Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-11-19
ECLI:NL:RBNHO:2025:13510
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
7,774 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:13510 text/xml public 2026-02-27T11:58:26 2025-11-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-11-19 11405302 \ CV EXPL 24-8105 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13510 text/html public 2026-02-27T11:57:54 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:13510 Rechtbank Noord-Holland , 19-11-2025 / 11405302 \ CV EXPL 24-8105 Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde dan wel langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat er sprake is van een langdurige vertraging en dat deze het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk onder meer latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt en de vorderingen van de passagiers worden afgewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11405302 \ CV EXPL 24-8105 Uitspraakdatum: 19 november 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1] 2. [eiser 2] 3. [eiser 3] 4. [eiser 4] 5. [eiser 5] 6. [eiser 6] 7. [eiser 7] 8. [eiser 8] 9. [eiser 9] 10. [eiser 10] allen wonende te [plaats 1] 11. [eiser 11] 12. [eiser 12] beiden wonende te [plaats 2] 13. [eiser 13] 14. [eiser 14] beiden wonende te [plaats 3] eisers hierna te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim) tegen de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigden: mr. L.C.E. Kleijne en mr. R.C. Steenhoek (LVH Advocaten) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde dan wel langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat er sprake is van een langdurige vertraging en dat deze het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk onder meer latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt en de vorderingen van de passagiers worden afgewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek; - het tussenvonnis van 6 augustus 2025 waarin mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 27 oktober 2025 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Aan de zijde van de passagiers is niemand op de mondelinge behandeling verschenen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 11 september 2023 vervoeren van Malaga, Spanje, naar Eindhoven, met vlucht HV6654 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd en omgeleid naar Amsterdam-Schiphol Airport. De passagiers zijn vervolgens per bus naar Eindhoven vervoerd, waar zij met meer dan drie uur vertraging zijn aangekomen. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 5.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vertraging van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - € 655,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de nakosten. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vlucht voort hen als geannuleerd kan worden beschouwd. Daarom moet de vervoerder hen compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer zal worden ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De vlucht was langdurig vertraagd 4.2. De vlucht is vertraagd uitgevoerd en omgeleid naar Amsterdam-Schiphol Airport, waarna de passagiers per bus naar Eindhoven zijn vervoerd. In geschil is of deze situatie geldt als een annulering of een (langdurige) vertraging van de vlucht. 4.3. Het Hof heeft geoordeeld dat een vlucht die is omgeleid naar een andere dan de oorspronkelijke luchthaven van bestemming, in beginsel als geannuleerd moet worden beschouwd. Dit lijdt uitzondering in het geval waarin de luchthaven waarnaar de vlucht is omgeleid dezelfde stad of regio bedient als de oorspronkelijke luchthaven van aankomst. Daarbij is niet vereist dat de twee luchthavens op het grondgebied van dezelfde stad of regio zijn gelegen. 4.4. De vervoerder heeft bij dupliek toegelicht dat de luchthavens van Amsterdam en Eindhoven dezelfde regio bedienen. Passagiers uit heel Nederland maken immers gebruik van beide luchthavens. De afstand tussen de luchthavens is bijvoorbeeld vergelijkbaar met de afstand tussen de verschillende luchthavens van Londen. Omdat de passagiers niet verschenen zijn op de mondelinge behandeling, hebben zij dit niet meer weersproken. 4.5. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de luchthavens van Amsterdam en Eindhoven dezelfde regio bedienen. Daarmee is geen sprake van annulering maar van een (langdurige) vertraging van de vlucht. De vertraging van de vlucht was het gevolg van de doorwerking van buitengewone omstandigheden 4.6. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kan uitoefenen. Vertraging door een buitengewone omstandigheid op een eerdere vlucht kan doorwerken op een latere vlucht, mits er een rechtstreeks causaal verband bestaat tussen deze omstandigheid en de vertraging van de latere vlucht. 4.7. Volgens de vervoerder was de vlucht in kwestie onderdeel van de rotatievluchten Eindhoven – Lissabon – Eindhoven – Malaga – Eindhoven (vluchtnummers HV6203, HV6204, HV6653 en HV6654). Deze zouden met hetzelfde vliegtuig worden uitgevoerd. 4.8. Aan vlucht HV6203 van Eindhoven naar Lissabon werd een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding. Daardoor is vlucht HV6203 met 1 uur en 17 minuten vertraging vertrokken en met 1 uur en 23 minuten aangekomen. Deze vertraging werkte volledig door op vlucht HV6204 van Lissabon naar Eindhoven. Vervolgens werd vlucht HV6204 met nog 27 minuten vertraagd vanwege problemen met de faciliteiten van de luchthaven van Lissabon. Ook vlucht HV6204 kreeg een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding, wat heeft gezorgd voor een aanvullende vertrekvertraging van 36 minuten. Uiteindelijk is vlucht HV6204 met 2 uur en 13 minuten vertraging uitgevoerd. 4.9. Deze vertraging werkte met 1 uur en 30 minuten door op vlucht HV6653 van Eindhoven naar Malaga. Vlucht HV6653 werd met nog 11 minuten vertraagd vanwege een niet gespecificeerde oorzaak. Voor dit gedeelte van de vertraging doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. Ten slotte kreeg ook vlucht HV6653 een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding, wat een aanvullende vertraging van 13 minuten opleverde. Uiteindelijk is vlucht HV6653 met 1 uur en 56 minuten vertraging aangekomen. 4.10. Deze vertraging werkte met 1 uur en 53 minuten door op de vlucht in kwestie.
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:13510 text/xml public 2026-02-27T11:58:26 2025-11-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-11-19 11405302 \ CV EXPL 24-8105 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13510 text/html public 2026-02-27T11:57:54 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:13510 Rechtbank Noord-Holland , 19-11-2025 / 11405302 \ CV EXPL 24-8105 Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde dan wel langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat er sprake is van een langdurige vertraging en dat deze het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk onder meer latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt en de vorderingen van de passagiers worden afgewezen. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11405302 \ CV EXPL 24-8105 Uitspraakdatum: 19 november 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1] 2. [eiser 2] 3. [eiser 3] 4. [eiser 4] 5. [eiser 5] 6. [eiser 6] 7. [eiser 7] 8. [eiser 8] 9. [eiser 9] 10. [eiser 10] allen wonende te [plaats 1] 11. [eiser 11] 12. [eiser 12] beiden wonende te [plaats 2] 13. [eiser 13] 14. [eiser 14] beiden wonende te [plaats 3] eisers hierna te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim) tegen de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigden: mr. L.C.E. Kleijne en mr. R.C. Steenhoek (LVH Advocaten) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde dan wel langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat er sprake is van een langdurige vertraging en dat deze het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk onder meer latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt en de vorderingen van de passagiers worden afgewezen. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- het tussenvonnis van 6 augustus 2025 waarin mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 27 oktober 2025 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Aan de zijde van de passagiers is niemand op de mondelinge behandeling verschenen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 11 september 2023 vervoeren van Malaga, Spanje, naar Eindhoven, met vlucht HV6654 (hierna: de vlucht). 2.2. De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd en omgeleid naar Amsterdam-Schiphol Airport. De passagiers zijn vervolgens per bus naar Eindhoven vervoerd, waar zij met meer dan drie uur vertraging zijn aangekomen. 2.3. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3 Het geschil 3.1. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 5.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vertraging van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 655,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de nakosten. 3.2. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vlucht voort hen als geannuleerd kan worden beschouwd. Daarom moet de vervoerder hen compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. 3.3. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer zal worden ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De vlucht was langdurig vertraagd 4.2. De vlucht is vertraagd uitgevoerd en omgeleid naar Amsterdam-Schiphol Airport, waarna de passagiers per bus naar Eindhoven zijn vervoerd. In geschil is of deze situatie geldt als een annulering of een (langdurige) vertraging van de vlucht. 4.3. Het Hof heeft geoordeeld dat een vlucht die is omgeleid naar een andere dan de oorspronkelijke luchthaven van bestemming, in beginsel als geannuleerd moet worden beschouwd. Dit lijdt uitzondering in het geval waarin de luchthaven waarnaar de vlucht is omgeleid dezelfde stad of regio bedient als de oorspronkelijke luchthaven van aankomst. Daarbij is niet vereist dat de twee luchthavens op het grondgebied van dezelfde stad of regio zijn gelegen. 4.4. De vervoerder heeft bij dupliek toegelicht dat de luchthavens van Amsterdam en Eindhoven dezelfde regio bedienen. Passagiers uit heel Nederland maken immers gebruik van beide luchthavens. De afstand tussen de luchthavens is bijvoorbeeld vergelijkbaar met de afstand tussen de verschillende luchthavens van Londen. Omdat de passagiers niet verschenen zijn op de mondelinge behandeling, hebben zij dit niet meer weersproken. 4.5. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de luchthavens van Amsterdam en Eindhoven dezelfde regio bedienen. Daarmee is geen sprake van annulering maar van een (langdurige) vertraging van de vlucht. De vertraging van de vlucht was het gevolg van de doorwerking van buitengewone omstandigheden 4.6. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kan uitoefenen. Vertraging door een buitengewone omstandigheid op een eerdere vlucht kan doorwerken op een latere vlucht, mits er een rechtstreeks causaal verband bestaat tussen deze omstandigheid en de vertraging van de latere vlucht. 4.7. Volgens de vervoerder was de vlucht in kwestie onderdeel van de rotatievluchten Eindhoven – Lissabon – Eindhoven – Malaga – Eindhoven (vluchtnummers HV6203, HV6204, HV6653 en HV6654). Deze zouden met hetzelfde vliegtuig worden uitgevoerd. 4.8. Aan vlucht HV6203 van Eindhoven naar Lissabon werd een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding. Daardoor is vlucht HV6203 met 1 uur en 17 minuten vertraging vertrokken en met 1 uur en 23 minuten aangekomen. Deze vertraging werkte volledig door op vlucht HV6204 van Lissabon naar Eindhoven. Vervolgens werd vlucht HV6204 met nog 27 minuten vertraagd vanwege problemen met de faciliteiten van de luchthaven van Lissabon. Ook vlucht HV6204 kreeg een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding, wat heeft gezorgd voor een aanvullende vertrekvertraging van 36 minuten. Uiteindelijk is vlucht HV6204 met 2 uur en 13 minuten vertraging uitgevoerd. 4.9. Deze vertraging werkte met 1 uur en 30 minuten door op vlucht HV6653 van Eindhoven naar Malaga. Vlucht HV6653 werd met nog 11 minuten vertraagd vanwege een niet gespecificeerde oorzaak. Voor dit gedeelte van de vertraging doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. Ten slotte kreeg ook vlucht HV6653 een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding, wat een aanvullende vertraging van 13 minuten opleverde. Uiteindelijk is vlucht HV6653 met 1 uur en 56 minuten vertraging aangekomen. 4.10. Deze vertraging werkte met 1 uur en 53 minuten door op de vlucht in kwestie.
Volledig
Dit zou ertoe leiden dat de vlucht in kwestie de nachtklok van Eindhoven Airport zou schenden. Daarom is de vlucht omgeleid naar Schiphol, waar deze vlucht met 1 uur en 59 minuten vertraging is aangekomen. Vervolgens zijn de passagiers per bus vervoerd naar Eindhoven, waar zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten en berichten van de luchtverkeersleiding. 4.11. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertrekvertraging van vlucht HV6203 van Eindhoven naar Lissabon voor de duur van 1 uur en 17 minuten het gevolg was van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Als een toestel een latere vertrektijd krijgt opgelegd, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. De vervoerder heeft niet toegelicht waarom de vertraging van vlucht HV6203 is opgelopen tot 1 uur en 23 minuten. Dit betekent de vertraging van vlucht HV6203 voor de duur van 1 uur en 17 minuten het gevolg was van een buitengewone omstandigheid. 4.12. De vervoerder heeft ook voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht HV6203 geheel doorwerkte op vlucht HV6204 van Lissabon naar Eindhoven. Daarmee was 1 uur en 17 minuten van de vertraging van vlucht HV6204 het gevolg van de doorwerking van de buitengewone omstandigheid op de voorgaande vlucht HV6203. Eveneens staat als onweersproken vast dat vlucht HV6204 met 27 minuten werd vertraagd vanwege problemen met de faciliteiten van de luchthaven. Op de mondelinge behandeling heeft de vervoerder toegelicht niet terug te kunnen vinden wat de exacte oorzaak van deze vertraging was, maar dat de daaraan gekoppelde vertragingscode altijd duidt op een oorzaak die te wijten was aan de luchthaven en waar hij zelf geen invloed op kan uitoefenen. Omdat de passagiers dit niet hebben weersproken, staat vast dat ook dit gedeelte van de vertraging van vlucht HV6204 het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Ten slotte heeft de vervoerder ook voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat vlucht HV6204 met nog eens 36 minuten werd vertraagd vanwege beperkingen van de luchtverkeersleiding, die, zoals hiervoor overwogen, gelden als een buitengewone omstandigheid. Al met al betekent dit dat de gehele vertraging van vlucht HV6204 van 2 uur en 13 minuten het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. 4.13. De vervoerder heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht HV6204 met 1 uur en 30 minuten doorwerkte op vlucht HV6653 van Eindhoven naar Malaga en dat ook vlucht HV6653 een latere vertrektijd kreeg opgelegd door de luchtverkeersleiding, hetgeen, zoals hiervoor overwogen, een buitengewone omstandigheid is. Omdat de vervoerder voor de overige vertraging van vlucht HV6653 geen beroep doet op buitengewone omstandigheden, was de vertraging van vlucht HV6653 voor de duur van 1 uur en 43 minuten het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. 4.14. Tot slot heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht HV6653 voor de duur van 1 uur en 53 minuten doorwerkte op de vlucht in kwestie. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht in kwestie voor de duur van 1 uur en 43 minuten het gevolg was van de doorwerking van buitengewone omstandigheden. 4.15. Voor zover de passagiers hebben aangevoerd dat het onmogelijk zou zijn dat vertraging van de voorgaande vluchten heeft doorgewerkt op de vlucht in kwestie, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Zoals hiervoor overwogen heeft de vervoerder steeds voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vluchten in de rotatie in rechtstreeks causaal verband stond met de vertraging van de eerdere vluchten. 4.16. Als onbetwist staat vast dat de vervoerder door deze vertraging de vlucht niet kon uitvoeren voor het ingaan van de nachtklok van de luchthaven van Eindhoven en dat hij de vlucht daarom heeft omgeleid naar Amsterdam-Schiphol Airport, waarmee de vertraging van de passagiers is opgelopen tot meer dan drie uur. Daarmee was de uiteindelijke langdurige vertraging van de passagiers op de bestemming het gevolg van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging van de vlucht te voorkomen en te beperken 4.17. Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed kon uitoefenen op de beslissingen van de luchtverkeersleiding en de vluchten zo snel mogelijk heeft laten vertrekken. Ook heeft hij annulering voorkomen door de vlucht om te leiden. 4.18. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat de vertraging op vlucht HV6203 van Eindhoven naar Lissabon ruim 12 uur eerder plaatsvond dan de vlucht in kwestie. De kantonrechter begrijpt dat zij aanvoeren dat hij daarom ruim de tijd had om deze vertraging in te halen of een ander toestel in te zetten. 4.19. De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat een beperkte vertraging van een á twee uur geen reden is om een nieuw vliegtuig in te zetten omdat dit ongeveer evenveel tijd in beslag genomen zou hebben. In dit geval is de uiteindelijke langdurige vertraging ook met name ontstaan op de vlucht in kwestie omdat deze de nachtklok van Eindhoven niet kon halen. Daarom zou de inzet van een nieuw toestel ook niet geholpen hebben. Vervolgens heeft hij de passagiers zo snel mogelijk per bus en taxi naar Schiphol vervoerd. 4.20. Het verweer van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter valt niet in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. De passagiers hebben dit ook niet concreet gemaakt. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Dit betekent dat de vorderingen van de passagiers zullen worden afgewezen. 4.21. De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 1.017,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt . 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. HvJEU 22 april 2021, C-862/19, ECLI:EU:C:2021:318. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771. HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.
