Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-10
ECLI:NL:RBNHO:2025:15956
Civiel recht; Arbeidsrecht
Bodemzaak
11,179 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15956 text/xml public 2026-03-24T16:23:49 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-10 11752877 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl VAAN-AR-Updates.nl 2026-0442 AR-Updates.nl 2026-0442 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15956 text/html public 2026-03-16T14:45:56 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15956 Rechtbank Noord-Holland , 10-12-2025 / 11752877 vordering tot terugbetaling van op grond van een opleidingsovereenkomst voorgeschoten opleidingskosten wordt toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11752877 \ CV EXPL 25-3945 Vonnis van 10 december 2025 in de zaak van CONSOLID TRANSPORT & LOGISTIEK B.V. , te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: Consolid , gemachtigde: mr. W. van Dijk, tegen [gedaagde] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. C.M.J. Moerkens . De zaak in het kort In deze zaak vordert Consolid terugbetaling van op grond van een opleidingsovereenkomst voorgeschoten opleidingskosten. [gedaagde] werpt diverse verweren op. De kantonrechter wijst de vordering van Consolid toe. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 6 augustus 2025 - het bericht van 31 oktober 2025 met productie(s) van Consolid - de mondelinge behandeling van 10 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. Consolid en [gedaagde] hebben op 2 november 2023 een opleidingsovereenkomst gesloten, waarop het ‘reglement opleidingen Consolid’ (hierna: het Reglement) van toepassing is verklaard. 2.2. In de overeenkomst staat, voor zover relevant: Overwegen het volgende: - (…) - De Cursist is bereid de kosten voor het verkrijgen van de noodzakelijke kwalificaties te dragen; - Consolid is bereid om de kosten voor het krijgen van de noodzakelijke kwalificaties voor te schieten door middel van een overeenkomst van lening, zijnde deze opleidingsovereenkomst. - De Cursist moet deze door Consolid voorgeschoten kosten aan Consolid terugbetalen - Het uitgangspunt is dat de Cursist de kosten terugbetaalt door na het behalen van de noodzakelijke kwalificaties gedurende een periode op basis van een uitzendovereenkomst via Consolid werkzaamheden te verrichten Een deel van de opbrengst van deze werkzaamheden draagt de Cursist dan af aan Consolid. (…) Artikel 3 Opleidingskosten 3.1. Consolid betaalt de kosten van de Opleiding, vermeerderd met de kosten van eventuele extra lessen en/of herexamens van de Cursist, bij wijze van renteloze lening. 3.2. De Cursist dient de opleidingskosten volledig aan Consolid terug te betalen. (…) Artikel 4 Terugbetaling opleidingskosten 4.1. De Cursist dient de opleidingskosten volledig aan Consolid terug te betalen. Daarbij geldt de volgende regeling: (…) d. Zodra de Cursist 52 weken via Consolid heeft gewerkt en/of op deze wijze de som van het onder 4.1.b. gestelde bedrag [ 52 weken x inhouding van € 25 netto per week, toevoeging ktr ] heeft terugbetaald, wordt de restschuld van de (basis) Opleiding kwijtgescholden. De kosten van eventuele extra lessen en/of herexamens worden uitgesloten van de mogelijkheid tot kwijtschelding. De Cursist dient deze kosten dus zelf te betalen. (…) g. De te betalen opleidingskosten worden binnen 30 dagen na beëindiging van de uitzendovereenkomst in rekening gebracht bij de Cursist. (…) 4.2. Indien Consolid de Cursist binnen de in artikel 4.1.d. genoemde terugbetalingstermijn geen uitzendovereenkomst kan aanbieden voor de functie zoals vermeld in de vacature of een andere passende functie en de Cursist daardoor niet in staat is de wekelijkse inhouding af te betalen (…). Komt de terugbetalingsverplichting van de Cursist te vervallen. (…)’ 2.3. Op grond van de opleidingsovereenkomst heeft [gedaagde] de opleiding tot vrachtwagenchauffeur (CE-chauffeur) gevolgd en heeft Consolid de daarmee gemoeide kosten (inclusief extra lessen en herexamens) van in totaal € 6.925,- voorgeschoten. 2.4. Op 15 maart 2024 heeft [gedaagde] haar opleiding, na drie herexamens en extra lessen, met succes afgerond. 2.5. Op 24 juni 2024 zijn partijen een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd met een uitzendbeding aangegaan, waarop de ABU cao van toepassing is verklaard (hierna: de CAO). 2.6. Vanaf 7 juli 2024 is [gedaagde] bij Post NL tewerkgesteld in de functie van CE-chauffeur. Deze tewerkstelling is op 22 juli 2024 door Post NL beëindigd in samenspraak met [gedaagde], omdat [gedaagde] had aangegeven dat ze het werk te zwaar vond. 2.7. In de daaropvolgende periode heeft Consolid meerdere functies voor vrachtwagenchauffeur bij verschillende opdrachtgevers aangeboden. Dit heeft geleid tot een tewerkstelling vanaf 8 oktober 2024 in de functie van CE-chauffeur bij AB Texel. De tewerkstelling is op 21 oktober 2024 op initiatief van [gedaagde] stopgezet. Op 26 maart 2025 heeft [gedaagde] een meeloopdag bij Heidelberg gehad. Op 27 maart 2025 heeft [gedaagde] per e-mail meegedeeld dat het werk niet bij haar past. 2.8. Vervolgens heeft Consolid [gedaagde] een factuur (factuurdatum 27 december 2025) gestuurd voor een bedrag van € 6.395,37, zijnde de de resterende opleidingskosten inclusief herexamenkosten. 