Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-10-23
ECLI:NL:RBNHO:2025:12257
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer / rekestnummer: 11643905 \ EJ VERZ 25-128 (rvk) Beschikking van 23 oktober 2025 in de zaak van Cambium Vastgoed B.V. , te Castricum, verzoekende partij, hierna te noemen: Cambium, gemachtigde: mr. J.A. Vugs, tegen Dreef Beheer B.V. , te Beverwijk, verwerende partij, hierna te noemen: Dreef Beheer, gemachtigde: mr. Y.H. van Ballegooijen, waarbij: [belanghebbende] , te [woonplaats] , hierna te noemen: [belanghebbende] , en Coöperatieve Rabobank U.A. , te Utrecht, hierna te noemen: Rabobank hebben te gelden als belanghebbenden. De zaak in het kort Cambium bezit twee appartementsrechten (en 50% van het stemrecht) in een VvE waarin vier appartementsrechten zitten. Zij wil haar appartementen onttrekken aan de VvE. Dreef Beheer, eigenaar van een van de twee overige twee appartementsrechten geeft geen toestemming voor een wijziging van de splitsingsakte. De kantonrechter geeft Cambium in deze verzoekschriftprocedure een vervangende machtiging op de voet van artikel 5:140 BW, omdat Dreef Beheer haar toestemming zonder redelijke grond weigert. De kantonrechter verleent Cambium niet ook de verzochte machtiging de onroerende zaken meteen te verdelen. Daarvoor moet de dagvaardingsprocedure bij de rechtbank gevolgd worden. 1 De procedure 1.1. Cambium heeft een verzoekschrift ingediend onder meer tot het verlenen van een vervangende machtiging voor het passeren van een notariële akte die de akte van splitsing wijzigt. Dreef Beheer heeft een verweerschrift ingediend. De belanghebbenden hebben een schriftelijke reactie ingediend. 1.2. Het verzoek is behandeld op de zitting van 11 september 2025. Cambium is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Dreef Beheer is eveneens verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Beide partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van pleitaantekeningen. De griffier heeft van de zitting aantekeningen gemaakt. Voorafgaand aan de zitting heeft Cambium bij brief van 29 augustus 2025 nog een document overgelegd. 2 De feiten 2.1. In 2001 is een gebouwencomplex op het [adres] in [woonplaats] gesplitst in vier appartementsrechten: [adres] [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] . Bij de splitsing is de ‘Vereniging van Eigenaars [adres] [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] [woonplaats] ’ opgericht (hierna: de VvE). Op de splitsing is het ‘Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten 1992’ van toepassing. 2.2. Cambium is eigenaar van de twee appartementsrechten die recht geven op het uitsluitend gebruik van – kort gezegd – [adres] [nummer 1] en [nummer 2] . Deze appartementsrechten zijn elk belast met een hypotheekrecht ten behoeve van de Rabobank. 2.3. Dreef Beheer is eigenaar van het appartementsrecht [adres] [nummer 3] . [belanghebbende] is eigenaar van de daarboven gelegen woning, appartement [adres] [nummer 4] . 2.4. De begane grond van het gebouwencomplex bestaat uit winkelruimte. Het deel [adres] [nummer 1] - [nummer 2] is alleen begane grond. Boven [adres] [nummer 3] , eveneens winkelruimte, bevindt zich zoals gezegd een woning, [adres] [nummer 4] (Zie de foto onder [nummer 1] . [nummer 3] ). 2.5. Cambium wenst het deel [adres] [nummer 1] - [nummer 2] mee te nemen in de herontwikkeling van het naastgelegen adres [adres] [nummer 5] (in bezit van Cambium) tot een complex met 63 huurwoningen. Voor Cambium is het van belang dat het gebouw [adres] [nummer 1] - [nummer 2] juridisch en feitelijk afgesplitst wordt van [adres] [nummer 3] - [nummer 4] . Cambium heeft daarvoor een concept-akte bij de notaris laten opstellen. In die concept-akte wordt het deel van Cambium niet alleen uit de splitsing onttrokken, maar wordt ook de (eenvoudige) gemeenschap die daarna ontstaat, verdeeld. 2.6. In de algemene ledenvergadering van de VvE van 19 november 2024 hebben de aanwezige partijen (Cambium en [belanghebbende] ) ingestemd met het voorstel tot wijzigen van de akte van splitsin 4 De beoordeling 4.1. Cambium wil dat de splitsing ten aanzien van haar appartementsrechten opgeheven wordt zodat zij - na verdeling - het volle eigendom verkrijgt over haar ‘deel’ van het gebouw. 4.2. In artikel 5:117 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat een gedeelte van het in de splitsing betrokken registergoed onttrokken kan worden aan de splitsing. Hiervoor is een wijziging van de akte van splitsing nodig. 4.3. Artikel 5:139 BW bepaalt dat een wijziging van de akte van splitsing slechts kan geschieden met medewerking van alle appartementseigenaars. De akte kan ook gewijzigd worden op grond van een besluit van de vereniging van eigenaars, mits dat besluit met viervijfde van de stemmen genomen is. 4.4. Voor het geval een of meer eigenaars of beperkt gerechtigden zich niet verklaren of zonder redelijke grond hun medewerking of toestemming weigeren, kan deze worden vervangen door een machtiging van de kantonrechter (artikel 5:140 BW). De machtiging kan slechts worden verleend als aan de verzoekers van de machtiging ten minste de helft van het aantal stemmen in de vereniging van eigenaars toekomt. Aan Cambium komt de helft van het aantal stemmen in de vergadering van eigenaars in de VvE toe en zij is derhalve gerechtigd het verzoek als bedoeld in artikel 5:140 BW te doen. 4.5. In deze zaak staat vast dat niet alle eigenaars willen meewerken met de voorgestelde wijziging van de akte van splitsing en dat ook in de vergadering van de VvE van 19 november 2023 de vereiste viervijfde meerderheid om een besluit tot wijziging van de akte van splitsing te nemen, niet is gehaald. Beoordeeld moet dus worden of Dreef Beheer zonder redelijke grond haar medewerking weigert. De rechter moet deze weigering volledig toetsen en niet slechts marginaal. 4.6. De kantonrechter heeft zich er, met het oog op artikel 5:140 lid 4 BW, van vergewist dat de belanghebbenden behoorlijk zijn opgeroepen teneinde op het verzoekschrift te worden gehoord. [belanghebbende] heeft in reactie op het verzoekschrift verklaard geen bezwaar te hebben tegen de voorgestelde wijziging. Rabobank heeft eveneens verklaard geen bezwaar te hebben. [belanghebbende] en Rabobank zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling, maar zij zijn niet op de zitting verschenen. [belanghebbende] en de hypotheekhouder Rabobank hebben verklaard dat zij geen bezwaar hebben en daarmee hebben zij hun toestemming verleend. 4.7. Volgens Cambium heeft Dreef Beheer zonder redelijke grond haar medewerking geweigerd, omdat na opheffing van de appartementsrechten ten aanzien van [adres] [nummer 1] - [nummer 2] , dat deel op zodanige manier aan Cambium wordt toegedeeld dat Dreef Beheer daarvan geen enkel nadeel zal ondervinden. Cambium voert daartoe aan dat a) er geen gemeenschappelijke delen zijn waarvoor het noodzakelijk is de splitsing in stand te laten, b) er geen behoefte blijkt te bestaan aan de splitsing omdat de VvE sinds de oprichting nooit actief is geweest, c) Cambium een belang heeft bij onttrekking vanwege de herontwikkeling van het naastgelegen [adres] [nummer 5] , d) deze herontwikkeling de buurt een positieve impuls zal even, e) de gemeente Castricum positief is en medewerking wil verlenen aan het voorstel van Cambium voor de herontwikkeling en f) Dreef Beheer en [belanghebbende] geen enkel nadeel zullen ondervinden omdat hun onderlinge verhouding in de splitsing gelijk blijft, Cambium de kosten voor de rechtshandelingen draagt en ook zorgt voor het deugdelijk aanhelen van de scheidingsmuur. 4.8. Volgens Dreef Beheer is die redelijke grond om medewerking te weigeren er wel en zij legt daaraan verschillende redenen aan ten grondslag. De kantonrechter zal die redenen hieronder bespreken. De kantonrechter stelt hierbij voorop dat de onderhavige splitsing in appartementsrechten in zoverre een bijzondere is, omdat er nagenoeg in dit geval nagenoeg niets gemeenschappelijk wordt gebruikt, of tot gemeenschappelijk nut strekt. Voor alle duidelijkheid; normaal strekt de splitsing in appartemen Om dezelfde reden als hiervoor, namelijk dat de mogelijke huurderving onvoldoende aannemelijk is gemaakt, is de kantonrechter van oordeel dat ook aan dit argument geen redelijk belang kan worden ontleend. Constructieve en functionele problemen 4.12. Dreef Beheer heeft ook nog aangevoerd dat de voorgenomen sloop leidt tot constructieve en functionele problemen. Dreef Beheer heeft dit echter niet onderbouwd en Dreef Beheer heeft dit argument ook pas voor het eerst op de zitting naar voren gebracht, zodat daaraan voorbijgegaan wordt. 4.13. De conclusie is dat Dreef Beheer zonder redelijke grond haar medewerking aan de akte van splitsing weigert. De kantonrechter zal de verzochte vervangende machtiging verlenen. Vervangende machtiging meewerken aan passeren akte 4.14. Na het wijzigen van de akte van splitsing zal het deel [adres] [nummer 1] - [nummer 2] niet langer deel uitmaken van de splitsing, maar in gedeeld eigendom zijn van Dreef Beheer, Cambium en [belanghebbende] tezamen, ieder voor hun breukdeel zoals dat gold voor de onttrekking. Cambium wil dat dit gezamenlijke eigendom aan haar toegedeeld wordt en zij verzoekt daarom gelijktijdig een vervangende machtiging die in de plaats komt van de medewerking van Dreef Beheer aan het passeren van de akte waarmee die toedeling tot stand komt. De kantonrechter is van oordeel dat dit onderdeel van de vordering niet toewijsbaar is. Dit oordeel wordt hierna toegelicht. 4.15. De wijziging van de splitsingsakte heeft tot gevolg dat [adres] [nummer 1] - [nummer 2] niet meer tot de splitsingsgemeenschap behoort. [adres] [nummer 1] - [nummer 2] is daarmee nog wel altijd gemeenschappelijk eigendom van de appartementsgerechtigden. Verdeling van deze gemeenschap behoort niet tot de bevoegdheid van de kantonrechter, noch kan deze verdeling op de voet van artikel 5:139 BW worden geëffectueerd. Daarvoor mist het Nederlandse goederenrechtelijk systeem de benodigde ‘lenigheid’ . Een vordering tot verdeling moet via een dagvaardingsprocedure bij de rechtbank aanhangig gemaakt worden. De kantonrechter ziet geen aanleiding toepassing te geven aan de wisselbepaling van artikel 69 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dat artikel is immers bedoeld voor het geval een procedure per vergissing met het verkeerde inleidende processtuk aanhangig is gemaakt, maar daarvan is hier geen sprake. Uit de stellingen van Cambium blijkt immers helder dat zij welbewust gekozen heeft voor de onderhavige verzoekschriftprocedure, in de hoop dat de kantonrechter zou doorpakken. 4.16. Cambium verzoekt ook dat Dreef Beheer op straffe van een dwangsom gelast wordt de medewerking te die nodig is voor het passeren van de notariële akte. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen zoals hieronder weergegeven. Dat Dreef Beheer daarbij inzicht zou moeten geven ‘in de eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen binnen Dreef Beheer’ is verder niet toegelicht, en wordt dan ook niet toegewezen. Uitvoerbaarheid bij voorraad 4.17. Dreef Beheer verzet zich tegen de gevraagde uitvoerbaarheid bij voorraad. Zij wijst er op dat haar belang bij opschorting in het geval van in het instellen van hoger beroep zwaarder dient te wegen dan het belang van Cambium bij directe uitvoerbaarheid. De kantonrechter is van oordeel dat de gevolgen van uitvoerbaarheid bij voorraad niet zwaarder wegen dan het belang van Cambium om de beschikking direct ten uitvoer te kunnen leggen. Immers wordt slechts de vervangende machtiging van artikel 6 :140 lid 1 BW toegewezen, en niet ook de eigendom verdeeld. Deze beschikking zal daarom uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden. proceskosten 4.18. Dreef Beheer is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Cambium worden begroot op: - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 812,00 ( 2 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.082,00 4.19. De gevorderde wettelijke rente over