Volledig
Dit zou ertoe leiden dat de vlucht in kwestie de nachtklok van Eindhoven Airport zou schenden. Daarom is de vlucht omgeleid naar Schiphol, waar deze vlucht met 1 uur en 59 minuten vertraging is aangekomen. Vervolgens zijn de passagiers per bus vervoerd naar Eindhoven, waar zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten en berichten van de luchtverkeersleiding. 4.11. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertrekvertraging van vlucht HV6203 van Eindhoven naar Lissabon voor de duur van 1 uur en 17 minuten het gevolg was van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Als een toestel een latere vertrektijd krijgt opgelegd, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. De vervoerder heeft niet toegelicht waarom de vertraging van vlucht HV6203 is opgelopen tot 1 uur en 23 minuten. Dit betekent de vertraging van vlucht HV6203 voor de duur van 1 uur en 17 minuten het gevolg was van een buitengewone omstandigheid. 4.12. De vervoerder heeft ook voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht HV6203 geheel doorwerkte op vlucht HV6204 van Lissabon naar Eindhoven. Daarmee was 1 uur en 17 minuten van de vertraging van vlucht HV6204 het gevolg van de doorwerking van de buitengewone omstandigheid op de voorgaande vlucht HV6203. Eveneens staat als onweersproken vast dat vlucht HV6204 met 27 minuten werd vertraagd vanwege problemen met de faciliteiten van de luchthaven. Op de mondelinge behandeling heeft de vervoerder toegelicht niet terug te kunnen vinden wat de exacte oorzaak van deze vertraging was, maar dat de daaraan gekoppelde vertragingscode altijd duidt op een oorzaak die te wijten was aan de luchthaven en waar hij zelf geen invloed op kan uitoefenen. Omdat de passagiers dit niet hebben weersproken, staat vast dat ook dit gedeelte van de vertraging van vlucht HV6204 het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Ten slotte heeft de vervoerder ook voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat vlucht HV6204 met nog eens 36 minuten werd vertraagd vanwege beperkingen van de luchtverkeersleiding, die, zoals hiervoor overwogen, gelden als een buitengewone omstandigheid. Al met al betekent dit dat de gehele vertraging van vlucht HV6204 van 2 uur en 13 minuten het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. 4.13. De vervoerder heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht HV6204 met 1 uur en 30 minuten doorwerkte op vlucht HV6653 van Eindhoven naar Malaga en dat ook vlucht HV6653 een latere vertrektijd kreeg opgelegd door de luchtverkeersleiding, hetgeen, zoals hiervoor overwogen, een buitengewone omstandigheid is. Omdat de vervoerder voor de overige vertraging van vlucht HV6653 geen beroep doet op buitengewone omstandigheden, was de vertraging van vlucht HV6653 voor de duur van 1 uur en 43 minuten het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. 4.14. Tot slot heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht HV6653 voor de duur van 1 uur en 53 minuten doorwerkte op de vlucht in kwestie. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht in kwestie voor de duur van 1 uur en 43 minuten het gevolg was van de doorwerking van buitengewone omstandigheden. 4.15. Voor zover de passagiers hebben aangevoerd dat het onmogelijk zou zijn dat vertraging van de voorgaande vluchten heeft doorgewerkt op de vlucht in kwestie, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Zoals hiervoor overwogen heeft de vervoerder steeds voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vluchten in de rotatie in rechtstreeks causaal verband stond met de vertraging van de eerdere vluchten. 4.16. Als onbetwist staat vast dat de vervoerder door deze vertraging de vlucht niet kon uitvoeren voor het ingaan van de nachtklok van de luchthaven van Eindhoven en dat hij de vlucht daarom heeft omgeleid naar Amsterdam-Schiphol Airport, waarmee de vertraging van de passagiers is opgelopen tot meer dan drie uur. Daarmee was de uiteindelijke langdurige vertraging van de passagiers op de bestemming het gevolg van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging van de vlucht te voorkomen en te beperken 4.17. Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed kon uitoefenen op de beslissingen van de luchtverkeersleiding en de vluchten zo snel mogelijk heeft laten vertrekken. Ook heeft hij annulering voorkomen door de vlucht om te leiden. 4.18. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat de vertraging op vlucht HV6203 van Eindhoven naar Lissabon ruim 12 uur eerder plaatsvond dan de vlucht in kwestie. De kantonrechter begrijpt dat zij aanvoeren dat hij daarom ruim de tijd had om deze vertraging in te halen of een ander toestel in te zetten. 4.19. De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat een beperkte vertraging van een á twee uur geen reden is om een nieuw vliegtuig in te zetten omdat dit ongeveer evenveel tijd in beslag genomen zou hebben. In dit geval is de uiteindelijke langdurige vertraging ook met name ontstaan op de vlucht in kwestie omdat deze de nachtklok van Eindhoven niet kon halen. Daarom zou de inzet van een nieuw toestel ook niet geholpen hebben. Vervolgens heeft hij de passagiers zo snel mogelijk per bus en taxi naar Schiphol vervoerd. 4.20. Het verweer van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter valt niet in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. De passagiers hebben dit ook niet concreet gemaakt. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Dit betekent dat de vorderingen van de passagiers zullen worden afgewezen. 4.21. De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 1.017,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt . 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. HvJEU 22 april 2021, C-862/19, ECLI:EU:C:2021:318. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771. HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.