Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-11-12
ECLI:NL:RBNHO:2025:15583
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/172745-25 (P) Uitspraakdatum: 12 november 2025 Tegenspraak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 oktober 2025 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats], nu gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad en aldaar ingeschreven. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.M. van der Most, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. J.S. Dallinga, advocaat te Alkmaar, en mr. M.A. Docter, advocaat van de benadeelde partij, naar voren hebben gebracht. 1 Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: primair hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 8 mei 2025 te Den Helder, althans in Nederland, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het meermalen, althans eenmaal, (over de kleding heen) duwen en/of prikken van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of- het meermalen, althans eenmaal, (over de kleding heen) aanraken van en/of wrijven over/op de benen, borsten, en/of onderlichaam en/of vagina van die [slachtoffer] en welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- het meermalen, althans eenmaal, onverhoeds (over de kleding heen) duwen en/of prikken van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of- het meermalen, althans eenmaal, onverhoeds (over de kleding heen) aanraken van en/of wrijven over/op de benen, de borsten, en/of het onderlichaam en/of de vagina van die [slachtoffer] en/of- het tegen die [slachtoffer] zeggen; "Als je iets zegt dan ga je in de problemen komen en doe ik wat met je vader en moeder", althans woorden van soortgelijke dreigende strekking en/of- (aldus) voor die [slachtoffer] een zodanig bedreigende en/of overweldigende situatie heeft doen ontstaan dat zij zich niet aan de seksuele handeling(en) van/met verdachte kon onttrekken en/of durfde te onttrekken; subsidiair hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 8 mei 2025 te Den Helder, althans in Nederland met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten- het meermalen, althans eenmaal, (over de kleding heen) duwen en/of prikken van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of- het meermalen, althans eenmaal, (over de kleding heen) aanraken van en/of wrijven over/op de benen, de borsten, en/of het onderlichaam en/of de vagina van die [slachtoffer] en welke aanranding werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- het meermalen, althans eenmaal, onverhoeds (over de kleding heen) duwen en/of prikken van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] en/of- het meermalen, althans eenmaal, onverhoeds (over de kleding heen) aanraken van en/of wrijven over/op de benen, de borsten, en/of het onderlichaam en/of de vagina van die [slachtoffer] en/of- het tegen die [slachtoffer] zeggen; "Als je iets zegt dan ga je in de problemen komen en doe ik wat met je vader en moeder", althans woorden van soortgelijke dreigende strekking en/of- (aldus) voor die [slachtoffer] een zodanig bedreigende en/of overweldigende situatie heeft doen ontstaan dat zij zich niet aan de seksuele handeling(en) van/met verdachte kon onttrekken en/of durfde te onttrekken. 2 Voorvragen De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 3 Beoordeling van het bewijs 3.1 Standpunt van de officier v Op een vraag van de agent hoe het kwam dat ze het ging vertellen aan papa en mama, antwoordde zij: ‘Want ik wilde dood gaan. ‘Ik kon niet meer.’ De rechtbank acht de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en zal deze als uitgangspunt voor de bewijsvoering nemen. Ondanks haar jonge leeftijd heeft zij gedetailleerd en consistent verklaard over welke handelingen de verdachte bij haar heeft verricht. Haar woordgebruik komt authentiek over. Ook geeft zij het duidelijk aan als zij bepaalde dingen niet weet of als zij ergens geen gedetailleerde herinnering aan heeft. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer. Dat de verdachte de verklaring van het slachtoffer op bepaalde punten betwist geeft de rechtbank geen reden hier anders over te denken. Steunbewijs Vervolgens is de vraag aan de orde of er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van het slachtoffer. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en licht dit als volgt toe. 1. De verklaring van de verdachte Ten eerste vindt de verklaring van het slachtoffer op meerdere specifieke onderdelen ondersteuning in de verklaring van de verdachte. De verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie op 4 juni 2025 bevestigd dat hij het slachtoffer heeft aangeraakt en gestreeld bij haar benen, onderlichaam en vagina. Ook heeft hij bevestigd dat dit meerdere keren is gebeurd en dat hij haar zowel boven als onder haar kleding heeft aangeraakt bij haar vagina. Bij zijn verhoor bij de politie op 5 juni 2025 heeft hij verduidelijkt dat hij het slachtoffer op haar blote vagina heeft aangeraakt. Nu bepaalde belangrijke onderdelen van de verklaring van het slachtoffer worden bevestigd door de verklaring van de verdachte, levert de verklaring van de verdachte naar het oordeel van de rechtbank sterk steunbewijs op. 2. De verklaring van de moeder van het slachtoffer Verder ziet de rechtbank steun voor de verklaring van het slachtoffer in de verklaring van de moeder van het slachtoffer bij de eerste melding en in diens aangifte. De moeder van het slachtoffer heeft bij de eerste melding aan de politie verklaard dat haar dochter al een paar weken niet lekker in haar vel zat en emotioneel was, pas na doorvragen had verteld wat er speelde maar dat zij niet wist of haar dochter alles verteld had omdat [slachtoffer] steeds te emotioneel was. De politieagenten zagen het slachtoffer emotioneel op de bank zitten toen zij na die melding van de moeder bij de woning arriveerden. In de aangifte heeft de moeder van het slachtoffer verklaard dat haar dochter, het slachtoffer, niet meer naar de woning van de verdachte wilde. Zij verzon steeds smoesjes. De moeder heeft ook verklaard dat zij het slachtoffer huilend in bed aantrof en dat het slachtoffer toen aangaf dat zij het niet mocht vertellen en dat zij bang was dat de verdachte haar en haar gezin iets aan zou doen. Naar het oordeel van de rechtbank leveren de waarnemingen over de angstige en emotionele toestand van het slachtoffer waarover haar moeder heeft verklaard ook steunbewijs op. Conclusie Op grond van de betrouwbaar geachte verklaring van het slachtoffer die op onderdelen voldoende steun vindt in de hierboven genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het subsidiair ten laste gelegde, zoals hierna vermeld, bewezen kan worden verklaard. Uit de verklaring van het slachtoffer volgt dat de verdachte haar meermaals op haar benen, borsten en vagina aanraakte. Zij vertelde ook dat zij zijn handen weghaalde, hem probeerde weg te duwen en ‘nee’ zei. Door het slachtoffer desondanks op verschillende momenten onverwacht (‘onverhoeds’) aan te raken op benen, borsten en vagina, is de aanranding gepaard gegaan met dwang als bedoeld in artikel 249 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Het slachtoffer heeft ook verklaard dat de verdachte tegen haar zei dat zij en haar familie in de problemen zouden komen als zij iemand iets zou vertellen. Door dergelijke dingen te zeggen teg Ten aanzien van de formulering van de bijzondere voorwaarden heeft de raadsman om een aantal aanpassingen verzocht, namelijk om (i) de meldplicht bij de reclassering op de locatie in Den Helder te laten plaatsvinden, (ii) het locatieverbod te beperken tot een gedeelte van Den Helder zodat de verdachte na zijn detentie (tijdelijk) bij zijn zoon in Den Helder kan wonen, (iii) de voorwaarde ten aanzien van het vermijden van contact met minderjarigen te herformuleren zodat de verdachte wel contact met zijn kleinkinderen kan hebben zonder dat hierbij een volwassen persoon aanwezig is en (iv) de bijzondere voorwaarden alleen te laten gelden als de verdachte in Nederland is gelet op de wens van de verdachte om te emigreren naar het buitenland. 6.3 Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Ernst van het feit De verdachte, toen 82 jaar oud, heeft in een periode van ruim vier maanden zijn buurmeisje meermalen aangerand. In die periode was zij eerst negen en later tien jaar oud. De seksuele handelingen bestonden uit het onverhoeds aanraken van het slachtoffer op haar benen, borsten, onderlichaam en haar vagina. Hierbij heeft de verdachte gedreigd haar en haar ouders in de problemen te brengen als zij het aan iemand zou vertellen. Dit is een schokkend en ernstig strafbaar feit. De handelingen hebben plaatsgevonden in het huis van de verdachte, waar het slachtoffer vaak over de vloer kwam omdat zij bij hem in de straat woonde en de verdachte als een grootvader zag. Het huis van de verdachte was dan ook een plek waar het slachtoffer zich veilig had moeten voelen. Het slachtoffer en haar ouders vertrouwden erop dat het slachtoffer in goede handen was bij de verdachte. Dit vertrouwen heeft de verdachte op grove wijze beschaamd. De verdachte heeft met deze gedragingen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat misbruik van jonge kinderen hun seksuele ontwikkeling kan verstoren en dat zij nog lange tijd op diverse vlakken ernstige gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hen is aangedaan. Uit de slachtofferverklaring die de moeder van het slachtoffer op de zitting heeft voorgelezen blijkt dat het slachtoffer nog dagelijks de psychische gevolgen ondervindt van het handelen van de verdachte. De moeder van het slachtoffer heeft verteld dat het slachtoffer is veranderd van een levendig, vrolijk en zelfverzekerd meisje naar een angstig, gespannen en voortdurend bedroefd kind. Zij heeft veel last van nachtmerries en staat onder behandeling bij een psycholoog. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan. Persoon van de verdachte Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie) van 6 september 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank heeft verder gekeken naar de rapporten van de reclassering van 6 juni 2025 en 4 september 2025. De reclassering schat het risico op recidive in als laag. De reclassering ziet mogelijkheden voor uitvoering van een reclasseringstoezicht. Binnen het toezicht zou de verdachte aangemeld kunnen worden voor een ambulante forensische behandeling waardoor er nader onderzocht kan worden hoe het delict tot stand is gekomen, welke risicofactoren hieraan ten grondslag liggen en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden (i) een meldplicht bij de reclassering, (ii) een ambulante behandeling, (ii Immateriële schade Met betrekking tot de gestelde immateriële schade acht de rechtbank het op grond van het strafdossier, de onderbouwing bij de vordering tot schadevergoeding en hetgeen namens de benadeelde partij ter zitting is aangevoerd voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij psychische schade heeft geleden als gevolg van het bewezen verklaarde feit. Deze schade komt op grond van artikel 6:106 onder b BW voor vergoeding in aanmerking. De verdediging heeft het gevorderde bedrag ter grootte van € 2.500,- niet betwist. Dit bedrag komt de rechtbank gelet op de aard van het bewezen verklaarde handelen en gelet op de schadevergoedingen die in andere – tot op zekere hoogte vergelijkbare - strafzaken zijn toegekend billijk voor, en zal daarom worden toegewezen. Conclusie De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van € 2.591,34 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 mei 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarnaast moet de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken, tot op heden begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen (kort gezegd: aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren vergezeld van dwang en gevolgd door bedreiging, meermalen gepleegd) aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen. 8 Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: - 14a, 14b, 14c, 36f en 249 Sr. 9 Beslissing De rechtbank: Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij. Verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven. Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert. Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 [achttien] maanden . Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 [zes] maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 3 [drie] jaren. Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte: - zich binnen vijf werkdagen na het einde van zijn detentie meldt bij Reclassering Nederland, op het adres Drechterwaard 102 te Alkmaar of op een andere (spreek)locatie, afhankelijk van zijn toekomstige verblijfplaats en in overleg met de reclassering. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; - zich laat behandelen door de forensische poli van GGZ Noord-Holland Noord of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt; - verblijft in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering