Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-10-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:12998
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,758 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/370391 / JU RK 25-1400
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
gezamenlijk te noemen: de ouders,
[de pleegouder 1] en [de pleegouder 2],
hierna te noemen: de pleegouders,
wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van 6 oktober 2025, ontvangen op dezelfde datum;
de toetsing van het voorgenomen besluit verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de Raad van 13 oktober 2025, ontvangen op 14 oktober 2025;
het e-mailbericht van de moeder van 21 oktober 2025;
het e-mailbericht van de vader van 21 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de pleegvader, [de pleegouder 1] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
De ouders zijn – met bericht van afwezigheid – niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist zijn opgeroepen.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont sinds 27 oktober 2022 bij de pleegouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 oktober 2023 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 5 november 2024, tot 15 november 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 oktober 2023 ook een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 23 juli 2025, tot 15 november 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg opnieuw te verlengen voor de duur van zes maanden.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. In de beschikking van 23 juli 2025 heeft de rechtbank de visie van de GI dat [de minderjarige] bij de pleegouders zal opgroeien onderschreven. De ouders ondersteunen het opvoedperspectief van [de minderjarige] en werken mee aan de hulpverlening en alle gezagsbeslissingen. Naast waar [de minderjarige] opgroeit is het voor hem heel belangrijk structureel in contact te zijn met zijn ouders en dat alle volwassenen om hem heen goed met elkaar samenwerken. Hiervoor is het noodzakelijk om de systeemtherapie voort te zetten.
3.3.
Het komende half jaar wil de GI de huidige situatie bestendigen middels systeemtherapie en toewerken naar een overdracht binnen het vrijwillig kader.
4De standpunten
4.1.
De ouders hebben schriftelijk aangegeven het eens te zijn met het verzoek. De vader heeft aangegeven wel twijfels te hebben of de GI het gaat redden qua afspraken.
4.2.
De pleegvader heeft op de zitting naar voren gebracht dat het goed gaat met [de minderjarige] en dat de communicatie met beide ouders op dit moment goed verloopt.
De pleegvader geeft aan de noodzaak van de systeemtherapie te begrijpen. Wel vindt hij dat door de GI zwaar wordt ingezet op systeemtherapie zonder te kijken naar andere initiatieven.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
[de minderjarige] woont sinds oktober 2022 bij de pleegouders. Naar aanleiding van het perspectiefonderzoek heeft de GI bepaald dat zijn opgroeiperspectief niet meer bij de ouders, maar bij de pleegouders ligt. Bij beschikking van 23 juli 2025 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank het perspectiefbesluit van de GI onderschreven. Ook de ouders staan achter het perspectiefbesluit, hoewel het hen verdriet doet. Bij de pleegouders groeit [de minderjarige] op in een gestructureerde en veilige thuissituatie. Hij ontwikkelt zich goed en is zichtbaar aan de pleegouders gehecht. Binnenkort zal hij beginnen op de basisschool, waar [de minderjarige] veel zin in heeft. De omgang tussen de ouders en [de minderjarige] verloopt goed. Beide ouders hebben nieuwe partners die een belangrijke en positieve rol spelen in het leven van zowel de ouders als [de minderjarige] .
5.3.
De GI heeft systeemtherapie ingezet om te werken aan de relatie en de communicatie tussen de ouders en de pleegouders en te zorgen dat de inmiddels goede verstandhouding tussen hen behouden blijft. De verstandhouding tussen de moeder en de pleegouders is eerder verstoord geweest door gebeurtenissen uit het verleden. De pleegvader heeft op de zitting daarnaast aangegeven dat het wel lastig blijft om met de ouders te communiceren over moeilijke, confronterende zaken, zoals de opvoeding van [de minderjarige] . De kinderrechter is met de GI van oordeel dat het daarom nodig is om de systeemtherapie voort te zetten en zicht te houden op het effect hiervan op de relatie tussen de ouders en de pleegouders.
5.4.
Een verlenging van de maatregelen is nodig om de plaatsing van [de minderjarige] bij de pleegouders te waarborgen, de systeemtherapie voort te zetten en van daaruit toe te werken naar een overdracht binnen het vrijwillig kader. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de verzochte duur van zes maanden.
5.5.
Dictum
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 15 mei 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 15 mei 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Cuvelier, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 5 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/370391 / JU RK 25-1400
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
gezamenlijk te noemen: de ouders,
[de pleegouder 1] en [de pleegouder 2],
hierna te noemen: de pleegouders,
wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van 6 oktober 2025, ontvangen op dezelfde datum;
de toetsing van het voorgenomen besluit verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de Raad van 13 oktober 2025, ontvangen op 14 oktober 2025;
het e-mailbericht van de moeder van 21 oktober 2025;
het e-mailbericht van de vader van 21 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de pleegvader, [de pleegouder 1] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
De ouders zijn – met bericht van afwezigheid – niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist zijn opgeroepen.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont sinds 27 oktober 2022 bij de pleegouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 oktober 2023 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 5 november 2024, tot 15 november 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 oktober 2023 ook een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 23 juli 2025, tot 15 november 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg opnieuw te verlengen voor de duur van zes maanden.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. In de beschikking van 23 juli 2025 heeft de rechtbank de visie van de GI dat [de minderjarige] bij de pleegouders zal opgroeien onderschreven. De ouders ondersteunen het opvoedperspectief van [de minderjarige] en werken mee aan de hulpverlening en alle gezagsbeslissingen. Naast waar [de minderjarige] opgroeit is het voor hem heel belangrijk structureel in contact te zijn met zijn ouders en dat alle volwassenen om hem heen goed met elkaar samenwerken. Hiervoor is het noodzakelijk om de systeemtherapie voort te zetten.
3.3.
Het komende half jaar wil de GI de huidige situatie bestendigen middels systeemtherapie en toewerken naar een overdracht binnen het vrijwillig kader.
4De standpunten
4.1.
De ouders hebben schriftelijk aangegeven het eens te zijn met het verzoek. De vader heeft aangegeven wel twijfels te hebben of de GI het gaat redden qua afspraken.
4.2.
De pleegvader heeft op de zitting naar voren gebracht dat het goed gaat met [de minderjarige] en dat de communicatie met beide ouders op dit moment goed verloopt.
De pleegvader geeft aan de noodzaak van de systeemtherapie te begrijpen. Wel vindt hij dat door de GI zwaar wordt ingezet op systeemtherapie zonder te kijken naar andere initiatieven.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
[de minderjarige] woont sinds oktober 2022 bij de pleegouders. Naar aanleiding van het perspectiefonderzoek heeft de GI bepaald dat zijn opgroeiperspectief niet meer bij de ouders, maar bij de pleegouders ligt. Bij beschikking van 23 juli 2025 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank het perspectiefbesluit van de GI onderschreven. Ook de ouders staan achter het perspectiefbesluit, hoewel het hen verdriet doet. Bij de pleegouders groeit [de minderjarige] op in een gestructureerde en veilige thuissituatie. Hij ontwikkelt zich goed en is zichtbaar aan de pleegouders gehecht. Binnenkort zal hij beginnen op de basisschool, waar [de minderjarige] veel zin in heeft. De omgang tussen de ouders en [de minderjarige] verloopt goed. Beide ouders hebben nieuwe partners die een belangrijke en positieve rol spelen in het leven van zowel de ouders als [de minderjarige] .
5.3.
De GI heeft systeemtherapie ingezet om te werken aan de relatie en de communicatie tussen de ouders en de pleegouders en te zorgen dat de inmiddels goede verstandhouding tussen hen behouden blijft. De verstandhouding tussen de moeder en de pleegouders is eerder verstoord geweest door gebeurtenissen uit het verleden. De pleegvader heeft op de zitting daarnaast aangegeven dat het wel lastig blijft om met de ouders te communiceren over moeilijke, confronterende zaken, zoals de opvoeding van [de minderjarige] . De kinderrechter is met de GI van oordeel dat het daarom nodig is om de systeemtherapie voort te zetten en zicht te houden op het effect hiervan op de relatie tussen de ouders en de pleegouders.
5.4.
Een verlenging van de maatregelen is nodig om de plaatsing van [de minderjarige] bij de pleegouders te waarborgen, de systeemtherapie voort te zetten en van daaruit toe te werken naar een overdracht binnen het vrijwillig kader. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de verzochte duur van zes maanden.
5.5.
Dictum
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 15 mei 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 15 mei 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Cuvelier, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 5 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.