Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:14919
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,044 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14919 text/xml public 2026-04-14T13:53:45 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 8241279 \ CV EXPL 19-19871 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14919 text/html public 2026-04-14T13:53:05 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14919 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 8241279 \ CV EXPL 19-19871 Luchtvaart. Flightright heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een grootschalige verstoring in de uitvoering van de vluchten vanwege een storing aan het brandstofbevoorradingssysteem van Schiphol. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van Flightright wordt afgewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8241279 \ CV EXPL 19-19871 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar het recht van Duitsland Flightright GMBH gevestigd te Hamburg, Duitsland eiser hierna te noemen: Flightright gemachtigde: mr. H. Yildiz (Weiss Legal) tegen de besloten vennootschap KLM Cityhopper B.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort Flightright heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een grootschalige verstoring in de uitvoering van de vluchten vanwege een storing aan het brandstofbevoorradingssysteem van Schiphol. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van Flightright wordt afgewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 25 juli 2019 vervoeren van Neurenberg, Duitsland, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht KL1882 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. Flightright heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. Flightright vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten. 3.2. Flightright baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Flightright stelt dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan hem hebben overgedragen en dat de vervoerder hem daarom en vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,- per passagier. 3.3. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De vervoerder heeft bij antwoord betwist dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan Flightright hebben overgedragen. Hij voert aan dat Flightright geen kopieën van de identiteitsbewijzen van de passagiers heeft overgelegd. Bij repliek heeft Flightright deze kopieën echter wel overgelegd. Flightright heeft hiermee voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan hem hebben overgedragen. 4.3. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.4. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Volgens hem was de vlucht in kwestie onderdeel van de rotatievlucht Amsterdam – Neurenberg – Amsterdam (vluchtnummers KL1881 en KL1882). Op de dag voorafgaand aan de datum van de vlucht was er een storing aan het brandstofsysteem op Schiphol. Dit leidde tot een grootschalige verstoring van de uitvoering van vluchten en veel geannuleerde en gestrande vliegtuigen en bemanningsleden. Hierdoor was ook de planning op de dag van de vlucht in kwestie verstoord, waardoor zowel de heenvlucht KL1881 van Amsterdam en Neurenberg als de vlucht in kwestie geannuleerd moesten worden. 4.5. Flightright betwist dit. Hij voert aan dat de storing al opgelost was op de datum van de vlucht. Dit betekent dat de vlucht doorgang had kunnen vinden en dat het annuleren van de vlucht een operationele keuze was van de vervoerder. 4.6. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat de storing pas kort voor het ingaan van het nachtregime op Schiphol was verholpen. Tijdens het nachtregime wordt het aantal vluchten op de luchthaven beperkt. Dit betekent dat vliegtuigen niet ’s nachts konden terugkeren naar Schiphol en ook de gestrande vliegtuigen op Schiphol moesten blijven tot de ochtend van de vluchtdatum. Er waren ook veel passagiers gestrand op Schiphol. Al met al was er op de datum van de vlucht een zeer verstoorde operatie. Hierdoor konden annuleringen niet worden vermeden. 4.7. De kantonrechter overweegt dat een algemene storing aan het brandstofvoorziening van een luchthaven, geldt als een buitengewone omstandigheid. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de annulering van de vlucht werd veroorzaakt door de verstoorde operatie op Schiphol en dat deze verstoring het gevolg was van de storing aan het brandstofsysteem. De enkele omstandigheid dat die storing een dag eerder plaatsvond, maakt dat niet anders. Daarmee was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden. 4.8. Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om (de vertraging vanwege) de annulering te voorkomen (of te beperken). De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed kon uitoefenen op de faciliteiten van de luchthaven. Het was niet mogelijk om de vlucht uit te voeren vanwege de grootschalige verstoring. De passagiers zijn na de annulering omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de bestemming. Flightright heeft dit niet betwist, zodat dit vast staat. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering van Flightright zal worden afgewezen. 4.9. Flightright zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt Flightright tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt , te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis; 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14919 text/xml public 2026-04-14T13:53:45 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 8241279 \ CV EXPL 19-19871 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14919 text/html public 2026-04-14T13:53:05 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14919 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 8241279 \ CV EXPL 19-19871 Luchtvaart. Flightright heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een grootschalige verstoring in de uitvoering van de vluchten vanwege een storing aan het brandstofbevoorradingssysteem van Schiphol. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van Flightright wordt afgewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8241279 \ CV EXPL 19-19871 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar het recht van Duitsland Flightright GMBH gevestigd te Hamburg, Duitsland eiser hierna te noemen: Flightright gemachtigde: mr. H. Yildiz (Weiss Legal) tegen de besloten vennootschap KLM Cityhopper B.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort Flightright heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een grootschalige verstoring in de uitvoering van de vluchten vanwege een storing aan het brandstofbevoorradingssysteem van Schiphol. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van Flightright wordt afgewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 25 juli 2019 vervoeren van Neurenberg, Duitsland, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht KL1882 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. Flightright heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. Flightright vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.2. Flightright baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Flightright stelt dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan hem hebben overgedragen en dat de vervoerder hem daarom en vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,- per passagier. 3.3. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De vervoerder heeft bij antwoord betwist dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan Flightright hebben overgedragen. Hij voert aan dat Flightright geen kopieën van de identiteitsbewijzen van de passagiers heeft overgelegd. Bij repliek heeft Flightright deze kopieën echter wel overgelegd. Flightright heeft hiermee voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan hem hebben overgedragen. 4.3. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.4. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Volgens hem was de vlucht in kwestie onderdeel van de rotatievlucht Amsterdam – Neurenberg – Amsterdam (vluchtnummers KL1881 en KL1882). Op de dag voorafgaand aan de datum van de vlucht was er een storing aan het brandstofsysteem op Schiphol. Dit leidde tot een grootschalige verstoring van de uitvoering van vluchten en veel geannuleerde en gestrande vliegtuigen en bemanningsleden. Hierdoor was ook de planning op de dag van de vlucht in kwestie verstoord, waardoor zowel de heenvlucht KL1881 van Amsterdam en Neurenberg als de vlucht in kwestie geannuleerd moesten worden. 4.5. Flightright betwist dit. Hij voert aan dat de storing al opgelost was op de datum van de vlucht. Dit betekent dat de vlucht doorgang had kunnen vinden en dat het annuleren van de vlucht een operationele keuze was van de vervoerder. 4.6. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat de storing pas kort voor het ingaan van het nachtregime op Schiphol was verholpen. Tijdens het nachtregime wordt het aantal vluchten op de luchthaven beperkt. Dit betekent dat vliegtuigen niet ’s nachts konden terugkeren naar Schiphol en ook de gestrande vliegtuigen op Schiphol moesten blijven tot de ochtend van de vluchtdatum. Er waren ook veel passagiers gestrand op Schiphol. Al met al was er op de datum van de vlucht een zeer verstoorde operatie. Hierdoor konden annuleringen niet worden vermeden. 4.7. De kantonrechter overweegt dat een algemene storing aan het brandstofvoorziening van een luchthaven, geldt als een buitengewone omstandigheid. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de annulering van de vlucht werd veroorzaakt door de verstoorde operatie op Schiphol en dat deze verstoring het gevolg was van de storing aan het brandstofsysteem. De enkele omstandigheid dat die storing een dag eerder plaatsvond, maakt dat niet anders. Daarmee was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden. 4.8. Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om (de vertraging vanwege) de annulering te voorkomen (of te beperken). De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed kon uitoefenen op de faciliteiten van de luchthaven. Het was niet mogelijk om de vlucht uit te voeren vanwege de grootschalige verstoring. De passagiers zijn na de annulering omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de bestemming. Flightright heeft dit niet betwist, zodat dit vast staat. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering van Flightright zal worden afgewezen. 4.9. Flightright zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt Flightright tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt , te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis; 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N.