Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-17
ECLI:NL:RBNHO:2025:11573
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,201 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11273390 \ WM VERZ 24-1230
11273393 \ WM VERZ 24-1231
11273478 \ WM VERZ 24-1253
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 17 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene zijn boetes opgelegd voor verkeersovertredingen (negeren geslotenverklaring). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boetes. Het beroep is behandeld op de zitting van 17 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
Betrokkene heeft aangevoerd dat hij al tien jaar in Alkmaar werkt en parkeert en daar een duurbetaalde vergunning voor aanschaft. Betrokkene stelt dat hij niet op de hoogte was van het feit dat de inrijtijden van de geslotenverklaring op Ritsevoort op de vrijdag anders zijn dan de andere dagen. Betrokkene erkent de gedragingen, maar stelt zich van geen kwaad bewust te zijn geweest.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat aan betrokkene drie boetes in korte tijd zijn opgelegd. De boetes zijn terecht opgelegd omdat betrokkene in alle gevallen op een vrijdagochtend na 10:00 uur de geslotenverklaring heeft genegeerd, dus buiten de venstertijd.
De eerste boete van 28 april 2023 moet op uiterlijk 20 mei 2023 bekend zijn geweest bij betrokkene. Vanaf die datum was betrokkene dus op de hoogte en kon hij zijn gedrag aanpassen. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft de kantonrechter verzocht om de eerste boete in stand te laten, de tweede boete van 12 mei 2023 te vernietigen en de derde boete van 26 mei 2023 in stand te laten omdat betrokkene toen op de hoogte had kunnen en moeten zijn.
De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene meerdere boetes zijn opgelegd voor het handelen in strijd met een gesloten verklaring. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in de dossiers bevinden – met name uit de foto van de gedraging – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting de benodigde schouwrapporten overgelegd waaruit blijkt dat op alle drie de data de bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar was. De boetes zijn dus terecht opgelegd.
Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen, waarvoor ook telkens een boete kan worden opgelegd. De kantonrechter volgt echter het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De tweede boete is namelijk opgelegd voordat de eerste boete is verzonden. Daarom zal de tweede boete worden vernietigd. De eerste en derde boete blijven in stand.
De uitspraak
De kantonrechter verklaart:
inzake de boetes met cjibnummer ['nummer'] en ['nummer'] :
‒ het beroep ongegrond;
inzake de boete met cjibnummer ['nummer'] :
‒ het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: