Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-09-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:12747
RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/335384 / HA ZA 23-10 Vonnis van 17 september 2025 in de zaak van 1 [eiser 1], 2. [eiser 2], beiden te [plaats], eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers], advocaat: mr. J.P. Groen, tegen 1 FRIESPLAN B.V. (ONTBONDEN), te Katlijk, onttrokken advocaat: mr. D.A. Westra,2. STICHTING BOUWGARANT , te Zoetermeer, advocaat: mr. B.M. Breedijk, gedaagde partijen, hierna te noemen: Friesplan en Bouwgarant. De zaak in het kort In opdracht van eisers heeft Friesplan een (nieuwbouw)woning gebouwd, waarvoor Bouwgarant een garantie heeft afgegeven. Na de oplevering is lekkage ontstaan. In een arbitrageprocedure is Friesplan veroordeeld de lekkage te verhelpen. Friesplan heeft werkzaamheden verricht, maar eisers zeggen dat de lekkages zijn toegenomen. Zij vorderen dat de rechtbank voor recht verklaart dat Friesplan en Bouwgarant hoofdelijk aansprakelijk zijn voor hun schade. Friesplan betwist dat er nog sprake is van lekkage/gebreken. Bouwgarant sluit zich daarbij aan. Na de zitting hebben partijen overleg gevoerd om in eigen beheer een deskundigenbericht te organiseren. Vervolgens is Friesplan ontbonden. Eisers hebben daarop aan de rechtbank verzocht om een deelvonnis te wijzen, waarin voor recht wordt verklaard dat Friesplan aansprakelijk is voor alle schade die zij lijden als gevolg van alle gebreken die een door de rechtbank te benoemen deskundige identificeert. De rechtbank wijst dit verzoek af. De juiste volgorde is dat de rechtbank na kennisname van de bevindingen van de deskundige oordeelt over gebreken en aansprakelijkheid. De rechtbank is voornemens om een deskundige te benoemen om de oorzaak van de gebreken te laten onderzoeken en de schade te laten begroten. De rechtbank heeft vragen voor de deskundige geformuleerd. Partijen mogen zich over dit voornemen uitlaten. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 13 december 2023 en de daarin genoemde stukken - de aanvullende producties 35 t/m 40 van [eisers] - de aanvullende productie 41 van [eisers] - de aanvullende productie 4 van Friesplan - de aanvullende productie 42 van [eisers] - de aanvullende productie 5 van Friesplan - de mondelinge behandeling van 21 maart 2024, waarbij namens [eisers] en Friesplan spreekaantekeningen zijn overgelegd en waarvan de griffier voor het overige aantekeningen heeft gemaakt - de verwijzing naar de parkeerrol - de akte met productie 43 met het verzoek om voortprocederen van [eisers] - de onttrekking van mr. Westra met het bericht dat Friesplan is ontbonden - de akte uitlaten van Bouwgarant - de akte uitlating voortgang procedure, tevens akte overleggen producties, tevens akte wijziging eis met producties 44 t/m 48 van [eisers] - de antwoordakte van Bouwgarant. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 Feiten 2.1. Op 21 september 2016 hebben [eisers] een overeenkomst van aanneming gesloten met Friesplan voor de realisering van een nieuwbouwwoning in [plaats] (hierna: de woning) met toepassing van de BouwGarant Nieuwbouwgarantieregeling Eengezinswoning 2013 (hierna: de garantieregeling). Bouwgarant heeft hiervoor een waarborgcertificaat afgegeven. De garantieregeling is als bijlage bij de aanneemovereenkomst gevoegd en door [eisers] en Friesplan als onderdeel daarvan ondertekend. 2.2. Op 1 november 2017 is de woning aan [eisers] opgeleverd. 2.3. Na de oplevering hebben [eisers] Friesplan herhaaldelijk verzocht om bij en na de oplevering geconstateerde gebreken te herstellen. [eisers] hebben een bedrag van € 11.300,- van de eindafrekening onbetaald gelaten. 2.4. In april 2018 hebben [eisers] zich tot de geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (hierna: de geschillencommissie) gewend, (onder meer) met het verzoek om Friesplan ertoe te verplichten de nog bestaande gebreken te herstellen. 2.5. De geschillencommissie heeft onderzoek laten uitvoeren naar de gebreken aan de woning. De deskundige heeft de bevindingen van dit onderzoek va Op 24 maart 2020 hebben [eisers] Bouwgarant aangeschreven en meegedeeld dat zij een beroep deden op de garantieregeling omdat Friesplan niet bereid en niet in staat was gebleken om de gebreken binnen de door de arbitragecommissie gestelde termijn van twee maanden te herstellen. Zij hebben Bouwgarant verzocht ervoor te zorgen dat de herstelwerkzaamheden onder de garantieregeling zouden worden hersteld of onvoorwaardelijk toe te zeggen dat [eisers] de herstelwerkzaamheden zelf zouden kunnen laten uitvoeren, waarbij de kosten vergoed zouden worden onder de garantieregeling. 2.11. Op 25 maart 2020 heeft Friesplan opnieuw een herstelpoging gedaan. [eisers] hebben op 28 maart 2020 een e-mail met foto’s aan Friesplan gestuurd. Daarin schrijven zij onder meer het volgende. Friesplan heeft op 25 maart 2020 een poging tot herstel gedaan. Op 26 maart is Friesplan echter niet geweest. Op 25 maart is voor een bepaalde periode water met een tuinslang tegen de onderzijde van de gevel en de fundering aan de rechterzijde aangebracht. Dit had als direct gevolg: water aan de linkerzijde van de achterpui “tussen de dpc en onderzijde kozijn”; watersporen tussen het kozijnprofiel/onderdorpel en zichtbare vochtvlekken in de vloer rechts in de woonkamer en tekenen van vocht links in de woonkamer. Na de ingreep zijn de vochtplekken in de woning zeer toegenomen. Het beoogde resultaat van de werkzaamheden is niet bereikt en door de werkzaamheden van Friesplan is de schade aan de binnenvloer verergerd. [eisers] geven aan dat zij graag uiterlijk binnen zeven dagen vernemen dat Friesplan de aansprakelijkheid voor de schade erkent en de oorzaak van de schade binnen drie weken zal wegnemen. 2.12. Vervolgens heeft Friesplan in april 2020 onderzoek naar de gevel en pui gedaan. In mei 2020 heeft zij de afwatering van een onderprofiel aangepast/toegevoegd. 2.13. | Met een e-mail van 15 juni 2020 hebben [eisers] aan Bouwgarant (met Friesplan in de cc) meegedeeld dat de gebreken in het werk nog altijd niet blijvend zijn hersteld door Friesplan en dat Friesplan niets gedaan heeft om de waterschade aan de vloer en schade die is ontstaan bij de (herstel)werkzaamheden van Friesplan te herstellen. Nogmaals hebben [eisers] een beroep gedaan op de garantieregeling. 2.14. In een e-mail van 7 juli 2020 heeft Friesplan aan [eisers] bericht dat de dag daarna (door [bedrijf 1]) opnieuw een herstelpoging zou worden gedaan. Friesplan adviseerde [eisers] de door hen aangekondigde stap naar de geschillencommissie op te schorten, minimaal tot het moment dat Friesplan het bij het arbitrale vonnis opgedragen werk aan [eisers] zou hebben opgeleverd. 2.15. In een e-mail van 27 juli 2020 hebben [eisers], onder toezending van foto’s, aan Friesplan gemeld dat het op 8 juli 2020 verrichte werk de lekkage opnieuw niet heeft verholpen en dat alle schades nog steeds niet zijn hersteld. 2.16. In een e-mail van 12 oktober 2020 hebben [eisers] aan Bouwgarant uiteengezet dat de herstelpogingen van de afgelopen tijd niet tot resultaat hebben geleid en dat Friesplan geen idee lijkt te hebben hoe de gebreken opgelost moeten worden. 2.17. Op 19 oktober 2020 heeft Friesplan geoordeeld dat de onderdorpel van de pui volledig vervangen moet worden. Na demontagewerkzaamheden op 4 december 2020 is Friesplan gebleken dat aan haar de verkeerde onderdorpel was geleverd. Daarop heeft zij de dorpel provisorisch afgewerkt. 2.18. In een e-mail van 16 december 2020 hebben [eisers] aan Friesplan een verslag (met foto’s) gezonden van de werkzaamheden die Friesplan op 4 december 2020 heeft uitgevoerd. Daarin is onder meer het volgende opgenomen. De onderdorpel en het kozijnprofiel – die beiden krom zijn door de herstelpoging van 19 oktober 2020 – zijn, anders dan afgesproken, niet vervangen. Daardoor lopen de deuren nog steeds aan, dan wel klemmen de deuren. Daarbij komt dat in de onderdorpel eerder gaten zijn geboord. Deze moet dan ook vervangen worden. De schade aan de binnenvloer is door de ingreep van 4 decemb Hierbij bleek dat er binnen enkele minuten water in spouw achter metselwerk loopt. Het steenwolisolatiemateriaal achter zinken hemelwaterafvoeren was binnen één minuut al nat. Ook is te zien dat er veel valspecie en cementbaarden in spouw aanwezig zijn, die het metselwerk van buitengevels verbinden met isolatieplaten in spouw, waardoor ook vocht wordt doorgegeven en langs isolatiemateriaal loopt, wat via naden tussen isolatieplaten naar binnen kan doortrekken. Op detailtekeningen is hier DPC-folie getekend die deze aansluitingen waterdicht en/of waterkerend moet maken. Echter, deze folie is niet aangebracht. De constructie tussen kozijnstijlen en stelkozijnen is op eerste en tweede verdieping en in gehele voorgevel op dezelfde manier uitgevoerd. Deze aansluitingen kunnen op termijn ook deze problemen veroorzaken. (…) Dit betreffen allen potentiële lekken. Deze aansluitingen zijn niet-duurzaam waterdicht. Door de niet goed uitgevoerde detaillering zullen stelkozijnen verrotten, omdat deze in contact staan met metselwerk. De rechthoekige zinken hemelwaterafvoeren zijn tussen het metselwerk aangebracht. Tussen metselwerk en zink is alleen open cellenband aangebracht als waterkering. Achter hemelwaterafvoer is echter geen vochtkering aangebracht waardoor bij regen het steenwolisolatiemateriaal nat wordt. Dit kan op den duur vocht doorgeven aan kalkzandstenen binnenwand, zoals is gebeurd. (…)’ 2.21. De conclusie in het [bedrijf 2]-rapport luidt: ‘door afwijken van detaillering en deels slecht uitgetekende detaillering zijn lekkages ontstaan waar aannemer verantwoordelijk voor is. Deze detaillering voldoet niet aan eisen voor luchtdicht bouwen. De aansluitingen tussen aluminium kozijnstijlen en stelkozijnen zijn niet dicht gezet met cellenband of purschuim, waardoor isolatielekken ontstaan en water naar binnen kan lopen. DPC-folie is niet of niet goed aangebracht, waardoor vocht tussen kozijnen en metselwerk door en door metselwerk bij stelkozijnen kan komen. Deze detaillering voldoet niet aan eisen voor goed en deugdelijk werk.’ [bedrijf 2] adviseert ten slotte ook hoe in deze alsnog tot goed en deugdelijk werk moet worden gekomen. 2.22. Op 21 april 2021 heeft Friesplan een nieuwe onderdorpel geplaatst. 2.23. Diezelfde dag hebben [eisers] het [bedrijf 2]-rapport aan Friesplan en aan Bouwgarant gestuurd. Beide partijen zijn verzocht (en zo nodig gesommeerd) om binnen een week te bevestigen dat zij de gerapporteerde gebreken binnen vier weken zullen (laten) verhelpen en dat zij de aansprakelijkheid voor deze gebreken erkennen. 2.24. Op 28 april 2021 heeft Friesplan aan [eisers] (met een kopie aan Bouwgarant) bericht dat het gebrek aan de achterpui – na het onderzoek van [bedrijf 2] – is hersteld doordat op 21 april 2021 de waterdoorlatende onderdorpel van de pui is vervangen. Friesplan heeft verder aangegeven voor het herstel van de gietvloer een (nog door [eisers] op te geven) bedrag te zullen vergoeden en dat daarmee de kwestie is afgehandeld. 2.25. Op 30 april 2021 hebben [eisers] aan Friesplan (met Bouwgarant in de cc) aangegeven dat de constateringen van [bedrijf 2] onverminderd relevant zijn, dat het gebrek aan de achterpui niet is hersteld en dat zij geen genoegen nemen met een schadevergoeding voor het niet uitgevoerde herstelwerk aan de gietvloer. Zij willen dat uitvoering wordt gegeven aan de veroordeling van Friesplan om de vloer te herstellen en verwijzen naar de eerdere sommatie van 21 april 2021. 2.26. Op 14 mei 2021 heeft Friesplan herhaald dat het gebrek aan de achterpui is hersteld en de oorzaak van de lekkages is weggenomen. Zij heeft [eisers] gezegd dat zij zich bij nieuwe lekkages weer kunnen melden. Daarbij heeft zij zich op het standpunt gesteld dat [bedrijf 2] enkel wat roept, zonder gedegen en objectief onderzoek. Friesplan heeft verder aangegeven de gietvloer binnenkort te zullen herstellen. 2.27. Friesplan heeft daarna geen werkzaamheden meer uitgevoerd. 2.28. In een aangetekende brief van 15 maart 2022 hebb Vervolgens hebben partijen met elkaar gesproken, onder meer over de aan de deskundige voor te leggen vragen. Zij zijn er echter niet in geslaagd om als door hen beoogd “een deskundigenbericht in eigen beheer” te laten opstellen. Daarop hebben [eisers] met een akte van 22 januari 2025 verzocht de procedure voort te zetten en een door de rechtbank aan te wijzen deskundige een aantal door partijen besproken vragen voor te leggen. Vervolgens heeft de (toenmalige) advocaat van Friesplan de rechtbank laten weten dat Friesplan is ontbonden (en dat hij zich als advocaat onttrekt). 3 Het geschil 3.1. [eisers] vorderen, na wijziging van eis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: Primair: I. A. een verklaring voor recht dat Friesplan aansprakelijk is voor alle door [eisers] geleden en te lijden schade als gevolg van alle gebreken die de door de rechtbank te benoemen deskundige identificeert naar aanleiding van de vragen zoals genoemd in de akte van 22 januari 2025; B. een verklaring voor recht dat Bouwgarant aansprakelijk is voor alle door [eisers] geleden en te lijden schade als gevolg van alle gebreken die de door de rechtbank te benoemen deskundige identificeert naar aanleiding van de vragen zoals genoemd in de akte van 22 januari 2025; C. een verklaring voor recht dat Friesplan en Bouwgarant hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eisers] geleden en te lijden schade, bestaande uit de te maken herstelkosten om de gebreken aan de achterpui, kozijnen en gietvloer van de woning beklijvend weg te (laten) nemen, zoals omschreven in het rapport [bedrijf 2], alsmede uit de te maken herstelkosten om de schades aan het stucwerk, het metselwerk en de tuintegels weg te (laten) nemen, zoals omschreven in alinea 3.14 van de dagvaarding en blijkende uit de daar genoemde producties 28, 39 en 30; II. Friesplan en Bouwgarant hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de onder IA en/of IB omschreven schade, welke schade opgemaakt dient te worden en vereffend dient te worden volgens de wet, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 20 mei 2021, dan wel vanaf de datum van de dagvaarding; Subsidiair III. Friesplan te veroordelen de gebreken aan de achterpui, kozijnen en gietvloer van de woning beklijvend, zoals omschreven in rapport [bedrijf 2], alsmede uit de schades aan het stucwerk, het metselwerk en de tuintegels, zoals omschreven in alinea 3.14 van de dagvaarding en blijkende uit prod 28, 29 en 30 weg te (laten) nemen binnen twee maanden na betekening van het vonnis dan wel een in goede justitie te bepalen termijn, op straffe van het verbeuren van dwangsommen van € 1.000,- voor iedere dag dat Friesplan daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 50.000,- althans op straffe van in goede justitie te bepalen dwangsommen; Primair en subsidiair IV. Friesplan en Bouwgarant hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover, indien deze kosten niet binnen twee weken na dit vonnis zijn voldaan. 3.2. [eisers] voeren het volgende aan. De woning vertoont al sinds de oplevering in 2017 gebreken die, ondanks vele sommaties, nog altijd niet zijn hersteld. [eisers] willen de gebreken nu liefst door een derde laten herstellen en de kosten daarvan voor rekening van Friesplan en Bouwgarant brengen. Friesplan heeft erkend dat sprake is van een bouwfout en heeft zijn aansprakelijkheid bevestigd door herstelpogingen uit te voeren. Dat Friesplan gebrekkig werk heeft geleverd is ook in het arbitraal vonnis vastgesteld. Van de toen voorgelegde gebreken en schade gaat het alleen nog om de gebreken aan de achterpui en de gietvloer. Uit het rapport van [bedrijf 2] blijkt echter dat er veel meer aan de hand is. De detaillering is niet juist, ook op de eerste en tweede verdieping. Er is onvoldoende waterkering en dat zal alleen maar erger worden. Friesplan is tekortgeschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst om een woning te bouwen die voldoet aan de eisen van goed Toewijzing van de vordering onder I.A zou direct, zonder rechterlijke tussenkomst, tot gevolg hebben dat Friesplan aansprakelijk is voor alle schade volgend uit alle gebreken die de deskundige aan de woning opmerkt. Daarbij leggen [eisers] weliswaar een relatie met de vragen die zij in hun akte van 22 januari 2025 aandragen om aan de deskundige voor te leggen, maar daarin wordt vooral gevraagd naar de oorzaak van de vochtplekken. De enkele beantwoording van de vraag naar de oorzaak brengt nog niet mee dat alle door de deskundige te noemen gebreken aan de woning zijn aan te merken als een tekortkoming van Friesplan in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Eerst zal een deskundige moeten worden benoemd om onderzoek te doen naar eventuele gebreken, de oorzaak van geconstateerde gebreken en de schade/herstelkosten. Het is vervolgens aan de rechtbank om te beoordelen of de bevindingen van de deskundige kunnen worden gevolgd en of er sprake is van een tekortkoming in de nakoming die leidt tot aansprakelijkheid van Friesplan en/of Bouwgarant. Daarmee is het voorbarig om de vordering I.A als verzocht door [eisers] in een deelvonnis toe te wijzen. Vervolg 4.4. Hierna zal de rechtbank eerst ingaan op de meest verstrekkende verweren van Bouwgarant. Vervolgens zal zij ingaan op de vraag of Friesplan tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst doordat zij het werk ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Artikel 9 lid 5 garantieregeling 4.5. Als meest verstrekkende verweer heeft Bouwgarant aangevoerd dat uit artikel 9 lid 5 van de garantieregeling voortvloeit dat de schadevaststelling moet plaatsvinden op basis van een door de opdrachtgever bij de geschillencommissie te starten procedure. Omdat [eisers] dat niet hebben gedaan, zijn zij volgens Bouwgarant niet-ontvankelijk in de vorderingen die zij tegen Bouwgarant hebben ingesteld. 4.6. In artikel 9 lid 5 van de garantieregeling staat: ‘Na ontvangst van de in lid 4 bedoelde aangetekende brief ( toevoeging rechtbank: van de Bouwgarant dat bemiddeling niet is geslaagd) dient de opdrachtgever het geschil met de deelnemer binnen een redelijke termijn ter beoordeling voor te leggen aan de Geschillencommissie Verbouwingen (…)’. 4.7. De rechtbank stelt vast dat artikel 9 lid 5 van de garantieregeling een algemene voorwaarde is. De rechtbank moet er ambtshalve op toezien dat een beding uit de algemene voorwaarden voor de consument niet onredelijk bezwarend is. Dit volgt uit de Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Op grond van artikel 6:236 sub n BW wordt als onredelijk bezwarend aangemerkt een beding dat de beslechting van een geschil in handen legt van een ander dan de rechter die volgens de wet bevoegd zou zijn, tenzij de consument ten minste een maand heeft om voor de gewone rechter te kiezen. 4.8. Artikel 9 lid 5 van de garantieregeling legt het geschil tussen de aannemer en de consument opdrachtgever in handen van een derde, de geschillencommissie. Weliswaar kan de opdrachtgever ervoor kiezen om het geschil door de overheidsrechter te laten beslechten, maar hij is niet geheel vrij in die keuze. Hij kan (naar de stelling van Bouwgarant) namelijk alleen een beroep doen op de herstelwaarborg van de garantieregeling op basis van een uitspraak van de geschillencommissie. 4.9. De rechtbank zal het beding van artikel 9 lid 5 van de garantieregeling dan ook vernietigen omdat het onredelijk bezwarend is. Vernietiging heeft terugwerkende kracht en heeft tot gevolg dat artikel 9 lid 5 van de garantieregeling wordt geacht nooit te zijn overeengekomen. Het beroep van Bouwgarant op dit artikel faalt daarom. Artikel 12 garantieregeling 4.10. Daarnaast voert Bouwgarant aan dat het gaat om gebreken die zijn ontstaan gedurende de periode van afbouw. Bouwgarant betoogt dat [eisers] op grond van artikel 12 lid 7 van de garantieregeling maximaal aanspraak kunnen maken op 20% van de aanne Bij deze stand van zaken heeft de rechtbank behoefte aan nadere deskundige voorlichting. De rechtbank zal daarom een deskundige benoemen om onderzoek te doen naar de gestelde gebreken, de oorzaak van de eventueel te constateren gebreken en de te verwachten herstelkosten/schade. Partijen zullen zich over dit voornemen uit mogen laten. Benoeming deskundige 4.17. De rechtbank is voornemens om aan de deskundige te vragen om – met de aannemingsovereenkomst als uitgangspunt – de kwaliteit van de door Friesplan aangelegde achterpui, kozijnen en badkamer te beoordelen. Daarnaast zal de deskundige gevraagd worden of hij vochtplekken/vochtschade op diverse plaatsen in de woning constateert. Voor zover er schade wordt geconstateerd, zal de deskundige gevraagd worden naar de oorzaak daarvan. Tot slot zal de rechtbank de deskundige vragen om een begroting op te stellen van de te verwachten herstelkosten voor de (eventueel te constateren) gebreken en de herstelkosten van de schade die daaruit voortvloeit. 4.18. De rechtbank heeft de heer J. Kok, werkzaam bij Kode Consult, bereid gevonden om het onderzoek uit te voeren. [eisers] heeft deze deskundige in haar akte van 22 januari 2025 aangedragen en hiertegen is door Bouwgarant geen bezwaar gemaakt. Friesplan is inmiddels ontbonden en kan geen proceshandelingen meer verrichten. Bij die stand van zaken zal de rechtbank de heer Kok als deskundige benoemen. Vragen aan de deskundige 4.19. De rechtbank zal bij de formulering van de vragen voor de deskundige niet volledig uitgaan van de vragen als geformuleerd in de akte van [eisers] van 22 januari 2025. Deze vragen zijn immers door partijen besproken in het kader van schikkingsonderhandelingen. Deze onderhandelingen hebben echter niet tot een regeling tussen partijen geleid. Daarmee is het aan de rechtbank om te oordelen over het geschil. Daarbij moet zij zelf bezien welke vragen moeten worden beantwoord om dat oordeel te kunnen geven. Ook ziet de rechtbank aanleiding om bij de vraagstelling meer aan te sluiten bij hetgeen partijen bepaald hebben in de aannemingsovereenkomst. 4.20. Op bladzijde 3 van de aannemingsovereenkomst staat – samengevat – vermeld dat [eisers] en Friesplan zijn overeengekomen dat de opstallen zoals zijn aangegeven op de bij de aannemingsovereenkomst behorende situatietekening worden gebouwd naar de binnen de garantieregeling uitgewerkte eis van goed en deugdelijk werk, met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven. Deze afspraak dient als uitgangspunt te worden genomen bij het onderzoek naar de gestelde gebreken. 4.21. De rechtbank is voornemens om aan de deskundige de volgende vragen te stellen: Kunt u een oordeel geven over de door Friesplan ingevolge de aannemingsovereenkomst van 21 september 2016 aangelegde achterpui, kozijnen (voor- en achterzijde) en badkamer? Zijn deze naar de binnen de garantieregeling omschreven eis van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven, op een juiste wijze en water/vochtdicht gemonteerd? Zo nee, wat is het verschil met een situatie waarin wel aan die eis van goed en deugdelijk werk is voldaan? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij de kozijnen van de achtergevel (op alle verdiepingen). Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij de vloeren van de begane grond en de tweede verdieping ter plaatse van de achtergevel? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij het metselwerk aan de onderzijde, aan weerszijden van de pui bij de achtergevel? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade bij de binnenwanden achter de hemelwaterafvoeren aan de achterzijde? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Constateert u vochtplekken en/of vochtschade ter plaatse van de badkamer? Zo ja, wat is daarvan volgens u de oorzaak? Als u constateert dat de kozijnen en pui niet naar de in de g