Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-07-22
ECLI:NL:RBNHO:2025:15561
beschikking RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rekestnummer: C/15/364063 / HA RK 25-56 Beschikking van 22 juli 2025 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [plaats], verzoekster, hierna te noemen [verzoekster], advocaat mr. G.L.D. Thomas te Amsterdam, tegen VEILIG THUIS , gevestigd te Haarlem, verweerster, hierna te noemen Veilig Thuis, vertegenwoordigd door [betrokkene 1] (manager) en mr. [betrokkene 2] (bedrijfsjurist). 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen 1 en 2, ingekomen ter griffie op 4 april 2025 de oproepingsbrief van 13 mei 2025 aan mr. Thomas en Veilig Thuis het verweerschrift ingekomen ter griffie op 17 juni 2025 de mondelinge behandeling op 24 juni 2025, tijdens welke zitting mr. Thomas het woord gevoerd heeft aan de hand van pleitaantekeningen en van welke zitting de griffier aantekeningen heeft bijgehouden. 1.2. Na het uitroepen van de zaak zijn verschenen mr. Thomas voornoemd namens [verzoekster], [verzoekster] zelf is niet verschenen, mevrouw [betrokkene 1] (manager Veilig Thuis Kennemerland) mr. [betrokkene 2] (bedrijfsjurist Veilig Thuis) 1.3. De beschikking is bepaald op heden. 2 De feiten 2.1. Veilig Thuis is het regionale advies- en meldpunt bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling voor gemeenten in de regio Noord-Holland Noord. Zij heeft op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) onder meer als taak om bij een vermoeden van kindermishandeling onderzoek te doen en - als daartoe aanleiding bestaat - de Raad voor de Kinderbescherming daarvan op de hoogte te stellen. 2.2. [verzoekster] is de moeder van de minderjarige [minderjarige], roepnaam [minderjarige]. Op 12 en 15 juni 2023, toen [minderjarige] 14 jaar oud was, is zij alleen naar het politiebureau gekomen om te vertellen over seksueel misbruik door haar stiefvader vanaf dat zij 8 of 9 jaar oud was. 2.3. Op 16 juni 2023 is naar aanleiding hiervan melding gedaan bij Veilig Thuis over de onveiligheid in de opvoedsituatie van [minderjarige]. Deze melding is geregistreerd onder nummer [nummer 1]. 2.4. Veilig Thuis heeft een huisbezoek afgelegd. [verzoekster] heeft tijdens dat huisbezoek verklaard dat [minderjarige] haar al enige tijd geleden had verteld over het seksueel misbruik, maar dat de stiefvader het ontkende en dat zij niet goed wist wie zij moest geloven en dat zij nooit zorgen had gehad over het contact tussen [minderjarige] en de stiefvader. Ze vertelde dat zij naar aanleiding van de melding haar relatie met de stiefvader van [minderjarige] heeft verbroken. [verzoekster] wilde niet meewerken aan nader onderzoek naar de melding en gaf geen toestemming voor gesprekken met [minderjarige] of haar oudere broer. 2.5. [verzoekster] heeft samen met de stiefvader van [minderjarige] nog twee kinderen van thans 4 en 2 jaar oud. 2.6. Veilig Thuis heeft op 26 juni 2023 besloten de dienst Onderzoek in te zetten. In dat kader is gesproken met de school van [minderjarige], de huisarts en het bij moeder betrokken consultatiebureau. 2.7. Op 29 oktober 2023 heef [minderjarige] bij de politie tegen haar stiefvader aangifte gedaan ter zake van seksueel misbruik. 2.8. Veilig Thuis heeft in een afsluitbrief van 16 november 2023 geconcludeerd dat er voldoende aanleiding is voor zorgen over een bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen. Veilig Thuis heeft haar zorgen ingebracht bij de Beschermtafel. De Beschermtafel besloot tijdens het overleg dat er onvoldoende redenen waren voor een raadsonderzoek. Vervolgens is het dossier onder casusnummer [nummer 1] zonder monitoringsafspraken gesloten op 14 december 2023. 2.9. Op 5 december 2023 heeft [verzoekster] per e-mail Veilig Thuis verzocht om vernietiging van haar persoonsgegevens en dossierinformatie voortkomend uit de melding op 16 juni 2023. 2.10. Veilig Thuis heeft op dit verzoek afwijzend beslist, maar heeft verzuimd dat besluit toe te zenden aan [verzoekster]. 2 Zij verklaart dat zij haar relatie met de stiefvader weer heeft hervat toen het voor haar evident was dat de beschuldiging van [minderjarige] niet waar was. [verzoekster] verklaart dat [minderjarige] heeft verklaard dat zij de melding heeft gedaan als springplank om een eigen woning te krijgen in het kader van begeleid wonen en benadrukt dat [minderjarige] kan manipuleren. [verzoekster] benadrukt verder dat zij niet langer samenwoont met de stiefvader, maar dat zij ieder hun eigen woning hebben. Zij voert aan dat het bewaren van het dossier leidt tot aanhoudende psychische belasting bij haar en haar kinderen, mede door de aard van de beschuldiging en de onterechte suggestie dat sprake is van een structureel onveilige situatie. [verzoekster] voert aan dat zij door het bewaren van die gegevens bij elke nieuwe melding of onderzoek opnieuw met oude informatie wordt geconfronteerd die op geen enkel moment leidde tot jeugdbescherming, jeugdhulp of rechterlijke maatregelen. Zij wijst er op dat als het verhaal van [minderjarige] waar was geweest er meer dingen zijn die onderzocht hadden kunnen worden. Zij betwist dat bij die stand van zaken Veilig Thuis zich erop kan beroepen dat bewaren van de persoonsgegevens een ‘aanmerkelijk belang’ dient voor [minderjarige] en de andere minderjarigen. 3.3. Tenslotte voert [verzoekster] verweer tegen de door Veilig Thuis verzochte proceskostenveroordeling op grond van vermeend misbruik van recht. Veilig Thuis 3.4. Veilig Thuis voert verweer. Zij voert aan dat op grond van artikel 6 lid 1 sub e juncto lid 3 sub b AVG de verwerking van persoonsgegevens door Veilig Thuis rechtmatig is als de verwerking noodzakelijk is voor het vervullen van een taak van algemeen belang, mits het doel van de verwerking is vastgelegd in een wettelijke regeling. Zij wijst er op dat zij op grond van artikel 4.1.1. lid 2 sub a Wmo als meldpunt fungeert voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling en dat dit beantwoordt aan een evidente taak- en doelstelling van algemeen belang als bedoeld in artikel 6 lid 1 AVG. Verder voert Veilig Thuis aan dat zij op grond van artikel 4.1.1. lid 2 sub b Wmo als taak heeft om naar aanleiding van een melding te onderzoeken of er sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld of een vermoeden daarvan en dat zij bevoegd is voor het uitoefenen van die taak persoonsgegevens te verwerken, zonder toestemming van [verzoekster]. Tenslotte wijst zij er op dat zij op grond van artikel 5.3.4. Wmo gehouden is deze persoonsgegevens gedurende minimaal twintig jaren te bewaren, of zoveel langer als redelijkerwijs noodzakelijk is in verband met een zorgvuldige uitvoering van haar taken op grond van de Wmo. 3.5. In een inhoudelijke reactie voert Veilig Thuis aan dat er een nieuwe melding is ontvangen met betrekking tot de opvoedsituatie van [minderjarige] bij [verzoekster] en dat het onderzoek naar aanleiding van die melding nog lopend is. Alleen hier volgt al uit, volgens Veilig Thuis, dat het bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging van de persoonsgegevens verzet. Veilig Thuis voert verder aan dat de situatie dat [minderjarige] zegt dat het misbruik wel is gebeurd en dat [verzoekster] zegt dat het niet waar is al wijst op een probleem dat in beeld moet zijn, niet alleen voor [minderjarige] maar ook voor de andere twee minderjarige kinderen. Zij wijst er op dat mogelijk sprake is van een verstoorde dynamiek in het gezin, wat ook onveilig kan zijn voor de andere kinderen. Veilig Thuis benadrukt dat zij bij een nieuwe melding niet het oude dossier opnieuw gaat onderzoeken, maar dat die informatie wel wordt meegenomen bij het beoordelen van de veiligheidssituatie. 4 De beoordeling Bevoegdheid rechter en ontvankelijkheid [verzoekster] 4.1. Veilig Thuis is geen bestuursorgaan. Volgens artikel 35 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: UAVG) mag de betrokkene, hier [verzoekster], in dat geval de burgerlijke rechtbank verzoeken een besli Door Veilig Thuis is aangevoerd dat dit betekent dat zij een verzoek tot vernietiging van persoonsgegevens in een cliëntdossier mag afwijzen als aan vijf voorwaarden is voldaan: verwerking van de gegevens is noodzakelijk om te voldoen aan de wet, het is redelijkerwijs aannemelijk dat het bewaren van de persoonsgegevens van aanmerkelijk belang is voor iemand anders dan verzoeker, het bepaalde verzet zich tegen vernietiging bij of krachtens de wet, het bewaren van de persoonsgegevens is evenredig aan het te dienen doel, dat doel kan niet op een minder nadelige wijze worden verwezenlijkt. Veilig Thuis heeft aangevoerd dat zij deze vijf criteria gemotiveerd ten grondslag heeft gelegd aan haar antwoord in de brief van 24 februari 2025 op het verzoek van [verzoekster]. Zij heeft verklaard dat er een aanmerkelijk belang is bij het bewaren van de persoonsgegevens van [verzoekster] voor zowel [minderjarige] als voor de jongere minderjarige kinderen van [verzoekster], omdat zij alle drie betrokken zijn in een gezinssituatie waarop de gemelde zorgen betrekking hebben, die bovendien thans opnieuw onderwerp is van onderzoek. 4.11. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzoek van [verzoekster] wordt afgewezen. Zij legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel komt. 4.12. De vraag die nu beantwoord moet worden is of Veilig Thuis een aanmerkelijk belang heeft om de gegevens van [verzoekster] in dossier [nummer 1] te bewaren in het kader van haar radarfunctie om signalen van onveiligheid in de opvoedingssituatie aan te kunnen tonen. De rechtbank oordeelt dat Veilig Thuis haar belang voldoende heeft onderbouwd. Daarbij acht de rechtbank het volgende van belang. 4.13. Het dossier waar het verzoek van [verzoekster] betrekking op heeft, dossier [nummer 1], betreft een melding naar aanleiding van een verklaring van [minderjarige], toen 14 jaar oud, bij de politie dat zij vanaf dat zij 8 of 9 jaar oud was door haar stiefvader seksueel werd misbruikt. Dat is een ernstig feit en gaf Veilig Thuis voldoende aanleiding om een onderzoek op te starten. In dat kader heeft Veilig Thuis een huisbezoek afgelegd bij [verzoekster]. [verzoekster] heeft tijdens dat huisbezoek verklaard dat [minderjarige] eerder ook tegen haar had verteld dat ze seksueel misbruikt was/werd door haar stiefvader, dat de stiefvader het ontkende en dat [verzoekster] daarom niet goed wist wie zij moest geloven. [verzoekster] heeft op dat moment wel de relatie met de stiefvader van [minderjarige] verbroken, maar zij wilde niet meewerken aan nader onderzoek door Veilig Thuis en wilde ook geen toestemming geven voor gesprekken met [minderjarige] en/of haar oudere broer. 4.14. Veilig Thuis vond dat sprake was van een zorgelijke situatie en heeft haar zorgen voorgelegd aan de Beschermtafel. Daar is vervolgens besloten geen nader onderzoek te starten. De relatie tussen [verzoekster] en de stiefvader was inmiddels verbroken en de stiefvader was daarmee grotendeels uit beeld, behalve in zijn hoedanigheid als biologische vader van de jongste minderjarigen in het gezin van [verzoekster]. Een nader onderzoek zou bij die stand van zaken echter te ingrijpend zijn in de levens van de betrokkenen. Als de Beschermtafel een dergelijk besluit heeft genomen, eindigt daarmee de bemoeienis door Veilig Thuis op dat moment en moet zij het dossier sluiten. 4.15. [verzoekster] heeft enige tijd later de relatie met de stiefvader van [minderjarige] weer hervat. [verzoekster] benadrukt dat zij dat heeft gedaan nadat het voor haar evident was geworden dat [minderjarige] heeft gelogen over het seksueel misbruik. Zij heeft verklaard dat [minderjarige] dat heeft toegegeven en heeft gezegd dat ze het had gedaan omdat ze het huis uit wilde. Dit heeft [verzoekster] echter op geen enkele manier onderbouwd, terwijl uit de reactie van [verzoekster] tijdens het huisbezoek indertijd al blijkt dat zij haar dochter op dit punt niet gelooft en ook geen medewerking wilde verlenen aan een verder onderzoek naar aanleiding van de me