2.9. [gedaagde] heeft schriftelijk tegen de factuur geprotesteerd. In reactie daarop heeft Consolid [gedaagde] bij brief van 15 januari 2025 geschreven dat Consolid gerechtigd is de opleidingskosten bij [gedaagde] in rekening te brengen, maar dat zij [gedaagde] nog een kans wil bieden om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen, door een van de twee aangeboden functies voor CE-chauffeur te accepteren. Daarbij is vermeld dat, wanneer [gedaagde] binnen de gestelde termijn geen gebruik maakt van het aanbod, zij de opleidingskosten moet terugbetalen, maar dat Consolid openstaat voor een betalingsregeling. 2.10. [gedaagde] heeft de bij voornoemde brief aangeboden functies niet geaccepteerd. 2.11. Bij brieven van 2 en 18 april 2025 is [gedaagde] gesommeerd de opleidingskosten van € 6.395,37 aan Consolid terug te betalen, bij gebreke waarvan aanspraak wordt gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft aan de sommatie geen gehoor gegeven. 3 Het geschil 3.1. Consolid vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 7.182,65, bestaande uit een hoofdsom van € 6.395,37, rente tot en met 10 april 2025 van € 92,51 en buitengerechtelijke incassokosten van € 694,77. Verder vordert Consolid de wettelijke handelsrente over € 6.395,37 vanaf 11 april 2025 tot aan de dag van algehele voldoening en een proceskostenveroordeling vermeerderd met rente en (na-)kosten. 3.2. Consolid legt aan de vordering (samengevat) het volgende ten grondslag. Tussen partijen is een opleidingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de opleiding voor vrachtwagenchauffeur (CE-chauffeur). In dit kader heeft Consolid voor een bedrag van € 6.395,37 aan opleidingskosten voorgeschoten, die [gedaagde] op grond van artikel 3 en 4 van de opleidingsovereenkomst moet terugbetalen. Consolid heeft hiervoor een factuur gestuurd, die [gedaagde] onbetaald heeft gelaten. [gedaagde] komt geen beroep toe op kwijtschelding van de opleidingskosten op grond van artikel 4.2 van de opleidingsovereenkomst, omdat geen sprake is van een situatie waarin Consolid na afronding van de opleiding geen passend uitzendwerk heeft aangeboden. 3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Consolid, met veroordeling van Consolid in de kosten van deze procedure. 3.4. [gedaagde] voert (samengevat) het volgende aan: 1) De door Consolid aangeboden arbeid was niet passend, gezien haar geringe lengte en ervaring en de vooraf besproken wensen van [gedaagde]. 2) Consolid heeft voorafgaand aan de opleiding geen medische keuring bij [gedaagde] afgenomen, terwijl dat op grond van de opleidingsovereenkomst wel verplicht was. 3) [gedaagde] kon de financiële risico’s van de opleidingsovereenkomst niet goed voorzien. 4) Consolid heeft nagelaten [gedaagde] te informeren over cruciale zaken.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15956 text/xml public 2026-03-24T16:23:49 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-10 11752877 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl VAAN-AR-Updates.nl 2026-0442 AR-Updates.nl 2026-0442 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15956 text/html public 2026-03-16T14:45:56 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15956 Rechtbank Noord-Holland , 10-12-2025 / 11752877 vordering tot terugbetaling van op grond van een opleidingsovereenkomst voorgeschoten opleidingskosten wordt toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11752877 \ CV EXPL 25-3945 Vonnis van 10 december 2025 in de zaak van CONSOLID TRANSPORT & LOGISTIEK B.V. , te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: Consolid , gemachtigde: mr. W. van Dijk, tegen [gedaagde] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. C.M.J. Moerkens . De zaak in het kort In deze zaak vordert Consolid terugbetaling van op grond van een opleidingsovereenkomst voorgeschoten opleidingskosten. [gedaagde] werpt diverse verweren op. De kantonrechter wijst de vordering van Consolid toe. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 6 augustus 2025 - het bericht van 31 oktober 2025 met productie(s) van Consolid - de mondelinge behandeling van 10 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. Consolid en [gedaagde] hebben op 2 november 2023 een opleidingsovereenkomst gesloten, waarop het ‘reglement opleidingen Consolid’ (hierna: het Reglement) van toepassing is verklaard. 2.2. In de overeenkomst staat, voor zover relevant: Overwegen het volgende: - (…) - De Cursist is bereid de kosten voor het verkrijgen van de noodzakelijke kwalificaties te dragen; - Consolid is bereid om de kosten voor het krijgen van de noodzakelijke kwalificaties voor te schieten door middel van een overeenkomst van lening, zijnde deze opleidingsovereenkomst. - De Cursist moet deze door Consolid voorgeschoten kosten aan Consolid terugbetalen - Het uitgangspunt is dat de Cursist de kosten terugbetaalt door na het behalen van de noodzakelijke kwalificaties gedurende een periode op basis van een uitzendovereenkomst via Consolid werkzaamheden te verrichten Een deel van de opbrengst van deze werkzaamheden draagt de Cursist dan af aan Consolid. (…) Artikel 3 Opleidingskosten 3.1. Consolid betaalt de kosten van de Opleiding, vermeerderd met de kosten van eventuele extra lessen en/of herexamens van de Cursist, bij wijze van renteloze lening. 3.2. De Cursist dient de opleidingskosten volledig aan Consolid terug te betalen. (…) Artikel 4 Terugbetaling opleidingskosten 4.1. De Cursist dient de opleidingskosten volledig aan Consolid terug te betalen. Daarbij geldt de volgende regeling: (…) d. Zodra de Cursist 52 weken via Consolid heeft gewerkt en/of op deze wijze de som van het onder 4.1.b. gestelde bedrag [ 52 weken x inhouding van € 25 netto per week, toevoeging ktr ] heeft terugbetaald, wordt de restschuld van de (basis) Opleiding kwijtgescholden. De kosten van eventuele extra lessen en/of herexamens worden uitgesloten van de mogelijkheid tot kwijtschelding. De Cursist dient deze kosten dus zelf te betalen. (…) g. De te betalen opleidingskosten worden binnen 30 dagen na beëindiging van de uitzendovereenkomst in rekening gebracht bij de Cursist. (…) 4.2. Indien Consolid de Cursist binnen de in artikel 4.1.d. genoemde terugbetalingstermijn geen uitzendovereenkomst kan aanbieden voor de functie zoals vermeld in de vacature of een andere passende functie en de Cursist daardoor niet in staat is de wekelijkse inhouding af te betalen (…). Komt de terugbetalingsverplichting van de Cursist te vervallen. (…)’ 2.3. Op grond van de opleidingsovereenkomst heeft [gedaagde] de opleiding tot vrachtwagenchauffeur (CE-chauffeur) gevolgd en heeft Consolid de daarmee gemoeide kosten (inclusief extra lessen en herexamens) van in totaal € 6.925,- voorgeschoten. 2.4. Op 15 maart 2024 heeft [gedaagde] haar opleiding, na drie herexamens en extra lessen, met succes afgerond. 2.5. Op 24 juni 2024 zijn partijen een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd met een uitzendbeding aangegaan, waarop de ABU cao van toepassing is verklaard (hierna: de CAO). 2.6. Vanaf 7 juli 2024 is [gedaagde] bij Post NL tewerkgesteld in de functie van CE-chauffeur. Deze tewerkstelling is op 22 juli 2024 door Post NL beëindigd in samenspraak met [gedaagde], omdat [gedaagde] had aangegeven dat ze het werk te zwaar vond. 2.7. In de daaropvolgende periode heeft Consolid meerdere functies voor vrachtwagenchauffeur bij verschillende opdrachtgevers aangeboden. Dit heeft geleid tot een tewerkstelling vanaf 8 oktober 2024 in de functie van CE-chauffeur bij AB Texel. De tewerkstelling is op 21 oktober 2024 op initiatief van [gedaagde] stopgezet. Op 26 maart 2025 heeft [gedaagde] een meeloopdag bij Heidelberg gehad. Op 27 maart 2025 heeft [gedaagde] per e-mail meegedeeld dat het werk niet bij haar past. 2.8. Vervolgens heeft Consolid [gedaagde] een factuur (factuurdatum 27 december 2025) gestuurd voor een bedrag van € 6.395,37, zijnde de de resterende opleidingskosten inclusief herexamenkosten. 2.9. [gedaagde] heeft schriftelijk tegen de factuur geprotesteerd. In reactie daarop heeft Consolid [gedaagde] bij brief van 15 januari 2025 geschreven dat Consolid gerechtigd is de opleidingskosten bij [gedaagde] in rekening te brengen, maar dat zij [gedaagde] nog een kans wil bieden om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen, door een van de twee aangeboden functies voor CE-chauffeur te accepteren. Daarbij is vermeld dat, wanneer [gedaagde] binnen de gestelde termijn geen gebruik maakt van het aanbod, zij de opleidingskosten moet terugbetalen, maar dat Consolid openstaat voor een betalingsregeling. 2.10. [gedaagde] heeft de bij voornoemde brief aangeboden functies niet geaccepteerd. 2.11. Bij brieven van 2 en 18 april 2025 is [gedaagde] gesommeerd de opleidingskosten van € 6.395,37 aan Consolid terug te betalen, bij gebreke waarvan aanspraak wordt gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft aan de sommatie geen gehoor gegeven. 3 Het geschil 3.1. Consolid vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 7.182,65, bestaande uit een hoofdsom van € 6.395,37, rente tot en met 10 april 2025 van € 92,51 en buitengerechtelijke incassokosten van € 694,77. Verder vordert Consolid de wettelijke handelsrente over € 6.395,37 vanaf 11 april 2025 tot aan de dag van algehele voldoening en een proceskostenveroordeling vermeerderd met rente en (na-)kosten. 3.2. Consolid legt aan de vordering (samengevat) het volgende ten grondslag. Tussen partijen is een opleidingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de opleiding voor vrachtwagenchauffeur (CE-chauffeur). In dit kader heeft Consolid voor een bedrag van € 6.395,37 aan opleidingskosten voorgeschoten, die [gedaagde] op grond van artikel 3 en 4 van de opleidingsovereenkomst moet terugbetalen. Consolid heeft hiervoor een factuur gestuurd, die [gedaagde] onbetaald heeft gelaten. [gedaagde] komt geen beroep toe op kwijtschelding van de opleidingskosten op grond van artikel 4.2 van de opleidingsovereenkomst, omdat geen sprake is van een situatie waarin Consolid na afronding van de opleiding geen passend uitzendwerk heeft aangeboden. 3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Consolid, met veroordeling van Consolid in de kosten van deze procedure. 3.4. [gedaagde] voert (samengevat) het volgende aan: 1) De door Consolid aangeboden arbeid was niet passend, gezien haar geringe lengte en ervaring en de vooraf besproken wensen van [gedaagde]. 2) Consolid heeft voorafgaand aan de opleiding geen medische keuring bij [gedaagde] afgenomen, terwijl dat op grond van de opleidingsovereenkomst wel verplicht was. 3) [gedaagde] kon de financiële risico’s van de opleidingsovereenkomst niet goed voorzien. 4) Consolid heeft nagelaten [gedaagde] te informeren over cruciale zaken.
