Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-10-22
ECLI:NL:RBNHO:2025:12238
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,564 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11539959 \ CV EXPL 25-549
Uitspraakdatum: 22 oktober 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: LAVG BV (Groningen)
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 6 augustus 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering en het gevolg van het ontbreken van het rekeningnummer in de veertiendagenbrief. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 3 september 2025 een akte genomen (hierna: de akte).
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.1.
De eisende partij heeft zich in de akte uitgelaten over het voornemen om artikel 6.05.3 en artikel 6.05.4 van de algemene voorwaarden te vernietigen, voor zover dit betrekking heeft op de verschuldigde rente en de buitengerechtelijke incassokosten.
2.2.
De eisende partij heeft in de akte aangegeven dat zij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter.
2.3.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat artikel 6.05.3 en artikel 6.05.4 van de algemene voorwaarden worden vernietigd. De buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente zullen om die reden worden afgewezen. De eisende partij heeft op zich voldoende toegelicht hoe het komt dat het rekeningnummer op de overgelegde veertiendagenbrief ontbreekt, maar dat doet aan de oneerlijkheid van het incassobeding niet af.
Wat is toewijsbaar?
2.4.
Voor het overige blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Gelet hierop is een bedrag van € 37,29 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 93,22 x 0.4).
Conclusie
2.5.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.6.
Nu de vordering voor een aanzienlijk deel wordt afgewezen, ziet de kantonrechter aanleiding te bepalen dat de eisende partij haar eigen proceskosten draagt.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 37,29;
3.2.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11539959 \ CV EXPL 25-549
Uitspraakdatum: 22 oktober 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: LAVG BV (Groningen)
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 6 augustus 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering en het gevolg van het ontbreken van het rekeningnummer in de veertiendagenbrief. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 3 september 2025 een akte genomen (hierna: de akte).
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.1.
De eisende partij heeft zich in de akte uitgelaten over het voornemen om artikel 6.05.3 en artikel 6.05.4 van de algemene voorwaarden te vernietigen, voor zover dit betrekking heeft op de verschuldigde rente en de buitengerechtelijke incassokosten.
2.2.
De eisende partij heeft in de akte aangegeven dat zij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter.
2.3.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat artikel 6.05.3 en artikel 6.05.4 van de algemene voorwaarden worden vernietigd. De buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente zullen om die reden worden afgewezen. De eisende partij heeft op zich voldoende toegelicht hoe het komt dat het rekeningnummer op de overgelegde veertiendagenbrief ontbreekt, maar dat doet aan de oneerlijkheid van het incassobeding niet af.
Wat is toewijsbaar?
2.4.
Voor het overige blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Gelet hierop is een bedrag van € 37,29 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 93,22 x 0.4).
Conclusie
2.5.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.6.
Nu de vordering voor een aanzienlijk deel wordt afgewezen, ziet de kantonrechter aanleiding te bepalen dat de eisende partij haar eigen proceskosten draagt.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 37,29;
3.2.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter