Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:15567
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
4,044 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11860371 \ VV EXPL 25-128
Vonnis in de kort geding zaak van 17 december 2025
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. C.A. Gentile Martin,
tegen
[gedaagde]
,
zonder bekende woon- en of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de mondelinge behandeling van 15 december 2025.
1.2.
[gedaagde] is niet verschenen en heeft zich ook niet door een advocaat laten vertegenwoordigen.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Beoordeling
2.1.
De kantonrechter moet voordat hij verstek verleent beoordelen of in de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. Daarbij geldt dat een gedaagde die geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, in beginsel een termijn van ten minste drie maanden moet worden gegund om te verschijnen. Met goedkeuring van de kantonrechter is in dit geval een iets kortere termijn aangehouden, op voorwaarde dat [eiser] daarnaast nog pogingen zou doen om [gedaagde] te informeren over deze procedure.
2.2.
[eiser] heeft ter zitting verklaard dat zijzelf en haar gemachtigde zowel telefonisch als per mail meerdere pogingen hebben gedaan om [gedaagde] in te lichten over deze procedure. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] heeft voldaan aan de voorwaarde voor dagvaarding op een kortere termijn dan drie maanden. Aangezien ook de overige formaliteiten in acht zijn genomen, is tegen [gedaagde] op zitting verstek verleend.
2.3.
[eiser] heeft primair gevorderd dat de kantonrechter [gedaagde] gebiedt medewerking te verlenen en de afstandsverklaring te ondertekenen, waarbij het vonnis in de plaats treedt van de noodzakelijke medewerking dan wel wilsverklaring dan wel handtekening van [gedaagde] als hij niet aan het gebod voldoet.
2.4.
[eiser] en [gedaagde] zijn huurder van de woning aan de [adres] te [plaats]. [gedaagde] is al geruimte tijd geleden uit de woning vertrokken en uit de BRP blijkt dat hij zich per 22 juli 2025 heeft uitgeschreven. [eiser] wenst de huur van de woning niet voort te zetten en heeft inmiddels iemand tot woningruil bereid gevonden. De woningbouwvereniging is bereid hieraan medewerking te verlenen onder de voorwaarde dat [gedaagde] een afstandsverklaring tekent. [eiser] heeft diverse vergeefse pogingen gedaan [gedaagde] daartoe te bewegen. De primaire vordering komt de kantonrechter daarom niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen zoals weergegeven in de beslissing.
2.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
Totaal
€
295,00
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
gebiedt [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan en ondertekening van de afstandsverklaring binnen vijf dagen na betekening van het vonnis;
3.2.
bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste medewerking van [gedaagde] indien hij niet voldoet aan de veroordeling onder 3.1.,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 295,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
Artikel 115 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Conform artikel 3:300 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Als bedoeld in artikel 6:119 BW.
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11860371 \ VV EXPL 25-128
Vonnis in de kort geding zaak van 17 december 2025
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. C.A. Gentile Martin,
tegen
[gedaagde]
,
zonder bekende woon- en of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de mondelinge behandeling van 15 december 2025.
1.2.
[gedaagde] is niet verschenen en heeft zich ook niet door een advocaat laten vertegenwoordigen.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Beoordeling
2.1.
De kantonrechter moet voordat hij verstek verleent beoordelen of in de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. Daarbij geldt dat een gedaagde die geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, in beginsel een termijn van ten minste drie maanden moet worden gegund om te verschijnen. Met goedkeuring van de kantonrechter is in dit geval een iets kortere termijn aangehouden, op voorwaarde dat [eiser] daarnaast nog pogingen zou doen om [gedaagde] te informeren over deze procedure.
2.2.
[eiser] heeft ter zitting verklaard dat zijzelf en haar gemachtigde zowel telefonisch als per mail meerdere pogingen hebben gedaan om [gedaagde] in te lichten over deze procedure. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] heeft voldaan aan de voorwaarde voor dagvaarding op een kortere termijn dan drie maanden. Aangezien ook de overige formaliteiten in acht zijn genomen, is tegen [gedaagde] op zitting verstek verleend.
2.3.
[eiser] heeft primair gevorderd dat de kantonrechter [gedaagde] gebiedt medewerking te verlenen en de afstandsverklaring te ondertekenen, waarbij het vonnis in de plaats treedt van de noodzakelijke medewerking dan wel wilsverklaring dan wel handtekening van [gedaagde] als hij niet aan het gebod voldoet.
2.4.
[eiser] en [gedaagde] zijn huurder van de woning aan de [adres] te [plaats]. [gedaagde] is al geruimte tijd geleden uit de woning vertrokken en uit de BRP blijkt dat hij zich per 22 juli 2025 heeft uitgeschreven. [eiser] wenst de huur van de woning niet voort te zetten en heeft inmiddels iemand tot woningruil bereid gevonden. De woningbouwvereniging is bereid hieraan medewerking te verlenen onder de voorwaarde dat [gedaagde] een afstandsverklaring tekent. [eiser] heeft diverse vergeefse pogingen gedaan [gedaagde] daartoe te bewegen. De primaire vordering komt de kantonrechter daarom niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen zoals weergegeven in de beslissing.
2.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
Totaal
€
295,00
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
gebiedt [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan en ondertekening van de afstandsverklaring binnen vijf dagen na betekening van het vonnis;
3.2.
bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste medewerking van [gedaagde] indien hij niet voldoet aan de veroordeling onder 3.1.,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 295,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
Artikel 115 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Conform artikel 3:300 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Als bedoeld in artikel 6:119 BW.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:15567 text/xml public 2026-01-15T09:48:31 2026-01-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 11860371 \ VV EXPL 25-128 Uitspraak Kort geding Verstek NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15567 text/html public 2026-01-15T09:48:09 2026-01-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:15567 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 11860371 \ VV EXPL 25-128 KG. Verstek. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: 11860371 \ VV EXPL 25-128 Vonnis in de kort geding zaak van 17 december 2025 in de zaak van [eiser] , te [plaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. C.A. Gentile Martin, tegen [gedaagde] , zonder bekende woon- en of verblijfplaats binnen of buiten Nederland, gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding;- de mondelinge behandeling van 15 december 2025. 1.2. [gedaagde] is niet verschenen en heeft zich ook niet door een advocaat laten vertegenwoordigen. 1.3. Vonnis is bepaald op vandaag. 2 De beoordeling 2.1. De kantonrechter moet voordat hij verstek verleent beoordelen of in de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. Daarbij geldt dat een gedaagde die geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, in beginsel een termijn van ten minste drie maanden moet worden gegund om te verschijnen. Met goedkeuring van de kantonrechter is in dit geval een iets kortere termijn aangehouden, op voorwaarde dat [eiser] daarnaast nog pogingen zou doen om [gedaagde] te informeren over deze procedure. 2.2. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat zijzelf en haar gemachtigde zowel telefonisch als per mail meerdere pogingen hebben gedaan om [gedaagde] in te lichten over deze procedure. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] heeft voldaan aan de voorwaarde voor dagvaarding op een kortere termijn dan drie maanden. Aangezien ook de overige formaliteiten in acht zijn genomen, is tegen [gedaagde] op zitting verstek verleend. 2.3. [eiser] heeft primair gevorderd dat de kantonrechter [gedaagde] gebiedt medewerking te verlenen en de afstandsverklaring te ondertekenen, waarbij het vonnis in de plaats treedt van de noodzakelijke medewerking dan wel wilsverklaring dan wel handtekening van [gedaagde] als hij niet aan het gebod voldoet . 2.4. [eiser] en [gedaagde] zijn huurder van de woning aan de [adres] te [plaats]. [gedaagde] is al geruimte tijd geleden uit de woning vertrokken en uit de BRP blijkt dat hij zich per 22 juli 2025 heeft uitgeschreven. [eiser] wenst de huur van de woning niet voort te zetten en heeft inmiddels iemand tot woningruil bereid gevonden. De woningbouwvereniging is bereid hieraan medewerking te verlenen onder de voorwaarde dat [gedaagde] een afstandsverklaring tekent. [eiser] heeft diverse vergeefse pogingen gedaan [gedaagde] daartoe te bewegen. De primaire vordering komt de kantonrechter daarom niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen zoals weergegeven in de beslissing. 2.5. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten . De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - griffierecht € 90,00 - salaris gemachtigde € 164,00 (2 punten × € 82,00) - nakosten € 41,00 Totaal € 295,00 2.6. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. gebiedt [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan en ondertekening van de afstandsverklaring binnen vijf dagen na betekening van het vonnis; 3.2. bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste medewerking van [gedaagde] indien hij niet voldoet aan de veroordeling onder 3.1., 3.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 295,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 3.4. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025. Artikel 115 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Conform artikel 3:300 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Als bedoeld in artikel 6:119 BW.