Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-09-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:13242
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,545 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:13242 text/xml public 2026-02-27T11:05:21 2025-11-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-09-17 11327415 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13242 text/html public 2026-02-27T11:05:01 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:13242 Rechtbank Noord-Holland , 17-09-2025 / 11327415 De vordering tot compensatie is gebaseerd op de Verordening en niet op de vervoersoverenkomst. De algemene voorwaarden zijn daarom niet van toepassing. Het indienen van een buitengerechtelijk verzoek tot compensatie op grond van de Verordening is vormvrij. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11327415 \ CV EXPL 24-6837 Uitspraakdatum: 17 september 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Emirates gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 21 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam via Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) naar Kochi (India). 2.2. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.3. De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. 2.4. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3. Het geschil 3.1. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van: - € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Airhelp heeft bij conclusie van repliek erkend dat de passagier geen compensatie toekomt als bedoeld in artikel 7 van de Verordening. Airhelp vordert nog wel vergoeding van de proceskosten. Zij stelt daartoe dat de vervoerder haar nodeloos heeft gedwongen om deze procedure op te starten omdat hij de claim van Airhelp niet in behandeling wilde nemen. 4.3. De vervoerder heeft hiertegen aangevoerd dat hij zich in de buitengerechtelijke fase rechtsgeldig heeft beroepen op zijn algemene voorwaarden. Daarin staat (onder meer) dat claims niet in behandeling worden genomen indien de passagier(s) zich bij de indiening van deze claim(s) laten vertegenwoordigen door een derde. Omdat op de vervoersovereenkomst het recht van India of het recht van de Verenigde Arabische Emiraten van toepassing is, is geen sprake van een oneerlijk beding. Volgens de vervoerder heeft hij om die reden terecht niet op de aanmaning van Airhelp gereageerd. 4.4. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, tussen partijen niet in geschil is dat de onderhavige vordering is gebaseerd op de Verordening. De vervoersvoorwaarden zien enkel op de vervoersovereenkomst. De kantonrechter ziet dan ook niet in op welke wijze de vervoersvoorwaarden van toepassing zouden kunnen zijn op het onderhavige geschil. Het indienen van een buitengerechtelijk verzoek tot compensatie op grond van de Verordening is vormvrij, en kan zowel met als zonder gemachtigde. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om inhoudelijk op het verzoek van Airhelp in te gaan. Dit heeft hij nagelaten. De kantonrechter volgt Airhelp daarom in haar stelling dat zij geen andere keuze had dan tot dagvaarding over te gaan. Er bestond voor haar geen reden om aan te nemen dat de vervoerder zich in de gerechtelijke procedure zou verweren met een beroep op buitengewone omstandigheden. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter
Volledig
ECLI:NL:RBNHO:2025:13242 text/xml public 2026-02-27T11:05:21 2025-11-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2025-09-17 11327415 Uitspraak Bodemzaak NL Haarlem Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:13242 text/html public 2026-02-27T11:05:01 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2025:13242 Rechtbank Noord-Holland , 17-09-2025 / 11327415 De vordering tot compensatie is gebaseerd op de Verordening en niet op de vervoersoverenkomst. De algemene voorwaarden zijn daarom niet van toepassing. Het indienen van een buitengerechtelijk verzoek tot compensatie op grond van de Verordening is vormvrij. RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11327415 \ CV EXPL 24-6837 Uitspraakdatum: 17 september 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Emirates gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 21 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam via Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) naar Kochi (India). 2.2. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.3. De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. 2.4. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3. Het geschil 3.1. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Airhelp heeft bij conclusie van repliek erkend dat de passagier geen compensatie toekomt als bedoeld in artikel 7 van de Verordening. Airhelp vordert nog wel vergoeding van de proceskosten. Zij stelt daartoe dat de vervoerder haar nodeloos heeft gedwongen om deze procedure op te starten omdat hij de claim van Airhelp niet in behandeling wilde nemen. 4.3. De vervoerder heeft hiertegen aangevoerd dat hij zich in de buitengerechtelijke fase rechtsgeldig heeft beroepen op zijn algemene voorwaarden. Daarin staat (onder meer) dat claims niet in behandeling worden genomen indien de passagier(s) zich bij de indiening van deze claim(s) laten vertegenwoordigen door een derde. Omdat op de vervoersovereenkomst het recht van India of het recht van de Verenigde Arabische Emiraten van toepassing is, is geen sprake van een oneerlijk beding. Volgens de vervoerder heeft hij om die reden terecht niet op de aanmaning van Airhelp gereageerd. 4.4. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, tussen partijen niet in geschil is dat de onderhavige vordering is gebaseerd op de Verordening. De vervoersvoorwaarden zien enkel op de vervoersovereenkomst. De kantonrechter ziet dan ook niet in op welke wijze de vervoersvoorwaarden van toepassing zouden kunnen zijn op het onderhavige geschil. Het indienen van een buitengerechtelijk verzoek tot compensatie op grond van de Verordening is vormvrij, en kan zowel met als zonder gemachtigde. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om inhoudelijk op het verzoek van Airhelp in te gaan. Dit heeft hij nagelaten. De kantonrechter volgt Airhelp daarom in haar stelling dat zij geen andere keuze had dan tot dagvaarding over te gaan. Er bestond voor haar geen reden om aan te nemen dat de vervoerder zich in de gerechtelijke procedure zou verweren met een beroep op buitengewone omstandigheden. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren. 5 De beslissing De kantonrechter: 5.1. wijst de vordering af; 5.2. bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 5.3. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter