum: 1 mei 2025 Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van: PC Uitvaart Begeleiding B.V. te Amsterdam de eisende partij gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen De procedure 1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2 De beoordeling 2.1. De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 10.418,30, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. 2.2. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten 2.3. De eisende partij stelt dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de eisende partij de opdrachtbevestiging, de factuur en de toepasselijke algemene voorwaarden overgelegd zonder concreet toe te lichten wat de kantonrechter daaruit zou moeten afleiden. Dit volstaat niet. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet inzichtelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. In een situatie als de onderhavige betekent dit dat de eisende partij expliciet en op een duidelijke manier, moet aangeven waar op welke pagina van de producties welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren). 2.4. De eisende partij heeft niet voldoende onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en artikel 6:230t lid 1 BW. Ook heeft zij niet toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de contractuele verplichtingen van artikel 6:230t lid 2 BW. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen of aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt. 2.5. Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de hiervoor bedoelde informatie alsnog bij akte te verstrekken. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier stellen en onderbouwen hoe zij ten aanzien van de gedaagde partij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. Als de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.6. De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). 2.7. Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: Algemene leverings-en betalingsvoorwaarden van PC Uitvaartbegeleiding B.V. gedeponeerd ter Kamer van Koophandel te Amsterdam, d.d. 1 maart 2019 (hierna: de algemene voorwaarden). 2.8. Artikel 9.3 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding. Dat luidt als volgt: ‘ De betalingstermijn geldt als fatale (of: als een voor voldoening bepaalde) termijn als bedoeld in artikel 83 sub a Burgerlijk Wetboek 6. De opdrachtgever is derhalve van rechtswege in verzuim wanneer niet tijdig is betaald, zonder dat daartoe enige sommatie of ingebrekestelling is vereist. Dit verzuim vangt derhalve aan op de eerste dag na het verstrijken van de betalingstermijn. PC Uitvaart is gerechtigd over een betaling die niet tijdig is verricht rente in rekening te brengen over de periode dat de Opdrachtgever met de voldoening daarvan in verzuim is. Deze rente is gelijk aan 1% per maand of gedeelte van de maand waarbij een gedeelte van de maand als gehele maand wordt berekend.’ 2.9. De bedongen rente bedraagt in dit geval 1% per maand. Dat is meer dan de wettelijke handelsrente op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Het rentebeding is daarom oneerlijk. 2.10. De kantonrechter is daarom voornemens om artikel 9.3 van de algemene voorwaarden te vernietigen, voor zover dit betrekking heeft op de verschuldigde rente. De eisende partij zal de gelegenheid krijgen zich hierover uit te laten. 2.11. Artikel 9.4 van de algemene voorwaarden betreft een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt: ‘ Bij niet-betaling binnen de termijn als genoemd in lid 3 van dit artikel is PC Uitvaart gerechtigd alle kosten, zowel buitengerechtelijk als gerechtelijk, in rekening te brengen. Buitengerechtelijke kosten bedragen 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 40,00 conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. ’ 2.12. In het beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Tot slot volgt uit de tekst van het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra niet (tijdig) wordt betaald, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd. 2.13. Het beding ziet ook op de proceskosten. Voor zover de eisende partij op grond van dit beding aanspraak kan maken op gerechtelijke kosten die boven het liquidatietarief uitkomen, is dit beding oneerlijk.