Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-31
ECLI:NL:RBNHO:2025:14667
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,602 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14667 text/xml public 2026-03-31T13:16:48 2025-12-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-31 9346301 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14667 text/html public 2026-03-31T13:16:29 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14667 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / 9346301 De beslissing van de gezagvoerder om de vlucht vertraagd uit te voeren, moet marginaal worden getoetst. Slechte weersomstandigheden (low visibility) voorspeld. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9346301 \ CV EXPL 21-4908 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1] , wonende te [plaats 1] , 2. [eiser 2] , wonende te [plaats 2] , 3. [eiser 3] , wonende te [plaats 6], pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kind [minderjarige] , wonende te [plaats 3] , 4. [eiser 4] , wonende te [plaats 4] , 5. [eiser 5] , wonende te [plaats 5] , eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht China Eastern Airlines Corporation gevestigd te Shanghai (China) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 april 2019 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Shanghai (China), met vlucht MU772 (hierna: de vlucht). Vanuit Shanghai zouden de passagiers sub 1 t/m 3 verder vliegen naar verschillende eindbestemmingen. 2.2. De vlucht is vertraagd uitgevoerd. 2.3. De passagiers sub 1 t/m 3 hebben hun aansluitende vlucht(en) gemist. De vervoerder heeft de passagiers omgeboekt naar alternatieve vluchten, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op hun respectievelijke eindbestemmingen zijn aangekomen. 2.4. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.6. De passagier sub 3 is door de kantonrechter gemachtigd de procedure (mede) namens zijn minderjarige kind te voeren. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 3.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 586,85 dan wel € 544,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Volgens hem is de vlucht vertraagd uitgevoerd vanwege slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Shanghai. Er werd mist en slecht zicht voorspeld, waardoor de vlucht niet (veilig) op de luchthaven van Shanghai zou kunnen landen. Op basis van deze weersvoorspellingen is de vlucht door de gezagvoerder vertraagd. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder naar het vluchtrapport, weerrapporten en het station handling report. 4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat er op de datum van de vlucht sprake was van slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Shanghai. Ook heeft de vervoerder voldoende aannemelijk gemaakt dat de gezagvoerder, vóórdat zijn dienst begint, de relevante briefing inclusief weersvoorspellingen en NOTAM ontvangt en op basis daarvan beslissingen neemt over de vlucht, zo ook in dit geval. De gezagvoerder is bevoegd die maatregelen te treffen die hij nodig acht om de vliegveiligheid te waarborgen. Het besluit van de gezagvoerder om de vlucht vertraagd uit te voeren, moet door de kantonrechter daarom terughoudend en marginaal worden getoetst. Het mag niet zo zijn dat luchtvaartmaatschappijen ertoe worden gebracht om voorrang te geven aan de handhaving en punctualiteit van hun vluchten boven de nagestreefde veiligheid van hun passagiers. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de gezagvoerder niet in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen, noch dat deze beslissing is genomen op basis van omstandigheden die in de invloed- en risicosfeer van de vervoerder lagen en door hem hadden kunnen worden voorkomen. Het enkele feit dat andere vluchten kennelijk wel zijn vertrokken, is daartoe onvoldoende. De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de zichtwaarden verschillen per type vliegtuig, zodat geen sprake is van gelijke situaties. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. 4.4. De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. Het kan in beginsel niet van de vervoerder gevergd worden dat hij de vlucht uitvoert, wetende dat het risico bestaat dat hij niet op de luchthaven van bestemming kan landen. De passagiers hebben niet betwist dat zij zijn omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieven naar hun eindbestemmingen. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen. 4.5. De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vervoerder worden begroot op: - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 677,00 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt de passagiers in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter HvJEU 4 mei 2017, C-315/15, ECLI:EU:C:2017:342.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14667 text/xml public 2026-03-31T13:16:48 2025-12-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-31 9346301 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14667 text/html public 2026-03-31T13:16:29 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14667 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / 9346301 De beslissing van de gezagvoerder om de vlucht vertraagd uit te voeren, moet marginaal worden getoetst. Slechte weersomstandigheden (low visibility) voorspeld. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9346301 \ CV EXPL 21-4908 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1] , wonende te [plaats 1] , 2. [eiser 2] , wonende te [plaats 2] , 3. [eiser 3] , wonende te [plaats 6], pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kind [minderjarige] , wonende te [plaats 3] , 4. [eiser 4] , wonende te [plaats 4] , 5. [eiser 5] , wonende te [plaats 5] , eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht China Eastern Airlines Corporation gevestigd te Shanghai (China) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 april 2019 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Shanghai (China), met vlucht MU772 (hierna: de vlucht). Vanuit Shanghai zouden de passagiers sub 1 t/m 3 verder vliegen naar verschillende eindbestemmingen. 2.2. De vlucht is vertraagd uitgevoerd. 2.3. De passagiers sub 1 t/m 3 hebben hun aansluitende vlucht(en) gemist. De vervoerder heeft de passagiers omgeboekt naar alternatieve vluchten, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op hun respectievelijke eindbestemmingen zijn aangekomen. 2.4. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.6. De passagier sub 3 is door de kantonrechter gemachtigd de procedure (mede) namens zijn minderjarige kind te voeren. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 3.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- € 586,85 dan wel € 544,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Volgens hem is de vlucht vertraagd uitgevoerd vanwege slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Shanghai. Er werd mist en slecht zicht voorspeld, waardoor de vlucht niet (veilig) op de luchthaven van Shanghai zou kunnen landen. Op basis van deze weersvoorspellingen is de vlucht door de gezagvoerder vertraagd. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder naar het vluchtrapport, weerrapporten en het station handling report. 4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat er op de datum van de vlucht sprake was van slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Shanghai. Ook heeft de vervoerder voldoende aannemelijk gemaakt dat de gezagvoerder, vóórdat zijn dienst begint, de relevante briefing inclusief weersvoorspellingen en NOTAM ontvangt en op basis daarvan beslissingen neemt over de vlucht, zo ook in dit geval. De gezagvoerder is bevoegd die maatregelen te treffen die hij nodig acht om de vliegveiligheid te waarborgen. Het besluit van de gezagvoerder om de vlucht vertraagd uit te voeren, moet door de kantonrechter daarom terughoudend en marginaal worden getoetst. Het mag niet zo zijn dat luchtvaartmaatschappijen ertoe worden gebracht om voorrang te geven aan de handhaving en punctualiteit van hun vluchten boven de nagestreefde veiligheid van hun passagiers. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de gezagvoerder niet in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen, noch dat deze beslissing is genomen op basis van omstandigheden die in de invloed- en risicosfeer van de vervoerder lagen en door hem hadden kunnen worden voorkomen. Het enkele feit dat andere vluchten kennelijk wel zijn vertrokken, is daartoe onvoldoende. De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de zichtwaarden verschillen per type vliegtuig, zodat geen sprake is van gelijke situaties. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. 4.4. De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. Het kan in beginsel niet van de vervoerder gevergd worden dat hij de vlucht uitvoert, wetende dat het risico bestaat dat hij niet op de luchthaven van bestemming kan landen. De passagiers hebben niet betwist dat zij zijn omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieven naar hun eindbestemmingen. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen. 4.5. De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vervoerder worden begroot op: - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 677,00 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt de passagiers in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter HvJEU 4 mei 2017, C-315/15, ECLI:EU:C:2017:342.