Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-12
ECLI:NL:RBNHO:2025:15568
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
3,327 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11967050 \ VV EXPL 25-167
Vonnis in kort geding van 12 december 2025
in de zaak van
STICHTING YMERE,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Ymere,
gemachtigde: mr. L.C. Strating,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Beoordeling
2.1.
Ymere vordert ontruiming van het pand aan [straat] [nummer] te [plaats], met veroordeling van [gedaagde] in de kosten.
2.2.
Ymere legt aan haar vordering – kort gezegd – ten grondslag dat [gedaagde] niet langer zijn hoofdverblijf heeft in de woning, hetgeen in strijd is met zijn wettelijke verplichting om zich als een goed huurder te gedragen en zijn verplichtingen uit de bij de huurovereenkomst overeengekomen algemene voorwaarden. Ymere heeft (van buren) vernomen dat [gedaagde] al circa tien jaar niet meer in de woning woont, maar destijds bij zijn vriendin is ingetrokken. Na haar overlijden twee of drie jaar geleden schijnt [gedaagde] niet naar de woning te zijn teruggekeerd. Bij de huisbezoeken die Ymere aan de woning heeft gebracht naar aanleiding van deze melding, werd niet opengedaan en waren spinnenwebben op de voordeur en dode planten in de vensterbank te zien. Op brieven van Ymere is niet gereageerd en de telefoon werd niet opgenomen. Vooruitlopend op de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst, vordert Ymere in deze procedure ontruiming van de woning. Zij heeft daarbij (spoedeisend) belang omdat de woning behoort tot de schaarse voorraad sociale huurwoningen waarvoor een lange wachtlijst bestaat.
2.3.
De kantonrechter zal de vorderingen ten aanzien van Ymere toewijzen, nu deze naar haar aard en gelet op hetgeen Ymere heeft aangevoerd, spoedeisend is en haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Omdat het gaat om een ingrijpende maatregel wordt de ontruimingstermijn op veertien dagen gesteld.
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ymere worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
119,40
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
932,40
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [straat] [nummer] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Ymere zijn, en de sleutels af te geven aan Ymere,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 932,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.
Artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 9.2 van de algemene voorwaarden.
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11967050 \ VV EXPL 25-167
Vonnis in kort geding van 12 december 2025
in de zaak van
STICHTING YMERE,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Ymere,
gemachtigde: mr. L.C. Strating,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Beoordeling
2.1.
Ymere vordert ontruiming van het pand aan [straat] [nummer] te [plaats], met veroordeling van [gedaagde] in de kosten.
2.2.
Ymere legt aan haar vordering – kort gezegd – ten grondslag dat [gedaagde] niet langer zijn hoofdverblijf heeft in de woning, hetgeen in strijd is met zijn wettelijke verplichting om zich als een goed huurder te gedragen en zijn verplichtingen uit de bij de huurovereenkomst overeengekomen algemene voorwaarden. Ymere heeft (van buren) vernomen dat [gedaagde] al circa tien jaar niet meer in de woning woont, maar destijds bij zijn vriendin is ingetrokken. Na haar overlijden twee of drie jaar geleden schijnt [gedaagde] niet naar de woning te zijn teruggekeerd. Bij de huisbezoeken die Ymere aan de woning heeft gebracht naar aanleiding van deze melding, werd niet opengedaan en waren spinnenwebben op de voordeur en dode planten in de vensterbank te zien. Op brieven van Ymere is niet gereageerd en de telefoon werd niet opgenomen. Vooruitlopend op de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst, vordert Ymere in deze procedure ontruiming van de woning. Zij heeft daarbij (spoedeisend) belang omdat de woning behoort tot de schaarse voorraad sociale huurwoningen waarvoor een lange wachtlijst bestaat.
2.3.
De kantonrechter zal de vorderingen ten aanzien van Ymere toewijzen, nu deze naar haar aard en gelet op hetgeen Ymere heeft aangevoerd, spoedeisend is en haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Omdat het gaat om een ingrijpende maatregel wordt de ontruimingstermijn op veertien dagen gesteld.
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ymere worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
119,40
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
932,40
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [straat] [nummer] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Ymere zijn, en de sleutels af te geven aan Ymere,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 932,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.
Artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 9.2 van de algemene voorwaarden.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15568 text/xml public 2026-01-15T10:04:30 2026-01-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-12 11967050 \ VV EXPL 25-167 Uitspraak Kort geding Verstek NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15568 text/html public 2026-01-15T10:03:39 2026-01-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15568 Rechtbank Noord-Holland , 12-12-2025 / 11967050 \ VV EXPL 25-167 KG. Verstek. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11967050 \ VV EXPL 25-167 Vonnis in kort geding van 12 december 2025 in de zaak van STICHTING YMERE , te Amsterdam, eisende partij, hierna te noemen: Ymere, gemachtigde: mr. L.C. Strating, tegen [gedaagde] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2 De beoordeling 2.1. Ymere vordert ontruiming van het pand aan [straat] [nummer] te [plaats], met veroordeling van [gedaagde] in de kosten. 2.2. Ymere legt aan haar vordering – kort gezegd – ten grondslag dat [gedaagde] niet langer zijn hoofdverblijf heeft in de woning, hetgeen in strijd is met zijn wettelijke verplichting om zich als een goed huurder te gedragen en zijn verplichtingen uit de bij de huurovereenkomst overeengekomen algemene voorwaarden . Ymere heeft (van buren) vernomen dat [gedaagde] al circa tien jaar niet meer in de woning woont, maar destijds bij zijn vriendin is ingetrokken. Na haar overlijden twee of drie jaar geleden schijnt [gedaagde] niet naar de woning te zijn teruggekeerd. Bij de huisbezoeken die Ymere aan de woning heeft gebracht naar aanleiding van deze melding, werd niet opengedaan en waren spinnenwebben op de voordeur en dode planten in de vensterbank te zien. Op brieven van Ymere is niet gereageerd en de telefoon werd niet opgenomen. Vooruitlopend op de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst, vordert Ymere in deze procedure ontruiming van de woning. Zij heeft daarbij (spoedeisend) belang omdat de woning behoort tot de schaarse voorraad sociale huurwoningen waarvoor een lange wachtlijst bestaat. 2.3. De kantonrechter zal de vorderingen ten aanzien van Ymere toewijzen, nu deze naar haar aard en gelet op hetgeen Ymere heeft aangevoerd, spoedeisend is en haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Omdat het gaat om een ingrijpende maatregel wordt de ontruimingstermijn op veertien dagen gesteld. 2.4. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ymere worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 543,00 - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 932,40 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [straat] [nummer] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Ymere zijn, en de sleutels af te geven aan Ymere, 3.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 932,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025. Artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 9.2 van de algemene voorwaarden.