Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:14907
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,351 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14907 text/xml public 2026-04-14T15:35:41 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 11403276 \ CV EXPL 24-8017 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14907 text/html public 2026-04-14T15:35:14 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14907 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 11403276 \ CV EXPL 24-8017 Luchtvaart. AirHelp heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat de passagiers met vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van AirHelp wordt afgewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11403276 \ CV EXPL 24-8017 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn, Duitsland eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de buitenlandse vennootschap Egyptair Airlines Company gevestigd te Caïro, Egypte gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke) De zaak in het kort AirHelp heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat de passagiers met vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van AirHelp wordt afgewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. AirHelp heeft niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [betrokkene 1]. [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 16 maart 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Caïro, Egypte, naar Aswan, Egypte, met vluchtcombinatie MS758 en MS80. 2.2. De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. 2.3. AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de passagiers door de vertraging van de vlucht hun aansluitende vlucht hebben gemist. Hierdoor zijn zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten aan AirHelp overgedragen. AirHelp stelt dat de vervoerder haar daarom de compensatie moet voldoen van € 600,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De vervoerder betwist dat de passagiers hun vorderingsrechten (geldig) aan AirHelp hebben overgedragen. Hij betwist de echtheid van de handtekeningen op de door AirHelp overgelegde ‘Assignment Agreements’ (hierna: de overdrachtsdocumenten). De kantonrechter is echter van oordeel dat AirHelp met het overleggen van de boekingsbescheiden, kopieën van de paspoorten en de overdrachtsdocumenten voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de handtekeningen afkomstig zijn van de passagiers. Daarmee heeft zij eveneens voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten (geldig) aan haar hebben overgedragen. 4.3. Bij dupliek heeft de vervoerder betwist dat de passagiers de overstap op de aansluitende vlucht hebben gemist. Hij voert aan dat de passagiers ondanks de vertraging van de vlucht in kwestie alsnog de overstap hebben gehaald en zijn meegevlogen met de aansluitende vlucht MS80 van Caïro naar Egypte. Zij zijn hiermee zonder enige vertraging op de eindbestemming aangekomen. Ter onderbouwing heeft hij de zogenaamde ‘ Personal name records ’ van de passagiers overgelegd. 4.4. Hoewel de vervoerder dit verweer pas bij dupliek naar voren heeft gebracht, zal de kantonrechter dit toch meenemen in de beoordeling. AirHelp is immers in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren maar heeft dit nagelaten. 4.5. Het betoog van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft AirHelp vanwege de gemotiveerde betwisting door de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de passagiers door de vertraging van de vlucht in kwestie hun aansluitende vlucht hebben gemist en dat zij hierdoor met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. AirHelp heeft dit namelijk alleen gesteld en niet nader onderbouwd. Het had op haar weg gelegen om toe te lichten op welke vlucht de passagiers na de vertraging van de vlucht in kwestie zouden zijn omgeboekt en wat de exacte duur van de vertraging was geweest. Omdat zij dit heeft nagelaten, staat niet vast dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat de vordering zal worden afgewezen. 4.6. AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt . 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14907 text/xml public 2026-04-14T15:35:41 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 11403276 \ CV EXPL 24-8017 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14907 text/html public 2026-04-14T15:35:14 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14907 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 11403276 \ CV EXPL 24-8017 Luchtvaart. AirHelp heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat de passagiers met vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van AirHelp wordt afgewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11403276 \ CV EXPL 24-8017 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn, Duitsland eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de buitenlandse vennootschap Egyptair Airlines Company gevestigd te Caïro, Egypte gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke) De zaak in het kort AirHelp heeft namens twee passagiers compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat de passagiers met vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering van AirHelp wordt afgewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. AirHelp heeft niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [betrokkene 1]. [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 16 maart 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Caïro, Egypte, naar Aswan, Egypte, met vluchtcombinatie MS758 en MS80. 2.2. De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. 2.3. AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de passagiers door de vertraging van de vlucht hun aansluitende vlucht hebben gemist. Hierdoor zijn zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten aan AirHelp overgedragen. AirHelp stelt dat de vervoerder haar daarom de compensatie moet voldoen van € 600,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De vervoerder betwist dat de passagiers hun vorderingsrechten (geldig) aan AirHelp hebben overgedragen. Hij betwist de echtheid van de handtekeningen op de door AirHelp overgelegde ‘Assignment Agreements’ (hierna: de overdrachtsdocumenten). De kantonrechter is echter van oordeel dat AirHelp met het overleggen van de boekingsbescheiden, kopieën van de paspoorten en de overdrachtsdocumenten voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de handtekeningen afkomstig zijn van de passagiers. Daarmee heeft zij eveneens voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten (geldig) aan haar hebben overgedragen. 4.3. Bij dupliek heeft de vervoerder betwist dat de passagiers de overstap op de aansluitende vlucht hebben gemist. Hij voert aan dat de passagiers ondanks de vertraging van de vlucht in kwestie alsnog de overstap hebben gehaald en zijn meegevlogen met de aansluitende vlucht MS80 van Caïro naar Egypte. Zij zijn hiermee zonder enige vertraging op de eindbestemming aangekomen. Ter onderbouwing heeft hij de zogenaamde ‘ Personal name records ’ van de passagiers overgelegd. 4.4. Hoewel de vervoerder dit verweer pas bij dupliek naar voren heeft gebracht, zal de kantonrechter dit toch meenemen in de beoordeling. AirHelp is immers in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren maar heeft dit nagelaten. 4.5. Het betoog van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft AirHelp vanwege de gemotiveerde betwisting door de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de passagiers door de vertraging van de vlucht in kwestie hun aansluitende vlucht hebben gemist en dat zij hierdoor met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. AirHelp heeft dit namelijk alleen gesteld en niet nader onderbouwd. Het had op haar weg gelegen om toe te lichten op welke vlucht de passagiers na de vertraging van de vlucht in kwestie zouden zijn omgeboekt en wat de exacte duur van de vertraging was geweest. Omdat zij dit heeft nagelaten, staat niet vast dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat de vordering zal worden afgewezen. 4.6. AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt . 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening.