Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-10-15
ECLI:NL:RBNHO:2025:14365
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,360 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14365 text/xml public 2026-03-19T14:43:36 2025-12-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-10-15 11306892 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14365 text/html public 2026-03-19T14:43:07 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14365 Rechtbank Noord-Holland , 15-10-2025 / 11306892 De kantonrechter is van oordeel dat de passagiers hun vorderingsrecht rechtsgeldig aan Airhelp hebben overgedragen. Er bestaat geen reden om aan de echtheid van de handtekeningen te twijfelen, en het Assignment Form is voldoende bepaald. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11306892 \ CV EXPL 24-6500 Uitspraakdatum: 15 oktober 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Cathay Pacific Airways Limited gevestigd te Hong Kong gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. de Wijs 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - het vonnis in incident van 11 december 2024; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 4 maart 2024 vervoeren van Amsterdam via Hong Kong naar Ho Chi Minh Stad (Vietnam). 2.2. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.3. Airhelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3. Het geschil 3.1. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De passagiers hebben hun vordering rechtsgeldig overgedragen aan Airhelp 4.2. Een rechtsgeldige cessie moet aan twee constitutieve vereisten voldoen, te weten een akte van cessie en een mededeling daarvan aan de debiteur. Aan het mededelingsvereiste is voldaan toen de cessie in deze procedure ter kennis van de vervoerder is gebracht. De vervoerder betwist echter dat de overdrachtsdocumenten (Assignment Forms) geldige cessieaktes zijn. Hij heeft in dit verband onder meer aangevoerd dat niet valt te verifiëren of de handtekeningen daadwerkelijk door de passagiers zijn gezet. 4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de handtekeningen op de overdrachtsdocumenten in voldoende mate overeenkomen met de handtekeningen van de passagiers op hun paspoorten, en ziet daarom geen aanleiding om aan de echtheid van de handtekeningen te twijfelen. Dat in een andere kwestie de passagier ontkende dat hij Airhelp opdracht had gegeven de compensatie te innen, leidt niet tot de conclusie dat ook in dit geval aan de echtheid van de handtekeningen moet worden getwijfeld. 4.4. Verder heeft de vervoerder betwist dat de overdrachtsdocumenten voldoende bepaald zijn. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de overdrachtsdocumenten niet vermelden wie de schuldenaar is en dat bovendien onduidelijk is of het een vordering betreft uit hoofde van voorliggende vlucht. Enkel de vermelding van een boekingsreferentie is volgens de vervoerder onvoldoende specifiek. 4.5. De kantonrechter overweegt dat de bepaalbaarheidseis niet zover gaat dat de vordering in de cessieakte gespecificeerd dient te worden door vermelding van bijzonderheden als de naam van de debiteur. Voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. Dat is het geval. In dit geval kan namelijk worden vastgesteld om welke vlucht het gaat aan de hand van (bijvoorbeeld) de dagvaarding, waarin de vluchtgegevens staan vermeld. De vervoerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat boekingsreferenties daadwerkelijk meerdere keren bij dezelfde passagiers en dezelfde luchtvaartmaatschappij worden hergebruikt. De enkele niet onderbouwde stelling dat dit theoretisch gezien mogelijk zou zijn is daartoe onvoldoende. De boekingsreferentie vormt aldus voldoende ‘koppeling’ tussen de akte van cessie en de boekingsdocumenten van de passagiers. 4.6. De conclusie is dat het voldoende aannemelijk is dat de passagiers hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp hebben overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt. Compensatie 4.7. De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De gevorderde compensatie (en de wettelijke rente daarover) wordt toegewezen. Proceskosten 4.8. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 maart 2024 tot de dag van de gehele betaling; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97; griffierecht € 372,00; salaris gemachtigde € 408,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie artikel 3:94 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1488.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14365 text/xml public 2026-03-19T14:43:36 2025-12-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-10-15 11306892 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14365 text/html public 2026-03-19T14:43:07 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14365 Rechtbank Noord-Holland , 15-10-2025 / 11306892 De kantonrechter is van oordeel dat de passagiers hun vorderingsrecht rechtsgeldig aan Airhelp hebben overgedragen. Er bestaat geen reden om aan de echtheid van de handtekeningen te twijfelen, en het Assignment Form is voldoende bepaald. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11306892 \ CV EXPL 24-6500 Uitspraakdatum: 15 oktober 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Cathay Pacific Airways Limited gevestigd te Hong Kong gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. de Wijs 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek;- het vonnis in incident van 11 december 2024; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 4 maart 2024 vervoeren van Amsterdam via Hong Kong naar Ho Chi Minh Stad (Vietnam). 2.2. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.3. Airhelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3. Het geschil 3.1. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De passagiers hebben hun vordering rechtsgeldig overgedragen aan Airhelp 4.2. Een rechtsgeldige cessie moet aan twee constitutieve vereisten voldoen, te weten een akte van cessie en een mededeling daarvan aan de debiteur. Aan het mededelingsvereiste is voldaan toen de cessie in deze procedure ter kennis van de vervoerder is gebracht. De vervoerder betwist echter dat de overdrachtsdocumenten (Assignment Forms) geldige cessieaktes zijn. Hij heeft in dit verband onder meer aangevoerd dat niet valt te verifiëren of de handtekeningen daadwerkelijk door de passagiers zijn gezet. 4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de handtekeningen op de overdrachtsdocumenten in voldoende mate overeenkomen met de handtekeningen van de passagiers op hun paspoorten, en ziet daarom geen aanleiding om aan de echtheid van de handtekeningen te twijfelen. Dat in een andere kwestie de passagier ontkende dat hij Airhelp opdracht had gegeven de compensatie te innen, leidt niet tot de conclusie dat ook in dit geval aan de echtheid van de handtekeningen moet worden getwijfeld. 4.4. Verder heeft de vervoerder betwist dat de overdrachtsdocumenten voldoende bepaald zijn. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de overdrachtsdocumenten niet vermelden wie de schuldenaar is en dat bovendien onduidelijk is of het een vordering betreft uit hoofde van voorliggende vlucht. Enkel de vermelding van een boekingsreferentie is volgens de vervoerder onvoldoende specifiek. 4.5. De kantonrechter overweegt dat de bepaalbaarheidseis niet zover gaat dat de vordering in de cessieakte gespecificeerd dient te worden door vermelding van bijzonderheden als de naam van de debiteur. Voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. Dat is het geval. In dit geval kan namelijk worden vastgesteld om welke vlucht het gaat aan de hand van (bijvoorbeeld) de dagvaarding, waarin de vluchtgegevens staan vermeld. De vervoerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat boekingsreferenties daadwerkelijk meerdere keren bij dezelfde passagiers en dezelfde luchtvaartmaatschappij worden hergebruikt. De enkele niet onderbouwde stelling dat dit theoretisch gezien mogelijk zou zijn is daartoe onvoldoende. De boekingsreferentie vormt aldus voldoende ‘koppeling’ tussen de akte van cessie en de boekingsdocumenten van de passagiers. 4.6. De conclusie is dat het voldoende aannemelijk is dat de passagiers hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp hebben overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt. Compensatie 4.7. De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De gevorderde compensatie (en de wettelijke rente daarover) wordt toegewezen. Proceskosten 4.8. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 2.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 maart 2024 tot de dag van de gehele betaling; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 372,00;salaris gemachtigde € 408,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie artikel 3:94 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1488.