Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-10-15
ECLI:NL:RBNHO:2025:14363
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,283 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14363 text/xml public 2026-03-19T14:34:56 2025-12-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-10-15 11323600 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14363 text/html public 2026-03-19T14:34:29 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14363 Rechtbank Noord-Holland , 15-10-2025 / 11323600 De kantonrechter is van oordeel dat de passagier zijn vorderingsrecht rechtsgeldig aan Airhelp heeft overgedragen. Er bestaat geen reden om aan de echtheid van de handtekening te twijfelen, en het Assignment Form is voldoende bepaald. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11323600 \ CV EXPL 24-6707 Uitspraakdatum: 15 oktober 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Cathay Pacific Airways Limited gevestigd te Hong Kong gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. de Wijs 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - het vonnis in incident van 11 december 2024; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 22 januari 2023 vervoeren van Amsterdam via Hong Kong naar Ho Chi Minh Stad (Vietnam). 2.2. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.3. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De passagier heeft zijn vordering rechtsgeldig overgedragen aan Airhelp 4.2. Een rechtsgeldige cessie moet aan twee constitutieve vereisten voldoen, te weten een akte van cessie en een mededeling daarvan aan de debiteur. Aan het mededelingsvereiste is voldaan toen de cessie in deze procedure ter kennis van de vervoerder is gebracht. De vervoerder betwist echter dat het Assignment Form een geldige cessieakte is. Hij heeft in dit verband onder meer aangevoerd dat niet valt te verifiëren of de handtekening daadwerkelijk door de passagier is gezet. 4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening op het Assignment Form in voldoende mate overeenkomen met de handtekening van de passagier op zijn paspoort, en ziet daarom geen aanleiding om aan de echtheid van de handtekening te twijfelen. Dat in een andere kwestie de passagier ontkende dat hij Airhelp opdracht had gegeven de compensatie te innen, leidt niet tot de conclusie dat ook in dit geval aan de echtheid van de handtekening moet worden getwijfeld. 4.4. Verder heeft de vervoerder betwist dat het Assignment Form voldoende bepaald is. Hij heeft daartoe aangevoerd dat daarin niet staat wie de schuldenaar is en dat bovendien onduidelijk is of het een vordering betreft uit hoofde van voorliggende vlucht. Enkel de vermelding van een boekingsreferentie is volgens de vervoerder onvoldoende specifiek. 4.5. De kantonrechter overweegt dat de bepaalbaarheidseis niet zover gaat dat de vordering in de cessieakte gespecificeerd dient te worden door vermelding van bijzonderheden als de naam van de debiteur. Voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. Dat is het geval. In dit geval kan namelijk worden vastgesteld om welke vlucht het gaat aan de hand van (bijvoorbeeld) de dagvaarding, waarin de vluchtgegevens staan vermeld. De vervoerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat boekingsreferenties daadwerkelijk meerdere keren bij dezelfde passagiers en dezelfde luchtvaartmaatschappij worden hergebruikt. De enkele niet onderbouwde stelling dat dit theoretisch gezien mogelijk zou zijn is daartoe onvoldoende. De boekingsreferentie vormt aldus voldoende ‘koppeling’ tussen de akte van cessie en de boekingsdocumenten van de passagier. 4.6. De conclusie is dat het voldoende aannemelijk is dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp heeft overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt. Compensatie 4.7. De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De gevorderde compensatie (en de wettelijke rente daarover) wordt toegewezen. Proceskosten 4.8. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 januari 2023 tot de dag van de gehele betaling; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97; griffierecht € 328,00; salaris gemachtigde € 270,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie artikel 3:94 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1488.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:14363 text/xml public 2026-03-19T14:34:56 2025-12-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-10-15 11323600 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14363 text/html public 2026-03-19T14:34:29 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:14363 Rechtbank Noord-Holland , 15-10-2025 / 11323600 De kantonrechter is van oordeel dat de passagier zijn vorderingsrecht rechtsgeldig aan Airhelp heeft overgedragen. Er bestaat geen reden om aan de echtheid van de handtekening te twijfelen, en het Assignment Form is voldoende bepaald. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11323600 \ CV EXPL 24-6707 Uitspraakdatum: 15 oktober 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Cathay Pacific Airways Limited gevestigd te Hong Kong gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. de Wijs 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek;- het vonnis in incident van 11 december 2024; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 22 januari 2023 vervoeren van Amsterdam via Hong Kong naar Ho Chi Minh Stad (Vietnam). 2.2. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.3. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De passagier heeft zijn vordering rechtsgeldig overgedragen aan Airhelp 4.2. Een rechtsgeldige cessie moet aan twee constitutieve vereisten voldoen, te weten een akte van cessie en een mededeling daarvan aan de debiteur. Aan het mededelingsvereiste is voldaan toen de cessie in deze procedure ter kennis van de vervoerder is gebracht. De vervoerder betwist echter dat het Assignment Form een geldige cessieakte is. Hij heeft in dit verband onder meer aangevoerd dat niet valt te verifiëren of de handtekening daadwerkelijk door de passagier is gezet. 4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening op het Assignment Form in voldoende mate overeenkomen met de handtekening van de passagier op zijn paspoort, en ziet daarom geen aanleiding om aan de echtheid van de handtekening te twijfelen. Dat in een andere kwestie de passagier ontkende dat hij Airhelp opdracht had gegeven de compensatie te innen, leidt niet tot de conclusie dat ook in dit geval aan de echtheid van de handtekening moet worden getwijfeld. 4.4. Verder heeft de vervoerder betwist dat het Assignment Form voldoende bepaald is. Hij heeft daartoe aangevoerd dat daarin niet staat wie de schuldenaar is en dat bovendien onduidelijk is of het een vordering betreft uit hoofde van voorliggende vlucht. Enkel de vermelding van een boekingsreferentie is volgens de vervoerder onvoldoende specifiek. 4.5. De kantonrechter overweegt dat de bepaalbaarheidseis niet zover gaat dat de vordering in de cessieakte gespecificeerd dient te worden door vermelding van bijzonderheden als de naam van de debiteur. Voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. Dat is het geval. In dit geval kan namelijk worden vastgesteld om welke vlucht het gaat aan de hand van (bijvoorbeeld) de dagvaarding, waarin de vluchtgegevens staan vermeld. De vervoerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat boekingsreferenties daadwerkelijk meerdere keren bij dezelfde passagiers en dezelfde luchtvaartmaatschappij worden hergebruikt. De enkele niet onderbouwde stelling dat dit theoretisch gezien mogelijk zou zijn is daartoe onvoldoende. De boekingsreferentie vormt aldus voldoende ‘koppeling’ tussen de akte van cessie en de boekingsdocumenten van de passagier. 4.6. De conclusie is dat het voldoende aannemelijk is dat de passagier zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp heeft overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt. Compensatie 4.7. De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De gevorderde compensatie (en de wettelijke rente daarover) wordt toegewezen. Proceskosten 4.8. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 januari 2023 tot de dag van de gehele betaling; 5.2. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 328,00;salaris gemachtigde € 270,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie artikel 3:94 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1488.