Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:11582
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,489 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11273426 \ WM VERZ 24-1238
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 30 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 21 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft.
Betrokkene voert op de zitting aan dat het klopt dat hij van rijstrook is gewisseld, maar betrokkene was in de veronderstelling dat dat is toegestaan op een rotonde. Betrokkene stelt dat er geen specifieke regel is dat je op een rotonde niet van rijstrook mag wisselen. Betrokkene stelt verder dat hij de veiligheid in acht heeft genomen, zijn richtingaanwijzer heeft gebruikt en geen hinder heeft veroorzaakt.
In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld: “Ik zag dat betrokkene als bestuurder gebruik maakte van de voorsorteerstrook met een pijl die wees in de richtingen rechtsaf en rechtdoor en dat betrokkene geen gevolg gaf aan een van deze op de voorsorteerstrook aangegeven richtingen. Betrokkene reed op het kruispunt in de richting: links. (…) Betrokkene kwam vanaf de N9 en reed op de rijstrook voor rechtsaf richting de Rijksweg A9. Betrokkene reed echter rechtdoor het Kooimeerplein op.”
De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt zich op de zitting op het standpunt dat de boete terecht is opgelegd en verwijst daartoe naar artikel 78, lid 2 van de RVV 1990 en naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwaren. Daarnaast stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat de betrokkene had moeten worden gehoord en dat dit niet is gebeurd en dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, zodat de boete twee maal dient te worden gematigd met 25%.
De kantonrechter overweegt dat in het geval voor de rotonde voorsorteerstroken zijn toegepast, artikel 78, eerste lid, RVV 1990 inhoudt dat bestuurders op de rotonde de richting moeten volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich vóór die rotonde bevonden aangeeft. Door reeds voor het oprijden van de rotonde middels de daartoe bestemde voorsorteerstroken de gewenste richting te kiezen wordt het verkeer op een rustige en ordelijke wijze over de rotonde in de gekozen richting geleid. Uit het tweede lid van artikel 78 volgt dat de aanwezigheid van de pijlen leidend is. Ook bij de blokmarkering vóór de rotonde mocht al niet meer van rijstrook gewisseld worden. De omstandigheid dat het wisselen van rijstrook in de visie van de bestuurder is verlopen zonder gevaar of hinder te veroorzaken, maakt niet uit. De kantonrechter oordeelt daarom dat de boete terecht is opgelegd.
De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie dat de hoorplicht is geschonden en dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en ziet, met verwijzing naar de genoemde uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, aanleiding om de boete tweemaal met 25% te matigen.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en wijzigt die beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 140,63 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 augustus 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:6773.
Vgl. de uitspraken van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022 en 28 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:9934 en ECLI:NL:GHARL:2023:6369.
Zie voetnoot 1.