Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:14904
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,069 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14904 text/xml public 2026-04-09T13:48:22 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 11439528 \ CV EXPL 24-8614 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14904 text/html public 2026-04-09T13:48:10 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14904 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 11439528 \ CV EXPL 24-8614 Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. Omdat de vervoerder geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering, wordt deze toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11439528 \ CV EXPL 24-8614 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1] 2. [eiser 2] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kind [minderjarige] allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap: Société Anonyme (S.A.) Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca, Marokko gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. Omdat de vervoerder geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering, wordt deze toegewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het bericht met aanvullende producties van de passagiers van 18 december 2024; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 8 september 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador, Marokko, met vlucht AT681 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.5. Passagier sub 2 is door de kantonrechter gemachtigd om in deze procedure mede op te treden als wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kind. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. 3.3. De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de hoofdsom maar alleen tegen de vorderingen tot vergoeding van wettelijke rente over de hoofdsom, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Omdat de vervoerder geen verweer tegen de hoofdsom heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van compensatie worden toegewezen. 4.3. De passagiers hebben de wettelijke rente over de hoofdsom gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Dat is de dag waarop de passagiers op de bestemming hadden moeten aankomen. De werkwijze en proceshouding van de passagiers, waar hierna op in zal worden gegaan, doen hier niet aan af. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf de datum van de vlucht. 4.4. De vervoerder stelt dat hij rauwelijks is gedagvaard en dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt omdat de passagiers een procedure hadden kunnen voorkomen door de vordering op de juiste wijze in te dienen (via zijn website). De gemachtigde van de passagiers heeft op 18 juni 2023 een aanmaning namens de passagiers verstuurd naar een e-mailadres van de vervoerder. Daarop heeft de vervoerder verzocht om toezending van kopieën van de volmacht en de identiteitsbewijzen van de passagiers. Weliswaar heeft de gemachtigde van de passagiers daarop gereageerd, maar die reactie was alsnog niet voorzien van de relevante bijlagen, aldus de vervoerder. 4.5. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat de reactie op de e-mail van de vervoerder wel degelijk voorzien was van de bijlagen. Ter onderbouwing verwijzen zij naar een schermafdruk van de e-mail. 4.6. Vast staat de aanmaning van 18 juni 2023 en de latere e-mail van de passagiers de vervoerder hebben bereikt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder, gelet op de gemotiveerde betwisting door de passagiers, onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de latere e-mail niet voorzien was van bijlagen. Het had op zijn weg gelegen om, bijvoorbeeld, eveneens, een schermafbeelding van de e-mail te overleggen, waaruit blijkt dat deze bij hem zonder bijlagen is aangekomen. Omdat hij dit heeft nagelaten, staat vast dat de passagiers de vervoerder voorafgaand aan deze procedure hebben aangemaand en de vervoerder desgevraagd de relevante stukken hebben toegezonden. Van rauwelijks dagvaarden is daarmee geen sprake. 4.7. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.8. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden. 4.9. De passagiers hebben bij repliek een verzoek gedaan tot vergoeding van de werkelijke proceskosten. Zij hebben daarin strikt genomen geen vergoeding van de werkelijke proceskosten gevorderd omdat zij hun eis niet hebben gewijzigd. Los daarvan ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de vervoerder in de werkelijke proceskosten van de passagiers te veroordelen. Daarvoor bestaat namelijk alleen aanleiding indien sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dit kan niet snel worden aangenomen, omdat iedereen het recht heeft om een zaak te laten beoordelen door de rechter (artikel 6 EVRM). In dit geval is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van zulke buitengewone omstandigheden. De enkele omstandigheid dat partijen van inzicht verschillen over het verloop van de buitengerechtelijke procedure, maakt niet zonder meer dat de vervoerder onrechtmatig tegen de passagiers heeft gehandeld of dat zijn betoog over de buitengerechtelijke fase evident ongegrond was. 4.10. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14904 text/xml public 2026-04-09T13:48:22 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-17 11439528 \ CV EXPL 24-8614 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14904 text/html public 2026-04-09T13:48:10 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14904 Rechtbank Noord-Holland , 17-12-2025 / 11439528 \ CV EXPL 24-8614 Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. Omdat de vervoerder geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering, wordt deze toegewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11439528 \ CV EXPL 24-8614 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1] 2. [eiser 2] , pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kind [minderjarige] allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap: Société Anonyme (S.A.) Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca, Marokko gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. Omdat de vervoerder geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering, wordt deze toegewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding; - het bericht met aanvullende producties van de passagiers van 18 december 2024;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 8 september 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador, Marokko, met vlucht AT681 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.5. Passagier sub 2 is door de kantonrechter gemachtigd om in deze procedure mede op te treden als wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kind. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. 3.3. De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de hoofdsom maar alleen tegen de vorderingen tot vergoeding van wettelijke rente over de hoofdsom, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Omdat de vervoerder geen verweer tegen de hoofdsom heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van compensatie worden toegewezen. 4.3. De passagiers hebben de wettelijke rente over de hoofdsom gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Dat is de dag waarop de passagiers op de bestemming hadden moeten aankomen. De werkwijze en proceshouding van de passagiers, waar hierna op in zal worden gegaan, doen hier niet aan af. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf de datum van de vlucht. 4.4. De vervoerder stelt dat hij rauwelijks is gedagvaard en dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt omdat de passagiers een procedure hadden kunnen voorkomen door de vordering op de juiste wijze in te dienen (via zijn website). De gemachtigde van de passagiers heeft op 18 juni 2023 een aanmaning namens de passagiers verstuurd naar een e-mailadres van de vervoerder. Daarop heeft de vervoerder verzocht om toezending van kopieën van de volmacht en de identiteitsbewijzen van de passagiers. Weliswaar heeft de gemachtigde van de passagiers daarop gereageerd, maar die reactie was alsnog niet voorzien van de relevante bijlagen, aldus de vervoerder. 4.5. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat de reactie op de e-mail van de vervoerder wel degelijk voorzien was van de bijlagen. Ter onderbouwing verwijzen zij naar een schermafdruk van de e-mail. 4.6. Vast staat de aanmaning van 18 juni 2023 en de latere e-mail van de passagiers de vervoerder hebben bereikt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder, gelet op de gemotiveerde betwisting door de passagiers, onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de latere e-mail niet voorzien was van bijlagen. Het had op zijn weg gelegen om, bijvoorbeeld, eveneens, een schermafbeelding van de e-mail te overleggen, waaruit blijkt dat deze bij hem zonder bijlagen is aangekomen. Omdat hij dit heeft nagelaten, staat vast dat de passagiers de vervoerder voorafgaand aan deze procedure hebben aangemaand en de vervoerder desgevraagd de relevante stukken hebben toegezonden. Van rauwelijks dagvaarden is daarmee geen sprake. 4.7. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.8. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden. 4.9. De passagiers hebben bij repliek een verzoek gedaan tot vergoeding van de werkelijke proceskosten. Zij hebben daarin strikt genomen geen vergoeding van de werkelijke proceskosten gevorderd omdat zij hun eis niet hebben gewijzigd. Los daarvan ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de vervoerder in de werkelijke proceskosten van de passagiers te veroordelen. Daarvoor bestaat namelijk alleen aanleiding indien sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dit kan niet snel worden aangenomen, omdat iedereen het recht heeft om een zaak te laten beoordelen door de rechter (artikel 6 EVRM). In dit geval is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van zulke buitengewone omstandigheden. De enkele omstandigheid dat partijen van inzicht verschillen over het verloop van de buitengerechtelijke procedure, maakt niet zonder meer dat de vervoerder onrechtmatig tegen de passagiers heeft gehandeld of dat zijn betoog over de buitengerechtelijke fase evident ongegrond was. 4.10. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld.