Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-10
ECLI:NL:RBNHO:2025:14500
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,992 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNHO:2025:14500 text/xml public 2026-02-13T10:55:09 2025-12-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-12-10 24/7300 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Alkmaar Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14500 text/html public 2026-02-13T10:54:37 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14500 Rechtbank Noord-Holland , 10-12-2025 / 24/7300 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een eenmalige energietoeslag 2023. Eiser is het hier niet eens. Volgens eiser vallen de werkelijke inkomsten onder de grens vallen van 120% van de geldende bijstandsnorm en moet hij daarom in aanmerking komen voor de eenmalige energietoeslag. De rechtbank volgt eiser hierin niet. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 24/7300 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit Hoogkarspel, eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland , het college (gemachtigde: E. Schaper en N.F.P. Kok) Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een eenmalige energietoeslag 2023. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een eenmalige energietoeslag voor 2023. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 13 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 30 september 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser en de gemachtigden van het college. Totstandkoming van het besluit 3. Eiser heeft op 30 mei 2024 een aanvraag eenmalige energietoeslag 2023 ingediend. Eiser heeft bij de aanvraag aangegeven wisselende inkomsten te hebben en hij heeft loonstroken overlegd van week 26, week 28 t/m 35, week 37 en week 38. 4. Het college heeft de aanvraag op 13 juni 2024 afgewezen, omdat het gemiddelde loon van eiser op 1 oktober 2023 hoger is dan 120% van de bijstandsnorm die voor eiser geldt. Vanwege het fluctuerend karakter is het loon beoordeeld over een periode van drie maanden, te weten over juli tot en met september 2023. 5. Eiser heeft op 25 juli 2024 bezwaar gemaakt. Het bezwaar is op 30 september 2024 ongegrond verklaard, omdat het inkomen van eiser in de referteperiode meer dan 120% is van de voor hem geldende bijstandsnorm. Het gemiddelde loon heeft het college gebaseerd op gegevens van Suwinet, omdat loonstroken ontbraken voor week 27, 36 en week 39. Standpunten partijen 6. Eiser voert aan dat het inkomen onjuist is berekend. Hij had in de weken 27 en 39 geen inkomsten. Eiser stelt dat de werkelijke inkomsten onder de grens vallen van 120% van de geldende bijstandsnorm en hij daarom in aanmerking moet komen voor de eenmalige energietoeslag. 7. Het college heeft aangegeven dat uit Suwinet blijkt dat eisers inkomen hoger was dan uit de door eiser overgelegde loonstroken naar voren komt. Het college stelt zich op het standpunt dat het volgens vaste rechtspraak in beginsel mag uitgaan van de juistheid van de in Suwinet opgenomen gegevens. Het is aan eiser om een betwisting te onderbouwen. Het college stelt dat met de overlegde stukken onvoldoende is onderbouwd dat de inkomensgegevens van Suwinet onjuist zijn. Het enkel ontbreken van loonstroken over de weken 27, 36 en 39 is daarvoor onvoldoende en ook de door eiser overgelegde bankafschriften ondersteunen zijn stelling niet, omdat deze geen betrekking hebben op de relevante periode in 2023. Beoordeling door de rechtbank 8. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de eenmalige energietoeslag over 2023. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 8.1. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 8.2. Op grond van artikel 35, vierde lid van de Participatiewet kan het college aan een alleenstaande of aan een gezin bijzondere bijstand in de vorm van een eenmalige energietoeslag verlenen, zonder dat wordt nagegaan of betrokkene in dat jaar een sterk gestegen energierekening had. 8.3. Het toekennen van de energietoeslag is een discretionaire bevoegdheid van het college. Het college heeft die beleidsruimte ingevuld en uitgewerkt in de Beleidsregel energietoeslag gemeente Drechterland 2023 (de Beleidsregel). In artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b van de Beleidsregel staat, voor zover hier van belang, dat de energietoeslag 2023 eenmalig ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand wordt verleend en is bedoeld voor een huishouden dat op peildatum voldoet aan de inkomensvoorwaarden zoals beschreven in deze Beleidsregel. Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Beleidsregel mag het inkomen niet hoger zijn dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Ook staat in artikel 4, eerste lid, van de Beleidsregel dat bij een fluctuerend inkomen in beginsel wordt gerekend met het gemiddeld inkomen over de drie maanden voorafgaand aan de peildatum. Als peildatum geldt 1 oktober 2023 (artikel 1, eerste lid, onder d van de Beleidsregel). 8.4. De beroepsgrond slaagt niet. Het is vaste jurisprudentie dat op iemand die bijstand aanvraagt de last rust om aannemelijk te maken dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert. Een aanvrager moet daarom feiten en omstandigheden aannemelijk maken die duidelijkheid geven over de relevante omstandigheden. In deze zaak gaat het om het (al dan niet) hebben van inkomen in de weken 27, 36 en 39. Eiser heeft bij de aanvraag aangegeven dat er sprake is van een wisselend inkomen. Er wordt daarom gekeken naar het gemiddelde inkomen over de maanden juli, augustus en september 2023. Het college mag in beginsel uitgaan van de juistheid van de in Suwinet opgenomen gegevens. Indien eiser meent dat de inkomensgegevens in Suwinet niet juist zijn, ligt het op zijn weg om de betwisting daarvan te onderbouwen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich bij de berekening van het inkomen terecht gebaseerd op de gegevens uit Suwinet en op inzichtelijke wijze het gemiddelde inkomensbedrag berekend. Volgens de gegevens in Suwinet was het netto-inkomen in de referteperiode hoger dan de inkomensgrens in de Beleidsregel. Eiser heeft noch in bezwaar noch in beroep aannemelijk gemaakt dat de gegevens in Suwinet onjuist zijn. Dat eiser naar zijn zeggen geen inkomsten heeft gehad in de weken 27 en 39 en dat daarom loonstroken over die periodes ontbreken is onvoldoende om aannemelijk te maken dat de gegevens van Suwinet onjuist zijn. De bankafschriften die eiser heeft overlegd zien niet op de referteperiode en ondersteunen daarom niet zijn stelling dat de gegevens van Suwinet onjuist zijn. Eiser heeft geen bankschriften overgelegd die zien op de referteperiode of bijvoorbeeld een verklaring van Randstad waaruit blijkt dat de gegevens in Suwinet onjuist zijn. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Boerrigter, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.