Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-12-31
ECLI:NL:RBNHO:2025:15934
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11159442 \ CV EXPL 24-3860 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eisers 1],wonende te [plaats 1] (Duitsland), 2. [eisers 2], wonende te [plaats 2] (Duitsland), eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Delta Air Lines Inc. gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 25 augustus 2022 vervoeren van Amsterdam via Atlanta (Verenigde Staten) naar Quito (Ecuador). 2.2. Vlucht DL633 van Atlanta naar Quito (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. 2.3. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.4. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.2. Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening. 3.3. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 300,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.4. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. 4.3. De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat bij aankomst van het toestel in Atlanta (na uitvoering van de direct voorafgaande vlucht vanaf Orange County) werd geconstateerd dat sprake was van een deuk en een kras in de romp van het toestel, terwijl het toestel bij de preflight check nog luchtwaardig was bevonden. De preflight check wordt uitgevoerd terwijl de aviobrug aan het toestel is aangesloten. Het is daarom niet mogelijk dat de schade is veroorzaakt door het aansluiten van de aviobrug. Bovendien bevond de schade zich op ruime afstand van de plek waar de aviobrug wordt aangesloten. De schade kan dan ook enkel zijn veroorzaakt doordat het toestel tijdens de uitvoering van de vlucht van Orange County naar Atlanta is getroffen door een onbekend van buiten komend object, de zogenaamde ‘foreign object damage’ (FOD), aldus de vervoerder. 4.4. Gelet op de toelichting van de vervoerder acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat andere oorzaken van de betreffende schade zijn uitgesloten. De FOD betreft een (als gevolg van een van buitenkomende oorzaak ontstaan) vliegveiligheidsprobleem als bedoeld in de Verordening. Het vliegtuig kon immers vanwege de vliegveiligheidscontrole en daarop volgende noodzakelijke reparatie(s) haar weg niet vervolgen. De vervoerder heeft bovendien voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de vertraging op de eindbestemming zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen niet had kunnen vermijden. De vlucht naar Quito