Volledig
5) [gedaagde] is niet in staat om Consolid terug te betalen. 6) Voor zover de vordering wordt toegewezen, moet deze worden verminderd met al ingehouden bedragen (in totaal € 188,- netto). 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kern van het geschil is of [gedaagde] de (resterende) opleidingskosten aan Consolid moet betalen. De kantonrechter oordeelt van wel en licht dat oordeel hieronder toe. Vordering tot betaling opleidingskosten Geen nietig studiekostenbeding 4.2. [gedaagde] heeft in haar verweerschrift verwezen naar artikel 7:611a BW, maar niet gesteld of onderbouwd dat (en waarom) sprake zou zijn van een nietig studiekostenbeding. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hiervan geen sprake is, omdat het in dit geval gaat om een startkwalificatie en gesteld noch gebleken is dat Consolid op grond van Unierecht, nationaal recht of cao verplicht was de opleiding (kosteloos) aan [gedaagde] aan te bieden. Verplichtingen uit de opleidingsovereenkomst en informatieverstrekking (ad 3) 4.3. Uitgangspunt in de tussen partijen gesloten opleidingsovereenkomst is dat Consolid de opleidingskosten slechts voorschiet (bij wijze van renteloze lening) en dat [gedaagde] deze terugbetaalt. [gedaagde] heeft ter zitting bevestigd dat zij bij het aangaan van de opleidingovereenkomst zich er ook bewust van was dat de kosten in beginsel moesten worden terugbetaald. Verder staat in de overeenkomst dat (gedeeltelijke) kwijtschelding van de kosten uitsluitend aan de orde is indien er 52 weken via Consolid is gewerkt – wat bij [gedaagde] niet het geval is - of als Consolid geen passende uitzendarbeid kan aanbieden , hetgeen door [gedaagde] is gesteld maar door Consolid wordt betwist (zie daarover rov. 2.2. en verder). 4.4. [gedaagde] heeft verder aangevoerd dat zij de financiële risico’s van de opleidingsovereenkomst niet goed kon voorzien, omdat zij niet wist hoeveel zij zou gaan werken en omdat bij aanvang van de opleidingsovereenkomst de totale opleidingskosten nog niet bekend waren. Dit verweer slaagt niet. Gelet op het bepaalde in de opleidingsovereenkomst wist zij, althans had zij moeten weten, dat het risico bestond dat de volledige opleidingskosten moesten worden terugbetaald. Dat de totale kosten bij aanvang van de opleidingsovereenkomst nog niet bekend waren, komt doordat [gedaagde] meerdere keren voor haar examen is gezakt. Daardoor zijn extra kosten gemaakt voor herexamens en rijlessen. Het spreekt voor zich dat dit bij het aangaan van de overeenkomst nog niet bekend was. Wat bij het aangaan van de overeenkomst wel bekend was, is dat dergelijke extra kosten ook terugbetaald moeten worden en zijn uitgesloten van kwijtschelding. Dat staat ook vermeld in de addenda die [gedaagde] met Consolid is overeengekomen ten behoeve van de extra kosten. 4.5. Gelet op het voorgaande kan niet gezegd worden dat [gedaagde] bij het aangaan van de opleidingsovereenkomst onvoldoende is geïnformeerd over de financiële risico’s. Passendheid van de aangeboden arbeid (ad 1) 4.6. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij de opleidingskosten niet hoeft terug te betalen, omdat Consolid haar geen redelijk voorstel voor passende arbeid heeft gedaan. De oorzaak dat [gedaagde] niet heeft gewerkt ligt daarom buiten haar invloed, zodat terugvordering in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. [gedaagde] heeft toegelicht dat zij voorafgaand aan de opleidingsovereenkomst met een medewerker van Consolid heeft besproken dat zij geen fysiek zwaar werk wil verrichten en alleen chauffeurswerk wil doen zonder het laden en lossen. Desondanks heeft Consolid steeds chauffeurswerk aangeboden dat fysiek te zwaar is gelet op haar geringe lengte (1.61cm) en leeftijd (59 jaar). [gedaagde] heeft meerdere aangeboden functies uitgeprobeerd, maar steeds bleek het werk fysiek te zwaar, aldus nog steeds [gedaagde]. 4.7. Consolid heeft uitdrukkelijk betwist dat voor aanvang van de opleidingsovereenkomst met [gedaagde] is be- of afgesproken dat zij geen fysiek zwaar werk zou hoeven doen, althans niet zou hoeven laden en lossen. Consolid heeft erop gewezen dat [gedaagde] heeft gereageerd op een algemene vacature voor de opleiding van vrachtwagenchauffeur en dat op de website vacatures voor vrachtwagenchauffeur staan, waarin duidelijk is vermeld wat die vacatures inhouden. Voor aanvang van de opleidingsovereenkomst wordt wel gevraagd naar de wensen of voorkeuren van een cursist, maar er worden nooit toezeggingen gedaan. Consolid zou en dergelijke toezegging ook nooit (kunnen) doen, omdat vacatures voor vrachtwagenchauffeur zonder laden en lossen zeldzaam zijn, en Consolid bovendien niet weet wanneer de opleiding wordt afgerond en welke vacatures er dan beschikbaar zullen zijn, aldus nog steeds Consolid. 4.8. De kantonrechter is van oordeel dat Consolid met het voorgaande gemotiveerd heeft weersproken dat van te voren met [gedaagde] is be- of afgesproken dat zij geen fysiek zwaar werk hoefde te doen/niet hoefde te laden en lossen. Het had vervolgens op de weg van [gedaagde] gelegen haar stelling terzake nader te onderbouwen, maar dat heeft zij niet gedaan. Haar stelling wordt daarom als onvoldoende onderbouwd gepasseerd, waardoor aan bewijslevering op dit punt niet wordt toegekomen. 4.9. Verder heeft Consolid toegelicht dat zij veel heeft gedaan om [gedaagde] ergens geplaatst te krijgen, hetgeen uiteraard ook in het belang van Consolid is. Consolid heeft daarbij niet alleen naar haar eigen klantenportefeuille gekeken maar ook geprobeerd om [gedaagde] te plaatsen bij bedrijven die zij zelf had aangedragen maar die geen klant van Consolid zijn. [gedaagde] heeft dit alles niet weersproken. Het is een feit dat de inspanningen niet tot een langdurige tewerkstelling van [gedaagde] hebben geleid. [gedaagde] heeft (voor korte duur) gewerkt bij Post NL, AB Texel en Heidelberg, maar deze werkzaamheden zijn beëindigd, nadat [gedaagde] had aangegeven ermee te willen stoppen. [gedaagde] heeft toegelicht dat ze het werk bij Post NL te zwaar vond vanwege zware ijzeren karren die zij moest verplaatsen. Over AB Texel heeft [gedaagde] ter zitting verklaard dat het een mooi bedrijf is waar ze graag voor wil werken, maar dat een groot deel van het werk bestond uit werken in de fabriek (‘je bediende zelf de machines om de vrachtwagen te laden en hoefde daarna maar 20 minuten te rijden’) waar ze niet gelukkig van werd. Over de (laatste) werkplek bij Heidelberg (op de betonmixer) heeft [gedaagde] ter zitting verklaard dat ze meerdere keren per dag een heel steil trappetje op moest om de mixer schoon te spuiten en dat dat voor haar niet te doen was. 4.10. Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde] verschillende redenen had om met het aangeboden werk te stoppen, welke redenen niet alleen zagen op de zwaarte van het werk. Dat het werk alleen al vanwege leeftijd en lengte van [gedaagde] ongeschikt is, is door Consolid betwist en door [gedaagde] niet onderbouwd. Van medische beperkingen voor het aangeboden werk is evenmin gebleken. [gedaagde] heeft nooit bij Consolid aangegeven dat zij medisch beperkt was en heeft zich ook nooit ziekgemeld. Er bestond voor Consolid dan ook geen aanleiding om een bedrijfsarts in te schakelen. De situatie van [gedaagde] is daarmee onvergelijkbaar met de casus die voorlag in het arrest van het hof Den Bosch, waarnaar [gedaagde] heeft verwezen . Medische keuring (ad 2) 4.11. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Consolid de medische keuring die in de opleidingsovereenkomst verplicht is gesteld, niet heeft afgenomen, waardoor de opleiding helemaal niet gestart had mogen worden. Daardoor is het volgens [gedaagde] niet fair dat zij de kosten moet terugbetaling. Consolid heeft hier tegenin gebracht dat de cursist bij aanvang van de opleiding over een gezondheidsverklaring moet beschikken waarin wordt bevestigd dat de cursist rijgeschikt is verklaard op basis van een medische keuring. Zonder gezondheidsverklaring kan de opleiding niet worden gestart en kan er geen rij-examen worden gedaan. Uit het feit dat [gedaagde] de opleiding heeft gevolgd en rij-examens heeft afgelegd, volgt dus dat zij over een gezondheidsverklaring beschikte.
Volledig
5) [gedaagde] is niet in staat om Consolid terug te betalen. 6) Voor zover de vordering wordt toegewezen, moet deze worden verminderd met al ingehouden bedragen (in totaal € 188,- netto). 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kern van het geschil is of [gedaagde] de (resterende) opleidingskosten aan Consolid moet betalen. De kantonrechter oordeelt van wel en licht dat oordeel hieronder toe. Vordering tot betaling opleidingskosten Geen nietig studiekostenbeding 4.2. [gedaagde] heeft in haar verweerschrift verwezen naar artikel 7:611a BW, maar niet gesteld of onderbouwd dat (en waarom) sprake zou zijn van een nietig studiekostenbeding. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hiervan geen sprake is, omdat het in dit geval gaat om een startkwalificatie en gesteld noch gebleken is dat Consolid op grond van Unierecht, nationaal recht of cao verplicht was de opleiding (kosteloos) aan [gedaagde] aan te bieden. Verplichtingen uit de opleidingsovereenkomst en informatieverstrekking (ad 3) 4.3. Uitgangspunt in de tussen partijen gesloten opleidingsovereenkomst is dat Consolid de opleidingskosten slechts voorschiet (bij wijze van renteloze lening) en dat [gedaagde] deze terugbetaalt. [gedaagde] heeft ter zitting bevestigd dat zij bij het aangaan van de opleidingovereenkomst zich er ook bewust van was dat de kosten in beginsel moesten worden terugbetaald. Verder staat in de overeenkomst dat (gedeeltelijke) kwijtschelding van de kosten uitsluitend aan de orde is indien er 52 weken via Consolid is gewerkt – wat bij [gedaagde] niet het geval is - of als Consolid geen passende uitzendarbeid kan aanbieden , hetgeen door [gedaagde] is gesteld maar door Consolid wordt betwist (zie daarover rov. 2.2. en verder). 4.4. [gedaagde] heeft verder aangevoerd dat zij de financiële risico’s van de opleidingsovereenkomst niet goed kon voorzien, omdat zij niet wist hoeveel zij zou gaan werken en omdat bij aanvang van de opleidingsovereenkomst de totale opleidingskosten nog niet bekend waren. Dit verweer slaagt niet. Gelet op het bepaalde in de opleidingsovereenkomst wist zij, althans had zij moeten weten, dat het risico bestond dat de volledige opleidingskosten moesten worden terugbetaald. Dat de totale kosten bij aanvang van de opleidingsovereenkomst nog niet bekend waren, komt doordat [gedaagde] meerdere keren voor haar examen is gezakt. Daardoor zijn extra kosten gemaakt voor herexamens en rijlessen. Het spreekt voor zich dat dit bij het aangaan van de overeenkomst nog niet bekend was. Wat bij het aangaan van de overeenkomst wel bekend was, is dat dergelijke extra kosten ook terugbetaald moeten worden en zijn uitgesloten van kwijtschelding. Dat staat ook vermeld in de addenda die [gedaagde] met Consolid is overeengekomen ten behoeve van de extra kosten. 4.5. Gelet op het voorgaande kan niet gezegd worden dat [gedaagde] bij het aangaan van de opleidingsovereenkomst onvoldoende is geïnformeerd over de financiële risico’s. Passendheid van de aangeboden arbeid (ad 1) 4.6. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij de opleidingskosten niet hoeft terug te betalen, omdat Consolid haar geen redelijk voorstel voor passende arbeid heeft gedaan. De oorzaak dat [gedaagde] niet heeft gewerkt ligt daarom buiten haar invloed, zodat terugvordering in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. [gedaagde] heeft toegelicht dat zij voorafgaand aan de opleidingsovereenkomst met een medewerker van Consolid heeft besproken dat zij geen fysiek zwaar werk wil verrichten en alleen chauffeurswerk wil doen zonder het laden en lossen. Desondanks heeft Consolid steeds chauffeurswerk aangeboden dat fysiek te zwaar is gelet op haar geringe lengte (1.61cm) en leeftijd (59 jaar). [gedaagde] heeft meerdere aangeboden functies uitgeprobeerd, maar steeds bleek het werk fysiek te zwaar, aldus nog steeds [gedaagde]. 4.7. Consolid heeft uitdrukkelijk betwist dat voor aanvang van de opleidingsovereenkomst met [gedaagde] is be- of afgesproken dat zij geen fysiek zwaar werk zou hoeven doen, althans niet zou hoeven laden en lossen. Consolid heeft erop gewezen dat [gedaagde] heeft gereageerd op een algemene vacature voor de opleiding van vrachtwagenchauffeur en dat op de website vacatures voor vrachtwagenchauffeur staan, waarin duidelijk is vermeld wat die vacatures inhouden. Voor aanvang van de opleidingsovereenkomst wordt wel gevraagd naar de wensen of voorkeuren van een cursist, maar er worden nooit toezeggingen gedaan. Consolid zou en dergelijke toezegging ook nooit (kunnen) doen, omdat vacatures voor vrachtwagenchauffeur zonder laden en lossen zeldzaam zijn, en Consolid bovendien niet weet wanneer de opleiding wordt afgerond en welke vacatures er dan beschikbaar zullen zijn, aldus nog steeds Consolid. 4.8. De kantonrechter is van oordeel dat Consolid met het voorgaande gemotiveerd heeft weersproken dat van te voren met [gedaagde] is be- of afgesproken dat zij geen fysiek zwaar werk hoefde te doen/niet hoefde te laden en lossen. Het had vervolgens op de weg van [gedaagde] gelegen haar stelling terzake nader te onderbouwen, maar dat heeft zij niet gedaan. Haar stelling wordt daarom als onvoldoende onderbouwd gepasseerd, waardoor aan bewijslevering op dit punt niet wordt toegekomen. 4.9. Verder heeft Consolid toegelicht dat zij veel heeft gedaan om [gedaagde] ergens geplaatst te krijgen, hetgeen uiteraard ook in het belang van Consolid is. Consolid heeft daarbij niet alleen naar haar eigen klantenportefeuille gekeken maar ook geprobeerd om [gedaagde] te plaatsen bij bedrijven die zij zelf had aangedragen maar die geen klant van Consolid zijn. [gedaagde] heeft dit alles niet weersproken. Het is een feit dat de inspanningen niet tot een langdurige tewerkstelling van [gedaagde] hebben geleid. [gedaagde] heeft (voor korte duur) gewerkt bij Post NL, AB Texel en Heidelberg, maar deze werkzaamheden zijn beëindigd, nadat [gedaagde] had aangegeven ermee te willen stoppen. [gedaagde] heeft toegelicht dat ze het werk bij Post NL te zwaar vond vanwege zware ijzeren karren die zij moest verplaatsen. Over AB Texel heeft [gedaagde] ter zitting verklaard dat het een mooi bedrijf is waar ze graag voor wil werken, maar dat een groot deel van het werk bestond uit werken in de fabriek (‘je bediende zelf de machines om de vrachtwagen te laden en hoefde daarna maar 20 minuten te rijden’) waar ze niet gelukkig van werd. Over de (laatste) werkplek bij Heidelberg (op de betonmixer) heeft [gedaagde] ter zitting verklaard dat ze meerdere keren per dag een heel steil trappetje op moest om de mixer schoon te spuiten en dat dat voor haar niet te doen was. 4.10. Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde] verschillende redenen had om met het aangeboden werk te stoppen, welke redenen niet alleen zagen op de zwaarte van het werk. Dat het werk alleen al vanwege leeftijd en lengte van [gedaagde] ongeschikt is, is door Consolid betwist en door [gedaagde] niet onderbouwd. Van medische beperkingen voor het aangeboden werk is evenmin gebleken. [gedaagde] heeft nooit bij Consolid aangegeven dat zij medisch beperkt was en heeft zich ook nooit ziekgemeld. Er bestond voor Consolid dan ook geen aanleiding om een bedrijfsarts in te schakelen. De situatie van [gedaagde] is daarmee onvergelijkbaar met de casus die voorlag in het arrest van het hof Den Bosch, waarnaar [gedaagde] heeft verwezen . Medische keuring (ad 2) 4.11. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Consolid de medische keuring die in de opleidingsovereenkomst verplicht is gesteld, niet heeft afgenomen, waardoor de opleiding helemaal niet gestart had mogen worden. Daardoor is het volgens [gedaagde] niet fair dat zij de kosten moet terugbetaling. Consolid heeft hier tegenin gebracht dat de cursist bij aanvang van de opleiding over een gezondheidsverklaring moet beschikken waarin wordt bevestigd dat de cursist rijgeschikt is verklaard op basis van een medische keuring. Zonder gezondheidsverklaring kan de opleiding niet worden gestart en kan er geen rij-examen worden gedaan. Uit het feit dat [gedaagde] de opleiding heeft gevolgd en rij-examens heeft afgelegd, volgt dus dat zij over een gezondheidsverklaring beschikte.
Volledig
[gedaagde] heeft dit alles niet betwist. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan haar verweer. Niet geïnformeerd over cruciale zaken (ad 4) 4.12. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Consolid haar over een aantal cruciale zaken niet heeft geïnformeerd: de verplichting om werk op twee niveau’s lager te accepteren, de regels van de ABU-cao en de consequenties van het niet accepteren van aangeboden werk. Om die reden zou het niet redelijk zijn om [gedaagde] de opleidingskosten te laten terugbetalen. 4.13. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Ten eerste omdat [gedaagde] niet concreet heeft gemaakt op welke regels van de ABU-cao zij doelt, en waarom het niet informeren daarover zou moeten leiden tot kwijtschelding van de opleidingskosten. Ten tweede omdat gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] niet succesvol kon worden geplaatst doordat de aangeboden functies onder het niveau van de functie van CE-chauffeur lagen. [gedaagde] heeft de aangeboden functies ook niet om die reden afgewezen, maar om andere redenen (zie rov 4.6. en 4.9. hiervoor). Wat daarvan ook zij, het staat vast dat Consolid [gedaagde] bij brief van 15 januari 2025 nog een laatste kans heeft gegeven om een functie voor CE-chauffeur te accepteren. [gedaagde] heeft de twee aangeboden functies echter niet geaccepteerd, ondanks dat zij in de brief uitdrukkelijk op de consequenties daarvan is gewezen. Financiële situatie van [gedaagde] staat niet aan terugbetaling in de weg (ad 5) 4.14. Gelet op het voorgaande concludeert de kantonrechter dat niet kan worden aangenomen dat de door Consolid aangeboden functies niet passend waren, en dat de omstandigheid dat er niet 52 weken voor Consolid is gewerkt, buiten [gedaagde] invloed lag. [gedaagde] komt daardoor geen beroep toe op kwijtschelding op grond van de opleidingsovereenkomst. De omstandigheden van het geval geven geen aanleiding om [gedaagde] wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid niet aan haar terugbetalingsplicht te houden. De financiële situatie van [gedaagde] leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [gedaagde] geen gebruik heeft gemaakt van het aanbod van Consolid om een betalingsregeling te treffen en dat ter zitting is gebleken dat [gedaagde] inmiddels (met gebruikmaking van het door Consolid bekostigde rijbewijs) als CE-chauffeur bij een andere werkgever aan het werk is. De door Consolid gevorderde opleidingskosten wordt toegewezen (ad 6) 4.15. Gelet op het voorgaande zal de [gedaagde] worden veroordeeld om € 6.395,37 aan Consolid terug te betalen. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat dit bedrag € 188,- moet worden verminderd, omdat er al een keer 3 x € 35,- en € 83,- is ingehouden. Consolid stelt, onder verwijzing naar de overgelegde factuur, dat hiermee al rekening is gehouden in het gevorderde bedrag. [gedaagde] heeft haar standpunt vervolgens niet verder toegelicht of onderbouwd, zodat de kantonrechter daaraan voorbij gaat. Wettelijke rente 4.16. Consolid vordert betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente zoalsals bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen, zoals gevorderd (en waartegen geen verweer is gevoerd) vanaf de vervaldatum van de factuur (26 januari 2025). Buitengerechtelijke incassokosten 4.17. Consolid vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een natuurlijk persoon is die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat hieraan is voldaan, nu Consolid op 2 april 2025 een 15-dagenbrief aan [gedaagde] heeft gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag van € 694,77 is in overeenstemming met de wettelijke staffel en zal daarom worden toegewezen. Proceskosten 4.18. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Consolid worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,78 - griffierecht € 543,00 - salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten × € 339,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.476,78 4.19. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Consolid te betalen een bedrag van € 6.395,37, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 januari 2025 tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Consolid te betalen een bedrag van € 694,77 aan buitengerechtelijke kosten; 5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.476,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.4. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald; 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum. Artikel 4.1.a t/m d opleidingsovereenkomst. Artikel 4.2 opleidingsovereenkomst. Artikel 4.1.d opleidingsovereenkomst. Producties 7, 8 en 9 van Consolid. ECLI:NL:GHSHE:2024:1907. Zie 2.9 bij Feiten. Zie 2.11 bij Feiten.
Volledig
[gedaagde] heeft dit alles niet betwist. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan haar verweer. Niet geïnformeerd over cruciale zaken (ad 4) 4.12. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Consolid haar over een aantal cruciale zaken niet heeft geïnformeerd: de verplichting om werk op twee niveau’s lager te accepteren, de regels van de ABU-cao en de consequenties van het niet accepteren van aangeboden werk. Om die reden zou het niet redelijk zijn om [gedaagde] de opleidingskosten te laten terugbetalen. 4.13. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Ten eerste omdat [gedaagde] niet concreet heeft gemaakt op welke regels van de ABU-cao zij doelt, en waarom het niet informeren daarover zou moeten leiden tot kwijtschelding van de opleidingskosten. Ten tweede omdat gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] niet succesvol kon worden geplaatst doordat de aangeboden functies onder het niveau van de functie van CE-chauffeur lagen. [gedaagde] heeft de aangeboden functies ook niet om die reden afgewezen, maar om andere redenen (zie rov 4.6. en 4.9. hiervoor). Wat daarvan ook zij, het staat vast dat Consolid [gedaagde] bij brief van 15 januari 2025 nog een laatste kans heeft gegeven om een functie voor CE-chauffeur te accepteren. [gedaagde] heeft de twee aangeboden functies echter niet geaccepteerd, ondanks dat zij in de brief uitdrukkelijk op de consequenties daarvan is gewezen. Financiële situatie van [gedaagde] staat niet aan terugbetaling in de weg (ad 5) 4.14. Gelet op het voorgaande concludeert de kantonrechter dat niet kan worden aangenomen dat de door Consolid aangeboden functies niet passend waren, en dat de omstandigheid dat er niet 52 weken voor Consolid is gewerkt, buiten [gedaagde] invloed lag. [gedaagde] komt daardoor geen beroep toe op kwijtschelding op grond van de opleidingsovereenkomst. De omstandigheden van het geval geven geen aanleiding om [gedaagde] wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid niet aan haar terugbetalingsplicht te houden. De financiële situatie van [gedaagde] leidt niet tot een ander oordeel. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [gedaagde] geen gebruik heeft gemaakt van het aanbod van Consolid om een betalingsregeling te treffen en dat ter zitting is gebleken dat [gedaagde] inmiddels (met gebruikmaking van het door Consolid bekostigde rijbewijs) als CE-chauffeur bij een andere werkgever aan het werk is. De door Consolid gevorderde opleidingskosten wordt toegewezen (ad 6) 4.15. Gelet op het voorgaande zal de [gedaagde] worden veroordeeld om € 6.395,37 aan Consolid terug te betalen. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat dit bedrag € 188,- moet worden verminderd, omdat er al een keer 3 x € 35,- en € 83,- is ingehouden. Consolid stelt, onder verwijzing naar de overgelegde factuur, dat hiermee al rekening is gehouden in het gevorderde bedrag. [gedaagde] heeft haar standpunt vervolgens niet verder toegelicht of onderbouwd, zodat de kantonrechter daaraan voorbij gaat. Wettelijke rente 4.16. Consolid vordert betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente zoalsals bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen, zoals gevorderd (en waartegen geen verweer is gevoerd) vanaf de vervaldatum van de factuur (26 januari 2025). Buitengerechtelijke incassokosten 4.17. Consolid vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een natuurlijk persoon is die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat hieraan is voldaan, nu Consolid op 2 april 2025 een 15-dagenbrief aan [gedaagde] heeft gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag van € 694,77 is in overeenstemming met de wettelijke staffel en zal daarom worden toegewezen. Proceskosten 4.18. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Consolid worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,78 - griffierecht € 543,00 - salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten × € 339,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.476,78 4.19. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Consolid te betalen een bedrag van € 6.395,37, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 januari 2025 tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Consolid te betalen een bedrag van € 694,77 aan buitengerechtelijke kosten; 5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.476,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.4. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald; 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.6. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum. Artikel 4.1.a t/m d opleidingsovereenkomst. Artikel 4.2 opleidingsovereenkomst. Artikel 4.1.d opleidingsovereenkomst. Producties 7, 8 en 9 van Consolid. ECLI:NL:GHSHE:2024:1907. Zie 2.9 bij Feiten. Zie 2.11 bij Feiten.