Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:14906
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,084 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14906 text/xml public 2026-04-14T15:54:41 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 9467714 \ CV EXPL 21-6605 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14906 text/html public 2026-04-14T15:54:33 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14906 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 9467714 \ CV EXPL 21-6605 Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet omdat hij de passagiers na de annulering heeft omgeboekt naar een alternatieve vluchtcombinatie waarmee zij met een vertraging van meer dan een dag zijn aangekomen. Dat is in beginsel geen redelijke maatregel om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Hij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere alternatieven beschikbaar waren. De vorderingen van de passagiers worden toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9467714 \ CV EXPL 21-6605 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1. [eiser 1] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] 2. [eiser 2] allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap: Delaware Corporation (Verenigde Staten van Amerika) Delta Air Lines, Inc. gevestigd te Wilmington, Verenigde Staten gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet omdat hij de passagiers na de annulering heeft omgeboekt naar een alternatieve vluchtcombinatie waarmee zij met een vertraging van meer dan een dag zijn aangekomen. Dat is in beginsel geen redelijke maatregel om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Hij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere alternatieven beschikbaar waren. De vorderingen van de passagiers worden toegewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het bericht met aanvullende producties van de passagiers van 6 oktober 2021; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 6 juli 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via New York, Verenigde Staten, naar Tampa, Verenigde Staten, met vluchtcombinatie KL645 en DL2287. 2.2. De vervoerder heeft vlucht DL2287 van New York naar Tampa (hierna: de vlucht) geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.5. Passagier sub 1 is door de kantonrechter gemachtigd om haar minderjarige kinderen in deze procedure te vertegenwoordigen. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.3. De kantonrechter oordeelt echter dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. 4.4. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de annulering niet kon voorkomen omdat hij geen invloed kon uitoefenen op de weersomstandigheden en de veiligheidsmaatregelen van de luchtverkeersleiding. Na de annulering heeft hij de passagiers omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vluchtcombinatie naar de eindbestemming. 4.5. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat zij met een vertraging van meer dan 24 uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Volgens hen waren er een groot aantal alternatieve vluchtcombinaties beschikbaar waarmee zij met minder vertraging op de eindbestemming zouden aankomen. Ter onderbouwing hebben ze een groot aantal vluchtschema’s en vluchtrapporten overgelegd. 4.6. De kantonrechter overweegt dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een luchtvaartmaatschappij een passagier omboekt naar een door hemzelf uitgevoerde alternatieve vlucht die de dag na de oorspronkelijke vastgestelde dag aankomt. Dit is anders als er geen enkele mogelijkheid was voor een eerdere indirecte alternatieve vlucht van de luchtvaartmaatschappij zelf of van een andere luchtvaartmaatschappij of dat het organiseren daarvan een onaanvaardbaar offer van de luchtvaartmaatschappij zou vergen. 4.7. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan een dag op de eindbestemming zijn aangekomen, zodat de door de vervoerder aangeboden alternatieve vluchtcombinatie in beginsel geen redelijke maatregel is. Vanwege de gemotiveerde betwisting door de passagiers was het aan de vervoerder om aannemelijk te maken dat er geen plaatsen beschikbaar waren op de door de passagiers genoemde alternatieve vluchten. De vervoerder is daar niet in geslaagd. De enkele stelling dat deze vluchten niet in het boekingssysteem van de vervoerder naar voren zijn gekomen is daartoe onvoldoende. Zodoende heeft de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere alternatieve vlucht beschikbaar was en is de aangeboden vluchtcombinatie geen redelijke maatregel. 4.8. Dit betekent dat de vervoerder, ongeacht of er sprake is van buitengewone omstandigheden, de passagiers moet compenseren. Daarom zal de vordering van de passagiers worden toegewezen. 4.9. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is eveneens toewijsbaar vanaf de datum waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de datum waarop de passagiers op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 6 juli 2019. 4.10. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14906 text/xml public 2026-04-14T15:54:41 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 9467714 \ CV EXPL 21-6605 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14906 text/html public 2026-04-14T15:54:33 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14906 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 9467714 \ CV EXPL 21-6605 Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet omdat hij de passagiers na de annulering heeft omgeboekt naar een alternatieve vluchtcombinatie waarmee zij met een vertraging van meer dan een dag zijn aangekomen. Dat is in beginsel geen redelijke maatregel om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Hij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere alternatieven beschikbaar waren. De vorderingen van de passagiers worden toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9467714 \ CV EXPL 21-6605 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1. [eiser 1] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] 2. [eiser 2] allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap: Delaware Corporation (Verenigde Staten van Amerika) Delta Air Lines, Inc. gevestigd te Wilmington, Verenigde Staten gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet omdat hij de passagiers na de annulering heeft omgeboekt naar een alternatieve vluchtcombinatie waarmee zij met een vertraging van meer dan een dag zijn aangekomen. Dat is in beginsel geen redelijke maatregel om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Hij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere alternatieven beschikbaar waren. De vorderingen van de passagiers worden toegewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het bericht met aanvullende producties van de passagiers van 6 oktober 2021; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 6 juli 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via New York, Verenigde Staten, naar Tampa, Verenigde Staten, met vluchtcombinatie KL645 en DL2287. 2.2. De vervoerder heeft vlucht DL2287 van New York naar Tampa (hierna: de vlucht) geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.5. Passagier sub 1 is door de kantonrechter gemachtigd om haar minderjarige kinderen in deze procedure te vertegenwoordigen. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.3. De kantonrechter oordeelt echter dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. 4.4. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de annulering niet kon voorkomen omdat hij geen invloed kon uitoefenen op de weersomstandigheden en de veiligheidsmaatregelen van de luchtverkeersleiding. Na de annulering heeft hij de passagiers omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vluchtcombinatie naar de eindbestemming. 4.5. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat zij met een vertraging van meer dan 24 uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Volgens hen waren er een groot aantal alternatieve vluchtcombinaties beschikbaar waarmee zij met minder vertraging op de eindbestemming zouden aankomen. Ter onderbouwing hebben ze een groot aantal vluchtschema’s en vluchtrapporten overgelegd. 4.6. De kantonrechter overweegt dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een luchtvaartmaatschappij een passagier omboekt naar een door hemzelf uitgevoerde alternatieve vlucht die de dag na de oorspronkelijke vastgestelde dag aankomt. Dit is anders als er geen enkele mogelijkheid was voor een eerdere indirecte alternatieve vlucht van de luchtvaartmaatschappij zelf of van een andere luchtvaartmaatschappij of dat het organiseren daarvan een onaanvaardbaar offer van de luchtvaartmaatschappij zou vergen. 4.7. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan een dag op de eindbestemming zijn aangekomen, zodat de door de vervoerder aangeboden alternatieve vluchtcombinatie in beginsel geen redelijke maatregel is. Vanwege de gemotiveerde betwisting door de passagiers was het aan de vervoerder om aannemelijk te maken dat er geen plaatsen beschikbaar waren op de door de passagiers genoemde alternatieve vluchten. De vervoerder is daar niet in geslaagd. De enkele stelling dat deze vluchten niet in het boekingssysteem van de vervoerder naar voren zijn gekomen is daartoe onvoldoende. Zodoende heeft de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere alternatieve vlucht beschikbaar was en is de aangeboden vluchtcombinatie geen redelijke maatregel. 4.8. Dit betekent dat de vervoerder, ongeacht of er sprake is van buitengewone omstandigheden, de passagiers moet compenseren. Daarom zal de vordering van de passagiers worden toegewezen. 4.9. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is eveneens toewijsbaar vanaf de datum waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de datum waarop de passagiers op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 6 juli 2019. 4.10. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II.