Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:14918
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
2,472 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14918 text/xml public 2026-04-14T14:02:04 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 11834613 \ CV FORM 25-5228 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14918 text/html public 2026-04-14T14:01:42 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14918 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 11834613 \ CV FORM 25-5228 Luchtvaart. EPGV. Achmea heeft namens twee passagiers compensatie verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. Achmea heeft echter onvoldoende onderbouwd dat Aviclaim een (geldige) machtiging had om namens haar in rechte op te treden. Daarom wordt Achmea niet-ontvankelijk verklaard. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rep.nr.: 11834613 \ CV FORM 25-5228 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: Stichting Achmea Rechtsbijstand gevestigd te Tilburg verzoekende partij verder te noemen: Achmea gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort Achmea heeft namens twee passagiers compensatie verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. Achmea heeft echter onvoldoende onderbouwd dat Aviclaim een (geldige) machtiging had om namens haar in rechte op te treden. Daarom wordt Achmea niet-ontvankelijk verklaard. 1 Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2 De feiten 2.1. Twee passagiers (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 14 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Venetië, Italië, met vlucht EJU4072 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan Achmea. 2.4. Achmea heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. Achmea verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten. 3.2. Achmea baseert het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Achmea stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt – voor zover relevant – ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. De vervoerder betwist dat Aviclaim beschikt over een (geldige) volmacht om namens Achmea te procederen. Hij voert aan dat de overgelegde volmacht vermeldt dat deze geldig was van 1 mei 2023 tot en met 30 april 2024. Het vorderingsformulier is op 8 augustus 2025 ingediend. Dit betekent dat de volmacht op dat moment niet meer geldig was, aldus de vervoerder. 4.3. Het verweer van de vervoerder slaagt. Vanwege de betwisting door de vervoerder heeft Achmea onvoldoende onderbouwd dat Aviclaim op het moment van het indienen van het vorderingsformulier (en nog steeds) gemachtigd was (en is) om namens haar in rechte op te treden. Daarom zal Achmea niet-ontvankelijk worden verklaard. 4.4. De proceskosten komen voor rekening van Achmea omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van Achmea, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. verklaart Achmea niet-ontvankelijk; 5.2. veroordeelt Achmea tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde; en veroordeelt Achmea tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.3. verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14918 text/xml public 2026-04-14T14:02:04 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 11834613 \ CV FORM 25-5228 Uitspraak Beschikking NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14918 text/html public 2026-04-14T14:01:42 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14918 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 11834613 \ CV FORM 25-5228 Luchtvaart. EPGV. Achmea heeft namens twee passagiers compensatie verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. Achmea heeft echter onvoldoende onderbouwd dat Aviclaim een (geldige) machtiging had om namens haar in rechte op te treden. Daarom wordt Achmea niet-ontvankelijk verklaard. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rep.nr.: 11834613 \ CV FORM 25-5228 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: Stichting Achmea Rechtsbijstand gevestigd te Tilburg verzoekende partij verder te noemen: Achmea gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort Achmea heeft namens twee passagiers compensatie verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. Achmea heeft echter onvoldoende onderbouwd dat Aviclaim een (geldige) machtiging had om namens haar in rechte op te treden. Daarom wordt Achmea niet-ontvankelijk verklaard. 1 Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2 De feiten 2.1. Twee passagiers (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 14 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Venetië, Italië, met vlucht EJU4072 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan Achmea. 2.4. Achmea heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. Achmea verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten. 3.2. Achmea baseert het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Achmea stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 250,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt – voor zover relevant – ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.2. De vervoerder betwist dat Aviclaim beschikt over een (geldige) volmacht om namens Achmea te procederen. Hij voert aan dat de overgelegde volmacht vermeldt dat deze geldig was van 1 mei 2023 tot en met 30 april 2024. Het vorderingsformulier is op 8 augustus 2025 ingediend. Dit betekent dat de volmacht op dat moment niet meer geldig was, aldus de vervoerder. 4.3. Het verweer van de vervoerder slaagt. Vanwege de betwisting door de vervoerder heeft Achmea onvoldoende onderbouwd dat Aviclaim op het moment van het indienen van het vorderingsformulier (en nog steeds) gemachtigd was (en is) om namens haar in rechte op te treden. Daarom zal Achmea niet-ontvankelijk worden verklaard. 4.4. De proceskosten komen voor rekening van Achmea omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van Achmea, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 5 De beslissingDe kantonrechter: 5.1. verklaart Achmea niet-ontvankelijk; 5.2. veroordeelt Achmea tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde;en veroordeelt Achmea tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.3. verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening.