Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-12-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:15781
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11774827 \ CV EXPL 25-2394 (SJ) Vonnis van 24 december 2025 in de zaak van Stichting Intermaris , te Hoorn, eisende partij, hierna te noemen: Intermaris, gemachtigde: M.G. Lasonder, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: S. Schipper. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 16 juli 2025 - de mondelinge behandeling van 27 november 2025. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Intermaris verhuurt met ingang van 14 oktober 2019 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 576,07 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. Op 2 januari 2025 heeft Intermaris [gedaagde] aangemeld bij de gemeente in het kader van vroegsignalering in verband met de huurachterstand over de maand oktober 2024 van € 376,07, november 2024 van € 575,88 en december 2024 van € 575,88. Intermaris heeft aan de gemeente laten weten dat de lopende huurtermijnen per de eerste dag van de maand moeten zijn betaald. 2.3. Op 19 maart 2025 hebben partijen een betalingsregeling afgesproken van € 100,00 per maand ter aflossing van de huurachterstand. 2.4. Intermaris heeft [gedaagde] aangemaand op 26 mei 2025 om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen omdat de maand mei 2025 ook nog niet was betaald. 3 Het geschil 3.1. Intermaris vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.103,71 aan huurachterstand over de maanden oktober tot en met december 2024 en de maand mei 2025 met nevenvorderingen. 3.2. Intermaris legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Intermaris de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [gedaagde] voert als verweer aan dat zij alleenstaand is, dat de zorg voor haar zesjarige zwaar autistische zoontje een aanslag op haar inkomen is en dat haar financiële situatie daardoor zorgelijk is. Zij kan niet zelf zorg inkopen omdat haar inkomen daarvoor te bescheiden is. Omdat haar zoontje veel zorg vereist, kwam [gedaagde] steeds minder uren op haar werk, waardoor haar werkgever haar een nulurencontract heeft aangeboden. Dit is per 1 mei 2025 ingegaan maar pas op 20 mei 2025 officieel aan [gedaagde] meegedeeld. Toen pas kon het vakantiegeld aan haar worden uitbetaald. Op 4 juni 2025 heeft [gedaagde] € 675,88 overgemaakt, zijnde de huur en een maandelijkse aflossing van € 100,00. [gedaagde] vraagt zich af of hiermee rekening is gehouden. Door het nulurencontract is haar inkomen gedaald van ruim € 1.200 per maand naar iets meer dan € 500,00 per maand. Inmiddels ontvangt [gedaagde] wel dubbele kinderbijslag en loopt er een aanvraag om een PGB en aanvullende bijstand. [gedaagde] acht zich niet in staat om de gehele vordering in een keer te betalen, maar acht zich wel in staat om zich aan de eerder afgesproken betalingsregeling te houden. De gemachtigde van [gedaagde] vraagt zich af of het ethisch verantwoord is om [gedaagde] en haar zoontje zomaar op straat te zetten, terwijl zij wel wil voldoen aan de afspraken met Intermaris maar telkens weer financiële tegenslag heeft omdat zij niet de juiste hulp krijgt. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Ambtshalve toetsing van: de Huurovereenkomst en de Algemene Huurvoorwaarden Zelfstandige Woonruimte maart 2017 (hierna: de algemene voorwaarden) 4.1. Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst is sprake van sociale huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. 4.2. Omdat het hier gaat om een p Het belang van het minderjarige kind van [gedaagde] moet daarbij de eerste overweging vormen . Dat betekent alleen niet dat een huurovereenkomst met een huurder met minderjarige kinderen niet mag worden ontbonden. De ouders van minderjarige kinderen zijn in principe verantwoordelijk voor de tekortkomingen die tot ontruiming kunnen leiden. Het feit dat [gedaagde] een minderjarig kind heeft, dat een zwaar autistische stoornis heeft, weegt uiteraard mee, maar het betekent niet dat zij in de woning kunnen blijven wonen zonder dat [gedaagde] de huur(achterstand) betaalt. 4.12. [gedaagde] is niet op de zitting verschenen om een toelichting op haar situatie te geven, zodat niet duidelijk is of zij de huurachterstand op korte termijn zal kunnen voldoen. De kantonrechter weegt mee dat [gedaagde] sinds de dagvaarding van 20 juni 2025 tot de zittingsdatum ruim vijf maanden de tijd heeft gekregen om (met behulp van haar gemachtigde) haar financiën op orde te kunnen krijgen. Ondanks deze behoorlijk ruime termijn heeft de hulp tot op heden kennelijk niet het gewenste effect gehad. De huurachterstand is immers opgelopen en de betalingsregeling wordt niet nagekomen. Onder die omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat het woonbelang van [gedaagde] en haar minderjarige zoontje niet opweegt tegen het belang van Intermaris. Intermaris is er niet op uit om [gedaagde] en haar kind uit de woning te zetten maar van Intermaris kan niet worden verwacht [gedaagde] in de woning te laten wonen zonder dat daar een betaling tegenover staat, althans het zicht daarop op korte termijn op basis van een concreet uitgewerkt plan. Het ongewijzigd laten voortduren van deze situatie is niet terecht ten opzichte van andere huurders die eveneens in een moeilijke financiële positie verkeren. Daarbij is het ook niet in het belang van [gedaagde] en haar minderjarige kind dat de schulden blijven oplopen als zij zonder te betalen in de woning blijft wonen. 4.13. Wel is overduidelijk dat [gedaagde] zo spoedig mogelijk (meer) hulp nodig heeft. De kantonrechter acht het in het belang van [gedaagde] en haar kind dat [gedaagde] met hulp en begeleiding haar financiën met de nodige voortvarendheid op orde krijgt. De gemachtigde van Intermaris heeft op de zitting verklaard dat de gemeente Hoorn inmiddels Budgetbeheer heeft geregeld en dat er een zogenoemd ‘maatjes-traject’ is gestart, maar dat [gedaagde] het lastig vindt om alle benodigde gegevens te verzamelen. Van [gedaagde] mag worden verwacht dat zij haar medewerking verleent om de nodige papieren tijdig en volledig aan te leveren. De kantonrechter ziet, gezien de belangen van het minderjarige kind van [gedaagde] , aanleiding om een ruimere ontruimingstermijn dan gebruikelijk te bepalen. 4.14. Gelet op het voorgaande heeft Intermaris een gerechtvaardigd belang bij de ontbinding van de huurovereenkomst. De vordering tot ontbinding en ontruiming is dan ook toewijsbaar. De kantonrechter begrijpt dat deze beslissing geen oplossing is voor de problematiek van [gedaagde] , maar er is binnen deze procedure geen andere beslissing mogelijk die dat wel is. De kantonrechter zal de ontruimingstermijn op zes weken na betekening van het vonnis stellen. Gebruiksvergoeding 4.15. Intermaris wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 576,07, te rekenen vanaf de maand december 2025 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen. Proceskosten 4.16. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Intermaris worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 385,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)